Eind 2005 was de musical Disney’s Beauty and the Beast, geproduceerd door Joop van den Ende Theaterproducties en Disney Theatrical Productions, in verschillende theaters in Nederland te zien. Een goede gelegenheid om in de collectie van de Koninklijke Bibliotheek op zoek te gaan naar de herkomst en de verschijningsvormen van het sprookje.
La Belle et la Bête
In de 17e en 18e eeuw waren literaire sprookjes zeer populair bij de hogere klassen in Frankrijk. In deze “contes de fées” waren motieven uit mondeling overgeleverde volkssprookjes verweven. De sprookjes van Moeder de Gans van Charles Perrault uit 1697 zijn daar een bekend voorbeeld van. In latere jaren werden deze literaire sprookjes bewerkt voor kinderen. Hetzelfde gebeurde ook met het oorspronkelijke verhaal over La belle et la bête, in 1740 geschreven door Madame Gabrielle Suzanne Barbot de Villeneuve (1695-1755). De oorspronkelijke titel was: La jeune Ameriquaine et les Contes Marins. In de collectie van de Koninklijke Bibliotheek is een herdruk van dit verhaal aanwezig uit 1765: Contes de Madame de Villeneuve. Het daarin opgenomen verhaal La belle et la bête beslaat bijna 300 pagina’s. Madame Jeanne-Marie Le Prince de Beaumont (1711-1780), die in 1748 naar Londen vertrok om daar als Franse gouvernante te gaan werken, schreef een sterk verkorte bewerking voor haar leerlingen. Het werd in 1756 gepubliceerd in het eerste deel van het vierdelige tijdschrift Magasin des enfans, ou dialogues entre une sage gouvernante et plusiers de ses élèves. In de vorm van samenspraken, afgewisseld met sprookjes en verhalen, geeft Le Prince de Beaumont haar pupillen wijze lessen. Een Nederlandse vertaling, het Magazijn der kinderen, Of zamenspraaken tusschen eene wijze gouvernante en verscheide van haare leerlingen van het eerste fatsoen, verscheen in 1757-1758 in Den Haag. In de vijfde dialoog vertelt de gouvernante mme. Bonne haar leerlingen (‘juffers’) een verhaal (in 27 pagina’s) over De Schoone & het Beest.
De Schoone & het Beest
Een rijke koopman heeft drie zonen en drie dochters. De jongste dochter wordt ‘het Schoone kind’ genoemd omdat ze zo mooi is. Deugdzaam is ze ook, en haar jaloerse zusters bespotten haar omdat ze goede boeken leest en zich niet overgeeft aan werelds vermaak. De koopman raakt in financiële moeilijkheden, en op de terugweg van een zakenreis verdwaalt hij. Hij komt in een kasteel terecht waar hij onderdak en een maaltijd krijgt. De volgende morgen plukt hij in de tuin een roos voor zijn jongste dochter, de Schoone. Dan komt er een ‘afgrijselijk beest’ te voorschijn, dat hem van diefstal beschuldigt en met de dood bedreigt. Het ‘gedrocht’ stelt de koopman voor dat een van zijn dochters zijn plaats zal innemen. Als de Schoone dat hoort offert zij zich op en gaat naar het kasteel van het Beest. Ze wordt goed verzorgd en leert het Beest, met wie zij elke avond de maaltijd gebruikt, kennen en waarderen. Hij vraagt haar voortdurend ten huwelijk, maar ze weigert. Wanneer ze naar haar vader verlangt, krijgt ze toestemming van het Beest om die te bezoeken. Ze blijft – door ingrijpen van haar zusters - te lang weg en dan ziet ze in een droom dat het Beest er slecht aan toe is. Ze gaat terug en vindt hem stervende. Dan bekent ze hem haar liefde en plotseling is het beest verdwenen, en ziet zij ”in deszelfs plaats een prins voor haare voeten, schoonder dan Adonis”. Hij was door een boze fee betoverd en pas toen de Schoone beloofde hem te trouwen, was de vloek opgeheven. De jaloerse zusters veranderen in beelden en moeten getuige zijn van het geluk van de Schoone, die trouwt met de prins, en “zeer lang met hem leefde, in een’ volmaakt gelukkigen staat, doordien hunne trouw op de deugd gegrond was.”
