[p. 3]
Charron beklaagde zich reeds over de verzamelaers en het misbruik der verzamelingen. "Het
is een middel", zeide hij, "om tegenwoordig, in het 'Westersche Europa, roem, achting en
rijkdom te verkrijgen. Deze lieden maken van de wetenschap een ambacht en koophandel; eene
baetzuchtige, beuzelachtige, eerlooze en werktuigelijke wetenschap: zij koopen de wetenschap, om ze
te verkoopen. Laten we deze Kooplieden voorbijgaan."
Dusaulx, 1778.
[p. 5]
Inleiding
"Les grandes passions ne sont rien auprès des grandes manies."
Paul Courty: Poésie et Pensées (1894)
Op de volgende bladzijden heb ik een poging gedaan een overzicht te geven van alle belangrijke
bestaan hebbende of nog bestaande schaakbibliotheken. Het kan niet anders, of dit overzicht is
onvolledig: mijn wetenschap heb ik uit alle mogelijke tijdschriften en boeken bijeen moeten garen
en afgezien van het feit, dat niet alle bronnen voor mij toegankelijk waren, zijn er
schaakboekerijen geweest en zijn er nog, waarvan het bestaan niet tot de pers is doorgedrongen.
Daaronder bevinden zich verscheidene, die van meer belang zijn dan de hierachter beschrevene. Om
echter niet geheel onbegonnen werk te verrichten, heb ik mij in dit geschrift beperkt tot die
schaakbibliotheken, waarvan authentieke gegevens zijn te vinden. In dit inleidend woord zullen
evenwel ook andere schaakbibliotheken ter sprake komen.
De eerste schaakbibliotheken dateren uit het begin van de 19e eeuw. Geen enkele van deze is
nog intact. Zij zijn òf verspreid òf geheel dan wel gedeeltelijk in andere handen overgegaan. Het
lot van elke particuliere schaakbibliotheek, die niet verspreid raakt, loopt tenslotte steeds op
onderbrenging in een openbare bibliotheek uit.
De grondslag van de grote 19de eeuwse schaakbibliotheken, zoals die van von der Lasa,
Rimington-Wilson, Cook e.a., is omstreeks het midden van die eeuw gelegd. Van de bibliotheken
vóór die tijd, zoals van Carabelli (uit Wenen) en Mercier kan ik niet veel bijzonders vertellen.
De eerstgenoemde is niet in haar geheel bewaard geble
-
[p. 6]
ven (zie "Schachzeitung", 1846, bldz. 74) en van de tweede weet ik alleen, dat zij een de
Cessoles en een Lucena bevatte en in 1855 bij Hodgson in Londen werd geveild.
Nederlandse 19e eeuwse schaakbibliotheken zijn er eveneens geweest. Min of meer belangrijke
verzamelingen hadden Ph. J. van Zuylen van Nyevelt (de schrijver van het eerste originele
Nederlandse schaakboek - zie "Schachzeitung", 1852), J. Nepveu (die in de "Algemeene
Kunst- en Letterbode van het jaar 1860 een artikel over het schaakspel in Nederland tot het einde
der XVIe eeuw publiceerde), W. J. L. Verbeek (de redacteur van "Sissa", wiens bibliotheek
volgens het jaarboekje 1878 van de N.S.B. door deze bond werd aangekocht, maar welke sindsdien
spoorloos is verdwenen), Dr. A. v. d. Linde (de bekende schaakhistoricus, wiens bibliotheek in de
Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage is terecht gekomen), Maarten van 't Kruys (de sterke
Nederlandse schaakspeler. die eens Anderssen versloeg en wiens schaakboeken thans nog deel uitmaken
van de boekerij van het V.A.S.) en de Schaakclub "Van der Linde" uit Winschoten (die Dr.
A. v. d. Linde tot peet had en voornamelijk dank zij dezen een 70-tal schaakboeken verwierf, die op
onnaspeurlijke wijze zijn zoek geraakt - zie het in 1880 door deze club uitgegeven reglement).
Behalve voor de reeds genoemde en voor de hierna uitvoerig beschreven schaakbibliotheken vraag
ik aandacht voor de schaakboekenverzamelingen van de hieronder vermelde personen, van welke
collecties, voor zover ik weet, geen catalogus is verschenen:
Dr. Neustadtl (zie Peutsches Wochenschach", 1910, bldz. 139 en "Wiener
Schachzeitung", 1910, bldz. 164), J. Brunet y Bellet (schrijver van: "El Ajedrez"
(1890) en eens eigenaar van een Lucena - zie "Ruy Lopez", 1898, bldz. 111), S. Dubois (te
Rome - zie "La Stratégie", 1890 en 1897) (ongeveer 200 stuks),
[p. 7]
E. Wallis (auteur van "777 Chess miniatures in three", wiens bibliotheek, naar ik meen,
door de antiquarische boekhandel Frank Hollings in Londen is aangekocht zie "The Chess
Amateur", 1915, bldz. 49),
Schroeder (zie "American Chess Magazine", 1898/99, bldz. 213),
Ateer (zie "American Chess Magazine", 1899),
Call (zie "American Chess Bulletin", 1918, bldz. 179), Adam (zie "La
Stratégie", 1868, bldz, 246 en 1872, bldz. 147).
Men ziet het: in alle delen van de wereld wordt verzameld en wordt er over geschreven. Onlangs
nog kwam ik de "(Catalogue of the) Library of the International Chess Club" te Shanghai
tegen!
Een belangrijke verzameling heeft T. R. Dawson in Croydon (Engeland): 360 boeken + 500
jaargangen van tijdschriften, benevens 300.000 "Fairy chess"-problemen! (zie
"B.C.M.", December 1944).
