H. Credner
Met A. Cohn en Hans Hedewig's Nachf. (Curt Ronniger) behoorde Otto Harrassowitz in Leipzig tot de bekendste Duitse antiquarische schaakboekenhandelaren. Hij placht hele verzamelingen op te kopen, de werken daarvan per stuk te verkopen en tot dat doel catalogussen uit te geven. Vier van dergelijke catalogussen zijn mij bekend. Zijn
"Bücher-Katalog 362 Schach enthaltend u.a. die Bibliothek eines bekannten Schachsammlers. Leipzig, 1914" heeft betrekking op de schaakbibliotheek van H. Credner uit Leipzig.
Van de 580 nummers zijn o.a. de volgende interessant:
de beide catalogussen van de collectie van von der Lasa (1887 en 1896), de "Geschichte" en de "Quellenstudien" van v. d. Linde (1874 en 1881), Murray (1913), een complete "Brüderschaft" (1885-1887/88), een complete "Le Palamède" (1836-1839 en 1842-1847), "De Schaakwerld" van v. d. Linde (enige jaargang, 1875), "Schachmatniji Listok" (1876-1880), de zeer zeldzame "Magdeburger Schachzeitung" (1849), een complete "Schweizerische Schachzeitung" (1857-1860), de eerste "Wie- [p. 28] ner Schachzeitung" (van Falkbeer, 1855), Beale (1656, met het portret van Karel I), een Brits-Indisch boek uit 1885, Lolli (1763), Philidor (1749), Salvio (1604), Selenus (1617), Stamma (1745), Vida's "Ludus scacchiae: Chesse-play" (de originele uiterst zeldzame druk van 1597) [Mk. 30,-] en het fraaie tournooiboek yan het te Londen in 1899 gehouden internationale schaakcongres.  

Dansk Skakproblem Klub
De catalogus van deze bescheiden bibliotheek is opgenomen in de jaarboeken van de "Dansk Skakproblem Klub". In het jaarboek 1943 staat de stand per 31 December 1943. Daaruit blijkt, dat de Deense schaakprobleemclub op dat tijdstip ongeveer 130 schaakwerken bezat, een gering aantal dus. Het bijzondere van deze kleine verzameling is evenwel, dat het een gespecialiseerde verzameling is. Alle boeken en tijdschriften hebben betrekking op de schaakproblematiek. De aandacht trekken 34 delen van A. C. White's welbekende "Christmas series" en verscheidene manuscripten met schaakproblemen van overleden en nog levende Deense componisten.

Edwin Dodds
Deze verzamelaar, wonende Home House, Low Fell, Gateshead, England, gaf in Maart 1896 een catalogus van zijn schaakboekerij uit onder de titel:
"A catalogue of books on chess, chiefly in the English language"
Zéér grote zeldzaamheden zal men in de collectie tevergeefs zoeken. Toch zal zij haar bezitter ongetwijfeld menig genotvol uur hebben bezorgd. Dodds bezat bv. de catalogus van de schaakboekerij van G. Allen (1878), Christie (1801), de eerste druk van Cottons "Compleat [p. 29] gamester" (1674), Beale (1656), Hervey's "Letter to the Craftsman" (1733), de editie van het jaar 1772 van de Poems van Sir Wm. Jones, waarin "Caïssa" voorkomt, Loyds "Chess Strategy" (1878), Madden (1832), Middletons "Game at chesse" (± 1625), Stamma (1745) en Trevangadacharya Shastree (1814).
Wat de collectie voor den schaakhistoricus evenwel belangrijk maakt, is het feit, dat Dodds zich bij het verzamelen niet beperkt heeft tot zuivere schaakliteratuur, doch zijn aandacht ook uitstrekte tot verhandelingen betreffende het schaakspel, welke gepubliceerd waren in periodieken, welke overigens met schaken niets te maken hadden. Zo bezat hij o.a. vols 9 (1789) en 11 (1794) van "Archaeologia", waarin interessante artikelen over schaken voorkomen van resp. D. Barrington en F. Douce.
Waar deze verzameling, welke ongeveer 750 delen telde, terecht is gekomen, ben ik niet te weten kunnen komen'.

  Harald Falk (A. S. Pinkus)
Een niet onbelangrijke schaakboeken-collectie bezat Harald Falk uit Hamburg, die ten tijde van de Jodenvervolgingen in Duitsland naar Parijs uitweek en daar een vegetarisch restaurant exploiteerde. In 1938 belastte hij den boekhandelaar Leo Baer te Parijs met de verkoop van zijn verzameling, die hij blijkbaar naar Frankrijk mee had kunnen nemen. De vraagprijs voor de gehele collectie bedroeg $1250,-.
Leo Baer heeft in een 29 September 1938 gedateerd pamflet het volgende wetenswaardige over de collectie ter kennis van de schaakbibliophielen gebracht. Zij bestond uit 1698 verschillende nummers (± 2200 delen), waarvan 20 uit de 16de, 27 uit de 17de en 108 uit de 18e eeuw, in 16 talen gedrukt. Er bevonden zich 21 de Cessoles-edities onder, 12 Greco's, 35 Philidors en 24 Vida's. Voorts [p. 30] J. G. White's "Das spanische Schachzabelbuch des Königs Alfons des Weisen vom Jahre 1283" (Leipzig, 1913), 2 Damiano's, Ducchi (1586), Gianutio (1597), Hyde (1694), Piacenza (1683), Ercole del Rio (1750), Salvio (1604), (Deutsche) "Schachzeitung" 1846-1935, Selenus (1617), een aan Philidor opgedragen exemplaar van R. Twiss'"Chess" (London, 1787-89) en een complete "Wiener Schachzeitung" (1898-1916).
De collectie is tenslotte naar de Verenigde Staten van Amerika verhuisd en verworven door den bekenden sterken Amerikaansen schaakspeler A. S. Pinkus.
Een restant van de bibliotheek van Harald Falk werd in 1947 gedetailleerd te koop aangeboden door den Fransen boekhandelaar Julien Guisle te Parijs in zijn "Liste no. 3 ". Naar mij ter ore is gekomen, zou Falk zelf in de oorlog in een concentratiekamp om het leven zijn gekomen.  