Na dit verhaal praten Mademoiselle Bonne en de juffers nog wat na, en de les van de gouvernante is: “men gewent zich aan de leelykheid; maar nooit aan de kwaadaardigheid. Zoo dat wij ons weinig moeten bekommeren over onze leelykheid; maar wij moeten trachten zoo goedaartig te worden dat de fraaiheid onzer ziele, de leelykheid van ons aanzicht doe vergeete.” (Kom daar eens om in een tijd van neuscorrecties, borstvergrotingen en complete metamorfosen)
Bewerkingen
In de loop der eeuwen is de tekst van het verhaal vele malen bewerkt en zijn steeds nieuwe illustraties gemaakt. Vaak zijn nieuwe elementen toegevoegd, zoals ook in de meest recente versie, de tekenfilm en musical van Disney, het geval is.
Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw verschenen geïllustreerde bewerkingen van het verhaal. In tegenstelling tot de Franse en Engelse uitgaven, waarin de hoofdpersonen eerder worden aangeduid met eigenschappen in plaats van eigennamen: Belle, Beauty, Bête, Beast, zijn de titels van de Nederlandstalige prentenboekuitgaven minder herkenbaar. De benaming ‘De Schoone’ is verdwenen en vervangen door in het zuinige Nederland meer passende namen: Mooi Elsje, Bella en de beer, Rosalinde en de beer, Geschiedenis van de deerne en het ondier, Het meisje en het monster, Belle en het Beest en Snoesje en het Beest. Om al deze variaties bijeen te kunnen brengen wordt in het Centraal Bestand Kinderboeken een uniforme titel toegevoegd: ‘Belle en het beest’.
Er zijn ook bewerkingen voor het toneel gemaakt, zoals een blijspel met de titel De schoone en het beest, geschreven door Elisabeth Wolff-Bekker, verschenen in 1788 bij Isaac van Cleef in Den Haag. In 1946 kwam de klassiek geworden Franse film La belle et la bête uit, van regisseur Jean Cocteau. Cocteau liet zich onder meer inspireren door illustraties van Gustave Doré.
In 1991 verscheen een tekenfilm van Walt Disney met computeranimaties en musicalliedjes. Deze film werd een groot commercieel succes. Onlangs verscheen een uitgebreide versie op dvd. Disney gaf ook vele prentenboeken uit met illustraties uit de tekenfilm.
Illustraties
De tekst geeft illustratoren weinig informatie over het uiterlijk van Belle en van het Beest. Er moeten beelden gevonden worden voor twee uiterste eigenschappen: schoonheid en afstotelijkheid. Opvattingen over vrouwelijke schoonheid kan men in de verschillende interpretaties terugvinden. De lelijkheid wordt weergegeven door het Beest als een kruising tussen mens en dier af te beelden, waarin elementen van bijvoorbeeld een wild zwijn, een beer, een leeuw, een olifant of een wolf zijn opgenomen. Het hoofd is meestal dierlijk, handen en voeten soms menselijk, soms dierlijk. Kennelijk worden de dierlijke gedeelten van het lichaam van het Beest als afstotelijk ervaren. In een aantal illustraties staat het Beest rechtop, gekleed als een edelman. Een extra moeilijkheid voor een illustrator is, dat ook de innerlijke goedheid (het menselijke deel) van dit wezen zichtbaar moet zijn, wil het verhaal geloofwaardig blijven.
In de collectie van de Koninklijke Bibliotheek bevinden zich naast Nederlandse, ook Duitse, Franse en Engelse prentenboeken met het verhaal van Belle en het Beest. De meeste negentiende-eeuwse illustratoren van het verhaal blijven anoniem. Dat lijkt op het eerste gezicht ook het geval bij het in 1874 verschenen prentenboek Mooi Elsje. De uitgave bevat de prachtige illustraties van het in datzelfde jaar in Londen verschenen prentenboek Beauty and the Beast van Walter Crane, echter zonder vermelding van diens naam in het boek. Op de voorkant staat een afbeelding die duidelijk niet van deze illustrator is. Het boek werd in Amsterdam uitgegeven door J. Vlieger in een bewerking door Agatha (pseudoniem van Reinoudina de Goeje). In die tijd was er nog wel geen sprake van internationaal copyright, maar toch is dit een praktijk die te denken geeft. In deze versie wordt Mooi Elsje zo genoemd “omdat zij zoo’n aardig, lief gezichtje had”. Vergeleken met de Engelse tekst bij de illustraties van Walter Crane krijgen in de versie van Agatha de huishoudelijke eigenschappen van Beauty/Elsje veel meer nadruk. Het beest wordt beschreven, zoals de illustraties van Walter Crane laten zien, als een monsterachtig wezen met een kop als van een wild zwijn, “geen mensch en geen dier, en toch had het iets van beiden”. Met de jaloerse zusters loopt het in deze versie aanmerkelijk beter af dan in het Magazijn der kinderen van 1757-1758. Net als de bewerkers van de tekst voegen illustratoren elementen aan het verhaal toe. Bij Walter Crane zijn dat nogal wat erotische symbolen. In The meanings of “Beauty and The Beast” door Jerry Griswold staan daarvan mooie voorbeelden.
