1 tot 20 oktober 2004
In december is het zover! Dan is het aan U om een nieuwe Dichter of Dichteres des Vaderlands te kiezen! Ter voorbereiding daarop besteden NRC Handelsblad en de Koninklijke Bibliotheek wekelijks aandacht aan een moderne dichter. Zie daarvoor www.kb.nl/dichters. Daar vindt U inmiddels een groeiende reeks dichters-portretten, gebaseerd op de rijke poëziecollectie van de KB: van H.H. ter Balkt tot Hagar Peeters en van Ivo de Wijs tot Mustafa Stitou.
Parallel daaraan presenteert de KB een reeks uitgebreide 'profielen' van dichters uit het verleden die alsnog het predikaat Dichters des Vaderlands verdienen. Inmiddels zijn profielen online geplaatst over Hadewijch, Suster Bertken, Joost van den Vondel, Constantijn Huygens, Jan Six van Chandelier, Hiëronymus van Alphen, Willem Bilderdijk, J.H. Leopold, Lucebert en de eerste Dichter des Vaderlands Gerrit Komrij. De komende tijd zal die lijst nog groeien, onder andere met een profiel over M. Nijhoff.
Nijhoff
M. Nijhoff (1894-1953) publiceerde het gedicht 'De kerstboom' voor het eerst in De gids (mei 1919) en nam het later op in de bundel Vormen (1924). Het gedicht is typerend voor Nijhoff in die tijd: een mengeling van helderheid en sentiment, met reminiscenties aan Christelijke thema's in verband gebracht met de moederfiguur. Vormen werd enkele keren herdrukt en sommige gedichten verschenen ook nog eens apart, zoals 'De kerstboom'. Dit is een bijzondere uitgave, omdat alles eraan onbekend is. De illustrator signeerde met het monogram WB, maar wie is WB? Er is geen uitgever of plaats van uitgave bekend. Ook naar het jaartal kunnen we slechts gissen. Wel weten we dat de uitgave van vóór 1953 dateert, want Nijhoff heeft een jaar voor zijn dood achterop een opdracht in handschrift aangebracht: 'Met Beste wensen voor 1953!' en met zijn naam eronder: 'Pom'. Er is van deze uitgave geen tweede exemplaar bekend.
M. Nijhoff: De kerstboom. [S.l.: s.n., s.a.]. (Recente aanwinst)
Komrij
Gerrit Komrij (1944) werd in 2000 verkozen tot eerste Dichter des Vaderlands. Uit zijn vuistdikke verzamelde gedichten Alle gedichten tot gisteren blijkt dat hij zijn eerste gedichten nu veertig jaar geleden publiceerde, in december 1963. Een vriend drukte vier gedichten van Komrij in een heel kleine oplage op de pers van Drukkerij Holders in Winterswijk, waar normaal alleen de plaatselijke krant en reclamefolders werden gedrukt. Onlangs kreeg de Koninklijke Bibliotheek dit proto-debuut van Komrij ten geschenke van de Vrienden van de Koninklijke Bibliotheek. Daarbij werden nog enkele andere bijzondere uitgaven verworven. Zo schreef Komrij niet alleen "onherstelbaar verbeterde" versies van gedichten van Nijhoff, Kloos en vele anderen, maar ook van zijn eigen gedichten. De uitgave Onvoorstelbaar gepeperd bevat onder andere een vibrator-variant op 'Fiat lux'(uit Capriccio) onder de titel 'Fiat crux'.
Gerrit Komrij: Dekonstruktie in vier delen. [Amsterdam: Komrij (Winterswijk: Drukkerij Holders), 1963]. (Recente aanwinst)
Gerrit Komrij: Onvoorstelbaar gepeperd. Den Haag: Stupers Van der Heijden PR, [1997]. (Recente aanwinst)
Hadewijch
Over het leven van Hadewijch is vrijwel niets bekend. We weten alleen dat ze in de dertiende eeuw in Brabant leefde en er een groep religieuze vrouwen inspireerde. De Vlaamse begijn gaf geestelijke raad en steun in de vorm van allerlei geschriften: in dichtvorm: 'Strofische gedichten' en 'Mengeldichten'; in proza: 'Visioenen' en 'Brieven'. Het werk van Hadewijch wordt gerekend tot de mystieke minnepoëzie. Binnen deze stroming staat de spirituele eenheid van God met de mens centraal. In de Koninklijke Bibliotheek bevindt zich één handschrift met een tekst van Hadewijch, namelijk de 'Tiende brief'. Het handschrift (niet van Hadewijch zelf) is onderdeel van een prekenbundel, de zogeheten Limburgse sermoenen uit de veertiende eeuw. De tekst verschilt van het andere bekende Hadewijch handschrift (bewaard in Brussel), waarschijnlijk gaan beide overgeleverde teksten terug op een verloren gegaan ouder handschrift.
Limburgse sermoenen. Hs., 14de eeuw. Perkament, 274 fol., 262x183 mm (Hadewijch: fol. 183r-190v). Verworven in 1840. Signatuur: 70 E 5.