J. C. A. Fischer
Na het overlijden op jonge leeftijd van dezen eindspelkenner werd door de zorgen van J. Selman jr. een gestencilde catalogus van de door Fischer nagelaten schaakbibliotheek uitgegeven. Groot was de boekerij niet: zij bestond uit een goede honderd boeken, benevens een reeks tijdschriften. Haar waarde ontleende zij aan de 50 eindspelboeken, die er deel van uitmaakten en waaronder zich een aantal gezochte Russische werken over het eindspel bevonden van Rabinowitsj, Herbstman, Troïtzky, Sozin, Kubbel en de Gebroeders Platow.  

D.W. Fiske (Nationale Bibliotheek te Reykjavík)
De levensloop van Daniel Willard Fiske (1831-1904) is bewogen geweest. Aan een uitmuntende biographie van [p. 31] de hand van A. C. White in het Maartnummer van de jaargang 1924 van "Our Folder" ontleen ik de onderstaande gegevens.
Als jongeman van 26 jaren had Fiske een zeer werkzaam aandeel in de totstandkoming en het slagen van het eerste Amerikaanse schaakcongres in het jaar 1857, waaraan door zijn toedoen ook Morphy meedeed. Tezamen met Morphy gaf hij van 1857-1861 "The Chess Monthly" uit. Daarna verflauwde zijn aandacht voor het schaakspel, daar hij in zijn hoedanigheid van "Librarian of Cornell University" in de jaren 1868-1883 geheel door de aan deze functie verbonden werkzaamheden in beslag werd genomen. In 1880 huwde hij Miss Jennie McGraw, die reeds in 1881 overleed en in haar testament aan de Cornell Library een belangrijke gift vermaakte. Tengevolge van een vormgebrek van het testament viel evenwel de schenking Cornell University niet ten deel, hetgeen Fiske zich zo aantrok, dat hij haar vaarwel zei en naar Italië trok. Het was niet de eerste maal, dat hij in Europa kwam. Vele jaren tevoren was hij o.a. reeds in Zweden, Denemarken en Duitsland geweest. Zijn hart trok evenwel gedurende zijn ganse leven naar IJsland. Hij vatte het plan op het schaakspel in IJsland populair te maken en slaagde daarin wonderwel. In 1901-1902 gaf hij zelfs een IJslands schaaktijdschrift uit: "I Uppnami". Toen hij in 1879 IJsland bezocht, werd hij vorstelijk ontvangen en de bewoners zongen hem "Heill Fiske, vor kjaeri" (Heil onzen beminden Fiske) toe! Hij gaf verschillende schaakwerken in IJsland uit (o.a. een verzameling van de problemen van Loyd) en schreef een boek over de geschiedenis van het schaakspel in IJsland ("Chess in Iceland"), dat als posthuum werk in 1905 te Florence verscheen.
Bij zijn overlijden in 1904 vermaakte Fiske aan de "Library of Cornell" een bedrag van $ 5.00000,-. Fiske was behalve geleerde en schaakliefhebber verzamelaar. Hij bezat een schitterende Dante-collectie en o.a. [p. 32] ook een belangrijke schaakboekerij. Hij verdeelde zijn schatten tussen Cornell University en de Nationale Bibliotheek te Reykjavík - de eerste kreeg zijn Dantecollectie, de laatste zijn schaakboekerij.
In Fiske's schaakbibliotheek bevonden zich vele souvenirs aan Paul Morphy (zie "Our Folder" van 1 November 1916, bldz. 35). Voorts kan men in The Chess Monthly" van September 1857 lezen, dat Fiske o.a. schaakwerken van de volgende auteurs bezat: Aquila, Carrera, Douce, Greco, Selenus, Madden, Middleton, Philidor, Ponziani, Saul, Stamma, Twiss, Vida, Vogt, Weickhmann en anderen, benevens een bijna complete collectie van tussen de jaren 1802-1857 in Amerika gedrukte schaakwerken. Tenslotte heeft Fiske er zelf iets over verteld in een artikel in het Mei- en Juni-nummer 1901 van de "Deutsche Schachzeitung", getiteld: "Das heutige isländische Schachspiel". Hij schrijft daarin o.a.:
"Die Nationalbibliothek (Landsbókasafn) in Reykjavík besitzt die ausgedehnteste Sammlung von Schachbüchern in dem ganzen skandinavischen Norden - etwa 1200 Bände. Sie enthält nicht wenige Bücher, z.B. die frühesten Ausgaben der ältesten italienischen Schachschriftsteller, einige Manuscripte (unter denen eine Abschrift des "Bonus Socius" - Codex in der Bibliothek des Fürsten Barberini in Rom), mehr oder weniger vollständige Serien der in allen Sprachen gedruckten Schachzeitschriften, eine ziemlich complete Sammlung amerikanischer echachlitteratur, viele Werke, die sich auf das orientalische Schachspiel beziehen, und beinahe alle Ausgaben der in den skandinavischen Sprachen gedruckten Werke über Schachspiel."
Ofschoon Fiske het in zijn artikel niet zegt, lijkt de hypothese mij niet gewaagd, dat deze schaakboeken in de Nationale Bibliotheek te Reykjavík vrijwel alle van hem zelf afkomstig zijn. Hij zou dan reeds voor zijn dood het [p. 33] grootste gedeelte van zijn schaakbibliotheek hebben weggeschonken. Dit klopt met het feit, dat in het verslag van de Nationale Bibliotheek te Reykjavík over het jaar 1901 ("Ritaukaskrá  Landsbókasafnsins 1901" Reykjavik 1902) op de bldz. 9-28 onder het hoofd "Skák" een opsomming wordt gegeven van de in het jaar 1901 verworven 700 boekwerken op schaakgebied, bij welke opsomming als schenker Prof. Fiske is vermeld. Hetzelfde is het geval met de in "Ritaukaskr  Landsbókasafnsins 1902" (Reykjavík 1904) opgenomen aanvulling ten getale van 200 schaakwerken. Al met al blijven we dan nog ± 300 stuks achter bij het door Fiske zelf genoemde getal van 1200 delen. Mogelijkerwijze bezat de Nationale Bibliotheek te Reykjavík reeds een aantal werken betreffende schaakliteratuur.
In de door de Nationale Bibliotheek gegeven opsomming van aanwinsten trekken nog de volgende schaakboeken de aandacht:
Actius (1583), The elements of chess (Boston, 1805), Ludus latrunculorum (1650), Cobarrubia (1561), "De ludo scacchorum" van de Cessoles (Lundae, 1848-49), een Grieks schaakwerk uit 1894 van L. Olivier, Verci (1778), Roccha (1617), Ringhieri (1553), Boissière (1572), Trevangadacharya Shastree (1814), Senftlebius (1547), een 16de eeuwse Damiano-druk, een Grecomanuscript, Lolli (1763), Cozio (1766), Ducchi (1586), Piacenza (1683), "De Schaakwerld" van Dr. v. d. Linde, (Hervey): A letter to the Craftsman (1733), Boswell: The Buke of ye Chess, 1818 [de Cessoles], Hollandaerski (1864) en veel boeken over de schaakautomaat.
Wie meer weten wil over Fiske en wat hij al zo in zijn leven heeft gedaan, raadplege de volgende uitmuntende boeken van de hand van zijn executeur Horatio White:
"Memorials of Willard Fiske". 3 vols., Boston (19201922) en "Willard Fiske. Life and correspondence". Ncw York, 1925.

