Zeer waarde vriend...
Vindplaats: HCA 32/277-2
In de tweede helft van de achttiende eeuw is suiker het voornaamste product dat vanaf Sint-Eustatius naar de Republiek wordt verscheept. Van de Midden-Amerikaanse ruwe suiker, afkomstig van de Franse eilanden in de Caraïben, is de 'sucre terre' van de hoogste kwaliteit. Handelshuis De Vijver & Graves verscheept in februari 1781 zeven vaten van deze 'Martinique terré suijker' met het schip de Batavier naar Rotterdam. Afnemer is de Amsterdammer Gedeon Jeremie Boissevain, de derde generatie van een bekend patriciërsgeslacht.
Op dat moment ligt er geen schip op de rede gereed om naar Amsterdam te vertrekken. Wachten is riskant. Inmiddels is wel tot het eiland doorgedrongen dat er in het vaderland onrust is ontstaan over het groeiende Britse ongenoegen over de goede betrekkingen die de Republiek onderhoudt met de opstandige Noord-Amerikaanse koloniën. Op 1 februari zal een konvooi van 24 handelsschepen van Sint-Eustatius vertrekken naar de Republiek, begeleid door het linieschip Mars. Vanwege deze bescherming besluit Jan Boonen de lading suiker koste wat kost met dit konvooi mee te sturen. Hij treedt in onderhandeling met Siefke Siefkes de Graaff, die in het konvooi met zijn schip de Batavier naar Rotterdam koerst.
In de brief dankt hij Boissevain voor het medeleven in het verlies van zijn moeder. Jan Boonen mist zijn moeder zeer. Bij zijn vertrek naar Sint-Eustatius 'beval deese braave vrouw mij met tranen in d'oogen: 'Mijn zoon houdt God voor de oogen, onderhoudt Zijnen geboden, en vliedt 't kwaade'. De heerlijkste lessen ontfing ik van haar, maar nu ben ik daar van ontstoken.' Dan volgen wat zakelijke mededelingen. Jan meldt dat de spijkers, de sloten en de waskaarsen goed verkopen, het linnen en de batisten daarentegen niet vanwege de 'buijtengewoone ellemaat'. De rokkestreep ligt ook nog onverkocht in het pakhuis, 'dog metertijd zal dit nog wel afgaan', hoopt hij. Servetten raakt hij aan de straatstenen niet kwijt, 'alsoo men hier geen servetten gebruijkt'. Jan Boonen slaat dan aan het roddelen en laat weten wie er zoal de laatste tijd op het eiland is gearriveerd. Hij vraagt Boissevain of hij iemand herkent: koopman Vos, de 'jonge springer' Zwarthoff, de bediende Hulk, of Cruwel 'die 't in Amsterdam zeer slegt aangelegt heeft, zwendelde, en maar 1% betaalde'?
De brieven zullen de Republiek niet bereiken. Op 4 februari kapen de Engelsen de Batavier en verdwijnt de post in de archieven van de Engelse admiraliteit.
Toelichting en transcriptie: Peter de Bode
Bron (voor complete toelichting): Sailing Letters Journaal 2