De volkse prent van de gebroeders Pellerin, getiteld De deerne en het ondier laat een zeer woest beest zien, ongekleed en zo griezelig dat de liefde van de deerne daar wel erg ongeloofwaardig is. Waarschijnlijk heeft deze prent, geschat op 1910, een oudere voorgeschiedenis dan het hier getoonde exemplaar. Prenten als deze zijn tientallen jaren achtereen opnieuw gedrukt in de prentenfabriek in de Franse plaats Épinal.
In de twintigste eeuw laten de illustraties van bijvoorbeeld H.M. Brock, Edy Legrand, Diane Goode, Etienne Delessert, Binette Schroeder en Willy Glasauer een zeer wisselend beeld zien met grote verschillen in opvattingen over mooi en lelijk, en in variatie qua stijl, kleurgebruik en techniek.
Tekenfilmbewerking Disney
De Van de Ende-musical is gebaseerd op de Disney tekenfilm uit 1991. In de Disney-studio is het verhaal aangepast, vooral om het geheel levendiger te maken. De prins, die zijn uiterlijk als Beest te danken heeft aan zijn vroegere slechte gedrag, is in deze bewerking niet de enige die is betoverd. Ook het personeel in het kasteel is door de boze fee veranderd, in een pendule, theepot, kandelaar of in ander huisraad. Belle woont in deze versie alleen met haar vader, die uitvinder is, in een dorpje. Ze is daar een grote uitzondering, want deze Disney-heldin houdt van lezen! Ze is dan ook heel gelukkig wanneer ze van het Beest de beschikking krijgt over zijn gigantische bibliotheek. Van jaloerse zussen is bij Disney geen sprake meer, wel van een extra schurk, de zeer met zichzelf ingenomen spierbundel Gaston, die is toegevoegd als een bedreiging voor Belle en voor het Beest. Gevechten met wolven en met de dorpelingen geven meer actie. De roos heeft een andere functie gekregen en is een soort tijdklok geworden: als alle blaadjes afgevallen zijn, is de kans voor het Beest om weer mens te worden verkeken. Een toverspiegel fungeert als een venster op de wereld. De tekenaars van Disney hebben voor het uiterlijk van het Beest het dierenrijk bestudeerd en hem baard, snuit en ogen van een buffel gegeven, wenkbrauwen en voorhoofd van een gorilla, manen van een leeuw, slagtanden van een wild zwijn, staart en poten van een wolf en het lijf van een beer. De horens gaven de tekenaars hem zelf.
Musical
In 1994 ging de Broadway-musical Beauty and the Beast in première en inmiddels hebben meer dan 6 miljoen mensen de musical daar gezien. Wereldwijd hebben ongeveer 24 miljoen mensen een van de bijna 18.000 voorstellingen van Beauty and the Beast bezocht. Voor de Nederlandse musical is een eigen versie gemaakt, met meer diepgang. De Amerikaanse regisseur Glenn Casale heeft opnieuw gekeken naar oude versies van het oorspronkelijke sprookje, en legt minder nadruk op de leuke, vrolijke kanten en meer op de dramatiek: “Het verhaal blijft hetzelfde: een mooi meisje wordt verliefd op een monster. Maar de voorstelling krijgt bij mij een diepere laag. Het gaat vooral ook over mensen die anders zijn dan anderen, over een wereld waarin iedereen sterk wordt beoordeeld op zijn uiterlijk, over het zoeken naar een identiteit.” Martine Bijl heeft de vertaling verzorgd.
