Lemarchand

Van 8-13 en van 15-20 Mei 1911 werd bij "Drouot" in Parijs een belangrijke bibliotheek geveild. Deel VII daarvan betrof een vrij grote verzameling schaakwerken, welke had toebehoord aan Monsieur Lemarchand. Onder de  600 à 700 delen trekken de aandacht:
Greco (1669 en 1689), Lopez (1609 en 1636), Philidor (1749, 4 ex.), Sarasin (1656 en 1658), Stamma (1737), Fins de partie du Prince Dadian de Mingrelie (1903), de Cessoles: The Buke of ye Cess (1818), de Cessoles (1534), Cobarrubia (1562), Cozio (1766), Ducchi (1586), v. d. Lasa's catalogussen (1887 en 1896), Lolli (1763), "chess Strategy" van Loyd (1878), Vida (1527), een Indisch schaakwerk (Bombay 1885), Piacenza (1683), Ponziani (1769 en 1782), Ringhieri (155l), Salvio (1604 en 1723), Selenus (1616), Severino: La filosofia (1690), Lopez (1584), Hyde (1694), een ongedateerd‚ druk van Damiano, en Beale (1656). Het kostbaarste stuk van de verzameling was evenwel no. 1395 van de veilingcatalogus:  
[p. 51] "Précieux Manuscrit de la fin du XVIIe siècle, composé de 42 ff in - 16, cart. Manuscrit sur vélin, contenant différents problèmes sur le jeu des Echecs." Dit manuscript werd aangekocht door V. Place, die er ruim 10 jaren later een brochure over schreef:
"Lucena. Le premier en date des Théoriciens du Jeu des Echecs. Etude d'après un ancien manuscrit inédit. Paris, 1922."
Het "précieux manuscrit de la fin du XVIIe siècle" ontpopte zich als een manuscript welks ontstaan door deskundigen tussen de jaren 1530 en 1550 werd gesteld; het droeg de naam Lucena. Place ontvouwde in zijn brochure de stelling, dat het bekende zgn. Göttinger manuscript ook van Lucena zou zijn en dat het ontstaan daarvan zou liggen tussen  1497 (de datum, waarop de gedrukte uitgave van Lucena's werk verscheen) en de datum van het door hem gevonden manuscript, een standpunt, hetwelk door Ludwig Bachmann in "Die ersten Anfänge der Schachtheorie. Leipzig, 1926" wordt gedeeld.  

Dr. Josef Lerch (Deutscher Schacbverband in der Tschechoslowakei)

Door uiterste wilsbeschikking van Dr. Josef Lerch in Praag viel zijn schaakbibliotheek ten deel aan de "Deutscher Schachverband in der Tschechoslowakei". Een catalogus van de verzameling, waarbij de schaakwerken gevoegd zijn, welke de "Deutscher Schachverband"' reeds bezat, of welke later zijn aangeschaft, kan men vinden op blz. 145 e.v. van het door Max Dörfler en Josef Schindler uitgegeven congres-boek "Braunau" (Leipzig, 1926). De bibliotheek is ondergebracht in de stedelijke bibliotheek te Auszig.
Van de oudere schaakliteratuur vallen op:  
[p. 52] Allgaier (1795), Lopez (1584), Lolli (1763) en Philidor (1749).
Voorts kan men er bewonderen:
8 drukken van Bilguers Handbuch, een Hebreeuws schaakleerboek, "Chess Strategy" van Loyd (1878), 34 jaargangen van "The Chess Players Chronicle", de (Deutsche) "Schachzeitung" van 1846-1915 en de 7 jaargangen van "The International Chess Magazine" van Steinitz (1885-1891).
Het totaal aantal delen bedraagt ruim 800.

Dr. A. v. d. Linde (Koninklijke Bibliotheek Te 's-Gravenhage)

De bekende Nederlandse schaakhistoricus Dr. A. v. d. Linde (geboren 14-11-1833 te Haarlem en overleden te Wiesbaden op 12 Augustus 1897) begon zijn loopbaan als onderwijzer. Na te Leiden in de theologie te hebben gestudeerd, werd hij gereformeerd predikant te Amsterdam. Hij legde na twee jaren deze betrekking neer en vestigde zich op het landgoed Winkelsteeg bij Nijmegen, van waar hij zich naar Göttingen begaf en daar in 1862 tot Doctor in de philosophie promoveerde. Zijn strijdvaardige natuur en de felheid, waarmede hij tegenstanders te lijf ging, waren de oorzaak, dat hij met iedereen overhoop lag. Vele vijanden maakte hij zich door zijn geschrift "De Haarlemsche Costerlegende wetenschappelijk onderzocht". Laurens Janszoon Coster moest het daarin tegen Gutenberg afleggen en begrijpelijkerwijze "nam" men dat in ons land niet. De geleerde doctor, die er pan-Germaanse denkbeelden op nahield, gevoelde zich in Duitsland meer op zijn plaats dan in Nederland en aanvaardde in 1876 op voorspraak van von der Lasa een benoeming tot bibliothecaris van de Landesbibliothek te Wiesbaden, welke functie hij tot zijn dood toe bleef vervullen. Zijn omvangrijke schaakboekerij had v. d. Linde [p. 53]  voor zijn vertrek naar Duitsland aan de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage verkocht. Omtrent deze transactie kan men op blz. 161/162 van "Geschiedenis der Koninklijke Bibliotheek" door Dr. L. Brummel (Leiden, 1939) het volgende lezen:
"Een andere, op soortgelijke wijze tot stand gekomen verzameling nl. zijn uitgebreide schaakbibliotheek, werd door Van der Linde in 1876 aan de Koninklijke Bibliotheek verkocht. De collectie, ten bate van zijn bibliographische geschriften over het schaakspel gevormd, bevatte ongeveer 750 nummers, die niet in de Koninklijke Bibliotheek aanwezig waren en die voor een deel als grote zeldzaamheden konden aangemerkt worden. Voor fl 3000.- kwam de bibliotheek in het bezit van deze merkwaardige verzameling."
De dessous van deze transactie kan men vinden in de brieven van v. d. Linde aan Multatuli, welke "Het Nationaal Schaakgebouw" in 1931 uit de nalatenschap van Multatuli's tweede echtgenote verwierf. Ik citeer daaruit:
"De schurk-bankier...... te Amst. is zoo edelaardig geweest, mij aan den bedelstaf te brengen. Gelief die ruïne letterlijk op te vatten. Van de laatste 84 mille baar, maakte de man 297 gulden minus. Ik ben al zoover, dat ik dat droog kan schrijven, als een waschlijst.
Was ik niet getrouwd, dan zou ik geweten hebben dat de Heere mij tot zich riep. Nu bedoelt hij natuurlijk mijne loutering, hoewel ik een heilige ben." (Maart 1876). Uit een latere brief blijkt, dat de bibliothecaris Campbell van de Koninklijke Bibliotheek de aankoop bij minister Heemskerk heeft bepleit.
De Koninklijke Bibliotheek was reeds in het bezit van een kleine doch zeer uitgelezen verzameling boeken, die betrekking hadden op het schaakspel. De titels hiervan zijn, tezamen met de titels van de werken uit de collectie v. d. Linde, afgedrukt in: "M. F. A. G. Campbell, Ver- [p. 54] slag van de aanwinsten der Koninklijke Bibliotheek gedurende het jaar 1876. 's-Gravenhage, 1877." Op de blz. 115-194 treft men aan de: "Schaakbibliotheek, vroeger toebehoord hebbende aan Dr. A. v. d. Linde". De oorspronkelijke kleine doch fraaie verzameling van de Koninklijke Bibliotheek en de grote collectie van v. d. Linde bevatten tezamen meer dan 1000 delen. Onderstaand volgt een kleine bloemlezing van de schatten van de gecombineerde collecties:
een Nederlandse vertaling door H.Takama van J.Huarte's "Examen de ingenios para las sciencias" uit 1659, Actius (1583), Hyde (1694), niet minder dan 6 zeldzame Italiaanse Damiano-drukken: 1512, 1518, benevens de 1 ste, 2de, 3de en 4de ongedateerde druk, Porto (1606 en 1607), Gruget (1560), Lopez (1561) en de Franse edities uit 1636 en 1674, Tarsia (1584), Selenus (1616), verscheidene afschriften van handschriften van Polerio en Greco, Beale (1656), Greco (1669 en 1689), Gianutio (1597), Salvio (1604, 1634 en 1723), Carrera (1617), Saul (1672), Bertin (Duitse uitgave van 1740), Hirsch Baruch: Schach-Tractat (1747), - hiervan zijn slechts 2 exemplaren bekend, Ercole del Rio (1750), Lolli (1763), Ponziani (1769), Traitte du jeu royal des eschets par B. A. D. R. G. S. Lausanne, D. Gentil (1675-1700 - een van de twee of drie bekende exemplaren), Stamma (1737 en 1745), Philidor (de 3 drukken uit 1749), Cozio (1766), van Zuylen van Nyevelt (de twee Franse drukken en de Nederlandse uitgave, alle uit 1792), Allgaier (1795), Ringhieri (1551 en 1553), een complete reeks van "Sissa", "Le Palamède", "The Chess Monthly" e.a., Trevangadacharya Shastree (1814), vele schaakwetten van schaakgezelschappen, Publicius (1490), Cobarrubia (1562), 13 Vida-drukken uit de 16e eeuw, Piacenza (168 3), Weickhmann (1664), du Peyrat (160 8), Livre intitul‚ des esches amoureux ou des esches damours (handschrift uit de 15 de eeuw), Nicolaes Bodding: Geestelyck schaakbord (1655), 2 15de eeuwse de Cessoles-manuscrip- [p. 55] ten, 3 de Cessoles-incunabelen (Utrecht 1473, Ter Goude 1479 en Firenze 1493) en 2 de Cessoles-drukken uit de 1,6de eeuw (Vineggia, 1534 en Loven, 1551).

