December 2004
Jacob Cats (1577-1660), de meest gelezen dichter uit de zeventiende eeuw, debuteerde in 1618 met Silenus Alcibiadis, sive Proteus. Het boek is een emblematabundel, en wat voor één! Adriaan van de Venne ontwierp de kopergravures, en de levendigheid, beeldingskracht en frisheid daarvan is zelden geëvenaard. Cats zorgde voor de bijbehorende motto's, spreuken, citaten en gedichten in het Latijn, Nederlands en Frans. Het werk bestond in de eerste uitgave uit drie delen, waarin Cats dezelfde reeks van 51 platen door middel van andere teksten achtereenvolgens op de liefde, het maatschappelijk leven en de godsdienst toepaste.
Het boek verscheen in quarto, een relatief groot formaat, waarin afbeeldingen en tekst goed tot hun recht kwamen. In de jaren na 1618 verschenen nog enkele vrijwel gelijke dukken, die verschilden van de eerste druk omdat de gravures alleen in het eerste deel werden afgedrukt. Vanaf 1624 kwamen er goedkopere edities in kleine formaten van de pers, vaak met de Nederlandse titel Sinne- en minnebeelden. De grote koperplaten uit de quarto-editie waren niet bruikbaar voor deze uitgaven, en daarom werden er verschillende series nieuwe afbeeldingen gesneden, soms in koper, soms in hout.
Jacob Cats was een van de bestsellers van de Gouden Eeuw. Het verhaal gaat dat ieder stel dat in de zeventiende eeuw in het huwelijk trad van het ene ouderpaar een bijbel kado kreeg, en van het andere een werk van Cats. De Cats catalogus, een overzicht van de werken van Cats in de Short-Title Catalogue, Netherlands uit 1996, kent 292 verschillende uitgaven vóór 1801. De meeste van die werken zijn in ruime aantallen overgeleverd. Reden dus om te aan te nemen dat we alle edities van Vadertje Cats’ werk wel kenden.
Toch heeft de KB in 2004 op een veiling in Brussel een onbekende editie van deze emblematabundel verworven. Het boekje, dat waarschijnlijk dateert van ca. 1630, is één van de uitgaven op klein formaat. De afbeeldingen zijn dezelfde als in de uitgave die in 1629 te ‘s-Gravenhage bij Adriaen vander Venne en Joost Ockers verscheen; er zijn geen andere edities op dit kleine formaat bekend met deze gravures. Bovendien bevat deze uitgave naast de Latijnse, Franse en Nederlandse teksten ook een Engelse vertaling, die tot nu toe alleen bekend was uit een uitgave die in 1627 in Rotterdam bij Pieter van Waesberge het licht zag.
Het boek heeft een gegraveerde titelpagina met daarop de tekst ‘Joh. Scheffe ex Bolduc’. Dat wijst wellicht op de drukker Jan (Janssoon) Scheffer (III), die voor zover we nu weten van 1614 tot en met 1635 in ’s-Hertogenbosch werkzaam was. Maar de naam van Scheffe(r) is erg slordig op de gravure aangebracht. Het is heel goed mogelijk dat de naam is toegevoegd aan een oudere gravure. Bovendien kenden we van deze drukker tot dusver alleen maar katholieke stichtelijke uitgaven, en dat maakt het minder waarschijnlijk dat hij een werk van een calvinistisch auteur zou uitgeven. Of Scheffer werkelijk de drukker was zal onderzoek moeten uitwijzen. Maar of het boekje nu in Den Bosch is gedrukt is of niet: het is uniek, en daarmee een waardevolle aanwinst voor de KB-collectie.