Het 'Trivulzio' handschift

Het kostbare en lang verloren gewaande vijftiende-eeuwse getijdenboek dat de Koninklijke Bibliotheek onlangs als geschenk heeft ontvangen heeft ooit deel uitgemaakt van de beroemde verzameling van de prinsen van Trivulzio te Milaan. Toen die collectie echter in 1935 door de stad Milaan werd verworven, was het getijdenboek niet meer in de verzameling aanwezig. Het moet in de eerste decennia van de twintigste eeuw, tezamen met een groot aantal andere handschriften, door de prinselijke familie van de hand zijn gedaan. Daaraan voorafgaand werd het stuk weliswaar enkele malen in de literatuur gesignaleerd, maar na 1916 was het uit het zicht verdwenen. Naar nu blijkt is het door de familie van de huidige schenker ergens in die periode op een veiling verworven.

Drs. H Verbeek, beëdigd taxateur en adviseur te Amsterdam, is bij de schenking opgetreden als tussenpersoon tussen de Stichting Museale Collecties Koninklijke Bibliotheek en de schenker, die anoniem wenst te blijven. De taxatie is verricht in samenwerking met een Brits veilinghuis. De heer Verbeek heeft de eigenaar geadviseerd de Koninklijke Bibliotheek als begunstigde aan te wijzen, gezien 'de rijke collectie middeleeuwse handschriften van deze instelling, het belang dat de KB hecht aan onderzoek naar en beschikbaarstelling van het materiaal en de deskundigheid en het enthousiasme van de conservator op dit terrein, mevr. dr. A.S. Korteweg.'

Getijdenboeken

Het getijdenboek is in de late Middeleeuwen het belangrijkste gebedenboek voor de privé-devotie van leken en werd vaak in opdracht vervaardigd. Vooral in de vijftiende eeuw genoot het zo'n ongeëvenaarde populariteit, dat de productie ervan die van alle overige soorten handschriften overtrof. De rijke verluchting die in veel exemplaren werd aangebracht en waarvoor de grootste kunstenaars werden aangetrokken, laten zien dat de opdrachtgevers bereid waren er hoge kosten voor te maken. In de moderne literatuur wordt het getijdenboek dan ook vaak aangeduid als `het statussymbool' en de `bestseller' van de Middeleeuwen.

De tekst van het getijdenboek bestaat uit een aantal standaardteksten, waarvan de kern gevormd wordt door drie teksten die uit het brevier, het gebedenboek van de geestelijkheid, afkomstig zijn: de Mariagetijden, de Boetpsalmen en de Dodenvigilie. De belangrijkste tekst is de Mariagetijden, waaraan het getijdenboek zijn naam ontleent. De inhoud bestaat uit een aantal psalmen, hymnen, korte lezingen en gebeden, die worden opgezegd ter ere van Maria. Bij de geestelijkheid werd dit `Klein Officie van Onze Lieve Vrouw' gewoonlijk aan het eind van elk onderdeel van het koorgebed toegevoegd. Deze verdeling over acht getijden - de metten, lauden, priem, terts, sext, noon, vesper en completen - bleef behouden toen de tekst in het getijdenboek werd opgenomen.
De Zeven Boetpsalmen danken hun selectie aan hun geschiktheid om berouw over begane zonden uit te drukken en om vergeving af te smeken. De Dodenvigilie bevat de gebeden die door de geestelijken tijdens de nachtwake bij de baar van een overledene werden uitgesproken. Voor leken was het vooral een tekst om geliefde overledenen te gedenken en om de tijd die zij in het vagevuur moesten doorbrengen te bekorten.

Behalve deze vaste kern bevat het getijdenboek een aantal standaard-onderdelen. Dit zijn een kalender aan het begin van het boek, waarin de belangrijkste feesten van het jaar en de te gedenken heiligen staan vermeld. Aan de hand van lokaal vereerde heiligen is het soms mogelijk de plaats waar de besteller woonde - en waar het handschrift dus mogelijk werd gemaakt - nader te bepalen. Verder zijn meestal een serie korte smeekbeden tot heiligen, suffragiën genoemd, opgenomen. Kenmerkend voor Zuidnederlandse getijdenboeken zijn vier korte teksten uit de evangeliën en een reeks getijden voor de zeven dagen van de week, die elk gevolgd worden door een mis.