Ook de verzameling van den architect César Utrilla Carrasco in Córdoba (Spanje) mag er
wezen, die o.a. de volgende werken bezit:
"Erneutes Verzeichniss" van von der Lasa (1896), een vrijwel complete "La
Stratégie", "The Chess Monthly", "The International Chess Magazine", het
beroemde tournooiboek van het zesde Amerikaanse schaakcongres uit 1889 etc.
Begonnen met verzamelen omstreeks 1902 had Utrilla Carrasco in 1940 nog slechts een 2 1300
schaakboeken bijeen gebracht. Toen kocht hij van de weduwe van den in de Spaanse burgeroorlog
omgekomen Dr. Florian Ruiz Egea uit Barcelona het grootste gedeelte van diens collectie (± 400
stuks), bevattende o.a. een Damiano, een Selenus, een Lolli, een Cozio, de eerste druk van Philidor
en de eerste druk van Bilguers "Handbuch".
Van meer betekenis nog dan deze bibliotheek is, of liever was, die van Iwan Wassiljewitsch
Bubnow te Wo
-[p. 8]
ronesch. Zijn uit meer dan 1000 delen bestaande schaakverzameling bevatte een keur van de
zeldzaamste Russische schaakliteratuur, die in elke andere collectie ontbreekt, o.a.:
eigenhandig door Turgenew geschreven schaaknotities, het schaakdagboek van Aljechin uit de
jaren 1907/ 09 (afkomstig van diens broeder), brieven van Schiffers, Sargin, Snosko Borowskij en
Mirotworskij (die veel voor de bevordering van het correspondentie-schaak in Rusland heeft gedaan),
een exemplaar van het Londense tournooiboek 1851 met aantekeningen van de hand van A.D Petroff, een
boek met autograaf van Tschigorin, een Russisch/Duitse uitgave van "Die Schachspieler"
van M. Retzsch (St. Petersburg, 1837) en - last not least - de drukproef van de nimmer gedrukte
bldz. 397-464 van D. I. Sargins "Drewnost igrje w schaschki i schachmatij" (Moskwa
1915/1916 - de "bibliographie van het schaakspel" bevattende).
Naar de Russische schaakmeester Ragozin mij in 1947 tijdens het congres van de F.I.D.E.
vertelde, is de zeer bijzondere collectie van I. W. Bubnow tijdens de inval van de Duitsers in
Rusland in vlammen opgegaan.
Er zijn nog meer collectionneurs:
O. Nedeljkovic in Yougo-Slavië, G. Balbo, Gaston Legrain, F. LeLionnais, Louis Mandy en Dr. Jean Mennerat in Frankrijk, H. Loeffler en H. Wagner in Duitsland" W. A. Földeák in Hongarije (die de verzameling van den in de oorlog omgekomen Ernst Bokor verwierf), Arturo Carrà en Dr. A. Chicco in Italië, Dr. Bruno Bassi, Dr. Hj. Mandal en B. Börjesson in Zweden, E. G. R. Cordingley en Marshall W. Paris in Engeland, T. Edward Knorr en Robert Sinnott in Amerika, Dr. Jos‚ M. Christi in Argentinië, S. Samarian in Roemenië en Dr. Tasso Motta in Brazilië.
Als Nederlandse verzamelaars noem ik onder de velen:
Dr. P. Feenstra Kuiper te Hilversum en J. Selman te Scheveningen, terwijl enkele anderen later nog ter sprake [p. 9] zullen komen. Niet onvermeld mogen in dit verband blijven de schaakboekerij van den enige jaren geleden overleden Maastrichtsen arts M. H. Bingen, die zijn boekenschat aan de "Maastrichtsche Schaakvereeniging" naliet en de ± 1100 delen tellende bij de brand op de "Dempo" door het vuur vernielde schaakbibliotheek van L. G. Eggink. Moge dit werkje, het eerste in zijn soort, er toe bijdragen, dat de belangstelling voor de literatuur van het eeuwenoude, maar nog steeds boeiende schaakspel, er door groeit!
"Nullus est liber tam malus, ut non aliqua parte prosit."
Plinius de Oude, bij Plinins den jonge, EP. 3, 5, 10
[p. 10]
"Mehr als Erworbnes gilt, wie wir's erworben baben."
Rückert: Weisheit des Brahmanen, 9, 71
G. Allen (Library Company of Philadelphia)
Allen, die hoogleraar in de oude talen aan de Universiteit in Philadelphia was en van 17-12-1808 tot 28-5-1876 leefde, heeft zich langer dan een kwart eeuw aan zijn schaakboekerij gewijd. Reeds in 1857 bezat hij meer dan 400 werken, welke op het schaakspel betrekking hadden. De belangrijkste ervan somt Fiske op de bldz. 261-264 van de jaargang 1857 van "The Chess Monthly" op. Daar de boeken, welke Allen in 1857 bezat, ook bij zijn dood nog deel uitmaakten van zijn collectie, laat ik hieronder een aantal van de door Fiske vermelde titels volgen, teneinde enig denkbeeld te geven van de betekenis van Allens verzameling:
Aquila (1516), Bertin (1735), de Cessoles: The Buke of ye Chess (1818), Carrera (1617),
Christie (1801), Cozio (1766), Ducchi (1607), Douce (1793), Game at Chess (1643), Gianutio (1597),
Beale (1656), Allgaier (1795/ 1796), Hyde (1694 en 1767), Lolli (1763), Lopez (1584 en 1636), Ludus
Latrunculorum. (1650), Madden (1832), Middleton (± 1625), du Peyrat (1608), Ringhieri (155l),
Stamma (1745), Trevangadacharya Shastree (1814), Vida (1527), Weickhmann (1664) en van Zuylen van
Nyevelt (1792). In "La Stratégie" van 1878 (bldz. 342 en 374) staan na-
[p. 11]
dere bijzonderheden omtrent deze collectie. Zij omvatte 1068 delen, als volgt onderverdeeld:
374 in het Engels
290 in het Duits
195 in het Frans
74 in het Latijn
54 in het Italiaans
54 in het Nederlands
27 in andere talen
____
1068
Afgezien van de reeds vermelde werken bevonden zich in de verzameling o.a.: Lopez (1561), 5
verschillende Damiano's, Selenus (1616 en 1617), Actius (1583), Barbier (1672), 43 verschillende
Philidors, 10 Ponziani's, Salvio (1604, 1634 en 1723), Severino (1690), benevens tal van
tijdschriften.