[p. 34]
R. Franz
Robert Franz werd 10 Mei 1822 in Berlijn geboren, waar hij op 19 januari 1885 overleed. Van beroep was hij tandarts.
Reeds op jeugdige leeftijd begon hij schaakliteratuur te verzamelen. Bij zijn dood liet hij een zeer aanzienlijke schaakboekerij na, welke door den antiquarischen boekhandelaar Albert Cohn werd verkocht. ("Katalog der Schach-Bibliothek des verstorbenen Herrn Robert Franz. Berlin, 1885"). Het aantal nrs. van de catalogus bedroeg 1057 - het aantal delen beduidend meer.
Door Cohn werden o.a. te koop aangeboden:
Académie universelle des jeux (Paris, 1806 - niet vermeld door v. d. Linde) (Mk. 6,-), Actius 1583 (Mk. 24,-), Allgaier 1795-96 .(Mk. 8,-), Wetten van het Amsterdamsche Schaakgenootschap 1822 (Mk. Aquila 1516 (Mk. 24,-), Barbier 1672 (Mk. 60,-), Beale 1656 (Mk. 60,-), Bertin 1735 (Mk. 10,-), Carrera 1617 (Mk. 85,-), de Cessoles: manuscript 1419 (Mk. 185,-), de Cessoles: manuscript uit het einde der 14de of het begin der 15de eeuw (Mk. 300,-), de Cessoles: Augsburg 1477 (Mk. 400,-), de Cessoles (Frankonis) Delft 1483 (uiterst zeldzaam, geen prijs genoemd), "Chess Player's Chronicle" 1841-1862 compleet (Mk. 350,-), Christie 1801 (Mk. 30,-), Cobarrubia 1543 (Mk. 10,-), en 1561 (Mk. 10,-), Cotton 1674 (Mk. 18,-), Cozio 1766 (Mk. 15,-), Damiano: eerste ongedateerde druk (Mk. 75,-), Divertissemens innocens 1696 (2 ex., Mk. 8,- en Mk. 19,-), Ducchi 1586 (Mk. 45,-), Gesta Romanorum 1499 (Mk. 16,-), Ghulum Kassim and Cochrane: Madras 1829 (Mk. 45,-), Gianutio 1597 (2 ex. Mk. 46,- en Mk. 36,-), Grecomanuscript 1623 (Mk. 150,-), Greco 1669 en 1689 (á Mk. 15,-), Guarinus: Liber de partitis sacchorum. Manuscript 1512 (Mk. 400,-), Wetten van het Haagsche Schaak-Genootschap 1803 (Mk. 5,-), Herus: Schach-  [p. 35] tafelen der Gesuntheyt 1553 (Mk. 75,-), Hervey: A letter to the Craftsman 1733 (Mk. 12,-), Hyde 1694 (Mk. 12,-), "Illustrated London News"-chess column, 18421875 (Mk. 150,-), Japans schaakboek 18. . (Mk. 15,-), Kochanowski 1629 (Mk. 100,-), de la Bourdonnais: Russische uitgave van 1839 (Mk. 30,-), v. Lerchenthal 1815 (Mk. 8,-), Lolli 1763 (2 ex. Mk. 18,- en Mk. 16,-), Lopez 1561 en 1584 (Mk. 225,- en Mk. 15,-), Lopez 1615, 1636 en 1674 (Mk. 45,-, Mk. 36,- en Mk. 16,-), Ludus latrunculorum 1650 (Mk. 24,-), Madden 1832 (Mk. 10,-), Zoëga v. Manteuffel: Commentar zum Kochschen Codex (manuscript) (Mk. 40,-), Marino 1626 (Mk. 20,-), Mennel (Egenolf) 1536 (Mk. 300,-), Middleton (± 1625) (Mk. 24,-, incompleet), Murner 1509 (Mk. 236,-), Pers 1657 (Mk, 15,-), Petrow: Schachmatnaja igra 1824 (Mk. 50,-), Philidor 1749 lste en 2de druk (Mk. 65,- en Mk. 35,-), Philidor: Underretning, Viborg 1773 (Mk. 24,-), Piacenza 1683 (2 ex. à Mk. 55,- en Mk. 50,-), Ponziani 1769 (Mk. 10,-), Publicius 1482 en 1485 (Mk. 100,- en Mk. 75,-), Regelen voor het Strategisch spel-manuscript uit het einde der 18de eeuw of het begin der 19de eeuw (Mk. 20,-), Ringhieri 1551, 1553 en 1580 (Mk. 16,-, Mk. 15,- en Mk. 15,-), Rubinstein: Hebreeuws schaakwerk, Lemberg 1809 (Mk. 75,-), Salvio 1604, 1634 en 1723 (Mk. 30,-, Mk. 30,- en Mk. 12,-), Schachmatnyi Listok 1859-1863, compleet (Mk. 45,-), (Deutsche) "Schachzeitung" 1846-1884 (Mk. 300,-),Neue Berliner Schachzeitung" 1864-1871, compleet (Mk. 25,-), "Magdeburger Schachzeitung 1849 (Mk. 20,-), "Schweizerische Schachzeitung" 1857-1860 compleet (Mk. 40,-), "Wiener Schachzeitung" 1855 (Mk. 15,-), Selenus 1617 (Mk. 2,2,-), Senftleben 1667 (Mk. 4,-), Trevangadacharya Shastree 1814 (Mk. 75,-), Usigli 1861 (Mk. 12,-), Verci 1778 (Mk. 10,-),Vida 1527 (Mk. 24,-),Weickhmann 1664 (Mk. 20,-) , Wielius 1606 (Mk. 80.,-) en van   [p. 36] Zuylen van Nyevelt (Franse en Nederlandse uitgave, elk á Mk. 5,-).
De boeken, welke onverkocht bleven, werden door Cohn wederom aangeboden in zijn catalogus nr. 176 (schaakbibliotheek Vansittart).