J. Löwenthal

Tussen 1870 en 1880 werden er in Londen verscheidene schaakbibliotheken geveild, waaronder ook die van den schaakmeester Löwenthal. Op 9 November 1876 werden bij Puttick and Simpson in Londen verkocht: "Works on the history and theory of chess, the collection of J. Löwenthal Esq. Editor of the Chess Player's Magazine, etc.". Kooplustigen konden o.a. een bod doen op:
"Wiener Schachzeitung" van Falkbeer (1855), Carrera (1617), Lolli (1763), Cozio (1766), Löwenthal: "Ten writing Books, interleaved with blotting paper, containing numerous original games, in Löwenthal's autograph", Ponziani (1782) en van der Linde's "Geschichte" (1874).
Groot was het aantal ten verkoop aangeboden schaakwerken niet. Een gedeelte ervan werd aangekocht door Rimington-Wilson, die in het zich thans in mijn bezit bevindende exemplaar van de catalogus van Löwenthals bibliotheek heeft aangetekend, welke werken hij op de veiling verwierf.  

Will H. Lyons

Een van de merkwaardigste figuren uit de schaakboekenhandel is W. H. Lyons geweest. Hij was ongetwijfeld handelsman, maar daarnaast - zeker niet in de laatste plaats - een waarachtig liefhebber van het schaakspel. Geboren in Cincinnati op 13 Februari 1849 leerde hij het schaakspel op 12-jarige leeftijd kennen. Zijn belangstelling richtte zich meer op de problematiek dan op het partijspel. Hij componeerde zelf ook en publiceerde in [p. 56] 1886 een kleine bloemlezing van schaakproblemen: "Chessnut Burrs. Newport, Ky., 1886". Van beroep was hij "Attorney at law", doch hij versmaadde ook andere baantjes niet. Zo zag ik toevallig de volgende advertentie in "The Dubuque Chess Journal" van Maart 1875: "Will H. Lyons, agent for Charles Stewart, manufacturer and wholesale dealer in paper."
In een artikel in "La Stratégie" van 19 juni '05 vertelt A. C. White, hoe Will H. Lyons er toe gekomen is handel te gaan drijven in schaakboeken. Als schaakredacteur van de "Southern Trade Gazette" werd hem dikwijls raad gevraagd over schaakliteratuur en daar de gewone boekhandelaren de boeken, welke zijn lezers vroegen, niet konden leveren, besloot hij zelf ze hun te verschaffen. Zijn aanvankelijk bescheiden boekhandel groeide uit tot een zaak, die haar klanten tot in Rusland en Japan had, ja zelfs een afnemer bezat op het 300 K.M. ten noorden van IJsland gelegen eiland Grimsey. Jaren lang bracht Lyons in Newport, Kentucky, door. Later verhuisde hij met zijn vrouw naar Harvard N.Y. Ofschoon hij toen al hoog bejaard was, bleef hij zich met de handel in schaakliteratuur bezig houden, totdat hij, na 45-jarige dienst, op 6 juni 1928 Harvard N.Y. weer verliet om zijn laatste levensjaren in zijn geliefde Kentucky te slijten (zie "American Chess Bulletin" van juli/ Augustus 1928, waarin ook een photo van den grijsaard is opgenomen). Op 1 October 1932 overleed hij in de ouderdom van 83 jaren. Zijn voorraad schaakliteratuur, welke A. C. White in 1905 op 10.000 delen schatte, deed hij over aan de American Chess Company (Hugo Helms). Helms schreef mij op 8 Maart 1934:
"Several years ago I sold quite a number of books I obtained from Will H. Lyons, but these were not for a private collection but donated to the New York Public Library." Ik heb reden om aan te nemen, dat Mr. G. A. Pfeiffer (vice-president van de Marshall Chess Club) de koper was en dat deze de boeken aan de New York Public [p. 57] Library schonk als "The Frank J. Marshall collection of chess books".
Lyons gaf gedrukte catalogussen uit, waarin hij de titels opsomde van de werken, welke hij te koop aanbood. Zijn laatste catalogus (nr. 10) verscheen in juli 1909. Liefhebbers konden de volgende werken kopen: Steinitz: 6th American Chess Congress Book 1891 ($ 10,-), Beale 1656 ($ 10,-), Greco 1750 ($ 3,-), Stamma 1745 ($ 3,50), Trevangadacharya Shastree 1814 ($15,-), Elements of chess, Boston 1805 ($ 3,-), Selenus 1617 ($ 12,-)., van Zuylen van Nyevelt 1792 - Nederlandse uitgave ($ 2,50), Stamma 1737 ($ 2,50), Carrera 1617 ($ 15,-), Cozio 1766 ($ 10,- door mij gekocht), Cobarrubia 15 61 ($ 4,50), Lolli 1763 ($ 6,-), Lopez 1584 ($ 7,50), Ringhieri 1553 ($ 5,-), Salvio 1604, 1634,en 1723 ($ 7,50, $ 6,- en $ 4,-), Severino: Dell'antica pettia 1690 ($ 4,-) en La filosofia 1690 ($ 4,-), Verci 1778 ($ 1,50), Greco 1669 ($ 4,-), Philidor 1749, lste, 2de en 3de druk ($ 8,-, $ 7,50 en $ 7,50), Philidor: Underretning, Viborg 1773 ($ 3,-), (Hervey), A letter to the Craftsman 1733 ($ 2,-), Senftleben 1667 ($ 2,-), Ducchi 1586 ($ 10,-), Vida 1527 ($ 7,-), "The Chess Monthly" 1857-1861, compleet, ($ 25,-), "International Chess Magazine" 1885-1891, compleet ($ 21,-), "Westminster Papers" 1868-1879, compleet ($ 35,-), "Oesterreichische Schachzeitung" 1872-1875, compleet 1($ 8,-) en "Sissa", jrg. 1-15, 1847-1861 ($ 15,-).  

