Inleiding van t'Gvlde iaer 1650 in de Short-Title Catalogue, Netherlands (Den Haag, 1995, niet meer verkrijgbaar)

Door J.A. Gruys en Jan Bos

t'Gvlde iaer 1650 biedt alle boeken uit dit jaar die in de STCN zijn te vinden. De Short-Title Catalogue, Netherlands bevat thans alle Nederlandse boeken tot 1700 voorzover aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag en de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam en ongeveer de helft van wat de Leidse Universiteitsbibliotheek bezit. Ten behoeve van de onderhavige catalogus zijn bovendien alle in Leiden aanwezige Nederlandse boeken uit 1650 die konden worden opgespoord met voorrang beschreven, zodat de STCN daarvoor nog wel niet volledig is, maar aanzienlijk meer dan de helft biedt. Dit alles geeft een totaal van 697 edities uit 1650. Hoewel dit nog lang niet alles is wat er bewaard is gebleven, laat staan alles wat er is geweest, is dit de eerste keer dat een zo uitvoerig overzicht kan worden geboden over de Nederlandse boekproduktie van één jaar van de zeventiende eeuw. Daarom zal in wat volgt aan het materiaal een groot aantal statistische gegevens worden ontleend. Die zijn op zichzelf van aanzienlijk boekhistorisch belang, en kunnen bovendien worden vergeleken met een contemporain overzicht van althans een deel van de Nederlandse boekproduktie van dat jaar: de Catalogus universalis (verder: CU) van Broer Jansz.

Allereerst in het kort de relevante feiten over de CU. In 1639 vatte de Amsterdamse boekverkoper Broer Jansz het idee op om ieder half jaar een `Catalogvs Vniversalis' uit te brengen, `Dat is: Een Vertoogh van de meeste Boecken' die in de voorafgaande periode `in dese Vereenighde Nederlanden, ofte gantsch nieuw, ofte verbetert ende vermeerdert, ghedruckt ende uytgegeven zijn'. De eerste aflevering verscheen begin 1640. Vanaf no 10 (1646) veranderde de formulering in `ofte gantsch nieuw, ofte verbetert, ofte weder herdruckt uytghegeven zijn', wat opname van ongewijzigde herdrukken schijnt te impliceren; de praktijk veranderde echter niet, evenmin als de Latijnse paralleltitel `vel novi vel emendatiores & auctiores in lucem prodierunt'. Nummer 10 is ook het deel van waaraf de publikatie definitief overschakelde op eens per jaar. Het laatst bewaarde deel is no 16 uit 1652, dat de publikaties van 1651 geeft. Het geheel is in 1986 herdrukt in de reeks Catalogi redivivi, met een inleiding en registers van H.W. de Kooker.

Wie wat in de CU bladert, merkt al gauw dat de mededeling dat elk deel de `meeste boeken' zou bevatten die in de betrokken periode zijn verschenen, niet klopt. De beperking (in de eerdere delen) tot `of nieuw, of verbeterd en vermeerderd uitgegeven boeken' maakt de CU allereerst tot een signaleringslijst van nieuwe titels. Ongewijzigde herdrukken staan er niet (of althans niet veel) in. Ten tweede, Broer Jansz ging niet zelf op onderzoek uit: de CU berust op hem door collegaboekverkopers toegezonden titels. In zijn inleiding op de reprint citeert De Kooker een aantal courantenadvertenties van de volgende formulering: `Broer Jansz [...] versoeckt [...] aen alle Boeckverkoopers en Boeckdruckers, hunne Tijtels van Boecken, by haer gedruckt of doen drucken in dit Jaer, my op hare kosten te willen overseynden, sal alles op haer naem stellen laten, ende by elcke faculteyt en sprake, tot gherief van de Boeckhandelaers ende alle Liefhebbers.' De uitgever die niet op deze oproep reageerde, vond zijn boeken niet in de CU. Dus: het soort boeken dat Broer Jansz in principe wel opnam, staat er in de praktijk toch lang niet helemaal in. En dan waren er nog hele categorieën die er bij voorbaat niet inkwamen. Dit betreft overheidspublikaties als plakkaten, ordonnanties en andere gepubliceerde staatsstukken; tijdsgeschriften en verdere ephemera als gelegenheidsgedichten, almanakken, couranten en nieuwsbrieven; veilingcatalogi; verder academische disputaties, dissertaties en oraties; en lagere-school-boeken (wèl woordenboeken, grammatica's en tekstuitgaven ten behoeve van de Latijnse school en de academische propaedeuse). Vanuit het oogpunt van de toenmalige koper zouden ze kunnen worden gekarakteriseerd als `wegwerp-boeken'. Wat overbleef valt te omschrijven als boeken bestemd voor de serieuze lezer, bedoeld om in de boekenkast te worden gezet en bewaard, dus meestal godsdienstige of geleerde boeken, maar ook wel letterkundige en verstrooiende. Van de opgenomen 2400 titels is 48% in het Nederlands en 44% in het Latijn; de resterende 8% is voor de helft in het Frans, en verder in het Duits, Italiaans en Spaans.