Deze wetenschap ontleende "La Stratégie" vermoedelijk aan de na de dood van Allen
uitgegeven catalogus: "F.A. Jakson and G.B. Keen, Catalogue of the chess collection of George
Allen. Philadelphia, 1878."
De collectie, die en bloc voor $ 3000 te koop werd aangeboden, werd aangekocht voor de
"Ridgway Branch of the Philadelphia Public Library" (Library Company of Philadelphia),
waar zij zich ook thans nog bevindt. Vijf jaar had het geduurd eer deze unieke collectie een koper
had gevonden, want eerst in 1884 kwam, voor $ 2500, de koop tot stand!
Haar betekenis ontleende deze verzameling, behalve aan haar ± 1000 titelbeschrijvingen, aan
circa 250 brieven en 50 foto's + prenten (zie "Library Bulletin", Juli 1884).
[p. 12]
F. Alliey (Bibliothèque de Grenoble)
Over deze bibliotheek is veel te doen geweest. Frédéric Alliey had op de bldz. 326
en 327 van de jaargang 1838 van het Franse schaaktijdschrift "Le Palamède" de
schaakliefhebbers bekend gemaakt met zijn "Bibliographie échiquienne, analitique et
raisonnée, de tous les ouvrages qui ont paru jusqu'à ce jour chez toutes les nations sur le jeu
des échecs". Deze "Bibliographie échiquienne", welke nimmer is gedrukt, in
tegenstelling tot zijn "Bibliographie de tous les ouvrages sur le jeu de dames", welke
tussen 1847 en 1852 drie drukken beleefde, bevatte de titels van 312 originele schaakwerken, 112
vertalingen (gedrukt of in manuscript) en van 326 boeken, waarin het schaakspel wordt geciteerd,
dus in totaal van 750 werken, die in meer of mindere mate op het schaakspel betrekking hebben. In
1845 liet Alliey weer van zich horen. Hij richtte een brief tot Saint-Amant, welke is afgedrukt op
bldz. 277 e.v. van "Le Palamède". en deelde daar o.a. in mede, dat hij sinds 1838 nog 5
schaakwerken had ontdekt, die hem in 1838 onbekend waren, dat er sedert dat jaar 25 nieuwe waren
uitgekomen en dat hij meer dan 150 nieuwe citaten betreffende het schaakspel had verzameld. Voorts
onthulde Alliey in zijn brief enige bijzonderheden over zijn eigen schaakboekerij, welke, volgens
zijn zeggen, uit ten minste 300 delen bestond en o.a. een eigenhandig door Philidor aan zijn vrouw
geschreven brief uit het jaar 1788 bevatte. Alliey liet zich verleiden op te merken, dat hem, om
tot een volledige verzameling van schaakliteratuur te geraken, nog slechts een 60-tal werken
ontbrak en dat wekte de toorn op van den bekenden Nederlandsen schaakhistoricus Dr. A. van der
Linde. die tegen hem van leer trok in deel II van zijn "Geschichte und Litteratur des
Schachspiels" (Berlin, 1874, bldz. 429 e.v.). Heeft men diens heftige aanval op Alliey
gelezen, dan komt men onwillekeurig onder de indruk, dat de blibliotheek van
[p. 13]
Alliey zeer onbeduidend moet zijn geweest. Niets is evenwel minder waar. Om zijn schaakboekerij
naar waarde te kunnen schatten is het nodig te weten, wat haar lot is geweest. Doazan deelt
daaromtrent het een en ander mede in "La Régence" van Juli en Augustus 1860. Hij stelt
er ons van in kennis, dat Alliey in 1956 is overleden en zijn schaakbibliotheek heeft nagelaten aan
de stad Grenoble.
Het ligt voor de hand, dat zowel van der Linde als von der Lasa getracht hebben er iets meer
van te weten te komen. Van der Linde citeert in deel II van zijn "Geschichte" een brief
van den conservator Ga(b)riel van de bibliotheek te Grenoble dd. 19 Februari 1862. Daaruit blijkt,
dat de verzameling 343 nummers bevatte, welke op het schaakspel betrekking hebben en 70 op andere
spelen, voornamelijk het damspel. Later heeft v. d. Linde zijn pogingen hernieuwd en in Parijs
inlichtingen ingewonnen. De bibliothecaris in Grenoble vond het echter blijkbaar beneden zijn
waardigheid zijn Parijsen collega in te lichten, want diens brieven liet hij onbeantwoord. Von der
Lasa slaagde beter met zijn pogingen. Reeds in de "Schachzeitung" van juni 1861 (bldz.