Sir Frederic Madden

In de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage bevindt zich een exemplaar van de "Catalogue of the important & valuable collection of printed books & manuscripts, formed by the late Sir Frederic Madden, K. H., F.R.S., &c, &c", een door Sotheby, Wilkinson & Hodge te Londen in Augustus 1873 uitgegeven veilingcatalogus. Sir [p. 58] Frederie Madden, die "keeper of the MSS. in the British Museum" was, bezat een omvangrijke boekerij, waarvan het glanspunt wel werd gevormd door een collectie bestaande uit "27.500 old English ballads and songs". Schaakliefhebbers zullen het meest belang stellen in dat gedeelte van de catalogus, dat "numerous very rare and curious works on chess (printed and manuscript)" bevatte, want Sir Frederic Madden was een bekende autoriteit op schaakhistorisch gebied, die o.a. naam heeft gemaakt door een in "Archaeologia" (XXIV, London 1832) verschenen artikel van zijn hand, getiteld: "Historical remarks on the introduction of the game of chess into Europe".
Wat het in de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage aanwezige exemplaar van Maddens catalogus zo interessint maakt is, dat het een brief van Geo. B. Fraser bevat, gericht tot Dr. A. v. d. Linde, waarbij een opgave is gevoegd van de titels der boeken etc., die de bekende verzamelaar van schaakliteratuur, J. W. Rimington-Wilson, op de veiling kocht. Ik vermeld er van:
Porto (Venetia 1618 - dit boek kan ik niet thuis brengen; waarschijnlijk is hier Donato Rascioti mee bedoeld), Saul (1672), Cozio (1766), Hyde (1694), Lopez (Franse editie uit 1609), 24 brieven van Staunton en 2 van Walker, J. Hervey's "A letter to the craftsman, on the game of chess" (1733), een incomplete ongedateerde Damianodruk uit de 16de eeuw, Carrera (1617)" The Buke of ye Chess (Auchinleck, 1818 - dit exemplaar bevindt zich thans in mijn eigen schaakboekerij!), Chess made easy (1798) en voorts tal van door Sir Frederic Madden vervaardigde afschriften van schaakmanuscripten en zeldzame schaakboeken, o.a. van een 14de eeuws manuscript in- de Bibliotheca Palatina te Florence, Lucena ( 1497), Paulus Guarinus de Forlivio (1512), Jeux-Partis des Echez (1520), Alfonso el Sabio (1283), 13de eeuws manuscript (7391) in de Bibliothèque Nationale te Parijs, Nicholes de S. Nicholai: Le Gkeu des Eschics, des Taules et des Me- [p. 59] relles enz. Tenslotte mogen hier niet onvermeld blijven de eveneens door J. W. Rimington-Wilson gekochte eigen manuscripten van Sir Frederic Madden, te weten:
"Collections for a History of Chess" (in 3 portfolios) en "Memoranda and Notes for Papers on the History of the Game of Chess in Europe" (1855).
J. W. Rimington-Wilson liet ook nog wat voor andere liefhebbers over, o.a.: Beale (1656), Stamma (1741 en 1777), Trevangadacharya Shastree (1814), Christie (1801), Jacob Mennel (Egenolf): Schachzabel (1536) zeer zeldzaam!, Lopez (1584), Salvio (1634), Severino: Filosofia en Dell'antica pettia (beide uit 1690), Selenus (1617) en Lolli (1763).
Het aantal delen was niet groot, ongeveer 150, maar bovenstaande opsomming laat zien, dat de collectie zeer de moeite waard was!  

G. Marco  

Marco's schaakbibliotheek werd in 2 gedeelten geveild. De verkoop van het eerste gedeelte had plaats in de "Versteigerungsanstalt Dorotheum" in Weenen van 19-21 November 1925. Wanneer het tweede gedeelte onder de hamer kwam kan ik niet met zekerheid zeggen, doch er is alle reden om aan te nemen, dat zulks eerst op 3 en 4 Februari 1927 geschiedde. Dit grond ik op de volgende feiten:
De catalogus, welke werd uitgegeven van de van 1921 November 1925 gehouden veiling (nr. 174/175), vermeldt, dat verkocht zal worden de "Bibliothek des †Schachmeisters Georg Marco. I. Teil". Nimmer is sedert dien een catalogus verschenen, waarin de verkoop van het tweede gedeelte van Marco's schaakboekerij uitdrukkelijk werd aangekondigd. Wel is in catalogus nr. 213 (van 20 januari 1927) aankondiging gedaan van de verkoop van "Schachliteratur". op 3 en 4 Februari van dat jaar.  
[p. 60] Het merkwaardige feit doet zich evenwel voor, dat vrijwel geen enkel boek, dat in Februari 1927 werd geveild, voorkomt onder de boeken, welke in November 1925 werden verkocht, waaruit valt te concluderen, dat naar alle waarschijnlijkheid de boeken van beide veilingen destijds één geheel hebben uitgemaakt.
Marco's bibliotheek was tamelijk omvangrijk en bestond uit ongeveer 600 à 700 delen. De moderne schaakliteratuur was er goed in vertegenwoordigd. Bijzonder zeldzame werken bevatte zij evenwel niet. Vermeldenswaard zijn:
Fins de partie du Prince Dadian de Mingrelie (1903), v. d. Linde's "Geschichte", (1874) en "Quellenstudien" (1881), Mommeianus (1560), "Neue Berliner Schachzeitung" (1864-1871, compleet), Senftleben (1667), Vida (1708- niet vermeld door v. d. Linde in "Das erste Jartausend") en Vida (1732, Londini).  