Het Trivulzio-getijdenboek

Van de middeleeuwse eigenaar van dit getijdenboek is niets bekend, het handschrift bevat ook geen wapens of motto's die naar de besteller zouden kunnen verwijzen. Deze onbekende eigenaar bezat echter de middelen om een kostbaar getijdenboek te laten vervaardigen, bovendien had hij een voortreffelijke smaak. In zijn getijdenboek liet hij de miniaturen en de overige verluchting aanbrengen door drie van de meest vooraanstaande schilders van zijn tijd, Lieven van Lathem uit Antwerpen, Simon Marmion uit Valenciennes en een waarschijnlijk Gentse boekverluchter wiens naam onbekend is, en die derhalve wordt aangeduid met de noodnaam Meester van Maria van Bourgondië. Deze Meester van Maria van Bourgondië zou men 'de Rembrandt onder de middeleeuwse boekverluchters' kunnen noemen.

Het handschrift is met 13 x 9 centimeter tamelijk klein van formaat. Dergelijke afmetingen waren in die tijd echter niet ongewoon. Een getijdenboekje dat voor Maria van Bourgondië en haar echtgenoot Maximiliaan van Oostenrijk werd vervaardigd en thans in Berlijn wordt bewaard, meet slechts 10,3 x 7 centimeter. Omdat er op een bladzijde weinig tekst paste, omvatte dit soort boekjes een groot aantal bladzijden: het Trivulzio-getijdenboek telt er 382. Zoals bij middeleeuwse handschriften gebruikelijk is het handschrift niet - zoals een modern boek - gepagineerd, maar gefolieerd. Dit wil zeggen dat elk blad (een folio) één nummer krijgt en dat daarvan de voorzijde met recto en de achterzijde met verso wordt aangeduid. Terwijl getijdenboeken uit de Noordelijke Nederlanden vaak in de volkstaal, het Middelnederlands, zijn gesteld, is de taal van Zuidnederlandse getijdenboeken vrijwel zonder uitzondering Latijn.

De inhoud van het Trivulzio-getijdenboek bestaat uit een kalender; de Getijden van de zeven weekdagen, elk gevolgd door een mis; zestien gebeden tot heiligen; drie speciale gebeden tot Maria: het Stabat Mater, het Obsecro te en het O Intemerata; vier korte passages uit de evangeliën; de Mariagetijden; de Zeven Boetpsalmen en de Dodenvigilie. De heiligenfeesten in de kalender zijn alle algemeen van aard en bevatten geen aanwijzingen voor een nadere lokalisering. Ook de teksten van de Mariagetijden en de Dodenvigilie volgen het algemene gebruik van Rome. Aanwijzingen over de plaats van ontstaan kunnen derhalve alleen ontleend worden aan de verluchting van het getijdenboek.

De verluchting

Het Trivulzio-getijdenboek is rijk verlucht met 28 bladgrote miniaturen en 16 initialen met een geschilderde voorstelling erin. De miniaturen dienen ertoe de tekst te geleden en het begin van de verschillende onderdelen aan te geven. Een deel van de miniaturen zijn een directe illustratie van de tekst. Zo bevinden zich voor elk van de tekstpassages uit de vier evangeliën een portret van de betreffende evangelist en is een afbeelding van een Bewening geplaatst bij het gebed Mater dolorosa. In andere gevallen is het verband losser. De tekst van de Mariagetijden bestaat uit psalmen en hymnen die maar in geringe mate betrekking hebben op Maria. Ondanks het ontbreken van een verhalende inhoud ontstond de gewoonte om bij het begin van de acht onderdelen een reeks voorstellingen uit het leven van Maria en de eerste gebeurtenissen uit het leven van Christus op te nemen.

