In 1999 besloten de Koninklijke Bibliotheek, de Tweede Kamer en de Sdu Uitgevers - en later ook het NIWI - de handen ineen te slaan om gezamenlijk een belangrijk stuk cultureel erfgoed te behouden voor de toekomst: de Handelingen, Kamerstukken en Aanhangsels van de Staten-Generaal uit de periode 1814-1995. De meeste exemplaren van deze door een brede doelgroep veel geraadpleegde bron zijn in slechte tot zeer slechte staat. Als er niet snel wordt ingegrepen in de vorm van microverfilmen en/of digitaliseren dan verkruimelt het papier en gaat de inhoud voor altijd verloren. Kamerstukken en Handelingen zijn op een dermate slechte kwaliteit papier gedrukt dat ze niet meer op normale wijze kunnen worden geconserveerd. Vanaf 1995 zijn Kamerstukken en Handelingen reeds digitaal beschikbaar. De uitkomst van een globale telling wees uit dat het in totaal gaat om meer dan 2 miljoen pagina’s (150 meter banden) over een periode van 176 jaar waarin zowel het formaat, de lay-out en de papiersoort steeds veranderen. Omdat de kosten voor microverfilming, digitalisering, ontsluiting en beschikbaarstelling via een website aanzienlijk zouden zijn, werd door de betrokken instellingen besloten eerst een proefproject te starten.

Het doel van het proefproject was om te bekijken of het totale project organisatorisch en technisch uitvoerbaar is, hoe het materiaal het best kan worden ontsloten en wat de kosten zouden zijn om álle Kamerstukken en Handelingen tot 1995 retrospectief te digitaliseren en beschikbaar te stellen.

Het traject bestond uit een omgevingsverkenning, de selectie van het materiaal, het scannen van originelen, het bewerken en ontsluiten van de digitale bestanden (inclusief metadata), de ontwikkeling van de interface, het beschikbaar stellen en de opslag. Het proefproject moest een werkende website opleveren met een kleine, maar relevante selectie van het materiaal. De eerste berekeningen gaven aan dat verwerking van ca. 30.000 pagina’s binnen het proefproject haalbaar zou zijn. Daardoor zou de website voldoende vulling krijgen om een idee te geven van wat het complete project zou inhouden. De voor de proef geselecteerde vergaderjaren zijn: 1847/1848, 1917/1918, 1966/1967, 1967 en het dossier bestek '81 uit de vergaderjaren 1977/78 en 1978/1979.

Uit onderzoek bleek dat het ontsluiten van de documenten door het op elektronische wijze integreren van de (meerjaren)registers en vanuit dat geïntegreerde register rechtstreeks doorklikken naar de volledige teksten niet mogelijk is. Daarvoor zijn de registers te gelaagd. Het integreren van de registers en het leggen van de links kan uitsluitend manueel wat gezien de hoeveelheid materiaal onbetaalbaar is. Daarom is ervoor gekozen om de documenten bij het scannen van metagegevens te voorzien. Voor het proefproject zijn deze metagegevens beperkt tot: documenttype, kamer, vergaderjaar voor alle typen documenten; vetnummer en ondernummer (alleen bij Kamerstukken); paginanummer (alleen bij Aanhangsel en Handelingen) en personen (alleen bij Aanhangsel). Voor het definitieve project zal worden voorgesteld om daar personen en vetnummers in Handelingen aan toe te voegen.

De website is gevuld met gedigitaliseerde documenten van de geselecteerde proefjaren. Volledig doorzoekbaar (full text) zijn alleen de Handelingen, Kamerstukken en Aanhangsels en Registers uit de vergaderjaren 1966-67, 1967 en het dossier Bestek ’81. De documenten uit de jaren 1917-18 en 1847-48 zijn alleen gescand en ontsloten met behulp van de set van metagegevens. De Registers bieden toegang tot persoonsnamen en de behandelde onderwerpen uit deze jaren.

Het proefproject en het prototype van de website tonen aan dat het project technisch en organisatorisch uitvoerbaar is. In het projectplan wordt het definitieve project beschreven met een begroting van uitgaven. Daarin worden de aanbevelingen van het proefproject meegenomen. Voor de beheersbaarheid en overzichtelijkheid van het project en om zoveel mogelijk van de in het traject opgedane ervaringen te kunnen profiteren, wordt een duidelijke fasering voorgesteld.