"Je pense que la vie, ça ce passe toujours en cycles" (uit een interview met Tom Simpson)
Op 18 juli 1995 beklimmen de renners in de 15e etappe van de Tour de France de Col d'Aspet. In de verraderlijke afdaling valt een groepje coureurs in een van de steile bochten. Een van hen is de jonge Italiaan Fabio Casartelli. Met verwondingen aan het hoofd blijft hij liggen, en hij overlijdt op weg naar het ziekenhuis. Abondon, vermeldde de uitslagenlijst. De Tour is hard.
Enige tijd later zijn zijn vrouw en zoontje aanwezig bij een plechtigheid in het dorpje Magreglio, in de buurt van Como. Daar bevindt zich het kapelletje van de Madonna del Ghisallo, sinds 1948 de patroonheilige van de wielrenners. De fiets van Fabio Casartelli krijgt een plaats in de kleine kapel, temidden van wielertruien, foto's en voorwerpen die herinneren aan grote en kleine kampioenen. De fiets is nauwelijks beschadigd, alleen de voorvork staat een beetje krom. De heilige lette die 18e juli even niet op. Miquel Indurain behaalde dat jaar zijn 5e eindoverwinning, toch blijft de editie van 1995 de Tour van Casartelli.
Tegenover de fiets van Casartelli hangt de fiets waarop Gino Bartali in 1948 de Ronde van Frankrijk won. Een legendarische overwinning. De toen 34 jarige Bartali stond bij aanvang van de etappes in de Alpen 21 minuten achter op de gele truidrager en favoriet van de Fransen, Louison Bobet. Op dat moment wordt er in het door sociale onlusten geteisterde Italië een aanslag gepleegd op de secretaris van de Communistische Partij, Togliatti. Een burgeroorlog wordt gevreesd. De Christen-democratische premier de Gasperi pleegt overleg met het Vaticaan en men besluit de vrome katholiek Bartali het schier onmogelijke te vragen: een overwinning in de Tour de France, om de aandacht van de politieke strijd af te leiden. Het vervolg is bekend: Bartali verplettert zijn tegenstanders in de Alpen, wint de Tour en zijn fiets komt onder de hoede van de Madonna.
De fiets van Tommy Simpson is verdwenen. Alleen het zogenaamde kaderplaatje met 49, het nummer van de deelnemer, is bewaard gebleven. In het museumpje in de Sports and Social Club in Harworth staat wel een racefiets uit die tijd, maar het is niet de fiets waarop Tommy Simpson in 1967, gedurende de dertiende etappe, de Mont Ventoux beklom. Drie kilometer onder de top begon hij te zwalken over de weg, en viel. Volgens omstanders stamelde hij "put me back on my bike" Mecaniciens hielpen hem weer op de fiets, maar enkele tientallen meters verder viel hij weer en overleed ter plekke. Een fatale combinatie van alcohol, de hitte en doping luidde de uitslag van het medisch onderzoek. In de vitrine van het museum in zijn geboorteplaats staat de tekst "Vaarwel Tom, voor je talloze vrienden ben je het slachtoffer van je moed."
Van een wielerwedstrijd over een afstand van ruim 3500 kilometer, die drie weken duurt en verreden wordt door ploegen waarin onderlinge afspraken, ruzie, jalouzie en wantrouwen onvermijdelijk zijn, kan nauwelijks een betrouwbaar wedstrijdverslag worden gemaakt. Het verhaal, de anekdote heeft dan ook altijd een belangrijk onderdeel uitgemaakt van de Tourjournalistiek. Vanaf de eerste editie in 1903 hebben de verslaggevers, door de opzet van de wedstrijd, ook alle gelegenheid gehad voor hun persoonlijke interpretaties.
De eerste etappe in de Tour van 1903, van Parijs naar Lyon over 467 kilometer, werd door Maurice Garin, de latere eindwinnaar, afgelegd in 17 uur en 45 minuten. En de start was om kwart over drie 's middags! Tijd genoeg voor uitgebreide analyses in het destijds zo geliefde ronkende proza. Renners werden helden, en kregen prachtige bijnamen. De Adelaar van Toledo, de Beer van Herentals, de Lange van Laakkwartier en de Leeuw van Mugello. Er waren nog geen rechtstreekse televisiebeelden en de renners hadden nauwelijks contact met hun ploegleider.
In 1950 viel de Algerijn Abdelkader Zaaf, die 20 minuten voorsprong had op het peloton, in slaap na het drinken van wijn tijdens een bloedhete etappe. Toen hij na enige tijd wakker werd -- het peloton was inmiddels allang gepasseerd -- en zich zijn fout realiseerde, vervolgde hij snel de rit. In de tegengestelde richting. Hij zou de aankomst nooit bereiken.
Zoiets zal de moderne renner niet meer gebeuren. Uitgerust met oordopjes en microfoontje kan hij met de ploegleider in de volgauto, die voorzien is van televisie, overleggen. Het koersverloop kent geen geheimen meer. En toch zullen de duizenden kilometers van de komende edities van de Tour de France weer een aantal legendarische verhalen opleveren.
Over de Tour de France van 1948 maakte Erik van Empel een indrukwekkende documentaire: Tour des Légendes.