Meningen
In literatuur over Belle en het Beest wordt de betekenis en de achtergrond van het verhaal uitgediept. De grote en blijvende populariteit van het verhaal doet vermoeden dat er diepere lagen van betekenis aanwezig zijn. Enkele opvallende karakteriseringen:
- Het fenomeen van de beestmens komt meer voor: in de Griekse mythologie kennen we de Minotaurus (een man met de kop van een stier) en de Centaur (een wezen met een mannelijke romp en hoofd op het lijf van een paard). De zeemeermin en vleermuisman Batman zijn ook voorbeelden van wezens tussen mens en dier in. Sommige illustratoren hebben het Beest een dierlijk hoofd en een menselijk onderlichaam gegeven, analoog aan de Minotaurus. Walter Crane’s Beest is geheel dier (een wild zwijn), behalve zijn kleding en menselijke houding.
- Men kan de inhoud opvatten als een les voor generaties opgroeiende meisjes, die eruit kunnen leren dat, als hun liefde maar groot genoeg is, een beestmens kan veranderen in een liefhebbende echtgenoot. Of kan men dit verhaal, geschreven in een tijd van gearrangeerde huwelijken, zien als een pleidooi voor een huwelijk uit liefde? Het is een van de weinige sprookjes waarin het meisje de kans krijgt haar prins te leren kennen. Dat is niet het geval in de sprookjes over Sneeuwwitje, Assepoester en Doornroosje; zij worden gered door hun prins, trouwen dan meteen en ‘leven nog lang en gelukkig’.
- Het verhaal kan ook gezien worden als een les dat opvattingen over schoonheid en lelijkheid afhankelijk zijn van de toeschouwer. De les is dat ware liefde overwint, echte schoonheid van binnen zit en uiterlijk kan bedriegen.
- Psychoanalytici zien Belle’s liefde voor haar vader als een Oedipale liefde, die vervangen moet worden door een passender geliefde om tot volwassenheid te kunnen komen. In het verhaal wordt een relatie aangegeven tussen seksualiteit en dierlijkheid. Ook zou het sprookje meisjes helpen over de angst voor seksualiteit heen te komen.
- Een feministische lezing van het verhaal kan kritiek leveren op de offerbereidheid van het meisje, maar kan ook haar dapperheid en het maken van haar eigen keuzes roemen. In dit verhaal is Belle de actieve partij, en moet het Beest afwachten of zij met hem wil trouwen.
- Opvattingen over wat gepast is voor kinderen zijn in de verschillende bewerkingen terug te vinden. Zo vraagt het Beest in de versie van Madame de Villeneuve of Belle met hem naar bed wil gaan, terwijl hij bij Madame de Beaumont vraagt of Belle hem wil trouwen.
- Het verhaal kan ook gezien worden als een weergave van maatschappelijke verhoudingen in de achttiende eeuw, waar het gaat om een koopmansfamilie die van rijkdom tot armoede vervalt en een kasteelbewoner. Dat aspect wordt uitgebreid uitgewerkt in de oerversie van Madame de Villeneuve.
- De beoogde doelgroep kan per bewerking verschillen: die van Walter Crane is door de erotische symboliek, die alleen door volwassenen geduid kan worden, duidelijk bedoeld voor een gemengd publiek van kinderen en volwassenen.
Literatuur
-
What manner of beast? : illustrations of “Beauty and the beast” / Stephen Canham. In: Image & maker : an annual dedicated to the consideration of book illustration / ed. Harold Darling & Peter Neumeyer. La Jolla, California : Green Tiger press, 1984.
-
“Virtuous hearts and critical minds” : the progressive ideals of an eighteenth-century governess, Marie Le Prince de Beaumont (1711-1780) / U. Janssens-Knorsch. In: Documentatieblad werkgroep achttiende eeuw, XIX (1987) no 1, p. 1–16.
-
Beauty and the Beast : visions and revisions of an old tale / Betsy Hearne. – Chicago : University of Chicago Press, 1991.
-
Disney's art of animation : from Mickey Mouse to Beauty and the Beast / by Bob Thomas. - New York : Hyperion, 1991.
-
The meanings of “Beauty and The Beast” : a handbook / Jerry Griswold. – Ontario : Broadview press, 2004.
-
De Schoone & het beest / Marie le Prince de Beaumont ; ingeleid en van commentaar voorzien door Marjoke Rietveld-van Wingerden. –Stichting Geschiedenis Kinder- en jeugdliteratuur, 2004.
Links