177 e.v.) vestigde hij de aandacht op de persoon van Alliey en diens boekerij. Toen kon hij nog
maar weinig wetenswaardigs over de inhoud van de Alliey'se verzameling berichten, want een brief,
die hij op 26 januari 1861 tot den burgemeester van Grenoble richtte, bleef zonder antwoord. In
zijn "Verzeichniss" van 1887 weet von der Lasa ons evenwel meer bijzonderheden te
vertellen. Er was sinds v. d. Linde bij zijn pogingen schipbreuk had geleden, blijkbaar een andere
bibliothecaris in Grenoble gekomen, want hij roemt diens voorkomendheid, waardoor het hem mogelijk
werd zich een lijst met titels van de schaakwerken, welke zich in de collectie bevonden, te
verschaffen. Von der Lasa somt enkele van die werken op:
Mennel (1507) (waarvan mij, behoudens dit exemplaar,
[p. 14]
slechts één ander exemplaar bekend is, in Wenen), de Franse vertaling van Damiano door Gruget uit
het jaar 1560, een Spaanse vertaling van de Cessoles door Reyna (1549 - een zéér zeldzaam boek,
waarvan Karl W. Hiersemann in Leipzig jaren geleden in zijn catalogus no. 591 een exemplaar voor de
kapitale prijs van Mk. 950,- aanbood), een helaas niet geheel gaaf exemplaar van de door Stephan
bewerkstelligde "Umdichtung" van de Cessoles (einde der 15e eeuw) en een vrije Franse
vertaling van Uflackers "Über den Geist des Schachspiels".
In 1929 ontwaakte ook bij de Franse schakers belangstelling voor de verzameling van hun
landgenoot. Gaston Legrain stelde er een onderzoek naar in en publiceerde de resultaten daarvan in
de door hem geredigeerde "Les Cahiers de l'Echiquier Français" (1929, bldz. 69 e.v. en
97 e.v.). Hij had zich verzekerd van de hulp van Monsieur Blocq-Sansot, boekhandelaar en
schaakliefhebber in Grenoble. Hieraan danken wij onze wetenschap, dat behalve de boven reeds
vermelde zeldzame schaakwerken, in Grenoble o.a. nog de onderstaande parelen der schaakliteratuur
zijn te bewonderen:
Carrera (1617), Cozio (1766), Damiano (2 ongedateerde drukken). Ducchi (1586), Gianutio (1597) (dit exemplaar is afkomstig van de veiling in 1783 van de boekerij, toebehoord hebbende aan den hertog de la Vallière), een Greco-manuscript uit het jaar 1624, Hyde (1694), Kochanowsky (1629), Lopez (1561). Mommeianus (1560), du Peyrat (1608), Piacenza (1683), Salvio (1634), Barbier (1640 en 1672), Selenus (1617), Severino: La filosofia (1690), Souterus (1622) en Weickhmann (1664). Voorts bevinden zich nog te Grenoble, doch niet afkomstig uit de collectie Alliey: Actius (1583) en een manuscript van de Vignay "Le livre de la moralité‚ des nobles hommes fait sur le jeu des échecs" (14de eeuw).
Overigens zij als bijzonderheid vermeld, dat ik sedert
[p. 15] 1939, afkomstig uit de schaakboekerij van A. de Gouyon, een cahier bezit met als titel in handschrift: "Catalogue des ouvrages sur les jeux que possède la Bibliothèque de Grenoble, 1894". Vermoedelijk stamt dit cahier uit de in 1909 in Londen geveilde schaakbibliotheek van Numa Preti. In hoeverre dit cahier, wat de inhoud betreft, als een betrouwbare bron kan worden beschouwd, vermag ik niet te beoordelen.
"Amateur" (H. Macdonald)
Ongeveer een jaar na de verschijning van Frasers catalogus (zie onder Fraser) zag de
volgende catalogus het licht:
"Catalogue of a chess library, formed by an amateur" (z.p.), 1876. Het uiterlijk en
de druk van deze catalogus doen sterk aan de in 1875 uitgegeven catalogus van Fraser denken. Ik
weet niet, wanneer deze zijn verzameling heeft geliquideerd, doch zou dat ± 1876 hebben
plaatsgevonden, dan is er alle aanleiding om te veronderstellen, dat een gedeelte van de collectie
van Fraser in de handen van den "amateur" is overgegaan. Diens verzameling was evenwel
zowel in quantiteit als in qualiteit de mindere van die van Fraser.
Zij bevatte ± 400 delen, waaronder opvallen:
Beale (1656), Christie (1801), Cozio (1766), Cobarrubia (1562), Hyde (1694), Philidor (1749),
een schaakmanuscript van Sarratt, en Selenus (1616). Het lot van deze verzameling is mij onbekend.
Wie de "amateur" geweest is, kan ik niet met zekerheid zeggen. Quaritch schijnt het
er voor te houden, dat de "amateur" en Fraser één en dezelfde persoon zijn, want op
bldz. 16 van zijn catalogus van Rimington-Wilsons bibliotheek beschouwt hij bovenvermelde catalogus
als de "second edition" van de catalogus van Fraser. Op
[p. 16]
bldz. 67 noemt Quaritch echter Henry Macdonald den schrijver van de "Catalogue of a chess
library, formed by an amateur". Deze laaste vermelding acht ik de juiste. Macdonald was
evenals Fraser afkomstig uit Dundee en van der Linde moge in "Das erste jartausend der
Schachlitteratur" (Berlin, 1881) wel vermelden, dat Macdonald zijn catalogus in 1871 in Dundee
deed drukken, ik houd het er voor, dat dit jaartal een vergissing moet zijn, aangezien andere
schrijvers als jaar van uitgifte 1876 vermelden.
Prof. Dr. O. Behaghel *)
Deze kleine slechts uit ruim 400 delen bestaande schaakbibliotheek werd in 1930 door
den Leipziger antiquarischen boekhandelaar Otto Harrassowitz en bloc aangekocht en vermeerderd met
een aantal schaakwerken uit eigen voorraad in hetzelfde jaar tegen gepeperde prijzen gedetailleerd
te koop aangeboden (Bücher-Katalog 429). Zij bevatte enkele uiterst zeldzame schaakwerken, welke
nagenoeg onvindbaar zijn en tal van andere zéér gezochte schaakboeken. Het belangrijkste stuk uit
de verzameling was Jacob Köbels "Schachtzabelspiel", circa 1520 in Oppenheim gedrukt.