Arthur Napoleão  

In "Caissana Brasileira", een door Arthur Napoleão in 1898 te Rio de Janeiro uitgegeven bloemlezing van meer dan 500 problemen van Braziliaanse probleemcomponisten, is op blz. 393 e.v. een catalogus afgedrukt van de  500 schaakwerken, welke zich in het bezit van den schrijver bevonden. Deze bibliotheek is een bijzondere vermelding waard, omdat zij een aantal Zuid-Amerikaanse schaakwerken bevatte, welke in vrijwel alle andere schaakbibliotheken ontbreken. Daarnaast kwamen er verscheidene andere meer of minder zeldzame schaakboeken in de verzameling voor. Ik wijs bv. op:
"Neue Berliner Schachzeitung" (1864-1871, compleet), Cozio (1766), Greco (1689), de beide catalogussen van de schaakboekerij van v. d. Lasa (1887 en 1896), Lolli (1763); "Chess Strategy" van Loyd (1878). Velloso d'Oliveira: 0 perfeito jogador de xadrez (Rio de Janeiro [p. 61]  (1850) met supplement van 1851), Philidor (1749), "La Stratégie" (1876-1898), Lopez (1584), Salvio (1723), Stamma (1737), "The International Chess Magazine" (1885-1891, compleet) en "Westminster Papers" (1868 -1879, compleet).
Welk lot deze bibliotheek beschoren is geworden, is mij onbekend. In mijn aantekeningen heb ik gevonden, dat in het Braziliaanse schaaktijdschrift "Xeque mate" van 1925 op de bldz. 101 e.v. hierover nadere bijzonderheden worden verteld en dat te zelfder plaatse ook een portret van Arthur Napoleão is afgedrukt, maar op het ogenblik, dat ik dit schrijf, heb ik niet de beschikking over dit tijdschrift.  

Het Nationaal Schaakgebouw  

Wat eens in bijna twintig jaren met toewijding en volharding werd opgebouwd, werd op 3 Maart 1945 in het Bezuidenhoutkwartier te 's-Gravenhage ten gevolge van oorlogsgeweld in slechts luttele minuten een prooi der vlammen. Mr. A. Rueb zag zijn levenswerk in één slag vernietigd. Zeer veel, dat onvervangbaar is, ging bij de ramp verloren en het weinige, dat is overgebleven, verdient ternauwernood de naam van een verzameling. Niettemin mag de thans vrijwel in haar geheel verloren gegane boekerij in een opsomming van schaakboekerijen niet ontbreken, al was het alleen maar om den man te eren, die door zijn schepping de schaakwereld zo zeer aan zich heeft verplicht.
Toen Mr. A. Rueb in 1926 het Nationaal Schaakgebouw oprichtte, was hij er van doordrongen, dat de vorming van een schaakbibliotheek een van de voornaamste doeleinden moest zijn. Het begin was zeer bescheiden: de uit ongeveer 100 delen bestaande schaakbibliotheek van "Discendo Discimus" vond er een onderdak. Later werden daar aan toegevoegd een aantal boeken van de "Re- {p. 62] sidentie-Schaakclub" en - de laatste nog in de oorlog de bibliotheek van de "Scheveningsche Schaak Societeit". Daarenboven werd de boekenschat vergroot door legaten, o.a. van Vijzelaar, Olland en Süsholz, en door schenkingen, o.a. van Rueb, Oskam, Drognat Doeve, Striek van Linschoten en mijzelf. Ook de periodieken en boeken, die Mr. Rueb in zijn kwaliteit van voorzitter van de F.I.D.E. bereikten, vonden er een plaats in.
Van de belangrijke werken noem ik:
J. G. White's "Das spanische Schachzabelbuch des Königs Alfons des Weisen vom Jahre 1283. Leipzig, 1913" (uit de bibliotheek van Oskam), Ringhieri's "Cento giuochi liberali" (155l), veel Greco-, Stamma- en Philidoredities, talrijke jaargangen van "Le Palamède", "The Chess Player's Chronicle" en de "Schachzeitung", "The London Chess Fortnightly" (van Lasker), een manuscript van de hand van wijlen den heer Fokker te Haarlem met 10.000 paardesprong-puzzles, de zeldzame "Periodieke mededelingen van V.A.S. en D.D." (1891/92) e.a.
Een catalogus is nimmer verschenen. Wel van de in de bibliotheek van het N.S.G. opgenomen boekerij van de S.S.S. Van deze bestaan zelfs niet minder dan 4 catalogussen. De eerste twee kan men vinden in de jaarboekjes 1917 en 1918 der "Scheveningsche Schaak-Societeit". In 1922 verscheen een afzonderlijke catalogus:
"Catalogus van de Boekerij der Scheveningsche SchaakSocieteit, 1912-1922." Tien jaren later, in 1932, kwam een tot dat tijdstip geheel bijgewerkte catalogus uit. Van schaakhistorisch oogpunt bezien, was de bibliotheek der "Scheveningsche Schaak-Societeit" van weinig betekenis. Zij was meer een moderne bibliotheek. Haar indeling maakt het moeilijk het juiste aantal delen op te geven, dat zij bevatte. Naar schatting zal het echter ongeveer 500 hebben bedragen. Deze bibliotheek was in feite de boekerij van notars F. L. G. d'Aumérie te Scheveningen. Na diens overlijden ging zij in haar geheel over naar de bibliotheek van het N.S.G., waar zij, evenals de biblio- [p. 63] theek van het N.S.G., op 3 Maart 1945 werd vernietigd. Haar uitzonderlijke betekenis ontleende de bibliotheek van het N.S.G. niet zo zeer aan haar boekenschat (al kan die op een kleine 2000 delen becijferd worden), als wel aan het grote getal brieven van vrijwel alle bekende schaakmeesters uit de 20ste eeuw, haar grote verzameling plakboeken met honderden uitknipsels op het schaakspel betrekking hebbende uit de jaren 1923 e.v., de unieke collectie notatiebiljetten betreffende door beroemde binnen- en buitenlandse schaakmeesters gespeelde partijen, de galerij van 100 foto's van schaakmeesters door wijlen Dr. Arrias alle op gelijke kopgrootte gebracht, 5. grote van Mr. Oskam afkomstige alba met schaakuitknipsels, een aantal voortreffelijk geslaagde pentekeningen van de hand van R. J. Loman (typen van oude schaakmeesters voorstellende), en last not least ongeveer 100 omvangrijke door Jhr. Strick van Linschoten samengestelde plakboeken, de volledige schaakrubrieken bevattende van de oude en de nieuwe "Groene Amsterdammer", "Het Vaderland", de "N.R.C.", "Haarlem's Dagblad", "Op de Hoogte", "De Telegraaf", "Het Algemeen Handelsblad", de "O.H.C." enz., benevens min of meer volledig van "The Field", "The Times", "Bohemia", "Chemnitzer Wochenschach", "Schwabischer Postbote" etc.
Al met al, de plakboeken en rubrieken en de jaargangen van schaaktijdschriften in losse afleveringen medegerekend, bevatte de bibliotheek ongeveer 3000 nummers. Geen cent is aan de aanschaffing van dit alles ten koste gelegd: het gehele bezit werd door erfstelling of geschenk verkregen!
Behouden zijn gebleven de inhoud van de vitrines met bijzondere schaakspellen en borden, de medailles, insignes en curiositeiten. Daarentegen gingen alle wandversieringen met schaakvoorstellingen verloren. De ramp overleefden voorts nog de brieven door den Nederlandsen schaakhistoricus Dr. A. v. d. Linde tot Multatuli gericht, benevens het schaakbord en stukken van laatstgenoemden.  
[p. 64] Ook het gastenboek van het N.S.G., met dankbetuigingen van Réti, Spielmann e.a., bracht, zij het ook gehavend, er het leven af. Enige berusting vindt Mr. R. ook hierin, dat vanaf de aanvang steeds de doublures der boekerij zo veel mogelijk zijn verkocht ten bate van het Nationaal Schaakfonds der vereniging. Al was de opbrengst niet groot (de prijzen werden opzettelijk laag gehouden), zo is door deze verkoop toch een belangrijk aantal boeken in den lande (en in het buitenland) verspreid. Nog in 1944 is, onder zeer moeilijke omstandigheden, vanuit de opslagplaats voor fl 500,- verkocht en daarmede van de ondergang gered.
Onvervangbaar is het verlies van het gehele F.I.D.E.archief, dat in het Nationaal Schaakgebouw was ondergebracht en vrijwel geheel uit schrifturen bestond, o.a. 10 mappen met de volledig gevoerde briefwisseling russen de jaren 1924 en 1944 en 12 dossiers met brieven en concepten het wereldkampioenschap schaken rakende, de wedstrijden om de Hamilton-Russell-cup, scheidsrechterlijke procedures en wat dies meer zij. Een geluk voor de schaakwereld en voor Mr. Rueb zelf is, dat het eindspelarchief, zijn eigendom, maar gevoegd bij de verzamelingen van het N.S.G., gespaard is gebleven. De schaakwereld dient er de volgende bijzonderheden van te weten. Het archief bevat eindspelstudies, theoretische eindspelen, partij-eindspelen en oude (Arabische en middeleeuwse) schaakproblemen. Van elke stand worden drie kaarten vervaardigd:
1 kaart gaat naar het auteursregister,
1 kaart wordt opgeborgen in het register, dat is geordend naar de sterkte van het materiaal,
1 kaart vindt haar plaats in het oplossingenregister.
Naar schatting bevat elk register thans tegen de 4000 kaarten. Moge Mr. Rueb in de bewerking van dit eindspelarchief bevrediging vinden voor het gemis van de bibliotheek van het Nationaal Schaakgebouw, welke hij met zoveel toe- [p. 65] wijding en met zulk een succes uit het niet in een korte spanne tijds had opgebouwd!  