De verluchting is uitgevoerd door drie vooraanstaande boekverluchters waarvan er twee in Vlaanderen en één in Noord-Frankrijk werkzaam was. Het grootste deel van de miniaturen is afkomstig van de boekverluchter Lieven van Lathem. Deze werd in 1454 opgenomen in het schildersgilde te Gent. Binnen twee jaar kreeg hij echter een meningsverschil met het bestuur van het gilde over de aflossing van zijn meestersschuld, waarna zijn band met het gilde werd verbroken. Vervolgens werd hij in 1462 lid van het Sint-Lucas-gilde te Antwerpen, hetgeen hij tot zijn dood in 1493 zou blijven.
Lieven van Lathem behoorde tot de aanzienlijkste schilders van zijn tijd. Hij voerde opdrachten uit voor de hertogen Philips de Goede en Karel de Stoute van Bourgondië, voor Anton van Bourgondië en Lodewijk van Gruuthuse. Naast een aantal getijdenboeken voerde hij ook de illustratie uit van grote geschiedwerken en romans, zoals de Chroniques van Froissart en de ridderroman Giles de Trasignies. Zijn werk wordt gekenmerkt door de uitgewerkte, weidse landschappen met een naar lichtblauw verlopende atmosferische einder en door gotische kerkgebouwen, waarvan de architectuur tot in het detail is uitgewerkt. Opvallend is voorts zijn prachtige kleurgebruik, waarvan de heldere kleuren subtiel tegen elkaar zijn afgezet.

Een tweede schilder, Simon Marmion, voerde in het handschrift negen miniaturen uit, acht bij de verschillende onderdelen van de Mariagetijden en één aan het begin van de Boetpsalmen. Simon Marmion was een van de beroemdste Noord-Franse schilders van zijn tijd. Hij werd omstreeks 1425 in Amiens geboren als lid van een familie van kunsthandwerkers. Na een eerste werkperiode in zijn geboortestad vestigde hij zich in 1458 in Valenciennes, waar hij tot zijn dood zou blijven wonen. Hij was niet alleen boekverluchter maar schilderde ook grote panelen, waarvan er een, het Altaar van St. Bertin dat zich tegenwoordig in Berlijn bevindt, bewaard is gebleven.

De derde kunstenaar die een miniatuur aan het getijdenboek bijdroeg is de Meester van Maria van Bourgondië, een anonieme boekverluchter die zijn naam ontleent aan een getijdenboek dat hij voor hertogin Maria uitvoerde. Hij schilderde in het Trivulzio-getijdenboek de miniatuur van de Kruisiging bij de Vrijdagsgetijden van het Heilige Kruis. Dat een getijdenboek ook enkele miniaturen van andere meesters bevatte, was in die tijd niet ongebruikelijk. Waarschijnlijk waren de bestellers van handschriften er bijzonder op bedacht dat in hun getijdenboek ook werk van enkele andere beroemde schilders voorkwam.

De Koninklijke Bibliotheek

De Koninklijke Bibliotheek bezit de grootste collectie verluchte handschriften van Nederland. Van de ongeveer 450 verluchte handschriften bevatten er rond 300 figuurlijke voorstellingen, terwijl de overige handschriften versierd zijn met geschilderde decoratie en/of penwerk. Het totaal aantal voorstellingen bedraagt circa 8000, die de vorm hebben van geschilderde miniaturen, tekeningen, gehistorieerde initialen of margescènes, en die alle mogelijke onderwerpen beslaan. De grootste groep wordt gevormd door de rond 250 getijden- en gebedenboeken, die gewoonlijk geïllustreerd zijn met voorstellingen uit het leven van Maria en Christus. Christelijke thematiek is verder te vinden in verschillende Historiebijbels, waarvan er één in meer dan 500 voorstellingen het gehele Oude en Nieuwe Testament illustreert, en in liturgische handschriften, die bestemd waren voor de eredienst. Onder de overige verluchte handschrifen nemen wereldgeschiedenissen, encyclopedieën en literaire werken een belangrijke plaats in.
De KB heeft de laatste tijd veel aandacht besteed aan het digitaal beschikbaar stellen van dit vaak kwetsbare materiaal. Op de website Middeleeuwse Verluchte Handschriften (www.kb.nl/manuscripts) worden bijna 11.000 unieke afbeeldingen uit 400 middeleeuwse geïllustreerde handschriften uit de Koninklijke Bibliotheek en Museum Meermanno in Den Haag beschreven.
Het nu ontvangen getijdenboek is een buitengewoon waardevolle aanvulling op de collectie Zuid-Nederlandse handschriften van de KB vanwege het bijzondere karakter van het handschrift en vanwege de uitzonderlijk hoge kwaliteit van de afbeeldingen.