Harrassowitz' vraagprijs voor dit werk, waarvan exemplaren bekend zijn in Berlijn, Darmstadt,
Dresden, Gotha en Wolfenbüttel, doch hetwelk zelfs von der Lasa niet bezat, was niet minder dan
Mk. 2500,--. Of hij het voor deze bijzonder hoge prijs is kwijtgeraakt, weet ik niet.
Andere in de catalogus voorkomende schaakwerken, welke iederen rechtgeaarden verzamelaar van
schaakliteratuur doen watertanden, waren o.a.:
Damiano (2de ongedateerde druk) [Mk. 180,-], Greco (1669) [Mk. 28,-], Hyde (1694) [Mk. 60,-],
Lolli
_____
*)Volgens Dr. A. Buschke zou Prof. Willielm Behaghel uit Freiburg en niet 0.
Behaghel uit Giessen de eigenaar van de hier beschreven bibliotheek zijn geweest.
[p. 17]
(1763) [Mk. 25,-], Lopez (1561) [Mk. 350,-, Gianutio (1597) [Mk. 85,-], Philidor (1749) [Mk. 25,-],
Selenus (1616) [Mk. 120,-, Vida (1527) [Mk. 140,-], van Zuylen van Nyevelt (Het Schaak-Spel,
Nederlandse uitgave, 1792) [slechts Mk. 10,-], Actius (1583) [Mk. 65,-], Carrera (1617) [Mk.
220,-], de Cessoles (Spaanse uitgave van 1549) [Mk. 1000,-, Lopez (Franse uitgave van 1636) [Mk,
100,-], Porto (1607) [Mk. 100,-] en Salvio (1604 en 1723) [Mk. 50,-- en Mk. 18,-].
Berliner Schachgesellschaft
Twee catalogussen zijn van deze ± 350 delen tellende schaakbibliotheek uitgegeven,
één door Carl Ahlhausen in 1887 en de andere in April 1897 door G. Buchmann:
"Katalog der Bibliothek der Berliner Schachgesellschaft"
Zij bezit o.a. volledig de "Neue Berliner Schachzeitung" (1864-1871), de
"Oesterreichische Schachzeitung" (18721875), Hoffers "Chess Monthly"
(1879-1896) en van 1846 tot en met 1896 de (Deutsche) "Schachzeitung". Voorts Selenus
(1616), de Franse uitgave van van Zuylen van Nyevelt (1792), Bertin (1735), Lopez (1561), Carrera
(1617), Salvio (1634 en 1723), Cozio (1766), Hyde (1694) en een werkje, dat wel geen bijzondere
waarde zal bezitten, doch dat mij opviel, daar ik het noch bij v. d. Linde, noch bij v. d. Lasa,
noch elders heb gevonden: "Rosman, Joh. Schach-Probleme mit blankem schwarzen König.
Gesammelt, theilweise berichtigt und mit Zusätzen vermehrt. Steiermark 1853."
De mogelijkheid is natuurlijk niet uitgesloten, dat deze verhandeling nimmer in druk verscheen
en wij dus te maken hebben met een manuscript - de catalogus laat zich daar evenwel niet over uit.
[p. 18]
Biblioteca Federale "Giovanni Tonetli"
Deze de "Associazone Scacchistica Italiana" toebehorende schaakbibliotheek
bevat ± 450 nummers. Er is een catalogus van uitgegeven in het jaar 1929:
"Catalogo della Biblioteca Federale Giovanni Tonetti" Milano, 1929.
Grote zeldzaamheden bevat deze bibliotheek niet. Zij is, zoals voor de hand ligt, goed
voorzien van Italiaanse schaakliteratuur, zoals:
Ponziani (1782), Lolli (1763), Salvio (1723), Severino (1690), Ercole del Rio (1750), Centuria
di Giambattista Lolli Modenese (1817), Ciccolini (1820), Ansidei (1868) Giacometti (1801) etc.
Belangrijk zijn de reeksen van Italiaanse schaaktijdschriften:
"Il Puttino" (1868), "La Rivista degli Scacchi" (1859) en "Rivista
Scacchistica Italiana" (1900-1912/13).
De aandacht trekken voorts 3 brieven van S. Dubois aan G. Tonetti en een verzameling van ±
16.000 schaakproblemen in 16 delen, afkomstig van Conte A. L. Roszwadowsky.
Dr. R. Blass
Er zijn twee soorten van schaakbibliophielen: zij, die alles verzamelen wat op
schaakliterair gebied verschenen is of verschijnt en zij, die zich beperkingen opleggen en zich
bepalen tot een kleiner gebied. De Zwitserse advocaat Dr. Robert Blass uit Zürich behoort tot de
laatste groep. Hij is er in geslaagd een weliswaar kleine doch uiterst selecte met grote zorg en
kennis van zaken bijeengebrachte schaakboekerij op te bouwen, waarvan hij in 1935 en in 1938, beide
malen onder de naam van "SchachBibliothek", een in een kleine oplage gestencilde catalo
-[p. 19]
gus heeft uitgegeven. De volgende parelen van de schaakliteratuur kan Dr. R. Blass de zijne noemen:
een Latijns manuscript van de Cessoles uit ± 1450 (afkomstig uit de bibliotheek van
Vansittart en via den antiquarischen boekhandelaar A. Cohn uit die van von der Lasa), een
Zuid-Duits manuscript- van denzelfde uit 1466, een de Cessoles-incunabel uit Strassburg (1483),
idem uit Toulouse (± 1494) (hiervan zijn slechts twee exemplaren bekend - dit exemplaar stamt uit
de verzameling Yemeniz, welke in 1867 in Parijs werd geveild). nog een 15de eeuws Latijns de
Cessoles-manuscript, een van de twee bekende de Cessoles-drukken uit Wenen (1505), Mennel (Köbel)
(1520), de eerste, tweede en derde ongedateerde druk uit de 16de eeuw van Damiano, Gruget (1560),
Gallensis (1489), vrijwel alle oude Italiaanse schrijvers, de oudste Greco-, Stamma- en
Philidor-drukken, Trevangadacharya Shastree (1814), een fraaie verzameling tournooi- en
matchboeken, Vida (1527, 1536, 1548 en 1550), Middleton (ca. 1624) (uit de bibliotheek van von der
Lasa), Ibrahim ibn Esra (1838), en een complete door Friedrich Capräz uitgegeven
"Schweizerische Schachzeitung" (1857-1860). Aan de in totaal 549 nummers zullen er na
1938 ongetwijfeld nog vele zijn toegevoegd.