Nederlandse Bond van Probleemvrienden

Geen bibliotheek van betekenis. maar een speciaal-biblotheek, die de aandacht verdient door haar vele schaakprobleemboeken. Het aantal delen bedraagt ongeveer 200. Daaronder vallen op een reeks van het Italiaanse probleemtijdschrift "Il Problema" en van "Die Schwalbe" en voorts alle door de Nederlandse Bond van Probleemvrienden uitgegeven schaakwerken. In 1942 werd een gestencilde boekenlijst gepubliceerd.
In het jaar 1947 schonk de oud-penningmeester van de N.B.v.P.., de heer M. Franken te Eindhoven, de volledige White-serie aan de bond.

The New York Library

Bij de beschrijving van de betekenis van wijlen Will H. Lyons vermeldde ik reeds, dat H. Helms een groot gedeelte van zijn boekenschat kocht. Hij verkocht deze weer aan G. A. Pfeiffer, bekend om zijn prachtige verzameling schaakspellen, waarvan er verscheidene zijn afgebeeld in D. M. Liddell's "Chessmen" (New-York, 1937). Mr. Pfeiffer schonk de van Will H. Lyons afkomstige boeken en bloc aan The New York Public Library als "The Frank J. Marshall collection of chessbooks", ter ere van den thans overleden Amerikaansen schaakmeester Marshall. De collectie bevatte "590 volumes and 185 pamphlets". Op deze schenking deed hij kort daarop een tweede volgen ten getale van ongeveer 100 delen. Terloops zij nog vermeld, dat de vrijgevige Mr. Pfeiffer, volgens een mededeling van Alfred C. Klahre in een tot mij gericht schrijven uit het jaar 1934, ook nog een honderd- [p. 66] tal schaakboeken aan Columbia University schonk ("P. Morphy collection").
Van "The Frank J. Marshall collection of chess books", een vrij dwaze benaming voor een verzameling schaakboeken, waarvan geen enkel ooit aan Marshall heeft toebehoord, make men zich geen overdreven voorstelling. Een beschrijving ervan van de hand van Robert W. Henderson is opgenomen in "Bulletin of The New York Public Library" (December 1932 en januari 1933). Het blijkt, dat het overgrote deel van de geschonken boeken 19de eeuwse drukken zijn. Ik vermeld er de volgende van:
Pizzi: L'invenzione del giuoco degli scacchi narata da Firdusi (1888), het tijdschrift "Ruy Lopez" (1896-1899), Azevedo (1833), Philidor (1749 en 1752), La magie blanche dévoilée (1788), 3 Ponziani-drukken, werken van Sarratt, Lewis en Walker, J. A. Leon's "Forty-six games of chess by G. C. Polerio" (18 94), Greco (1714), Stamma (1737), de Basterot (1863) en de 19de eeuwse auteurs v. d. Lasa, v. Bilguer en Anderssen.
Het aantal ."Americana" was niet onbelangrijk. Ik noem:
An easy introduction to the game of chess (Philadelphia 1817 en 1824), Stanley (1859), schaakprobleemboeken van 0. A. Brownson Jr., F. W. Martindale, V. M. N. Portilla, John Wilkinson, G. A. Barth en H. Keidanz, voorts verscheidene schaakwerken op Paul Morphy betrekking hebbende.
Het ligt voor de hand, dat een zo grote bibliotheek als The New York Public Library reeds een behoorlijk aantal schaakwerken bezat, alvorens zij "The Frank J. Marshall collection of chess books" verkreeg. Een catalogus is daar nimmer van uitgegeven. In mijn eigen schaakboekerij bevinden zich evenwel photocopieën van de indexkaarten van de zich in The New York Public Library bevindende schaakliteratuur (20 bladen, meer dan 500 titels bevattende). De aandacht trekken verscheidene jaargangen van het "Zeitschrift der Deutschen Morgenländischen [p. 67] Gesellschaft" (met artikelen van K. Himly over het Chinese en Japanse schaakspel), het "Journal of the Royal Asiatic Society- (met artikelen van Holt en Bland) en meer jaargangen van dergelijke wetenschappelijke tijdschriften met op de geschiedenis van het schaakspel betrekking hebbende artikelen.
The New York Public Library heeft in de loop der jaren ook vele aanvullingen op schaakliterair terrein ontvangen van Alain C. White. In dit verband is het niet ondienstig er op te wijzen, dat A. C. White een Lucena heeft bezeten, welke hij na de opheffing van de Good Companion Chess Club te Philadelphia in 1924 aan haar toegewijden secretaris James F. Magee Jr. heeft geschonken. Het schijnt, dat deze in latere jaren dit exemplaar weer van de hand heeft gedaan.  

