In het uitgeversvak zien we overal concentratie toenemen, maar wat het kunstboek betreft blijft in Nederland alles min of meer bij het oude. Kenmerkend is de aanwezigheid van een enkele vrij grote uitgeverij die boeken op het hele terrein van de kunstgeschiedenis publiceert en nog een aantal kleinere, gespecialiseerde uitgevers.
Naast de gespecialiseerde uitgeverijen zijn er een paar grote uitgeverijen die binnen hun ruime algemene fonds ook kunstboeken hebben. Uitgeverij Toth in Bussum, De Walburg Pers in Zutphen en SUN (sinds 2002 geïntegreerd in Uitgeverij Boom) in Amsterdam zijn daar goede voorbeelden van. Al deze uitgeverijen zorgen voor een degelijke en stabiele boekproductie in ons land. De totale productie aan kunstboeken is voor zo’n klein land als Nederland, en voor zo’n klein taalgebied, redelijk groot, verrassend gevarieerd en kwalitatief hoogstaand te noemen.
Door de vercommercialisering en popularisering van de kunst neemt de productie van het kunstboek internationaal al jarenlang toe, en je hoeft maar bij de Slegte binnen te lopen om te zien dat er op dit gebied veel overproductie is. Boeken worden zelfs speciaal voor de ramsj gemaakt (door Taschen Verlag en Rebo Publishers bijvoorbeeld) en die vormen voor de serieuze Nederlandse uitgever van kunstboeken een flinke concurrentie. Er is in Nederland geen enkele uitgeverij van kunstboeken die zich wat aantallen betreft kan meten met wereldberoemde firma’s als Abrams, Thames and Hudson, Phaidon, Taschen, Electa of La Réunion des Musées Nationaux. Daar worden honderden boeken per jaar uitgeven, terwijl uitgevij Waanders in Zwolle met zo’n zestig boeken per jaar bij ons aan de top staat. Ook de oplagen zijn, afgezien van een enkele catalogus voor een megatentoonstellingen in een van onze grote musea, niet te vergelijken. Een oplage van 1200 exemplaren is bij ons al heel behoorlijk, maar wil een kunstboek echt winst maken, dan moet de oplage minstens tussen de 3000 en 4000 liggen.
Aan de fysieke kwaliteit van kunstboeken worden over het algemeen hoge eisen gesteld. Afbeeldingen in vierkleurendruk en een arbeidsintensieve opmaak maken de uitgave kostbaar. En als er iets opvallend is aan het Nederlandse kunstboek, dan is het wel de fraaie vormgeving en de perfecte druktechniek, wat natuurlijk ook bevorderd wordt door de steeds verfijnder wordende computertechnieken. Het betere kunstboek verkoopt hier redelijk goed, maar toch is het in Nederland ondoenlijk om een kunstboek te maken zonder financiële steun, hetzij van een culturele instelling, hetzij van sponsors. Omdat de markt van het Nederlandstalige kunstboek klein is, zijn de meeste kunstboeken hier geheel of gedeeltelijk tweetalig. Ook worden, om de kosten te drukken, meerdere edities in verschillende talen of co-edities gemaakt. Co-edities met het buitenland worden vooral gemaakt in het kader van grote of reizende tentoonstellingen. Het zelfstandige kunstboek waaraan geen evenement is gekoppeld, is eigenlijk nauwelijks rendabel. Tentoonstellingscatalogi vormen daarom de grootste markt voor het kunstboek, en het is dan ook geen wonder dat musea zelf, alleen of met een andere uitgever, eigen boeken publiceren.