L. Bledow (Königliche Bibliothek Berlin)
Tot de eerste schaakliefhebbers, die een schaakbibliotheek hebben gevormd, behoorde
de bekende Berlijnse schaakspeler L. Bledow, die Oberlehrer in de wiskunde aan het Gymnasium was.
Bij zijn dood liet hij een schaakboekerij van 700 à 800 delen na, een voor het midden der 19de
eeuw zeer respectabel aantal. De gehele collectie werd in Londen voor de spotprijs van $ 500 te
koop aangeboden en tenslotte in 1846 door de Königliche Bibliothek in Berlijn aangekocht. Voor
zover ik weet is
[p. 20]
er nimmer een catalogus van uitgegeven. Een artikel in de jaargang 1848 van de
"Schachzeitung" van de hand van N. D. Nathan (bldz. 49 e.v.) maakt het evenwel mogelijk
enkele bijzonderheden over hetgeen de collectie aan schaakliteratuur bevatte mee te delen. In dat
artikel geeft Nathan een aanvulling op A. Schmid's "Literatur des Schachspiels" (Wien,
1848). Hij somt een aantal in de "Königliche Bibliothek" te Berlijn aanwezige uit
Bledows collectie afkomstige schaakwerken op, welke in Schmid's "Literatur" ontbreken en
vermeldt daarbij terloops de titels van een aantal aan Schmid wèl bekende zeldzame schaakwerken,
welke van de boekerij van Bledow deel uitmaakten. Het volgende overzicht moge een denkbeeld geven
van de rijkdom der verzameling:
Actius (1583), Aquila (1516), Barbeyrac (1709 en 1737), Cobarrubia (1561 en 1562), Carrera
(1617), de Cessoles (1483 en 1493), Cozio (1766), Damiano (1ste en 2de ongedateerde druk), Ducchi
(1586 en 1607), Huarte (1603), Lolli (1763), Lopez (1561 en 1584), Köbel (± 1520), Egenolf
(1536), Piacenza (1683), Ponziani (1782), Publicius (1490), Ringhieri (1580), Salvio (1604, 1634 en
1723), Severino (1690), Selenus (1616 en 1617), Souterus (162 2), Stamma (17 3 7 en 174 5), Verci
(1778) en Weickhmann (1664).
Braunschweiger Schachclub
Van deze niet onbelangrijke verzameling werd in 1899 door de zorgen van F. Niemeher
een catalogus uitgegeven: "Verzeichniss der Büchersammlung des Braunschweiger Schachclubs.
Gedruckt in 250 Exemplaren zur Vertheilung an die Mitglieder und Freunde des Clubs. Braunschweig,
1899"
Het fundament van deze collectie werd gelegd in de zeventiger jaren, toen de club, na de dood
van een van
[p. 21]
haar meest toegewijde leden, notaris Dr. Lynker, de hand op diens schaakboekerij wist te leggen.
Teneinde te voorkomen, dat de bibliotheek te eniger tijd verstrooid zou worden, ging de club een
overeenkomst aan met Braunschweig, "wonach letzterer bei einer etwaigen Auflösung des Clubs
der gesamte Bücherbestand zur Aufbewahrung übergegeben werden muss."
Onder de vele waardevolle werken uit de verzameling vallen in het bijzonder op:
Carrera (1617), Damiano (derde ongedateerde druk), Lolli (1763), Lopez (1561 en 1585),
Philidor (1749), Salvio (1723), Selenus (1617), Cobarrubia (1562), Ringhieri (155l), Lust- und
Spiel-Haus (1694), Senftleben (1667), een Italiaans manuscript (± 1700), het gehectografeerde
Gymnasiasten-schaaktijdschrift "Concordia" (1881), de eveneens gehectografeerde jaargang
1885 van "Brüderschaft", een Japans probleemwerk, Hyde (1694), de catalogussen van v. d.
Lasa uit 1887 en 1896, Ducchi (1607), "Zweiter Jahresbericht über die Ereignisse der
SchachAcademie auf dem Zollhaus zu Achdorf 1814-1815", Spilteufel (1557) en Actius (1583).
De bibliotheek, welke in 1899 reeds tussen de 300 en 400 delen bevatte, zal sedert dien
ongetwijfeld nog gegroeid zijn.
British Chess Problem Society
Van deze uiteraard voornamelijk uit probleemliteratuur bestaande bibliotheek zijn
twee catalogussen verschenen, een in 1932, en de andere in 1935, beide getiteld:
"Library catalogue"
In 1935 bestond de boekerij uit ± 170 gedrukte boeken (waaronder vele uit de White-serie,
Loyds "Chess
[p. 22]
Strategy" en "American Chessnuts"), benevens uit tijdschriften en rubrieken in ruim
80 soorten. Ongetwijfeld is sedert 1935 dit bezit nog aanmerkelijk uitgebreid.