  Geo. B. Fraser
In 1875 kwam het volgende werkje van de pers:
"Catalogue of works on chess, in the collection of Geo. B. Fraser, Dundee". Het bevat de titels van de ruim 600 delen tellende verzameling van schaakboeken, welke eens het eigendom was van Geo. B. Fraser, schrijver van: "A selection of 200 games of chess, played by correspondence. Dundee, 1896". De collectie bevatte o.a. de onderstaande werken:
Actius (1583), Aquila (1516), Bertin (1735), Beale (1656), de Cessoles (1534), Christie (180l), Cozio (1766 een zeer zeldzaam schaakboek, waarvan de oplage ten dele door brand is vernietigd), Damiano (eerste ongedateerde uitgave), Hyde (1694), Lopez (1561 en 1584), Lolli (1763), Madden (1832), Philidor (1749), Salvio (1604, 1634 en 1723), Saul (1640), Selenus (1617), Stamma (1737) en Trevangadacharya Shastree (1814).
Belangrijker nog dan door haar gedrukte schaakliteratuur was de verzameling Fraser door haar afschriften van waardevolle schaakmanuscripten. Zo bevatte zij o.a. afschriften van het Alphonso-manuscript, het Fountainemanuscript, het Cotton-manuscript en vele andere.
Helaas is deze verzameling niet in haar geheel behouden gebleven. Von der Lasa deelt in zijn in 1887 uitgekomen "Verzeichniss" mede, dat de collectie "stückweise ist veräussert". Aannemende, dat dit juist is, kan ik geen bevredigende verklaring vinden voor het feit, dat de boekhandelaar James H. Brown in het jaar 1895 te Edinburgh het onderstaande boekje liet drukken:   [p. 37] "Catalogue of books, including a portion of the collection of G. B. Fraser".
Wellicht dat kennisneming van deze catalogus de oplossing van het raadsel zou kunnen brengen. Wie bezit een exemplaar?  

"Gentleman" (J. H. Ellis)
Op 7 Juni werd bij Hodgson & Co. te Londen "a collection of early and rare books on chess" geveild " the property of a gentleman". Deze "gentleman" was J. H. Ellis uit Londen, die een unieke verzameling bezat. Zij was betrekkelijk klein (ruim 600 delen), bevatte echter een keur van uiterst zeldzame werken op schaakgebied, zoals in slechts enkele schaakbibliotheken is te vinden.
De "gentleman" bezat niet minder dan 5 originele Damiano's (de druk van 1512, benevens de 4 ongedateerde uitgaven). Van deze is vooral de druk van 1512 vrijwel onvindbaar. Voorts kon hij zich den gelukkigen eigenaar noemen van een Porto (1606), de Franse vertaling van Damiano door Gruget uit`het jaar 1560 en Jarnes Rowbothunis "The Pleasaunt and vvittie Playe of the Cheasts renewed" (1562).
Doch hiermede waren de schatten van den "gentleman" nog bij lange na niet uitgeput. In zijn collectie ontbraken natuurlijk ook niet een Lopez (1561 en 1584), Actius (1583), Gianutio (1597), Salvio (1604, 1634 en 1723), Selenus (1616 of 1617), Hyde (1694), Lolli (1763), Ponziani (1769), Cozio (1766), Barbier (1640), Beale (1656), Greco (1669), Cotton (1674), Bertin (1735), Philidor (1749), Christie (1801), een tot en met 1926 volledige "British Chess Magazine" en talloze andere belangwekkende schaakwerken, te veel om op te sommen. Alleen voor onderstaande werken, welke men slechts sporadisch in schaakbibliotheken aantreft, vraag ik bijzondere aandacht: [p. 38] de Cessoles: The Buke of ye, Chess. Auchinleck Press, (1818) (only 40 copies printed); G(ould): Ludus Scacchia. A Satyr. London, 1675; du Peyrat: La philosophie royale du jeu des eschets. Paris,1608;
The game at chesse: A methaphoricall discourse shewing the present Estate of this Kingdome. London, 1643.
De verzameling, welke de "gentleman" bijeenbracht, was zeer select. Hij voegde niet alles lukraak, wat maar enigszins op het schaakspel betrekking had, aan zijn bibliotheek toe, doch schiftte met grote kennis van zaken, waardoor hij zich een voorbeeldige collectie verwierf.