De titels zijn in de CU nimmer voorzien van jaartallen. Een complicatie bij het gebruik is dat er incidenteel oudere boeken zijn opgenomen, en wel als fondsartikelen van eigenaar wisselden. Natuurlijk zal er ook wel eens een te vroeg aangekondigd boek niet, of pas veel later, zijn verschenen. Ondanks deze praktische problemen blijft de CU in hoofdzaak een voortreffelijk bruikbare -- want absoluut onafhankelijke en objectieve -- lijst van titels die in het jaar in kwestie nieuw op de markt waren. En zo hebben we hem gebruikt voor een tweeledig onderzoek: vanuit CU naar STCN, en vanuit STCN naar CU. Het eerste onderzoek ging uit van uitgaven uit 1650 voorkomend in de CU. Daartoe onderzochten we de afleveringen over de jaren 1649, 1650 en 1651 (gepubliceerd 1650/1651/1652). In eerdere afleveringen waren geen uitgaven uit 1650 te verwachten, en latere afleveringen dan 1651 zijn er niet. Het onderzoek verliep in enige stappen, die hier kort worden beschreven, ten einde duidelijk te maken waarop de uiteindelijk resulterende cijfers berusten.

De afleveringen tellen in de nummering van De Kooker respectievelijk 235, 189 en 183 titels: samen 607. Een aantal titels hielden we buiten onze berekening: meerdere vermeldingen van hetzelfde boek telden we maar één maal, evenals het driedelige liedboekje De distelvinck, dat een keer als geheel voorkomt en een keer met de delen apart vermeld. Ook een lijst door Niellius en De Wees overgenomen fondsartikelen werd verwaarloosd. Zo bleven er 554 titels over. Deze probeerden we te identificeren om vast te stellen hoeveel daarvan waren uitgegeven in 1650. Alle titels werden opgezocht in de STCN, wat overbleef probeerden we met andere middelen te vinden. Op deze wijze konden er van de 554 titels 468 met enig gemak worden geïdentificeerd (dat is 84%). Hiervan bleken er 149 uit 1650 te dateren (32% van de geïdentificeerde titels). We veronderstelden dat van de 87 niet geïdentificeerde titels eveneens 32% uit 1650 zou zijn: 28 titels. Totaal uit 1650, al dan niet geïdentificeerd, dus 177. Van deze 177 konden er 97 met zekerheid in de STCN worden geïdentificeerd (55%), terwijl dit bij nog eens zestien titels (9%) mogelijk maar niet zeker was: samen 113 titels (64%). Hetzelfde hebben we gedaan na de titels per taal te hebben uitgesplitst; zie hiervoor Tabel 1.

Het tweede onderzoek ging uit van titels uit 1650 voorkomend in de STCN. Die bij elkaar te zoeken was wat eenvoudiger: dat duurde 7 seconden. Het zijn er 697. De STCN en de CU hebben er 113 gemeenschappelijk: 16%. De STCN heeft dus 584 uitgaven uit 1650 méér dan de CU. Die titels hebben we vervolgens eens nader bekeken, allereerst om vast te stellen hoeveel boeken daarbij waren uit de categorieën die men niet in de CU hoeft te verwachten, en vervolgens om datgene wat dan over zou blijven aan een nader onderzoek te onderwerpen. Zie voor de resultaten Tabel 2.

