Lieve goede Mama,
Wij hebben gerend
Beauford heeft
Gewonnen. Mama
Ik ben zeer bedroefd
Dat Mama weg is
Mama kom je haast
met de spoortrein
Waarom ben je weg
gegaan Mama?
Maurits
Dit aandoenlijke briefje is in 1849 of 1850 geschreven door prins Maurits. Willem Frederik Maurits was één van de drie zoons van koning Willem III en koningin Sophia. Willem III, koning van 1849 tot 1890, was vaak opvliegend, koppig en weinig tactvol. Zijn echtgenote Sophia von Württemberg was juist een serieuze, kunstzinnige en intelligente vrouw die sterk hing aan goede omgangsvormen en beschaving. Ze was door de conventies van haar tijd gedwongen tevreden te zijn als huismoeder zonder politieke belangstelling. Sophia was erg gehecht aan haar kinderen en probeerde aan het ideaalbeeld te voldoen. Ze voelde zich echter sterk beknot en eenzaam. Willem was haast doorlopend in allerlei conflicten met de regering verwikkeld en had weinig oog voor zijn echtgenote.
Maurits werd geboren in 1843 als tweede zoon van het paar. Hij leek voorspoedig op te groeien, maar in 1850 werd het prinsje plotseling ernstig ziek. Willem III liet de hofartsen komen. Zij constateerden hersenvliesontsteking. Sophia, tot wanhoop gedreven, had weinig vertrouwen in de hofartsen en haalde een andere arts naar het hof. Toen Maurits toch overleed, kwam er ook een einde aan het huwelijk. Sophia hield Willem, die de hofartsen was blijven steunen, verantwoordelijk voor Maurits’ dood. Een scheiding voor de wet zou een enorm schandaal opleveren, maar er werd wel een vergaande scheiding van tafel en bed doorgevoerd.
Ook met de andere zoons van Sophia en Willem zou het slecht aflopen. Willem III fnuikte de huwelijksplannen van zijn oudste zoon Willem omdat de bruid van te lage komaf zou zijn. Willem junior vertrok daarop boos naar Parijs. De jongste zoon Alexander, die zijn moeder adoreerde, vertrok ook naar Parijs omdat zijn vader het eerst aanknoopte met een operazangeres en later trouwde met de veel jongere prinses Emma von Waldeck-Pyrmont. Beide prinsen stierven ongehuwd en kinderloos in Parijs. Het persoonlijk leven van Sophia en Willem was dus weinig gelukkig.
Het briefje van Maurits is samen met andere kleine briefjes en aantekeningen min of meer toevallig in de Koninklijke Bibliotheek terechtgekomen. Papieren van staatslieden gaan naar het Nationaal Archief, de persoonlijke documenten van leden van het Koninklijk Huis komen in het Koninklijk Huisarchief terecht. Een deel van Sophia’s persoonlijke papieren is echter in het archief van haar privé-secretaris Von Weckherlin terechtgekomen. Na diens dood zijn de stukken verkocht. In 1917 werd een verzameling van 70 stukken aangekocht door de Koninklijke Bibliotheek. Het zijn voor het merendeel geen documenten die getuigen van grote staatszaken, maar juist hele persoonlijke en aandoenlijke briefjes, vaak op een stukje kladpapier. Zo is er ook een briefje van prins Alexander uit Parijs waarin hij schrijft dat zijn oudere broer op sterven ligt en dat er geen hoop meer is. Deze collectie kan voor de onderzoeker nog veel nieuw materiaal opleveren over het leven aan het Nederlandse hof in de 19de eeuw.