Schrijver Herman Franke (van origine criminoloog/socioloog) las in de Berliner Börsen-Courier (1868-1933) een opmerkelijk bericht over Eduard von Hartmann. De filosoof zou door het uitdragen van zijn pessimistische gedachtegoed iemand hebben aangezet tot moord.

Franke ging naar Oost-Berlijn om daar in de krantenarchieven te achterhalen hoe deze rechtzaak over deze kwesties verlopen was. Aanvankelijk vond hij niets. Op zijn laatste dag in Berlijn, toen hij de moed bijna had opgegeven, doken er enkele artikelen over deze zaak op. Franke heeft later dit verhaal verwerkt in zijn eerste roman Weg van loze dromen (1992).


Sindsdien heeft Franke diverse romans, essays en verhalenbundels geschreven. Voordat hij schrijver werd deed Franke ondermeer onderzoek naar misdaadverslaggeving in de krant en de veranderingen die hierin plaatsvonden. Hij hield zich bezig met de etiketteringstheorie. Welk effect heeft het op mensen als ze in de krant met naam en toenaam beschuldigd worden van misdrijven? Ook voor familie en vrienden. Hoe gebeurde dat vroeger in de krant? Hoe werd verslag gedaan van misdaad? Tot diep in de twintigste eeuw werd op geen enkele manier rekening gehouden met de privacy van verdachten. Rechtbankverslagen werden vaak letterlijk in de krant afgedrukt. Namen van verdachten werden na de tweede wereldoorlog niet altijd voluit vermeld, maar met de initialen, het beroep en de woonplaats erbij wist vaak iedereen om wie het ging. Al werd iemand onschuldig verklaard, men dacht toch waar rook is, is vuur. Zijn bevindingen heeft hij samengevat in Van schavot naar krantekolom: over de ontwikkeling van de misdaadverslaggeving in het Algemeen Handelsblad vanaf 1828 tot 1900, verschenen in 1981.

Is de historische krant voor uw huidige werk van belang?

Ja zeker, ik werk nu bijvoorbeeld aan een dagboek van een personage die leeft in de 19de eeuw, een dynamische eeuw. Om me het taalgebruik uit die tijd eigen te maken, lees ik tijdschriften, letterkundige bladen, maar ook kranten. Het lezen van een krant uit de 19de eeuw geeft een historisch gevoel. Je zit dicht op het leven van alledag. Het geeft een authentieke kleur. Je weet ook wat een persoon uit die tijd zou kunnen doen. Zo kom je op ideeën, in de 19de eeuw kun je bijvoorbeeld iemand een lichtbad laten nemen. In kranten staan wel altijd fouten. Daar moet je rekening mee houden.

Hoe bekeek u de krant als socioloog?

In de krant kun je mooi ontwikkelingen volgen. Bijvoorbeeld wat er gebeurde toen er een verbod kwam op openbare vonnistrekkingen. Ik vond een beschrijving van een galg die werd geplaatst achter de muren van de gevangenis. Die werd zo hoog neergezet dat mensen vanaf een dijkje buiten de ophanging toch goed konden zien. Zoiets haal je uit de krant. Ook kan je soms uit de krant halen wat mensen destijds juist niet wisten, wat ontbreekt aan informatie.

In rouwadvertenties zijn ook interessante ontwikkelingen te zien. Die werden aan het eind van de 18e eeuw voor het eerst geplaatst. Er was een periode met een romantische benadering, maar ook een tijd waarin het lichaam van de overledene heel plastisch werd beschreven. Later komt een meer nuchtere wat zakelijkere toon. In de Oprechte Haarlemsche Courant vind je daarvan veel goede voorbeelden. Je kunt er sociologische ontwikkelingen aan aflezen.

Arnhemsche Courant 7 januari 1841

Je kunt ook het journalistieke ‘zoeklicht’ in de krant volgen. In de jaren tachtig werd bijvoorbeeld ineens geschreven over ‘kustgeweld’. Het ging om geweld dat plaatsvond bij uitgaansgelegenheden in kustgebieden. Dat begon na één dodelijke vechtpartij in Egmond aan Zee, daarna werd ieder opstootje onder die term beschreven. Verschijnselen die er maar een beetje op leken werden daar naartoe getrokken. Na een tijdje verdwijnt zo’n woord weer en, boeiend genoeg, ook het verschijnsel.

Welke verschillen vallen u op?

In de 19de eeuw werd over dood en misdaad op een veel minder verbloemde manier geschreven. Hoe mensen waren doodgegaan, gewond waren geraakt, of aan welke kwalen mensen waren overleden werd smeuïg beschreven. Op een gegeven moment veranderde de gevoeligheid voor zulke detaills. De toon verandert, het wordt allemaal wat minder plastisch. De elite beïnvloedt de stijl, het wordt wat beschaafder.

Geweld was vroeger veel gewoner. Ik heb zelf nooit gevochten, de meeste mensen niet, maar in de negentiende eeuw had elke man wel eens klappen uitgedeeld. Veel mannen droegen een mes op zak. In onze huidige samenleving komt geweld in het dagelijkse leven veel minder voor. Dat is juist de reden waarom mensen er veel banger voor zijn. Hoe kleiner de kans dat je slachtoffer van geweld wordt hoe banger je ervoor wordt. Dat werkt zo: als je elke dag door een wesp gestoken kan worden, ben je er niet zo bang voor. Wel als deze maar sporadisch voorkomt, dan word je juist banger voor ze.

Voor jongeren zou het goed zijn om kranten uit vorige eeuwen te lezen. Dat zouden ze op scholen eigenlijk verplicht moeten stellen. Het draagt enorm bij aan je historische bewustwording. Je kunt leren dat veel problemen die in onze tijd spelen vroeger ook al voorkwamen en dat andere problemen juist verdwenen zijn. Je voelt vooral beter hoe het toen toeging van dag tot dag.

Gaat u in de toekomst nog kranten voor uw romans gebruiken?

Ik denk wel eens aan een personage die elke dag een krant van honderd jaar terug leest, jaren achtereen, daardoor leeft hij als het ware in die tijd, hij voelt hoe het toen was en raakt geïnteresseerd in totaal vergeten gebeurtenissen.

Meer informatie over Herman Franke: zie http://www.hermanfranke.nl/