Van de 697 STCN-beschrijvingen blijven er na aftrek van deelbeschrijvingen 677 over als getal om vanuit te gaan. Die kunnen op de bovengenoemde manier worden verdeeld in `wegwerpboeken' en `bewaarboeken', of `boeken buiten het Nederlandse en internationale uitgeverscircuit respectievelijk daarbinnen vallend'. De wegwerpboeken zijn samen goed voor 349 van de 677 titels (ruim de helft). De bewaarboeken c.q. officiële fondsartikelen (in de Tabel `boeken' genoemd) zijn er 328. Dit is de enige categorie waarbij vergelijking met CU mogelijk is, en die vergelijking hebben we dan ook gemaakt, na eerst de boeken op onderwerp te hebben ingedeeld.

In het oog springt allereerst dat de godsdienst ongeveer één derde uitmaakt, geschiedenis en taal- en letterkunde eveneens een derde, en de hele rest bij elkaar opgeteld dus ook een derde. Het tweede dat opvalt is dat de verhouding tussen wel en niet in de CU bij de verschillende onderwerpen nogal uiteenloopt. Van de godsdienstige boeken uit 1650 in de STCN staat ruim een derde in de CU, van de geschiedkundige ruim de helft, maar van de literaire slechts een vijfde. Dit laatste komt door de rubriek Nederlandse letterkunde. Of die er absoluut gesproken in de CU zo slecht afkomt kan nog niet worden beoordeeld, maar het is als men de afzonderlijke titels bekijkt, wel duidelijk dat op zijn minst een belangrijk deel van de verklaring is gelegen in herdrukken van Nederlands toneel: niet in de CU, wel in de STCN, van de Klucht van Robbert Leverworst van Isaac Vos tot drie drukken van Vondels Gysbreght en vier van zijn Gebroeders ? als die echt allemaal uit 1650 stammen ...

Tabel 2 vermeldt 138 overheidspublikaties. Dat het er zovéél zijn komt door de gebeurtenissen van 1650: talrijke orders en tegenorders van de Prins, van Amsterdam, van de Staten van Holland en van de Staten Generaal beleefden talrijke herdrukken -- die herdrukken, gemaakt wegens de nieuwswaarde, zouden dus ook als pamfletten kunnen worden beschouwd. Dat het aantal echte overheidspublikaties niet véél en véél groter is, ligt aan het feit dat de STCN nog geen archieven heeft bezocht -- al na een paar zou het aantal overheidspublikaties een veelvoud worden van het huidige.

In Tabel 2 zijn vier academische geschriften te vinden, van drie universiteiten en één `illustere school' (nos 71, 142, 237, 655). Was niet 1650 maar 1655 gekozen voor deze catalogus, dan waren het er alleen al voor Leiden zestig meer geweest. Waarom? In 1650 was Daniel Heinsius aldaar secretaris van Academische Senaat. Anders dan zijn voorganger Vulcanius, deponeerde Heinsius de dissertaties die hem ambtshalve werden toegezonden, nooit in het senaatsarchief. Dit duurde van 1610 tot zijn aftreden in 1653. Zijn opvolger bewaarde ze weer wel. Van de universiteiten van Utrecht, Harderwijk, Franeker en Groningen telt de STCN of geen of één publikatie uit 1650. En dat moeten er bij elkaar toch ook wel een paar honderd zijn geweest.

Tabel 2 geeft drie veilingcatalogi van boeken. Over de hele wereld zijn er uit 1650 veertien bekend, en er zijn goede redenen om aan te nemen dat er in die tijd zeker tien keer zoveel boekenveilingen per jaar zijn gehouden, allemaal met behulp van een gedrukte catalogus ... Zo bepaalt het toeval wat er bewaard is gebleven, en moeten wij oppassen dat wat er bewaard is gebleven, niet al te zeer ons beeld bepaalt van wat er is geweest.

