Heidelbergse catechismus in het Singalees, 1761
Marianne Roobol
at heeft de Heidelbergse Catechismus met zoetgeurend kaneel van doen? Vanwaar het mysterieuze lettertype voor een geschrift dat in onze dagen bij velen eerder naar burgerlijkheid dan naar exotisch avontuur riekt?
Het VOC-stempel op het Singalese titelblad van deze uitgave biedt de sleutel tot een verklaring waarbij winstbejag en bekeringsijver hand in hand gaan.
Colombo, de hoofdplaats van het kaneeleiland Ceylon (het huidige Sri Lanka), huisvestte vanaf 1736 een drukkerij van de Verenigde Oostindische Compagnie. De gouverneur van het eiland, Gustaaf Willem Baron van Imhoff, had het VOC-bestuur hiertoe verzocht opdat de predikanten van de lokale gereformeerde kerk konden beschikken over drukwerk in de inheemse talen, het Singalees en Tamil.
Met dit gegeven ligt het voor de hand te veronderstellen dat de predikanten hun missiewerk richtten op de oorspronkelijke bevolking van Ceylon die zowel de islam als het boeddhisme aanhing. De geschiedenis schetst een minder romantisch beeld, helaas.
Pas in 1658 was het kaneelmonopolie op Ceylon van Portugese in Nederlandse handen overgegaan. Dit monopolie stelde de Nederlandse kooplieden in staat kaneel van de fijnste kwaliteit in reusachtige hoeveelheden naar het vaderland te verschepen. De torenhoge winsten uit deze handel waren echter gebaseerd op een precaire machtspositie op het eiland. De VOC liet inheemse bestuursstructuren intact onder het motto dat de handel alleen in tijden van vrede kon floreren. Inheemse talen en godsdiensten dienden voorts te worden gerespecteerd. Het kaneel uit de binnenlanden werd niet bevochten, maar 'contractueel' bedongen; het VOC-personeel vestigde zich daartoe uitsluitend in forten langs de kuststrook.
Vanzelfsprekend waren er kapers op de kust. Voortdurend moest de VOC haar belangen op Ceylon verdedigen tegen illegale handelaren. Onder andere Portugese avonturiers probeerden het monopolie van de Nederlanders te omzeilen; de inheemse groep van rooms-katholieke bekeerlingen op het eiland kon gemakkelijk als vijfde colonne worden beschouwd. Deze Ceylonezen waren door Portugese missionarissen gekerstend en werden door VOC-ambtenaren met groot wantrouwen tegemoet getreden. Zouden zij in het geheim werken aan de versterking van de Portugese handelsbelangen op het eiland?
De achterdocht van de gouverneur ter plaatse (zonder twijfel gedeeld door het hoofd van het kaneelschillersdepartement te Colombo) vond gehoor bij de predikanten van de lokale gereformeerde VOC-gemeente. Het Portugese bekeringssucces moet hun een doorn in het oog zijn geweest. In de strijd om het geloof én het kaneel introduceerde de VOC de boekdrukkunst op Ceylon, vele jaren voordat deze zich over India zou verspreiden. Het heeft verreweg het meest bevreemdende drukwerk opgeleverd binnen de STCN. Naast de Catechismus vinden we gebedenboeken, bijbelboeken en theologische traktaten in hetzelfde zwierige schrift. Traditionele beschrijvingstechnieken schoten her en der helaas tekort: het wachten is op de eerste STCN-beschrijver die het vroegmoderne Singalees en Tamil machtig is...
|