Door een krantendatabank kan onderzoek niet alleen veel sneller en zorgvuldiger worden gedaan, maar komen ook nieuwe onderzoeksvragen in beeld. Deze ervaring heeft prof.dr. Marcel Broersma, hoogleraar Journalistieke Cultuur en Media aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van de Wetenschappelijke Adviescommissie. In zijn onderzoek naar journalistiek en haar ontwikkeling maakt hij veel gebruik van historische kranten.

Eerste ervaringen

Mijn eerste ervaringen met de krantencollectie van de KB deed ik op bij mijn afstudeeronderzoek naar de invloed van de politicus Carl Romme op de inhoud van de Volkskrant. In de correspondentie van de katholieke mastodont, bestaande uit vele meters doorslagen van vloeipapier, zocht ik naar de momenten waarop hij de krant mogelijk gebruikte voor politieke doeleinden. Vervolgens bladerde ik op microfilm de krant door om te bezien of dit ook daadwerkelijk het geval was. Het was een interessante maar tijdrovende exercitie. Bovendien leverde het na een dag doorspoelen van films vierkante ogen op.

Digitale bestanden

Was de Volkskrant toen digitaal beschikbaar geweest, dan had ik gericht kunnen zoeken naar de affaires waarop Romme in zijn brieven duidde. Waarschijnlijk had ik dan sneller meer boven water gehaald dan nu mogelijk was. Hoeveel dat oplevert, merkte ik toen ik drie jaar geleden werkte aan een biografie van de Nederlandse beeldhouwer Pier Pander. Ik mocht toen alvast gebruik maken van de bestanden van de Leeuwarder Courant, die op dat moment werd gedigitaliseerd. Waar ik anders de kranten tussen 1864 en 1919 had moeten doorbladeren, kreeg ik nu met een druk op de knop de mooiste artikelen op mijn scherm. Ook de gedigitaliseerde jaargangen van De Groene Amsterdammer en de kranten die de KB al had gedigitaliseerd, bleken een mooie bron.

Voor een onderzoeker geeft dat een enorm gevoel van rijkdom, waar voorheen een uitzichtloze en vaak ook frustrerende bezigheid wachtte. Onderzoek in leggers betekent veel bladeren, veel lezen en veel zoeken, zeker omdat kranten vroeger niet zo overzichtelijk waren als nu. De onderzoeker moest zijn weg vinden in een grijze letterbrij op dichtbedrukte pagina’s. Het is een klus die maar weinigen lokte.

Leggers met vergeeld papier

Toen ik indertijd begon aan mijn promotieonderzoek naar de Leeuwarder Courant (1752-2002) bracht een redactiedocumentalist mij naar een ruimte waar 245 jaargangen keurig in het gelid stonden. Tientallen strekkende meters ingebonden kranten: naast, boven en onder elkaar. Om moedeloos van te worden. Zelf koos ik ervoor om iedere tien jaar een week kranten grondig te analyseren en daarnaast een beperkt aantal affaires te bestuderen. Zo kon ik veranderingen in de inhoud in kaart brengen. Voor een jubileumbijlage die ik later maakte voor de krant nam ik haar nogmaals grondig door. Het moet gezegd worden: het urenlang met de vingertoppen koesteren van vergeeld papier is wellicht de beste manier om verliefd op een krant te worden. Maar het soort onderzoek dat ik doe, wordt veel eenvoudiger èn rijker wanneer de KB veel Nederlandse kranten heeft gedigitaliseerd.

Europese jounalistiek

In mijn door NWO gesubsidieerde VIDI-project “Reporting at the Boundaries of the Public Sphere. Form, Style and Strategy of European Journalism, 1880-2005” breng ik momenteel met twee promovendi de inhoud van negen Europese kranten systematisch in kaart. Om de tien jaar nemen we een steekproef van twee weken uit iedere krant. Van elk artikel voeren we een aantal gegevens in een database in. Over welk onderwerp gaat het? Wat is het genre? Welke bronnen worden gebruikt? Enzovoorts. Op deze manier kun je niet alleen de ontwikkeling van de Europese journalistiek in kaart brengen (hoe men schreef), maar ook wat de burger te weten kreeg (wat men schreef).

Voor dit onderzoek maken we gebruik van gedigitaliseerde Engelse,  Franse en straks ook Nederlandse kranten. Het maakt ons werk makkelijker en sneller – we hoeven nu immers niet meer steeds naar Den Haag, Parijs en Londen te treinen om de leggers of microfilms in te zien. Maar bovenal kunnen we zaken achterhalen die voorheen niet of slechts met heel veel moeite te vinden waren. Een mooi voorbeeld is de discussie die journalisten en het publiek voerden rond de introductie van het interview in Nederland. Dit werd gezien als een verderfelijk en sensationeel genre dat de privacy van de geïnterviewde aantastte. Dit debat laat zich prachtig reconstrueren wanneer je kunt zoeken in een bestand met meerdere kranten. Dat kan nu al voor Groot-Brittannië en straks ook voor Nederland. Met een gerichte zoekterm en een druk op de knop opent zich de mentaliteitsgeschiedenis van de negentiende eeuw. Was daar maar eens om gekomen toen je nog met de hand de krant moest doorbladeren!