Iedereen weet dat met de woorden ‘gouden eeuw’ een bloeiperiode wordt aangeduid, een periode van welvaart en rijkdom, van overvloed en macht. Voor Nederland was de gouden eeuw de tijd dat het een hoofdrol speelde op het wereldtoneel van handel en politiek. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden heeft zich tussen 1550 en 1700 kunnen ontwikkelen tot een Grote Mogendheid. Dankzij de bloeiende handel in graan uit het Oostzeegebied en de instroom van goedopgeleide immigranten uit de door Spanje bezette gebieden, konden de gewesten Holland en Zeeland tot grote bloei komen. Deze bloei manifesteerde zich ook de in de cultuur. Steden werden uitgelegd, nieuwe openbare gebouwen verrezen, schilders werden rijk, dichters beroemd en geleerden befaamd. De boekhandel en uitgeverij maakten een periode door die later bekend werd als “Het Hollandse wonder”. In de Republiek werden meer boeken gedrukt dan in de rest van Europa.
Het fenomeen “Gouden Eeuw” sprak en spreekt nog steeds tot de verbeelding. Buitenlandse geleerden schreven boeken over de Republiek. Jonathan Israel, The Dutch Republic. Its Rise, Greatness and Fall 1477-1806 uit 1985 is onbetwist een standaardwerk geworden. Simon Schama, The embarrassment of riches: an interpretation of Dutch culture in the Golden Age uit 1987 werd een bestseller. Nederlandse historici lieten en laten zich ook niet onbetuigd. Johan Huizinga, Nederland’s beschaving in de zeventiende eeuw: een schets uit 1941 wordt nog steeds herdrukt. Dat geldt zelfs voor Busken Huets Het land van Rembrandt : studiën over Noordnederlantsche beschaving in de zeventiende eeuw uit 1882. Moderne overzichtswerken zijn Maarten Prak, Gouden Eeuw. Het raadsel van de republiek uit 2002 en René van Stipriaan, Het volle leven. Nederlandse literatuur en cultuur ten tijde van de Republiek (circa 1550-1800) uit hetzelfde jaar. A.Th van Deursen publiceerde in 2004 De last van veel geluk: de geschiedenis van Nederland, 1555-1702. Kan men in de titel van dit laatste werk een echo vermoeden van Schama’s The embarassment of riches, de inhoud lijkt er een regelrecht antwoord op. Waar Schama van buiten af naar het kleine landje bij de zee kijkt, geeft Van Deursen een puntig geformuleerd beeld van binnen uit. Gebeurtenissen uit deze glorietijd hebben zich in het collectieve geheugen een plaats verworven, vaak, zoals bij Jan Blokker en zonen ( Het vooroudergevoel, 2005), via de schoolplaten van Isings. De reeks Verloren verleden van uitgeverij Verloren geeft achtergronden bij onder andere: de Overwintering op Nova Zembla, de Zilvervloot, Oldenbarnevelt en het Rampjaar 1672.
De gedrukte en geschreven bronnen over Nederlands gouden eeuw worden uiteraard zorgvuldig bewaard in de vaderlandse archieven, bibliotheken en musea. Meer en meer werken deze instellingen samen om dit waardevolle culturele erfgoed ook te presenteren in tentoonstellingen, door publicaties en via de elektronische weg. Een voorbeeld is DAG, Digitale Atlas Geschiedenis, een samenwerkingsverband van KB en Rijksmuseum waardoor een selectie van prenten en pamfletten opzoekbaar en zelfs doorbladerbaar is geworden. Maar er zijn meer initiatieven op dit terrein. Kijk maar eens op de websites van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis , het Amsterdams Centrum voor de Studie van de Gouden Eeuw of de pagina ‘gouden eeuw’ van startkabel.nl. De ‘gouden eeuw’ leeft.