Could it be worth thy wondrous waste of pains to publish to the world thy lack of brains?
Churchill: The Rosciad (1761), 599  


De op bldz. 68-79 beschreven schaakboekerij van Dr. M. Niemeijer werd door dezen in juni 1948 aan de Staat der Nederlanden geschonken ter plaatsing in de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage, o. a. op de volgende voorwaarden:
l°. dat zij met de in de Koninklijke Bibliotheek reeds aanwezige schaakliteratuur zal worden verenigd tot de "Van der Linde/Niemeijer-schaakboekerij";
2°. dat binnen 3 jaren van deze schaakboekerij een catalogus zal worden uitgegeven.  

[p. 68]
"Non refert quam multos, sed quam bonos babeas libros."

Senec: Epist. 45
 
Dr. M. Niemeijer
In het Februari-nummer van de jaargang 1933 van het helaas reeds lang ter ziele gegane "Rotterdamsch Schaaknieuws" heb ik eens een artikeltje geschreven over "Verzamelen", hetwelk ik nagenoeg ongewijzigd hieronder wederom laat afdrukken, zij het thans in de nieuwe spelling.  

Verzamelen

In een opwelling van zwakheid ben ik bezweken voor de verleiding schaakboeken te verzamelen. Zolang mijn pad niet dat van den Voorzitter van het Bestuur der N.R.S.V. kruiste., was nog redding mogelijk. Bij wie worden echter sluimerende verzamelaars-instincten niet wakker, als hem op een goede dag (of is het een slechte?) wordt meegedeeld: "Kom, eens aanlopen - ik heb nog wat oude schaakrommel thuis liggen, o.a. een Hebreeuwse schaakkrant en nog een partijtje onleesbare boeken." Het slot van de historie was, dat in de loop van enige maanden een paar honderd schaakboeken van de Van Vollenhovenstraat 48 naar Wassenaar verhuisden. 'k Geloof wel, dat ik bewezen heb een waardig discipel van Mr. Oskam te zijn, want het aantal onleesbare boeken, dat sedert bovenvermelde gedenkwaardige dag aan mijn schaakbibliotheek is toegevoegd, loopt in de tientallen: Japanse, Perzische,  
[p. 69] Arabische, Griekse, Russische en andere. Laat ik beginnen met degenen, die in mij een streng wetenschappelijk verzamelaar zien, een bittere teleurstelling te bereiden; niets doet mij meer plezier dan wanneer ik er in slaag de hand te leggen op het een of andere dwaze boek, zoals bv. Villots "Origine astronomique du jeu des échecs" (Paris, 1825), of op een of ander schaakcuriosum, hetwelk misschien niet de minste schaakhistorische waarde bezit, doch tot dusverre aan alle schaakbibliofielen onbekend is gebleven, zoals: "Laberinto al modo del juego del alxedrez que trata del nacimiento de Christo Nuestro Seflor", een Spaans schaakcuriosum van een eeuw geleden.
Mijn verzameling moge dan in wetenschappelijk opzicht op vele punten te kort schieten, zij bevat niettemin talrijke belangwekkende werken en doet langzamerhand aan Bolle's bekende advertenties denken: "De zolders kraken, de balken buigen door": ongeveer 2400 delen heb ik sedert 1924, toen ik met verzamelen begon, bijeen weten te vergaren. Dat is nog maar een vijfde gedeelte van 's werelds grootste schaakbibliotheek, die van wijlen John G. White uit Cleveland, U.S.A., maar die heeft er dan ook 80 jaar over gedaan, dus ...
Het zal menigeen wellicht interesseren te vernemen, hoe men een schaakbibliotheek bijeen brengt. Welnu dan:
Het beste doe je eerst eens rond te kijken, of er soms nog meer Mrs. Oskam bestaan. Heb je het geluk er een te vinden, dan is er tegelijkertijd een begin van de bibliotheek. Vervolgens schaf je je het "Internationales Adressbuch der Antiquare" aan en na je kennis van Frans, Duits en Engels weer wat opgefrist te hebben en je enig begrip van Spaans en Italiaans bijgebracht te hebben, ga je op een regenachtige Zondag een paar honderd brieven naar alle hoeken der wereld zenden. De helft van je brieven wordt niet beantwoord, of omdat ze hun bestemming niet hebben bereikt, of omdat de geadresseerde van je voortreffelijk Frans etc. geen jota heeft begrepen.  
[p. 70] Onder de antiquarische boekhandelaren schuilen echter blijkbaar ook vele schriftkundigen en helderzienden, want je kunt er staat op maken, dat je vele Duitse brieven krijgt, waarin de afzender je mededeelt "in der glückligen Lage zu sein" je een aantal schaakwerken tegen gepeperde prijzen te kunnen aanbieden.
Ook ontvang je een aantal Engelse epistels en daar de Engelsen schijnen te denken, dat het Pond nog altijd fl 12.- waard is, slaag je er vaak in zeldzame schaakboeken tegen een redelijke prijs aan te kopen. Voorts kom je er achter, dat er speciale antiquarische schaakboekhandelaren zijn, doch dat die heren zonder uitzondering allen veel te duur zijn. Nadat je een aantal miskopen hebt gedaan, ontdek je in een helder ogenblik, dat er speciale blaadjes voor "aangeboden" of "gevraagde" boeken bestaan. Zo stuit je vroeg of laat zeker op het "Bulletino di corrispondenza antiquaria" en als je dan besloten hebt onder het hoofd "desiderata" de volgende annonce te doen opnemen: "Je demande à acheter des ouvrages sur les échecs", bemerk je, dat de uitgever dat veranderd heeft in "Scacchi, tutte le opere su gli". Het resultaat is, dat je een heleboel fraaie Italiaanse brieven krijgt en het blijkt dan, dat de Italianen hun eigen taal niet kennen, want wat er in die brieven staat, wijkt dermate af van het Italiaans, dat je jezelf bijgebracht hebt, dat de ontvangen brieven zonder uitzondering onbegrepen in de haard gaan, waar zij de vuurdood sterven. Door al deze tegenslagen ontmoedigd, sta je net op het punt je verzameling maar weer op te ruimen, als er een brief van een medeslachtoffer komt, die je vriendelijk mededeelt, dat zijn bibliotheek een paar honderd delen groter is, hoewel hij een jaar later met verzamelen is begonnen. Deze uitlating werkt op je als een rode lap op een stier en je gebruikt het geld, dat je opzij gelegd hebt om je een kanarievogel aan te schaffen, om er óók een paar honderd delen bij te kopen. Je schrijft dan een even vriendelijke brief terug als je ontvangen hebt en begrijpt niet, dat ruzie  