Toch loont het de moeite om nog eens apart te kijken naar wat er uit 1650 wèl bewaard is gebleven. Zie Tabel 3. Overigens moet er bij de getallen van deze tabel op worden gewezen dat de totalen niet altijd op 677 resp. 328 uitkomen: niet alle opsommingen zijn uitputtend, en sommige boeken tellen dubbel (meerdere talen, meerdere plaatsen van druk of uitgave).

Over deze tabel nog wat verdere bijzonderheden. Het grote aantal ephemera maakt bepaalde cijfers misleidend: ze zijn bijvoorbeeld bijna allemaal in quartoformaat en in het Nederlands, maar hoewel ze in edities gerekend ruim de helft van de thans geregistreerde Nederlandse boekproduktie uit 1650 uitmaken, wegen deze 348 boekjes, die slechts zelden meer dan een of twee katernen tellen, in hoeveelheid bedrukte vellen nauwelijks op tegen drie of vier stevige folianten. Daarom is in Tabel 3 naast de statistiek over het geheel ook steeds die over de categorie `boeken' gegeven. Pas zo blijkt dat voor het serieuze boek het Latijn in 1650 nog een geduchte concurrent vormde voor het Nederlands, en dat het Frans nog nauwelijks meetelde. De Nederlandse massaproduktie van Franse boeken voor de export zou pas later beginnen. En pas zo blijkt ook hoezeer in Leiden het Latijnse boek het Nederlandstalige nog in de schaduw stelde, anders dan in Amsterdam, hoewel daar in absolute cijfers de Latijnstalige boekproduktie hoger was dan in Leiden. Boeken in het Hebreeuws, Grieks, Spaans, Duits en Engels ontbreken niet, en men kan zelfs enige meer onverwachte talen aantreffen: een catechismus in het Hongaars (no 274), een politiek tractaat in het Portugees (no 405), een Jiddisch gebedenboek (no 552) en een Maleis woordenboek (no 687).

t'Gvlde iaer 1650 telt in totaal 697 beschrijvingen. Achterin het boek vindt men een register op overheidspublikaties en een register op drukkers en uitgevers, gevolgd door een lijst van deze drukkers en uitgevers per stad. Een gedrukte catalogus kan niet veel meer doen dan dat. Voor de hele STCN, die momenteel meer dan 50.000 beschrijvingen telt, zouden meer dan zeventig delen van dezelfde omvang als t'Gvlde iaer 1650 nodig zijn. Dat werkt niet echt efficiënt, zelfs als een economischer opzet de omvang zou reduceren tot zo'n tien delen A4-formaat van 500 pagina's ieder. En de zoekmogelijkheden zouden beperkt blijven tot de publikaties van een auteur, van een overheid of van een boekdrukker/uitgever. Maar de potentiële gebruiker hoeft niet op de publikatie van deze tien delen te wachten, en genoegen te nemen met de beperkte mogelijkheden die deze zouden bieden. Het is al sedert geruime tijd mogelijk de STCN-database rechtstreeks te raadplegen via het Pica Online Retrieval System (ORS). En daarin is alles mogelijk.

Het moge vreemd lijken om in een keurig uitgegeven catalogus reclame te maken voor de elektronische concurrentie, toch is het boek dat de lezer thans in de hand heeft, niet om zichzelfs wille gepubliceerd, maar juist om nadrukkelijk de aandacht te vestigen op de STCN-database. Zonder elektronische zoek- en selectiemogelijkheden hadden we de 697 boeken uit 1650 niet bij elkaar kunnen krijgen, en waren we niet in staat geweest om bovenstaande statistische gegevens te leveren over talen, plaatsen, formaten, genres en onderwerpen. De ORS-gebruiker kan natuurlijk zoeken op auteurs, woorden uit de titel en drukkers of uitgevers, maar ook op verdere bibliografische gegevens als het voorkomen van verschillende lettertypen en van illustraties of muziek. Alle vragen kunnen met elkaar worden gecombineerd, en een zo ontstane set (bijvoorbeeld alle STCN-beschrijvingen van boeken uit de periode 1621-1648 gedrukt in Amsterdam, in quartoformaat, in gotisch lettertype, met illustraties, in het Nederlands, maar dan met uitzondering van het fonds van de drukker Broer Jansz) kan op het beeldscherm worden bekeken, op papier worden afgedrukt, of worden weggeschreven naar een bestand dat vervolgens weer verder kan worden bewerkt.

