De KB bewaart enkele documenten van Willem van Oranje, waaronder een brief uit april 1578. De ‘Vader des Vaderlands’ heeft de brief niet zelf geschreven, dat heeft een klerk met een net handschrift voor hem gedaan. Willem heeft de brief wel zelf ondertekend:
De Votre Majesté
Très humble et obéisant serviteur
Guillaume de Nassau
De genoemde majesteit is koning Hendrik III van Frankrijk. Met deze brief heeft Willem van Oranje steun willen zoeken bij Frankrijk tegen Spanje. Willem vraagt Hendrik om er bij Spanje op aan te dringen de Pacificatie van Gent te respecteren. Dit was een vredesverdrag tussen de verschillende gewesten in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. In 1576, toen het verdrag werd gesloten, hadden de gewesten niet alleen onenigheid met Spanje, maar ook onderling waren er conflicten over de te volgen koers. Vooral de positie en de rechten van de calvinisten waren hete hangijzers. De gewesten sloten onderling en op eigen houtje een verdrag waarbij de calvinisten in Holland en Zeeland hun godsdienst mochten uitoefenen. In andere gewesten zouden ze niet worden vervolgd, mits ze de openbare orde niet zouden verstoren.
Hoewel de Spaanse koning Filips II op geen enkele manier betrokken was geweest bij de totstandkoming van het verdrag, werd hij wel geacht het te respecteren. Filips was dit niet van plan; hij wilde geen enkele vrijheid van de calvinisten tolereren. Omdat er in 1576 een nieuwe landvoogd arriveerde, slaagden de gewesten er toch in de Pacificatie door te drukken. De gewesten erkenden de nieuwe landsvoogd nadat deze de Pacificatie had getekend. De nieuwe landvoogd, Don Juan, ging akkoord en liet de losgeslagen Spaanse troepen terugtrekken. Dit had het einde kunnen betekenen van de oorlog. Helaas liep het anders. In 1577 trok enerzijds een nieuw Spaans leger op naar de Nederlanden, anderzijds radicaliseerden de calvinisten. In verscheidene steden braken rellen uit, wat Filips des te meer reden gaf om op te trekken.
Willem van Oranje heeft nog willen redden wat er te redden viel. Hij schetst een dramatisch beeld van de situatie waar de Nederlanden in terechtkomen, waarbij hij ook oog heeft voor zijn eigen belangen. Als het verdrag niet wordt nageleefd, dan betekent dat la ruine universelle du pais et particulierement de ma personne, biens et honneur (de totale ruïnering van het land en in het bijzonder van mijn persoon, goederen en eer). Verder vestigt Willem in deze brief de aandacht op het lot van zijn oudste zoon, Filips Willem, die al sinds 1568 in Spaanse gevangenschap verbleef. Uit de brief blijkt dus een combinatie van politieke en persoonlijke belangen van Willem van Oranje.
Of Hendrik III gehoor heeft gegeven aan de oproep is niet bekend. De brief heeft geen resultaat gehad; de vijandelijkheden zouden nog zeventig jaar voortduren voordat in 1648 het echte vredesverdrag werd getekend.