[p. 71] het gevolg is. Helaas duurt die, ruzie maar kort, want er zijn maar weinig schaakboekenverzamelaars en die zijn voor ruil van dubbelen op elkaar aangewezen.
Uit het bovenstaande blijkt ten duidelijkste, dat het pad eens schaakboekenverzamelaars geenszins over rozen gaat. Vele tegenspoeden zijn zijn deel, doch hij doet ook veel levenservaring op. Hij ondervindt b.v. al heel spoedig, dat je alleen maar aan Hartong boeken kunt uitlenen, want dat anderen met de geleende boeken zelf een bibliotheek gaan vormen. Van harte hoop ik dan ook, dat vele adspirantschaakboekenverzamelaars hun armzalig denkbeeld zullen laten varen - dan heb ik geen concurrentie te duchten."
Zo was de toestand in 1933. Het zou erger worden! Op 26 januari 1939 kon Mr. G. C. A. Oskam, die inmiddels de rest van zijn schaakboekerij aan mij had geschonken, in een geestige op Boerderij Duinrell te Wassenaar gehouden lezing met zeker leedvermaak constateren, dat de bibliotheek, gerekend op 24 januari, 5723 delen telde en met een duivelse trek op zijn anders zo vriendelijk gelaat overhandigde hij mij die dag het 5724ste deel. In Mei 1940 was dit getal geklommen tot 6312, in meer dan 40 talen geschreven, en zou de wereldoorlog niet een einde hebben gemaakt aan alle buitenlandse aankopen, dan zou het enige vertrek in mijn huis, waar ik niet temidden van schaakboeken zou hebben gezeten, dat zijn geweest, waarheen zelfs Keizer Wilhelm. II zich te voet placht te begeven. Op het ogenblik, dat ik dit schrijf (Januari 1945), heb ik slechts 10 schaakboeken in mijn evacuatiewoning, daar mijn gehele schaakboekerij tijdelijk, dank zij de goede zorgen van Dr. L. Brummel, in de gewelven van het gebouw van de Koninklijke Bibliotheek berust. Hoe dom overigens om door het schrijven van dit boek de boekerij alweer te vergroten!
Dikwijls is mij gevraagd hoe ik die  7000 delen bij elkaar heb gekregen. Steeds heb ik op die vraag sphynxachtig geglimlacht, daar ik mijn leed alleen wenste te [p. 72] dragen. Met het klimmen der jaren ben ik echter gaan inzien, dat het beter is eigen gebreken zelf wereldkundig te maken dan ze door anderen te laten uitbazuinen. Hier volgt dan ook de waarachtige, doch droeve historie.
Omstreeks het jaar 1927 zal ik een paar honderd schaakboeken hebben bezeten, waarvan het glanspunt wel een tot dat jaar complete reeks van A. C. White's bekende Kerstprobleemboeken vormde. In hoofdzaak verzamelde ik probleemliteratuur, in Nederland verschenen schaakwerken en schaakcuriosa. Mr. Oskam spoorde mij steeds weer aan met verzamelen door te gaan, mij daarbij immer gul steunende, zodat zijn eigen schaakbibliotheek (op een gedeelte na, dat hij aan het Nationale Schaakgebouw te 's-Gravenhage schonk) de grondslag vormt van de mijne. Hij vond in mij een willig slachtoffer, evenals de bekende Amerikaanse schaakboekhandelaar Will H. Lyons, van wien ik veel kocht.
In 1928 kwam er een buitenkansje voor schaakbibliofielen: de uitgebreide door J. W. Rimington-Wilson gevormde schaakbibliotheek werd bij Sotheby in Londen geveild. Het convenieerde mij in die dagen niet voor een belangrijk bedrag aan te kopen en ik moest mij daarom tevreden stellen met de verwerving van een interessante collectie Greco-uitgaven. De overgrote meerderheid van de verzameling werd aangekocht door den Engelsen antiquair Bernard Quaritch, die haar het volgende jaar gedetailleerd te koop aanbood in "A catalogue of rare and valuable works relating to the history and theory of the game of chess" (London, 1929). Uit deze catalogus kocht ik veel nummers aan, benevens uit de in 1931 door Quaritch uitgegeven catalogus no. 449 ("A catalogue of rare and valuable books", bldz. 103-122: "Chess"), waarin de uit de collectie onverkocht gebleven werken, tezamen met enkele nieuwe aanwinsten, opnieuw te koop werden aangeboden.
In de aanvang van 1932 kocht ik de uit,  400 delen bestaande door den schaakmeester H. Weenink nagelaten [p. 73] schaakboekenverzameling en in hetzelfde jaar verwierf ik van den zoon van wijlen het oud-hoofd ener school te Zetten en Valburg, den heer P. F. Faber, de door dezen tijdens zijn leven bijeengebrachte eveneens uit  400 delen bestaande collectie schaakwerken.
Tot het uitbreken van de oorlog ging het crescendo. Ik verwierf in haar geheel de beduidende collecties van de Wiener Schach Club in Weenen en van wijlen Dr. F. Palitzsch in Dresden (beide meer dan 1000 delen groot),*) benevens de zeer omvangrijke uit   1500 stuks bestaande schaakboekerij van den Fransman A. de Gouyon.**) Voorts nog de bescheiden verzameling van wijlen den heer J. Millaard te 's-Gravenhage, die onder de schuilnaam "Pion" artikelen over de geschiedenis van het schaakspel in het "Tijdschrift van den Nederlandschen Schaakbond" heeft geschreven en tenslotte in gedeelten (het laatste gedeelte na het uitbreken van de oorlog) de schaakboekenschat van Jhr. Ir. H. Strick van Linschoten te Delft, waarvan de omvang meer dan 1700 delen beliep.
Daarnevens kocht ik veel op binnen- en buitenlandse veilingen. Een aardige herinnering bewaar ik aan de door het Internationaal Antiquariaat te Amsterdam in Mei 1938 gehouden verkoping van de schaakbibliotheek van M. G. K(antorowicz).***) De dag, dat de verkoping zou plaats vinden, bevond ik mij in Brabant en ik vernam eerst 's-middags om 5 uur, toen ik na een vermoeiende inspectietocht in mijn hotel in Vught was aangekomen, dat diezelfde avond om 7 uur de collectie Kantorowicz (of beter gezegd: van zijn schoonvader Dr. M. Lewitt) onder de hamer zou komen. Terstond sprong ik in mijn auto, snelde naar Amsterdam en betrad klokslag 7 de veilingzaal, waar ik nog juist op het eerste in veiling gebrachte nummer een bod kon uitbrengen. Om kwart voor acht  
_____
*) Van beide collecties bevindt zich een getypte catalogus in mijn eigen verzameling.
**) Een geschreven catalogus van deze collectie is in mijn bezit.
***) Veilingcatalogus Internationaal Antiquariaat te Amsterdam.  