Het belangrijkste en waardevolste gedeelte van de bibliotheek is in mijn ogen de afdeling
"Problems in manuscript books", bevattende het oeuvre van een 60-tal Engelse
probleemcomponisten. Deze afdeling is te vergelijken met het "Nederlandse
Probleemarchief"
Dr. A. Büschke
Bij het begin van de Joden-vervolgingen in Duitsland heeft Dr. A. Büschke uit Berlijn
zijn vaderland verlaten en zich te New York gevestigd. Hij had het geluk zijn schaakbibliotheek te
mogen meenemen en deze heeft dan ook de grondslag gevormd van de boekhandel, waarin hij terstond
bij zijn komst in de Nieuwe Wereld een levensbestaan heeft trachten te vinden. Zijn specialiteit is
"schaak" gebleven en Dr. Buschke geldt thans als de grootste autoriteit op het gebied van
de antiquarische schaakboekenhandel. In hoeverre zijn verzameling in zijn handelsvoorraad is
opgegaan, kan ik niet beoordelen, daar ik in de oorlog het contact met hem heb verloren. Ik vermoed
echter, dat zijn grote collectie, althans ten dele, werkkapitaal is geworden en ben in dat
denkbeeld gesterkt doordat ik enige tijd geleden bij geruchte heb vernomen, dat hij zijn
schaakbibliotheek aan Harvard College Library voor de niet geringe prijs van $ 25000,- te koop zou
hebben aangeboden.
Bij zijn vertrek naar U.S.A. heeft Dr. Buschke een catalogus op 178 losse vellen laten
stencillen van de boekenschat, die hij mocht meenemen. Aan het bezit van een exemplaar daarvan dank
ik het, dat ik vertellen kan llg welke waardevolle werken althans vóór de oorlog van zijn
schaakboekerij deel uitmaakten. Naar schatting zal de gehele collectie uit meer dan 3000 stuks
hebben bestaan
[p. 23]
en zij behoort dus tot de zeer -weinige werkelijk omvangrijke schaakbibliotheken. Zij kenmerkt zich
in eerste plaats door haar grote rijkdom aan oude Russische schaakliteratuur. Dr. Buschke, die
Russisch kent, heeft o.a. de hand weten te leggen op:
Gaebeler (1875), "Schachniatniji Listok" (gedeeltelijk), "Schachmatniji
Wjestnik" (1885-1887), "Schachmatniji journal" (gedeeltelijk), "Schachmatnoe
Obozrjenie" (gedeeltelijk), "Schachmaty" (1890), Krupski (1844), Schiffers (1907),
Schoumoff (1867) etc. Daarnaast valt nog veel meer fraais te bewonderen:
een exemplaar van het eerste Litause schaakboek (uit 1892) van H. Adolphi, één van de 100
gedrukte exemplaren van "Poèmes sur le jeu des échecs" van F. Alliey (1851), Das
spanische Schachzabelbuch des Königs Alfons des Weisen vom Jahre 1283 (Leipzig, 1913),
"Anweisung und Regeln, nach welchen das Billard- und Schachspiel gespielet werden muss":
een onbekend 18de eeuws Duits boekje, M. Bendix: "Recueil de parties d'échec" (1824),
Carrera (1617), een zeer uitgebreide verzameling van catalogussen, een 15 de eeuws Nederduits
manuscript van de Cessoles (uit de bibliotheek van Rimington-Wilson), idem Frans uit de 2de helft
van de 15 de eeuw, idem Latijn uit de 14de eeuw (afkomstig uit de bibliotheek van Franz en vandaar
overgegaan in die van von der Lasa), twee de Cessoles-incunabelen (Strassburg 1483 en Toulouse ca.
1494), een Spaanse de Cessoles uit 1549, Steph. Costa: Tractatus (1489), Damiano (1518) + 2
ongedateerde 16de eeuwse drukken, Porto (1606 + 1607), een Arabisch schaakboek uit 1892, "The
Columbian Magazine" van December 1786 (met "The morals of Chess" van Benjamin
Franklin), Gesta Romanorum (1516), Gianutio (1597), twee Greco-manuscripten uit de biblotheek van
von der Lasa (1620 en 1625), vele Greco-drukken, Hyde (1694), talrijke tijdschriftenreeksen
(waaronder het gehectografeerde "Concordia" uit 1881), v. Lerchenthal (1815), nagenoeg
alle werken van
[p. 24]
Dr. A. v. d. Linde, Lolli (2 manuscripten), Lopez (1561 1584, 1636), Magee (Good Companion
manuscript, 1910), ruim 60 match-boeken (van 1834-1937), Mennell Köbel (1520), Egenolf (1536),
Petrarca (1551), vele Philidor-drukken, Piacenza (1683), Ponziani (1769), Ringhieri (1551), Ercole
del Rio (1750), Rowbothum (1562), Salvio (1604, 1634 en 1723), Selenus (1616, eens het eigendom van
Howard Staunton + drie andere), Severino (1690), Sosnitz (in 1880 in Wilna in het Hebreeuws
gedrukt), Stamma (verscheidene drukken), een lange reeks tournooiboeken van 1851-1935,
Trevangadacharya Shastree (1814), Twiss (1787/89 en 1805), talrijke Vida's, Weickhmann (1664), een
vrijwel complete Whiteserie en de Franse zowel als de Nederlandse uitgave van van Zuylen van
Nyevelt (1792).
De catalogus geeft geen overzicht van de vele op het schaakspel betrekking hebbende
plaatwerken, die deel uitmaken van de collectie en waarvan Dr. Buschke mij voor de oorlog een
gedeelte in Wassenaar heeft getoond. Evenmin kan men er een opsomming in aantreffen van de uit meer
dan 2000 stuks bestaande verzameling brieven van schakers uit oude en nieuwe tijd.