  Ch. A. Gilberg en Silas 'W. Howland (Harvard College Library)
Gilbergs schaakboekerij gold, na die van J. G. White en E. B. Cook, als de grootste in de Verenigde Staten van Amerika. In een in November 1907 verschenen artikel van de hand van A. C. White in "The Chess Amateur" ("A Talk on Chess Books and Libraries") deelde deze mede, dat zij uit ongeveer 2000 delen bestond. Zij ging bij het overlijden van Gilberg (21-1-1898) in het bezit van zijn dochter, Miss Eugenie Gilberg, over, die gehuwd was met William de Visser, voorzitter van de Metropolitan Chess League († 1923). In "Deutsches Wochenschach" van 12 juli 1925 (bldz. 318) kan men lezen, dat de bibliotheek "kürzlich" voor $ 1100 aan een boekhandelaar werd verkocht. Haar weg is echter nog verder te volgen. Jaren geleden kocht ik nl. van den Amerikaansen handelaar in antiquarische schaakliteratuur, A. J. Souweine in New York, een "Catalogue of the chess library of Charles A. Gilberg of Brooklyn, New York, U.S.A."
Souweine deelde mij mede, dat hij deze catalogus had laten typen aan de hand van de originele catalogus van de verzameling. Op het eerste blad staat vermeld:   [p. 39] "This library was sold by the executors of Mr. Gilberg's estate to Thoms & Erons booksellers, who in turn sold it to Columbia University, New York City."
In 1934 hoorde ik echter tot mijn verwondering van Mr. Souweine, dat de boekerij niet bij de Columbia University terecht was gekomen, maar "was purchased by a private collector". Ditzelfde vernam ik van wijlen A. C. Klahre Esq. Het heeft mij heel wat moeite gekost eer ik er achter kwam wie die "private collector" was, totdat ik in aanraking kwam met Adrien Gambet Esq. uit New York, die er mij op een goede dag van in kennis stelde, dat hij de officiële inkoper was voor de schaakboekerij van Silas W. Howland en aan deze mededeling toevoegde, dat ik wel zou weten, dat de basis van diens bibliotheek de Gilberg-collectie vormde! Bij toeval vernam ik dus waarnaar ik reeds zo lang had gespeurd en verheugd een mij onbekenden schaakboekenverzamelaar te hebben ontdekt, haastte ik mij contact met hem te zoeken. Helaas zonder resultaat. Mijn brief bleef onbeantwoord, en later is mij de reden daarvan duidelijk geworden: Silas W. Howland was op 1 September 1938 overleden. Hij liet zijn inmiddels van 4000 in 1934 tot ± 5 à 6000 stuks gegroeide schaakboekerij na aan Harvard College Library (Library of Harvard University), Cambridge, Massachusetts. Op 12 januari 1940 schreef de bibliothecaris K. D. Metcalf mij, dat hij doende was de boekerij te laten catalogiseren, maar dat het niet in het voornemen lag een catalogus in boekvorm uit te geven *). Dit maakt het moeilijk veel van haar schatten te kunnen vertellen. Toch behoef ik de lezers niet geheel in onwetendheid te laten. Reeds in 1897 (zie de jaargang 1897 van "American Chess Magazine") bevatte de verzameling de volgende zeldzaamheden: Beale (1656), Damiano: derde ongedateerde druk, Damiano (1518), Lopez (1561 en 1584), Gianutio (1597), Salvio (1604 en 1634), Selenus (1616) en Greco  
_____
*) In een 22 April 1948 gedateerd schrijven spreekt de "assistant Librarian" A. D. Osborn van "2784 pieces", hetgeen met het voorgaande niet te rijmen is..   [p. 40] (1669 en 1750). Dat ik mij bij deze opsomming verlaat op "American Chess Magazine" van het jaar 1897 en niet op de catalogus, die Souweine in 1930 heeft doen vervaardigen, vindt zijn oorzaak in het feit, dat deze catalogus wemelt van de fouten, niet volledig en soms volkomen onbegrijpelijk is. Voorzover het mij evenwel gelukt is de geheimen van de catalogus te doorgronden, kan ik mededelen, dat Gilbergs collectie, behalve de reeds bovengenoemde boeken o.a. nog de volgende zeldzame schaakwerken bevatte:
Actius (1583), Aquila (1516), Barbier (1672), Bertin (1735), de Cessoles: The Buke of ye Chess (1818), Carrera (1617), de Cessoles (1534), Cozio (1766), Chinese schaakwerken, Ducchi (1586), Gesta Romanorum (15de eeuw), Ghularn Kassim and Cochrane (Madras, 1829), Letter to the Craftsman (1733), "The Palamede" (van Huttman, London, 18 40, 35 nrs.), Hyde (1694), Japanse Schaakwerken, v. Lerchenthal (1815), Lolli (1763), Lopez (1615 en 1636), Loyd: Chess Strategy (1878), Ludus latrunculorum (1650), v. d. Lasa's beide catalogussen (1887 en 1896), Madden (1832), Marino (1623), Middleton (± 1625), Olivier (Grieks schaakwerk, 1894), du Peyrat (1608), Philidor (1749, de drie edities), Philidor: Underretning (Viborg, 1773), Piacenza (1683), Ponziani (1769), Ringhieri (1551), Ercole del Rio (1750), Salvio (1723), Sarasin (1657 en 1658), Senftleben (1667), Severino: Dell' antica pettia (1690) en La filosofia (1690), Souterus (1622), Stamma (1737), Trevangadacharya Shastree (1814), Usigli (1861), Verci (1778), Vida (1527), Weickhmann (1664), "Westminster Papers" (1868-1879, compleet) en v. Zuylen van Nyevelt (Franse en Nederlaridse uitgave, 1792). Het is mij niet mogelijk een opgave te verstrekken van hetgeen door Silas W. Howland aan de Gilberg-collectie zelf werd toegevoegd. Dit moet zeer belangrijk zijn geweest, als men bedenkt, dat o.a. het in 1935 uit de verzameling van von der Lasa geveilde en voor R.M. 2000,- verkochte 15de eeuwse Civis Bono- [p. 41] niae-manuscript m zijn handen moet zijn gekomen. Terloops merk ik hierbij op, dat zich in Harvard College Library nog een schaakboekerij bevindt, zij het ook van bescheidener omvang, namelijk
"The J. C. J. Wainwright chess collection".
De in 1921 overleden Amerikaanse probleemcomponist Joseph C. J. Wainwright had bij testament zijn voornamelijk uit schaakprobleemliteratuur bestaande boekerij aan A. C. White vermaakt. Deze voegde aan de collectie een grote hoeveelheid van zijn eigen schaakboeken toe en schonk het geheel aan Harvard College Library (zie "Our Folder", vol. IX, bldz. 154).
In "Harvard Library notes" van juni 1922 vertelt Adrien Gambet bijzonderheden over de gecombineerde verzameling. Er bevinden zich o.a. de volgende werken onder:
de Cessoles (1534), Lopez (1561), Actius (1583), een uiterst zeldzame Hyde uit het jaar 1689, "The elements of chess" (Boston, 1805) en vele probleemboeken met opdracht aan Wainwright.  