Voor een zelfstandige uitgever is het voordelig samen te werken met een museum of een andere culturele instelling: het museum zorgt voor het wetenschappelijk onderzoek, de inleidende teksten, de afbeeldingen en beschrijvingen, terwijl de uitgever de hoge productiekosten betaalt en zorgt voor de verkoop buiten het museum. We hebben in ons land maar één grote, algemene uitgeverij van ”het betere kunstboek”: Waanders in Zwolle. Daar verschijnen, meestal in samenwerking met musea in Nederland en daarbuiten, kunstboeken die variëren van “prettig leesbare boeken” tot wetenschappelijke publikaties op het terrein van de hele kunstgeschiedenis, inclusief bouwkunst en monumentenzorg. Ludion, een Belgische uitgeverij die sinds kort ook een vestiging in Amsterdam heeft, is wat betreft het algemene, serieuze kunstboek, een belangrijke nieuwkomer in ons land.
Andere kunstuitgeverijen hebben zich gespecialiseerd. Zo is er Uitgeverij Davaco, een eenmansbedrijf dat degelijke en zeer geleerde monografieën in het Engels en Duits uitgeeft over 17de-eeuwse Hollandse schilders. Een uitgeverij als Davaco moet het vooral hebben van bibliotheken en kunsthandelaren en hun klanten over de hele wereld, en dan nog worden er zelden meer dan 500 exemplaren per boek verkocht. Ook uitgeverij Primavera Pers is een eenmansbedrijf waar al meer dan tien jaar lang een constante stroom van kunsthistorische boeken over alle mogelijke kleine, gespecialiseerde onderwerpen verschijnt. Primavera Pers heeft een mooi fonds opgebouwd van boeken waarvan de wetenschappelijke kwaliteit constant hoog is. De uitgeverij mikt niet op een groot publiek, en om dergelijke boeken in Nederland uit te geven zijn behoorlijk veel moed, enthousiasme en visie vereist. Een andere gespecialiseerde en succesvolle uitgever is Van Spijk in Venlo. Deze uitgeverij richt zich vooral op hedendaagse, voornamelijk Nederlandse kunstenaars. De oplagen variëren van 1500 tot 2500 exemplaren. Ook uitgeverij 010 in Rotterdam, opgezet door twee bouwkundige ingenieurs in Delft, geniet al meer dan twintig jaar een uitstekende reputatie. Hun boeken op het gebied van architectuur, stedenbouw, interieurkunst, industriële vormgeving, grafische vormgeving en hedendaagse kunst zijn altijd schitterend uitgevoerd en behoren dan ook vaak tot de honderd beste verzorgde boeken van het jaar.
Een andere uitgeverij op dit gebied is NAi, ongeveer tien jaar geleden ontstaan uit de publicatieafdeling van het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam. Beide uitgeverijen opereren wereldwijd. Ze geven hun boeken zowel in het Engels als in het Nederlands of tweetalig uit. En net als bij 010 vallen ook de boeken van NAi wat de vormgeving betreft regelmatig in de prijzen. Een nieuwkomer is Episode Publishers, ook in Rotterdam, opgericht in 2002, met als zwaartepunt interdisciplinaire boeken en tijdschriften op het gebied van de hedendaagse kunst en cultuur en de gebouwde omgeving. Lange tijd waren specialisatie en kleinschaligheid kenmerkend voor de Nederlandse kunstboekenproductie, maar er valt in de laatste jaren een verbreding van het terrein en een nog intensievere samenwerking met instellingen in het buitenland te constateren. Zo gaf NAi onlangs een boek uit over de Duitse tekeningen in de Koenigscollectie, en publiceert Episode Publishers een tijdschrift, Pages, in het Engels en Farsi.
Alhoewel de Gouden Eeuw nog steeds een onuitputtelijke bron is voor uitgevers, worden de meeste kunstboeken in Nederland niet op dit gebied, maar op het gebied van de moderne kunst, en dan vooral architectuur en design, uitgegeven. Net als in Italië ligt de kunst van ons land internationaal bijzonder goed in de markt. Het is bepaald geen schande om en één adem genoemd te worden met dit land, dat net als Nederland kan bogen op een respectable uitgeverstraditie. Maar toch, het moet gezegd: bijna nergens worden er, althans in Europa en relatief gesproken, zo veel mooie, bijzondere en originele boeken uitgegeven als bij ons. Dat is al jaren zo, en het valt te hopen dat dat ook zo blijft.