E. B. Cook (Princeton University Library)
Numa Preti deelt op bldz. 247 van de jaargang 1886 van "La Stratégie"
mede, dat E. B. Cook (1830-1915) een schaakbibliotheek van 746 delen bezat. In "The Chess
Amateur" van November 1907 (bldz. 38) becijfert A. C. White het aantal op 3000. G. W. Magee
drukt in het aan E. B. Cook gewijde nummer van 25 December 1915 van een gedeelte van een brief af
van Mr. E. C. Richardson (bibliothecaris van de "Princeton University Library", waaraan
Cook zijn bibliotheek naliet), die schrijft:
"The collection consists of 2066 accessioned books and
[p. 25]
pamphlets, with a large number of odd periodicals, an immense number of newspaper-clippings, and
some twenty pictures or busts of noted chess players." Dr. H. Keidanz tenslotte, die in 1927
Cooks schaakproblemen uitgaf ("The chess compositions of E. B. Cook of Hoboken. New York,
1927"), schrijft op bldz. 12 van het voorwoord van zijn werk:
"His library at last filled several rooms in his home, counting over two thousand five
hundred copies."
Er bestaat dus een zekere tegenstrijdigheid tussen de verschillende mededelingen omtrent de
grootte van Cooks bibliotheek, welke tegenstrijdigheid ik niet vermag op te lossen, aangezien zelfs
de officiële catalogus, die vin de collectie is uitgegeven (Princeton University Library, Cook
Chess Collection, Classed List, z.p., z.j.) tengevolge van zijn ongelukkige indeling daaromtrent
geen afdoend uitsluitsel geeft.
Over het juiste aantal delen van Cooks collectie moge men min of meer in het onzekere
verkeren, men kan zonder overdrijving beweren, dat hij een van de fraaiste schaakboekerijen bezat,
welke ooit zijn bijeengebracht. Het mooiste stuk uit zijn verzameling was ongetwijfeld een Lucena,
waarvoor Cook slechts $ 150 had betaald (zie "Our Folder", Vol. 2, no. 13 van 1 Mei
1915). Daarnaast bezat Cook nog vele andere zeldzame schaakwerken, zoals:
Aquila (1516), Kochanowski (1629), de Cessoles (1534), Christie (1801), Cobarrubia (1561), 2
ongedateerde drukken van Damiano, Ducchi (1586), du Peyrat (1608), de Cessoles: The buke of ye
chess (1818), Gesta Romanorum (149-9), Tuccius (1608), Beale (1656), Greco (1669), Hyde (1694),
Lopez (1561 en 1584, benevens de Franse uitgaven van 1636 en 1674), Madden (1832), Piacenza (1683),
Ringhieri (1551), Salvio (1634 en 1723), Severino: La filosofia (1690), Senftleben (1667), de
Cessoles: Poema suecanum vetustum. Skaftauils lek (Lundae, 1848-1849, 14 vrijwel onvindbare
dissertaties), Se-
[p. 26]
lenus (1616), zeer vele Vida's, Actius (1583), Barbier (1672), Bertin (1735), Carrera (1617),
"The Columbian Magazine" (1787, bevattende Franklins "Morals of Chess"), Cozio
( 1766), Elements of chess (Boston, 1805), Gianutio (1597), zeer vele edities van Hoyle's games,
Lolli (1763), van Zuylen van Nyevelt (1792, de Franse en de zeer zeldzame Nederlandse druk),
Philidor (1749), Ercole del Rio (1750), Trevangadacharya Shastree (1814), Stamma (1737), Stamma:
Onderwijs in het koninglijke schaak-spel (179., v. d. Linde en v. d. Lasa onbekend). Verci (1778),
Weickhmann (1664), Magee's uitgave van het Bonus Socius manuscript (1910) en Loyds "Chess
Strategey" (1878).
Wat Cooks bibliotheek zo bijzonder interessant maakte waren Philidors opera's, waarvan hij
o.a. Tom jones, Le sorcier, Le bucheron e.a. bezat. Volgens een mededeling in het nummer van 25
December 1915 van "Our Folder" zou Cook ook nog een de Cessoles-druk (Augsburg, 1483)
hebben bezeten, waarvoor hij aan den antiquarischen boekhandelaar L. Rosenthal te München in 1905
Mk. 100,- zou hebben betaald. In de catalogus van de Cook-collectie kan ik dat werk evenwel niet
vinden.
Veel wetenswaardigs over de "Cook-collection" weet Dr. Albrecht Buschke te vertellen
in een goed gedocumenteerd artikel, getiteld: "Chess Libraries in America", verschenen in
"The Princeton University Library Chronicle" van juni 1941. Hieraan ontleen ik het volgende:
Het schijnt, dat John G. White de gewoonte had zijn vrienden Gilberg en Cook met Kerstmis een
pakket schaakboeken te sturen en men mag gevoeglijk aannemen, dat hun verzamelingen zonder de steun
van dezen grootsten aller schaakboekenverzamelaars nimmer zouden zijn uitgegroeid tot collecties
van internationale betekenis. De drie vrienden onderhielden een levendige briefwisseling en de door
White en Gilberg tot Cook gerichte en door dezen bewaarde brieven vormen misschien wel het
[p. 27]
interessantste deel van de "Cook-collection". Zij tonen aan, dat White veel van zijn
kennis omtrent de geschiedenis van het schaakspel in Amerika en de vroege Amerikaanse
schaakliteratuur aan de uitgebreide kennis van Cook op dit punt ontleende.
Dr. Buschke vertelt in zijn artikel nog enkele bijzonderheden over het glanspunt van de
"Cook-collection", zijn Lucena. Dit befaamde Spaanse 15de eeuwse schaakboek geldt als een
van de allerzeldzaamste werken der schaakliteratuur. Toch zijn er niet minder dan 17 min of meer
complete exemplaren van bekend, waarvan er zich 9 in N.- en Z.-Amerika bevinden.