W. R. Henry
Een van de eerste schaakboekerijen, waarvan een catalogus is uitgegeven, is die van Mercier (London, 1855), welke ik echter nimmer onder ogen heb gehad. Op deze catalogus volgt spoedig die van de schaakbibliotheek van Williarn Russ Henry, een van de schrijvers van "American chessnuts". Zijn collectie werd in begin 1866 en bloc aan den hoogsten bieder te koop aangeboden:
"Catalogue of an Amateur's collection of books upon chess and draughts."
Wat deze zeldzame catalogus zo belangrijk maakt, is in de eerste plaats de schitterende verzameling damboeken, waaronder opvallen:
Blonde (1798), Canalejas (1650!), het oudste Neder- [p. 42] landse damboek van van Embden (1785), drie 18de eeuwse drukken van Manoury, een Russisch damboek van Petroff uit 1827, Payne (1756) en "L'Egide de Pallas" van Quercetano (1727).
Van belang zijn voorts een aantal schaakprenten, benevens niet minder dan ruim 40 verschillende min of meer complete schaakrubrieken, waaronder "Illustrated London News". Daarenboven waren 25 verschillende schaaktijdschriften vertegenwoordigd, een voor het jaar 1866 respectabel getal.
Van de ruim 250 boeken zijn de vermelding waard:
Carrera (1617), Cozio (1766), een ongedateerde 16de eeuwse Damiano, Gianutio (1597), Greco (1669, 1689, 1742, 1750), Beale (1656), Hyde (1694), Lolli (1763), Lopez (Tarsia) (1584), van Zuylen van Nyevelt (de Franse uitgave van 1792), Philidor (1749, 1752, 1754, 1762, 1777 en 1790), Ringhieri (1551), Salvio (1604, 1634 en 1723), Selenus (1616 en 1617), Stamma (1737, 1745 en 1777), Trevangadacharya Shastree (1814) en Twiss (1787 en 1789).
Wat zou er van deze boekerij zijn geworden?

  H. S. Horton
In mijn bibliotheek bevindt zich de volgende catalogus:  
"Chess books and magazines,
Library of the late Harding S. Horton,
Ncw York"
Het jaar van uitgifte van deze uit slechts 4 bldz. bestaande catalogus is mij niet bekend, maar is in geen geval vroeger dan 1914. Waar deze bibliotheek zich op het ogenblik bevindt en in wiens handen, weet ik niet.
De boeken van de collectie zijn niet bijzonder de moeite waard. Haar (betrekkelijke) betekenis ontleent zij aan enkele complete reeksen van tijdschriften, zoals: [p. 43] "The Westminster Papers" (1868-1879), "The Chess Monthly", (1879-1896), "The Chess World", (1866-18 69), "The Chess Player" (1851-1853), "The Household Chess Magazine" (1865), "The Chess Monthly" (1857-1861), "The American Chess Magazine" (enige jaargang uit 1847), "Brooklyn Chess Chronicle" (1882/83-1886/87), "Lasker's Chess Magazine" (1904/05-1908/09) en "The International Chess Magazine" (1885-1891).

  F. von Hoverbeek en C. E. B. von Hoverbeck
In de januari-aflevering van de jaargang 1865 van de "Schachzeitung" vertelt Florian Schlenther veel wetenswaardigs van de schaakboekerij. die eens het eigendom van (George Ernst) Ferdinand Freiherr von Hoverbeck is geweest. Dezen dient men niet te verwarren met C. E. B. von Hoverbeck, den schrijver van het in 1806 te Breslau verschenen boek: "Das preussische Nationalschach". Ferdinand von Hoverbeck, een zoon van Albrecht von Hoverbeck auf Eichmedien, werd op 7 Maart 1777 te Queden bij Rastinburg geboren, ging op zijn 14de jaar van Berlijn naar de Universiteit in Königsberg, werkte als "Referendarius" in Marienwerder en werd daarna "Landwirth". Hij nam deel aan de oorlog van 1813/15, bracht het tot "Hauptmann", doch zei na het sluiten van de vrede het militaire leven vaarwel. Hij stierf hoogbejaard op 4 juli 1862 in Braunsberg (Preussen).
Zijn uit ± 160 stuks bestaande schaakboekerij ging na zijn dood in de handen van Georg en Florian Schienther over. Zij bevatte o.a. de volgende min of meer zeldzame en kostbare werken:
Carrera (1617), Cozio (1766), een 16de eeuwse Damiano, Lolli (1763), Lopez (1561 en de Italiaanse vertaling van de hand van Tarsia uit 1584), Ponziani (1782), Franklins "Kleine Schriften" (Weimar, 1794, met "Die [p. 44] Moral des Schachspiels") en Marinelli's "Das dreyseitige Schachbret" (1765).
De verzameling van C. E. B. von Hoverbeck *) is in het bezit geraakt van den antiquarischen boekhandelaar A. Cohn, die haar in zijn "Catalog C XI. Schach und andere Spiele" (Berlin, 1876) en bloc te koop aanbood voor 1500 Mark. Het was echter ook mogelijk de werken afzonderlijk te kopen.
Aangeboden werden o.a.:
Actius (1583) [Mk. 20,-], Carrera (1617) [Mk. 60,-], Cozio (1766) [Mk. 18,-], een Damiano uit de 16de eeuw [Mk. 75,-], Gianutio (1597) [Mk. 60,-], Greco (1689) [Mk. 12,-], Hyde (1694) [Mk. 7,50], Lopez (1561) [Mk. 100,-], Philidor (1749) [Mk. 9,-], Salvio (1723)[Mk. 18,-, Selenus (1616 en 1617) [à Mk. 20,-], en Vida (1527) [Mk. 24,-].

