Zijn onze boeken nog wel veilig in de Koninklijke Bibliotheek? Deze angstige vraag klinkt door in sommige reacties op het artikel ‘Dit boek moet kapot’ dat op 22 november jl. verscheen op de voorpagina van nrc next , en vervolgens in samenvatting op die van NRC Handelsblad. Het antwoord van de directie van de KB kan heel kort zijn, en luidt ondubbelzinnig: ja, natuurlijk. De KB is en blijft de veiligste plek voor al onze boeken.

Verdeelde reacties

De bezorgdheid is niettemin begrijpelijk. Boeken stuksnijden om de inhoud digitaal ter beschikking te stellen. Dat is een lastige boodschap, zeker voor de KB, de nationale bibliotheek van Nederland, die eerder dit jaar dezelfde voorpagina haalde met de verwerving van een unieke aanwinst, het legendarische middeleeuwse Gruuthuse-handschrift. Door het te behouden voor het Nederlandse taalgebied en (ook digitaal) beschikbaar te stellen voor wetenschappelijk onderzoek oogstte de KB alom waardering.

Dit keer zijn de reacties op het voorpaginanieuws echter sterk verdeeld. Er is bijval voor de innovatieve invalshoek van het massadigitaliseringsvoorstel, er worden rationele tegenargumenten geopperd, er ontstaan natuurlijk de onvermijdelijke misverstanden, maar er zijn ook veel gevoelsmatige reacties die getuigen van oprecht onbegrip en verontwaardiging. Hoe kan een hoeder van het nationale cultuurbezit als de Koninklijke Bibliotheek zich opwerpen als pleitbezorger van het vernietigen van boeken?  

Het is een emotie die iedere rechtgeaarde boekenliefhebber zich levendig kan voorstellen. Boeken zijn veel meer dan alleen functionele informatiedragers. Boeken hebben ook gevoelswaarde, van allerindividueelst tot beschavingshistorisch. In persoonlijke levens zijn ze verbonden met het innigste lief en het schrijnendste leed. Als collectief cultuurgoed vertegenwoordigen ze juist die fundamentele waarden die, vrij naar Lucebert, weerloos zijn.

Bewaren én beschikbaar stellen

Dat besef leeft natuurlijk ook in de Koninklijke Bibliotheek. Sterker nog, het voorstel voor de massadigitalisering van boeken uit de periode 1800-1950 komt voort uit een diep gevoelde verantwoordelijkheid voor alle 4 miljoen boeken in de KB-collectie. Echter, daarbij moet niet worden vergeten dat die verantwoordelijkheid óók geldt voor de informatie die in al die boeken is opgeslagen, en niet alleen voor hun historische, literaire, kunstzinnige, dan wel emotionele waarde als unieke fysieke objecten. 

Het is een gevolg van de wettelijke taakstelling van de Koninklijke Bibliotheek. De KB wordt geacht boeken, tijdschriften, kranten en wat dies meer zij op het terrein van de Nederlandse geschiedenis, cultuur en samenleving in internationale context zo compleet mogelijk te verzamelen, zo zorgvuldig mogelijk te bewaren, én zo volledig mogelijk toegankelijk te maken, eerst en vooral voor wetenschappelijk onderzoek, vervolgens ook voor een breder geïnteresseerd publiek.  

Om aan die drievoudige taakstelling te voldoen beschikt de KB over diverse hulpmiddelen. Het verzamelen wordt sinds 1974 vergemakkelijkt door het Depot van Nederlandse publicaties. Dat houdt in dat uitgevers van alle boeken die zij in Nederland uitbrengen, één exemplaar deponeren bij de KB. Inderdaad, om te worden bewaard voor de eeuwigheid. De depotcollectie van de KB is heilig, er zal nooit één exemplaar uit worden verkocht of weggegooid, laat staan stukgesneden. 

Ter bevordering van het zorgvuldig bewaren van het boekenbezit, in het bijzonder die collectieonderdelen die het meest blootstaan aan verzuring en andere vormen van papierverval (boeken uit de periode 1840-1950), is er sinds 1997 het nationale conserveringprogramma Metamorfoze. Inmiddels zijn al meer dan 50.000 boeken, 250 collecties en archieven, 45 krantentitels en 45 tijdschrifttitels, uit zo’n 70 instellingen, van de ondergang gered. 

Als het gaat om het toegankelijk maken van de collectie, en dat betekent in de 21ste eeuw uiteraard digitaal beschikbaar stellen, is het aanbod de afgelopen jaren flink verruimd. Het nationale digitaliseringprogramma Het Geheugen van Nederland en grote projecten als Staten-Generaal Digitaal en de Databank Digitale Dagbladen tonen aan welke ongekende extra mogelijkheden digitaal doorzoekbaar materiaal biedt aan onderzoekers en andere belangstellenden. 

Discussie over grootschalige digitalisering

Er blijft echter nog heel veel te wensen over en juist dat is de reden dat de KB nadenkt over snellere en goedkopere manieren van grootschalige digitalisering. Het vorige week bekend geworden voorstel om boeken te versnijden is daar een voorbeeld van. Het bevindt zich nog in de discussiefase, dat moge duidelijk zijn, maar de discussie is de moeite van het voeren waard en alle zinnige bijdragen zijn welkom. Om misverstanden te voorkomen, is het wel zaak om volstrekt helder te zijn over de strikte voorwaarden waaraan zo’n plan ook volgens de directie van de KB zou moeten voldoen.  

Om te beginnen zou het nationaal moeten worden aangepakt, wellicht zelfs op Europees niveau. Alleen zo valt zorgvuldig vast stellen of er meerdere exemplaren van een boektitel aanwezig zijn, en kan er, naar analogie van de Metamorfoze methodiek, beredeneerd één exemplaar uit de roulatie worden genomen en gedigitaliseerd. In aanmerking komt uitsluitend industrieel geproduceerd massadrukwerk zonder bijzondere kenmerken als fysiek object. Unica of exemplaren die als uniek kunnen worden bestempeld vanwege hun (kunst)historische waarde, typografie, bijzondere band, herkomst of omdat ze een integraal onderdeel uitmaken van een collectie, blijven uiteraard buiten schot, net zoals de exemplaren waarin aantekeningen staan van beroemde schrijvers als Louis Couperus.

Maar ook als aan deze voorwaarden is voldaan, blijven er nog genoeg discussiepunten over. Beperking van de scankosten is één ding, maar selecteren kost ook geld, net als het toevoegen van beschrijvingen en het garanderen van duurzame opslag. Ook over de meest geschikte scantechnieken zijn de deskundigen nog niet uitgepraat. En zo zitten er nog wel meer aspecten aan die nader dienen te worden onderzocht.  

Een tweede leven

Wat echter overeind blijft is het lokkende perspectief van een tweede (digitale) leven voor honderdduizenden boeken die anders uit het zicht dreigen te verdwijnen en die, als we niets doen, in ieder geval tot stof zullen vergaan. En dat perspectief maakt het de moeite van het onderzoeken waard. Het is in ieder geval beter dan lijdzaam wachten op Godot, pardon, Google.      

Dr. Martin Bossenbroek
Directeur Collecties & Dienstverlening