De STCN wordt gemaakt voor onderzoekers die om zo'n instrument vroegen. Maar inmiddels worden de vragen die deze onderzoekers stellen, meer en meer meebepaald door de vroeger ongehoorde mogelijkheden die thans door de STCN worden geboden.

Tabel 1: 1650 in de Catalogus universalis 14-16 (1649-1651)

  Alles Nederlands Latijn Frans & Duits
Nominaal totaal 607 270 294 31
Werkelijk totaal 554 250 274 30
Geïdentificeerd 468 195 247 26
Niet geïdentificeerd 87 55 28 4
Hiervan uit 1650 149 66 76 7
  +149/468x87=28 +66/195x55=19 +76/247x28=9 +7/26x4=1
  177 85 85 8
Hiervan in STCN zeker 97 = 54,8 % 44 = 51,8 % 50 = 58,8 % 3 = 37,5 %
mogelijk 16 = 9,0% 10 = 11,8 % 6 = 7,1 %  
totaal 113 = 63,8% 54 = 63,6 % 56 = 65,9 %  

Tabel 2: 1650 in de STCN

Nominaal totaal 697
Werkelijk totaal 677

Categorieën

`Boeken' 328
Pamfletten 197
Overheidspublikaties 138
Gelegenheidsgeschriften 5
Academische geschriften 4
Overige ephemera 5

Onderverdeling van de categorie `boeken'

Onderwerpen totaal in CU niet CU
Godsdienst 115 40 75
Geschiedenis 32 18 14
Taal- en letterkunde 84 16 68
Nederlands 41 4 37
Latijn 23 9 14
overig 19 3 17
Algemeen 11 5 6
Filosofie 13 7 6
Natuurkunde, astronomie/-logie 5 3 2
Geneeskunde, biologie 16 7 9
Geografie 21 6 15
Recht 10 7 3
Staatkunde 14 1 13
Varia 7 3 4
Totaal 328 113 215

Onderverdeling van de categorie `pamfletten'

Nederland 162
Frankrijk 21
Groot Brittannië 10
Overige landen 4
Totaal 197

Tabel 3: 1650 in de STCN (verdere bijzonderheden)

(NB: In de volgende tabellen staat het linker getal voor alle titels, het rechter voor de `boeken')

Indeling naar taal

Nederlands 482 180
Latijn 133 122
Frans 48 9
Spaans 7 7
Grieks 2 2
Hebreeuws 6 6
Duits 3 3
Engels 2 2
Hongaars 1 1
Jiddisch 1 1
Maleis 1 1
Portugees 1 1

Verdeling van de Nederlandse vertalingen naar oorspronkelijke taal

Latijn 22 21
Frans 17 11
Engels 10 3
Duits 6 5
Italiaans 4 4
Spaans 4 4
Totaal 64 49

Verdeling over de belangrijkste plaatsen van uitgave

Amsterdam 209 166
Rotterdam 20 10
Leiden 64 49
Utrecht 33 23
Den Haag 69 12
Overige 107 65

Verdeling over de belangrijkste lettertypen

romein 402 216
cursief 16 15
gotisch 281 106
bevat muziek 11 11

Verdeling van de talen over de belangrijkste plaatsten van uitgave

  Amsterdam Rotterdam Leiden Utrecht Den Haag
Nederlands 128 87 16 9 25 13 25 17 37 5
Latijn 65 63 2 2 33 31 8 6 6 5
Frans 2 1 3 0 5 4     26 1
Overige 16 16     1 1     1 1

Verdeling over de formaten

  Nederlands Latijn Frans
Plano     1 1    
Folio 11 10 4 4    
Quarto 358 59 28 18 39 0
Octavo 66 64 26 25 3 3
Duodecimo 39 39 54 54 6 6
Kleiner 9 9 20 20