  Félix Jean
In 1930 bood de uitgever Bazaud te Paris-Puteaux de schaakbibliotheek van Félix Jean per stuk te koop aan. De door hem verlangde prijzen waren eenvoudig belachelijk: 1550 Frcs. voor "Le Palamède" van 1836, 350 Frcs. voor Alexandre's "Encyclopédie" ( 1837), 550 Frcs. voor Philidors "Analyze" van 1777 enz. **). Voor het buitenland waren deze prijzen nog 20% hoger, terwijl voorts ten laste van den koper kwamen "les frais de correspondance, d'expédition, de port, d'assurance et de change de monnaie"! Niettemin verwachtte Monsieur Bazaud blijkbaar, dat de schaakboekenverzamelaars elkaar de koopjes fel zouden betwisten, want de door hem genoteerde prijzen waren slechts minimum prijzen. Wilde men z'n
_____
*)Volgens Dr. Buschke echter die van F. von Hoverbeck
**)In het jaar 1930 was de koers van de Franse franc heel wat hoger dan thans! [p. 45] kans op een boek vergroten, dan moest men meer bieden en Monsieur Bazaud was wel zo vriendelijk om de buitenlanders de raad te geven hun bestellingen door middel van de luchtpost of de telegraaf te doen. Deze onbaatzuchtige raad heb ik in de wind geslagen, want toen ik Bazauds catalogus ontving, stond ik juist op het punt met vacantie te gaan en dientengevolge bestelde ik eerst 3 weken na ontvangst van de catalogus een aantal werkjes, welke weliswaar ook peperduur waren, doch die ik desniettegenstaande gaarne in mijn bezit wilde hebben. Het geluk was mij gunstig, want geen enkele van de door mij bestelde werkjes was verkocht. Gedurende lange tijd hoorde ik niets meer, totdat Monsieur Bazaud mij in juni 1933 een brief schreef, waarin hij mededeelde, welke schaakwerken hij verkocht had (en dat was bedroevend weinig!) en waarin hij mij in de gelegenheid stelde alsnog mijn bibliotheek te verrijken. Getroffen door zulk een edelmoedigheid antwoordde ik den nobelen uitgever, dat naar mijn mening zijn "prix astronomiques" de oorzaak waren van het geringe succes, hetwelk hij met de verkoop van Félix Jeans schaakbibliotheek had en dat ik wel bereid was nog meer te kopen, doch slechts indien hij zijn prijzen niet onbelangrijk zou verlagen. Dit materialistische standpunt schokte monsieur Bazaud dermate, dat hij per kerende post een brief zond, welke getuigenis aflegt van de zuiverheid van zijn drijfveren en die dan ook voor het nageslacht dient bewaard te blijven. Ziehier het fraais:  

Monsieur,
En réponse à votre lettre du 24 Juin, je viens vous informer que les prix astronomiques dont vous parlez ne sont pas  à être diminués selon votre appréciation pour la raison suivante:
Il vous a été demande‚ une réponse au plus tôt pour le cas où vous verriez encore la possibilité‚ pour vous de faire l'acquisition d'un ou plusieurs volumes. Votre remarque qu'il y a encore une grande partie du [p. 46] catalogue non vendue peut être examinée et retenue. Voici pourquoi:
Tous les volumes d'échecs de la bibliothèque Félix JEAN qui ne seront pas vendus fin Septembre prochain seront remis pour moitié, à titre de don, à la BIBLIOTHEQUE NATIONALE. Cette moiti‚ sera tirée au sort devant témoins et l'autre moitié‚ détruite aussitôt par le feu avec procès-verbal de cette suppression. Vous commettez donc une erreur en voulant déprécier la valeur des volumes qui vous ont été offerts. Cette offre vous ayant été faite parceque vous étiez collectionneur; mais les renseignements ci-dessus devant parvenir incessamment à tous les joueurs d'échecs.
Veuillez agréer, Monsieur,
mes meilleures salutations.
BAZAUD.  

Na ontvangst van boven afgedrukt epistel heb ik de correspondentie maar gestaakt. Of de 400 à 500 niet bijzonder zeldzame schaakwerken uit de bibliotheek van Félix Jean inderdaad voor de helft in vlammen zijn opgegaan ben ik niet gewaar kunnen worden.  

J. Kohtz (Sächsische Landesbibliothek)
De vermaarde probleemkenner J. Kohtz, die op 5 October 1918 overleed, liet bij testament zijn uit ± 450 delen bestaande schaakbibliotheek aan de Sächsische Landesbibliothek te Dresden na. Een catalogus van deze verzameling, waarin de probleemliteratuur uiteraard goed is vertegenwoordigd, is afgedrukt in "Deutsches Wochenschach" van 12 October 1919. De zeldzaamste stukken van de collectie zijn de gehectografeerde schaaktijdschriften "Concordia" (1881) en "Brüderschaft" (1885 en 1886).   [p. 47]  


Dr. M. Lange
Max Lange werd te Magdeburg op 7 Augustus 1832 geboren. Hij was een sterk schaakspeler en een vruchtbaar schrijver, van wiens hand o.a. als bekendste schaakwerken het Morphy-boek, het "Handbuch der Schiachaufgaben" en het "Lehrbuch des Schachspiels" verschenen. Van 1858-1864 was hij redacteur van de "Deutsche Schachzeitung". Bij zijn dood, op 8 December 1899, liet hij een verzameling schaakwerken na. Zijn erfgenamen trachtten Lange's bibliotheek en bloc te verkopen en lieten een catalogus van de collectie drukken:
"Verzeichnis der Schach-Bibliothek von Dr. Max Lange, Leipzig. Leipzig, 1900."
De verzameling werd aangekocht door de "Buchhandlung Gustav Fock" te Leipzig, welke haar in haar Lagerverzeichnis No. 179 nog hetzelfde jaar gedetailleerd te koop aanbood.
Aangeboden werden o.a. de hieronder vermelde schaakwerken - de prijzen heb ik er tussen [ ] bijgevoegd:
Ludi magister (1743) [Mk. 10,-], Allens catalogus (1878) [mk. 4,-], Greco (1669) [Mk. 15,-], Hyde (1694) [Mk. 12,-], v. d. Lasa's "Erneutes Verzeichniss" (1896) [Mk. 10,-], "Chess Strategy" van Loyd (1878) [Mk. 5,-], Ponziani (1782) [Mk. 8,-] en Selenus (1616) [Mk. 20,-].
Heel belangwekkend was de verzameling van M. Lange niet. Enkele boeken ontleenden bijzondere waarde aan het feit, dat zij uit de nalatenschap van Anderssen stamden.

