Auteur

Jan Schenkman (1806-1863) was een Amsterdamse onderwijzer die veel publiceerde over allerhande onderwerpen. Het 'straatrumoer' had daarbij zijn voorkeur: de kermis, het circus en figuren als Jan Klaassen, Arlequin en Pierrot kwamen in zijn prentenboeken tot leven. Zo danken we de manier waarop in Nederland Sinterklaas wordt gevierd aan Jan Schenkman. De tekst van het lied Zie, ginds komt de stoomboot uit Spanje weêr aan! is sinds de publicatie in zijn boek Sint Nicolaas en zijn knecht (1850) in het nationale geheugen opgenomen en leeft voort in talloze herdrukken, waarvan de laatste verscheen in 1989.

Prenten

De boerderij bevat acht prenten met onder elke prent 24 regels in dichtvorm. Achtereenvolgens worden afgebeeld:

  1. De zaaijer,
  2. Op stal,
  3. Het melken,
  4. Het karnen,
  5. Het kaasmaken,
  6. De maaijer,
  7. De winter,
  8. De veemarkt.

De platen geven de handelingen duidelijk weer en in de tekst worden ze hier en daar nog toegelicht.

Tekenaar

De ontwerptekeningen zijn van A.B.H. Braakensiek (1841-1884) en de litho's daarvan zijn gemaakt (of gedrukt) door diens vader A. Braakensiek (1811-1883). De Braakensiekjes vormden een kunstzinnige familie, want een andere zoon, Johan Coenraad Braakensiek (1858-1940) is de tekenaar van onder andere de alom bekende Dik Trom.

Gedichten

De verzen zijn volgens de tekst op het voorplat 'gedeeltelijk van J. Schenkman'. Wie ze bewerkt of aangevuld heeft is onbekend. De allereerste regels moeten de negentiende eeuwse lezer bekend in de oren hebben geklonken:

Hoe genoeglijk is het leven,
dat de landman blij geniet


Hoogstwaarschijnlijk is dit een toespeling op het gedicht van Hubert Corneliszoon Poot dat in 1720 onder de titel Akker-leven verscheen:

Hoe genoeglyk rolt het leven
Des gerusten Lantmans heen'.


Schenkman & Co. hebben - net als Poot - niet gestreefd naar een realistisch beeld van het boerenleven. Integendeel, De Boerderij is een loflied vol superlatieven op de boerenstand, op de natuur en op de produkten van Nederlandse bodem. Er is sprake van 'lagchend groen, 't zoetst geluk, de lieve lente, frisch gebladert, gejuich der vogelkoren, het blijde morgenuur,' en dan zijn we pas in regel 12. Het gaat zo door met 'de schitterende zon, het reinst genoegen, 't bloeijende gezin, teedre min', er is geen houden aan.
Het vee wordt geroemd, op de boerenstand wordt een loflied aangeheven en de waren worden aangeprezen:

Moog men onze kaas steeds prijzen,
Zij haar lof in elken Mond
Dat men steeds op haar moog' wijzen
Als de bloem van Neêrlands grond.


In een tussenzin wordt meegedeeld dat al dit moois niet alleen te danken is aan werkzaamheid en vlijt; daarvoor is ook de 'zegen van den Hoogen' nodig.
De auteur, Schenkman, wordt door P.J. Buijnsters en L. Buijnsters-Smets in Lust en Leering omschreven als 'een extraverte goedgeluimde man (…) met een natuurlijk talent om met humorvolle rijmen anderen, en vooral kinderen, in een vrolijke stemming te brengen'. Het omslag van De Boerderij vermeldt: met verzen gedeeltelijk van J. Schenkman. Het is moeilijk voorstelbaar dat hij veel heeft bijgedragen aan deze tekst, temeer omdat de humor die we uit zijn werk kennen hier niet te vinden is. Zou de naam Schenkman er bij zijn gehaald vanwege diens verkoopsuccessen?

Uitgever

Hendrik Vleck was als uitgever slechts kort werkzaam, van 1861 tot 1865, in Amsterdam. Hij publiceerde bijvoorbeeld Dieren en planten, en andere verhalen in een bewerking van J.J.A. Goeverneur, Meisjes spelen en Zonderlinge lotgevallen en reisavonturen van den trouwen hond Fidel.

Publiek

De boerderij is een tijdsdocument waarmee men vaderlandsliefde als een belangrijke deugd wilde overdragen. Het boerenleven werd als ideaal voorgesteld en Nederlandse waar als de beste. Die waarden werden verpakt in aantrekkelijke handgekleurde prentenboeken in twee uitvoeringen: een met en een zonder beweegbare onderdelen.
Het boek geeft ook een beeld van de boekproductie in die tijd. Men kan zien dat er kleine verschillen zijn in de wijze waarop lithografen een ontwerptekening overbrachten op de steen, en dat de kleuren handmatig werden opgebracht.
In enkele particuliere collecties zijn exemplaren van dit beweegbare boek aanwezig, maar de meeste daarvan bevatten slechts zes van de acht prenten. De recente aanwinst van de KB is niet alleen compleet met acht prenten, maar bovendien in zeer goede staat.
Tenslotte, wie waren de beoogde lezers? Het boek zal niet goedkoop zijn geweest, zeker de beweegbare editie niet. De uitgever had vast de leden van de burgerij op het oog, die daarmee op veilige afstand het boerenbedrijf konden gadeslaan.

Moraal

Een moraal mocht natuurlijk niet ontbreken:
Zoo vliet kalm des landmans leven
Lieflijk en in vrede voort;
Want slechts door het ijdel streven,
Wordt des menschen heil verstoord.

Literatuur

  • P.J. Buijnsters en L. Buijnsters-Smets: Lust en leering: geschiedenis van het Nederlandse kinderboek in de negentiende eeuw. Zwolle:Waanders, 2001. [Hierin hoofdstuk 15: Jan Schenkman: vermaak zonder nut, p. 260-277].
  • Frits Booy: Jan Schenkman, in: Lexicon van de jeugdliteratuur. Groningen: Wolters-Noordhoff, 1982-.... (Losbladige uitgave; bijdrage over Schenkman uit 2001).
  • Frits Booy: 'Aaa kijk dat kreeg ik van Papa : over de prentenboeken van Jan Schenkman', in: Boekenpost, 8 (2000) 46, p. 4-7; 50, p. 4-7.