Uitgave van het scheepsjournaal van de Gelderland
Op de vraag van de Stichting Viering 400 jaar VOC welke bijdrage de KB zou willen leveren in het kader van de herdenkingsactiviteiten, stelde plaatsvervangend algemeen directeur Els van Eijck van Heslinga vorig jaar voor om Perry Moree een boek te laten schrijven. Moree, controller bij de KB maar ook gepromoveerd maritiem historicus, liep al enige tijd rond met het idee om een zeer belangrijk scheepsjournaal uit het begin van de zeventiende eeuw integraal te publiceren. Het document dat hij op het oog had was het journaal van het schip Gelderland, dat in 1601-1603, rond de oprichting van de VOC, een reis naar Oost-Indië volbracht. Het stuk bevindt zich tegenwoordig in het Algemeen Rijksarchief, maar is daar niet meer voor het publiek in te zien. Het is buitengewoon kostbaar, omdat er maar liefst honderd originele, tijdens de reis gemaakte tekeningen in voorkomen. Tekeningen van havens, kusten, porselein, vissen, schildpadden, een Franse schipbreukeling, maar ook van uitgestorven vogels als de rode ral, de blauwe duif en... de dodo! Het zijn zelfs de enige tekeningen van levende dodo's ter wereld. Moree transcribeerde de moeilijk leesbare tekst, voegde noten toe, zocht er in bibliotheken een aantal oude drukken bij, schreef een uitvoerige inleiding en gaf het boek tenslotte de titel Dodo's en galjoenen. De reis van het schip Gelderland naar Oost-Indië, 1601-1603. Het 350 pagina's tellende boek werd onlangs uitgegeven door de Zutphense uitgeversmaatschappij Walburg Pers, inclusief de honderd tekeningen. Moree: "Ik wilde het boek eigenlijk Walgvogels en galjoenen noemen, omdat dodo's in het begin van de zeventiende eeuw bekend stonden als 'walgvogels' of 'dodaarsen', maar dat ging de uitgever te ver. Niemand weet toch wat een walgvogel is en een dodo kent iedereen, beweerde de Walburg Pers. Achteraf denk ik dat het een juiste keuze is geweest."
Moree werd bijgestaan door KB-ers als Jan Bos (expert oude drukken), Pieter Zuyderduyn (fotografie), Theo Vermeulen (bruikleenregeling met het Rijksarchief) en Teunis van Lopik (tekstadvies). De bekende neerlandica en maritiem auteur Vibeke Roeper en koloniaal archeoloog en Mauritius-kenner Pieter Floore hielden als redacteuren (commissie van toezicht) een oogje in het zeil. Dodo's en galjoenen is het honderste deel in de reeks Werken van de Linschoten-Vereeniging. Deze vereniging, genoemd naar de beroemde Nederlandse reiziger Jan Huygen van Linschoten, publiceert al sinds 1908 reisverhalen van Nederlanders in prachtig vormgegeven boeken, die uiteraard alle in een van de leeszalen van de KB te bewonderen zijn. De Vereeniging publiceerde eerder de oorspronkelijke journalen van de reizen van Willem IJsbrantsz Bontekoe en Abel Tasman, om er maar een paar te noemen. Zie ook de website www.linschoten-vereeniging.nl
Het scheepsjournaal van de Gelderland: een uniek document
Het journaal bevat honderd prachtige en tijdens de reis gemaakte tekeningen van inmiddels uitgestorven vogels (waaronder de dodo), vissen, schildpadden, mensen, kusten, havens en porselein. Er is wat dit betreft geen Nederlands scheeps- of reisjournaal vergelijkbaar met dat van de Gelderland. De zeer professionele kunstenaar was waarschijnlijk de in Enkhuizen geboren Joris Laerle, een tijdens de reis gedegradeerde stuurman. Hij maakte de enige bewaard gebleven tekeningen van levende dodo's. Deze wereldberoemde, in de jaren tachtig van de zeventiende eeuw uitgestorven loopvogel is thans het nationale symbool van het eiland Mauritius. Het is bekend dat de Nederlanders altijd beschuldigd worden van het uitroeien van deze vogelsoort. Zo langzamerhand is wel duidelijk geworden dat deze beschuldiging niet berust op feiten. Het waren eerder de door Europeanen naar Mauritius meegebrachte varkens en ratten die ervoor zorgden dat de natuurlijke leefomgeving van de dodo sterk veranderde: deze geïmporteerde beesten aten de eieren van de dodo-vrouwtjes op (ze legden er slechts één per keer), waarmee uitsterving van deze unieke vogel tenslotte onvermijdelijk werd. In totaal is de dodo zesmaal in het journaal van de Gelderland afgebeeld. Bij een van de tekeningen staat het bijschrift: "Deese vogels vanckt men op het eijlandt Mauritius in grote menichten, want sij en connen niet vliegen ende is goet eeten ende verversing". De dodo was een rechtop lopende vogel, die qua grootte vergelijkbaar was met een zwaan of een kalkoen. Een dodo had zeer kleine vleugels en kon niet vliegen. Wel kon deze vogel hard bijten en snel lopen. Dit was in feite de enige verdediging tegen de menselijke indringers.
In dit journaal is informatie over de eerste bewoner van Mauritius - een tot 1638 onbewoond eiland in de Stille Oceaan - te vinden. Deze François (zoals de Nederlanders hem noemden) was een Fransman en waarschijnlijk de enige overlevende van een tragisch afgelopen Engelse Oost-Indische kaperreis. François staat twee maal in het journaal afgebeeld: een halfnaakte en ongeschoren man, die zich zo'n twintig maanden in leven had gehouden met rauw schildpaddenvlees en vruchten. François werd aan boord van de Gelderland genomen en hij reisde mee tot de Banda Eilanden, waar hij uiteindelijk overleed.
Het journaal beschrijft een door de Nederlanders gewonnen zeeslag tegen een enorme Portugese armada (in december 1601 bij Bantam). De Nederlandse admiraal, Wolfert Harmensz, werd na zijn terugkeer in Nederland in 1603 als een held onthaald. Niet iedereen had echter waardering voor hem. Een lange ruzie tussen de admiraal en de net opgerichte VOC was het gevolg. De admiraal kreeg na jaren procederen wel zijn gelijk, maar is nooit meer in dienst getreden van de Loffelijke Compagnie.
13 maart 2002