  T. von (Heydebrandt -und) der Lasa
Van deze belangrijke schaakboekerij zijn twee catalogussen verschenen, één in 1887 (in 75 exemplaren gedrukt) en de volgende:
 
[p. 48] "Erneutes Verzeichniss meiner Sammiung von Schriften über das Schachspiel. In 100 Exemplaren zur Vertheilung gedruckt" (Wiesbaden, 1896).
Deze catalogus is op uiterst deskundige wijze samengesteld en voldoet aan hoog te stellen wetenschappelijke eisen. Aan de eigenlijke catalogus gaat een uitgebreid "Vorwort" vooraf, waarin de geleerde diplomaat, schrijver en collectionneur bijzonderheden vermeldt omtrent zijn eigen verzameling en die van anderen. Hij deelt er o.a. in mede, dat de zeer hoge prijzen, die voor schaakboeken, welke ook van algemene bibliographische betekenis zijn (zoals incunabelen), worden gevraagd, hem er toe hebben gedwongen zich bij de aanschaffing van in zijn schaakboekerij ontbrekende boeken beperkingen op te leggen.
Zo noemt hij o.a. het geval van een Lucena, die in Londen voor 1500 Frs. te koop zou zijn geweest, een prijs, die voor de tegenwoordige tijd - de Franc voor F 0,50 gerekend - als spotgoedkoop geldt.
In 1887 bestond de schaakbibliotheek van von der Lasa uit 1569 nummers. Negen jaren later waren daar ongeveer 700 nummers bijgekomen. Dit getal correspondeert niet met het aantal delen. Aan de ene kant nam von der Lasa afzonderlijke jaargangen van een schaaktijdschrift onder één nummer op, aan de andere kant gaf hij een eigen nummer aan vele kleine geschriften, die ook wel onder één nummer gerangschikt hadden kunnen worden. Hoe dit ook zijn moge, hij bezat een van de grootste en belangwekkendste schaakboekencollecties ter wereld. Het is een genot door von der Lasa's catalogus te bladeren. Behalve de in elke grote schaakbibliotheek voorkomende boeken van oude schrijvers als Gianutio, Salvio, Carrera, Ercole del Rio, Lolli, Cozio, Ponziani, Greco, Philidor, Stamma, Lopez en Selenus, treft men er o.a. de volgende zeldzaamheden - deels unica - aan:
een grote verzameling brieven van bekende schaakspelers, Beale (1656, met het veelal ontbrekende portret van Karel 1 van Engeland), Bilguers "Schachstammbuch" [p. 49] (manuscript 1837-1839), niet minder dan 4 de Cessolesmanuscripten en 3 de Cessoles-incunabelen (waaronder die, welke te Augsburg in 1477 en te Strassburg in 1483 zijn gedrukt), Damiano (1518, 1524, 3 ongedateerde drukken, 1564), Egenolf (15 3 6), talrijke copieën van codices in openbare en particuliere verzamelingen betrekking hebbend op het schaakspel, een uitgave van de Gesta Romanorum uit 1489, het oudst bekende Greco-manuScript d.d.12-2-1620,nog een Greco-manuscript uit 1625, "Das gulden Spil" van Ingold (Augsburg, 1472), Petroff (St. Petersburg, 1824), Porto (1606 en 1607), Publicius (1482 en 1485), de Cessoles (Reyna) (1549), Rowbothum (1562), Rubinstein (Hebreeuws, 1809), Saul (1640), Köbel (1520), een keur van oude Russische schaaktijdschriften zoals "Schachmatniji Listok" (1859-1863), en idem (1876-1881) en vele andere, Sperlin (Asperfing) ± 1675/ 1700, Vida (1527).
Zo kan men doorgaan. Het aantal zeldzame en belangwekkende boeken en tijdschriften is onuitputtelijk. Het allerbelangrijkste stuk uit de ganse verzameling is echter wel een 15de eeuws Civis Bononiae-manuscript, dat o.a. 288 schaakproblemen bevat.
Wat is er van deze uiterst fraaie schaakbibliotheek geworden?
De zoon van v. d. Lasa schaakte niet en na de dood van den vader op 27-7-1899 werd de verzameling dan ook niet uitgebreid en haar lot werd onzeker, daar het landgoed van de von der Lasa's ("Storchnest"), in Oost-Pruisen gelegen, na de eerste wereldoorlog, naar ik bij geruchte vernam, Pools bezit zou zijn geworden. In 1935 doken echter verschillende schatten uit de collectie op.
Op de 7de Mei van dat jaar werden door het Antiquariaat van Karl und Faber te München "Bibliophile Kostbarkeiten aus der Schach-Bibliotheek T. von der Lasa" geveild. Het betrof hier de kostbaarste stukken uit de collectie. Zij werden her- en derwaarts verspreid. Dr. A Buschke verwierf er enkele van en het Civis Bononiae-ma- [p. 50] nuscript schijnt, naar ik heb horen verluiden, in het bezit van Silas W. Howland in Amerika te zijn geraakt. Het lot van de rest van de bibliotheek heb ik niet weten te achterhalen.  

Het thans nog bijeenbrengen van een schaakboekerij als von der Lasa bezat, behoort vrijwel tot de onmogelijkheden. In de eerste plaats zou er een vermogen.mee gemoeid zijn - en vermogens zijn schaars tegenwoordig! - doch, afgezien daarvan, behoren er een bereisdheid, belezenheid en energie toe als slechts een von der Lasa bezat. Bovendien is er een mensenleeftijd met de vorming van zulk een collectie gemoeid en niet iedereen is het gegeven zulk een hoge leeftijd als von der Lasa in het volle bezit van de geestvermogens te bereiken.  


Volgende