[p. 74] was de séance afgelopen en ik keerde hongerig, doch verheugd, naar Brabant terug, meer dan 300 schaakwerken rijker!
Ten gevolge van al deze aankopen had ik de beschikking gekregen over een groot aantal schaakdoubletten. Teneinde mij daarvan te ontdoen, stelde ik lijsten samen, waarin ik deze doubletten in ruil of te koop aanbood. Van deze lijsten, waarvan er in totaal tussen 1932 en 1945 32 verschenen en die op ongeregelde tijden naar meer dan 100 over de gehele wereld verspreide adressen werden gezonden, heb ik veel plezier gehad. Talrijke blijvende relaties heb ik er door gewonnen en ik ben er door in contact gekomen met verscheidene andere schaakboekencollectionneurs. Bovendien vlei ik mij met de hoop, dat zij meer dan een schaakliefhebber in Nederland de stoot hebben gegeven tot het aanleggen van een eigen verzameling.
Het hebben van een verzameling brengt voor een verzamelaar behalve genoegens ook verplichtingen mee. Als een van die verplichtingen beschouw ik het publiceren van wetenswaardigheden aan de hand van het rijke voorhanden zijnde materiaal en in het bijzonder het publiceren van een catalogus. In 1930 heb ik daarom een gestencilde catalogus van de toen in mijn bezit zijnde schaakwerken uitgegeven en daarop in de jaren 1932/1933 drie supplementen laten verschijnen. Een volledige gedrukte catalogus zag einde 1939 het licht ("Catalogus van de schaakboekerij van Dr. M. Niemeijer (Wassenaar, Nederland). Met een voorwoord van J. Hartong en een inleidend artikel van Mr. G. C. A. Oskam. Rotterdam, 1939"). Hoewel de oplage van deze catalogus 500 exemplaren bedroeg, zullen er niet meer dan  200 exemplaren van bestaan. Van de overige 300 exemplaren tezamen met ongeveer 1000 schaakdoubletten, die tijdelijk waren opgeborgen in het kantoorgebouw van de Nationale Levensverzekering-Bank N.V. op de Boompjes te Rotterdam, hebben de Duitse soldaten op 10 Mei 1940 [p. 75] een borstwering gemaakt om zich tegen het vuur van de Rotterdamse mariniers te beschermen en zij zijn jammerlijk in de strijd gebleven. De verschijning van deze catalogus werd met vreugde begroet door personen op wier oordeel ik prijs stel, zoals Mr. A. Rueb, A. C. White, H. J. R. Murray e.a. Bepaald geamuseerd heeft mij de meer dan onbenullige recensie in het avondblad van het Algemeen Handelsblad dd. 18 November 1939 van de hand van .... (laat ik in het belang van den schrijver zijn naam niet aan de openbaarheid prijs geven!): "Men verzocht ons enige woorden aan de "Catalogus van de schaakboekerij van Dr. M. Niemeijer (Rotterdam, 1939)" te wijden, en wij zouden kunnen volstaan met te vermelden, dat bedoeld boekje keurig in linnen is gebonden en 145 pagina's telt. Doch wij willen ook volgaarne de aandacht van schaakhistorici onder onze lezers vestigen op de bron van ongeveer vierduizend delen, waarvan in het bewuste werkje een duidelijk overzicht wordt gegeven. En in elk geval moet het voorwoord worden vermeld van J. Hartong, bekend probleemcomponist en oud-redacteur van het K.N.S.B.-tijdschrift, die, zonder een ogenblik de eventuele betekenis ener schaakbibliotheek plompweg te hebben bepleit, dan wel in twijfel te hebben getrokken, er op een of andere talentvolle wijze in slaagt, pessimisten de wind uit de zeilen te nemen en ons voor de romantiek en charmes van zulk een bibliotheek bij voorbaat te winnen, kortom, ons met haar bestaan te verzoenen. Een betere inleiding dan deze, gevolgd door een kostelijke, veeleer op de practijk van het verzamelen geïnspireerde causerie van Mr. G. C. A. Oskam Dr. Niemeijers catalogus moeilijk te vinden."
Natuurlijk heb ik mij meer dan eens de vraag voorgelegd tot welke gebieden ik mijn verzameling zou moeten uitstrekken en steeds weer kwamen mij dan de woorden in de gedachten, die Martin Hardie in "The Connoisseur" van juli 1902 heeft geschreven:
"For every student at some moment of his career the [p. 76] question arises whether he shall know a little about everything or everything about something. So for the collector there comes the time when he too must decide whether he will continue in his pleasant dilettante ways, or devote his research to some special branch of art. Is he to wander at ease in the low-lying meadows, plucking a flower here or there as they please his fancy, or is he to climb the heights in search of edelweiss and the rarer blooms? Yet even when he is drawn to some particular branch of study, be it pictures, or china, or books, or even postage stamps, the possibilities before him are too infinite, and he will feel at once the need of further limitation."
Deze woorden zijn maar al te waar en vele malen heb ik de noodzakelijkheid gevoeld mij beperking op te leggen. Dikwijls ook heb ik mij voorgenomen daartoe over te gaan, maar het is bij voornemens gebleven. Ja, zou ik nóg eens een verzameling gaan opzetten, dan ... dan zou ik waarschijnlijk weer in dezelfde fout vervallen! Iedere boekenverzamelaar is tenslotte min of meer bibliomaan en hij laat gelaten de geselende woorden over zich heen gaan, waarmee in de 18de eeuw Bollioud-Mermet in een anoniem te 's-Gravenhage in 1761 verschenen boekje, getiteld: "De la bibliomanie", dit ongelukkige soort mensen brandmerkte:
"D'autres enfin conçoivent le singulier projet de réunir tous les ouvrages composés dans un genre bizarre et quelquefois licencieux.
Il est aisé d'apercevoir dans chacun de ces goûts une sorte de fantaisie inmodérée, une maladie qui a ses symptômes particuliers, ses accès, ces complications, son délire et ses dangers.
En effet, avoir des collections de livres avec l'incapacité ou le défaut de volont‚ de lire et d'étudier, c'est une étrange manie, une aveugle ostentation. Entasser des amas de volumes sans nécessité, sans discernement, c'est une inutilit‚ absurde, une vaine superfluité."  
[p. 77] Langzamerhand heeft zich mijn schaakboekerij ontwikkeld tot wat Mr. Oskam heeft gedoopt: "Het Museum Scacchisticum Niemeyerianum". Behalve schaakboeken bevat dit schilderijen, tekeningen etc. op schaakgebied, autogrammen van schaakmeesters, schaakspellen, schaakcuriosa, kortom alles, wat direct of 'indirect iets met het schaakspel uitstaande heeft. Het zou mij te ver voeren een opsomming te geven van wat ik als de belangrijkste of merkwaardigste stukken van mijn collectie beschouw. Met de vermelding van het onderstaande moet ik volstaan:
ongeveer 400 tournooiboeken, een zeer groot aantal tijdschriften uit 40 verschillende landen (waaronder Chili, Cuba, Estland, Griekenland, Ierland, Mauritius, Mexico, Palestina, Tunis, Uruguay, Venezuela, IJsland en Zuld-Afrika), Actius (15831, Allgaier (1795/96), Amateurs (alle vier edities), een complete reeks van de "Schachjahrbücher" van L. Bachmann, Basterot (Rio de Janeiro, 1889), Bertin (1735), de Boissière (1556), de la Bourdonnais (Moskwa, 1853), Carrera (1617, afkomstig uit de bibliotheken van Duncan Forbes, Löwenthal en Rimington-Wilson), Castiglione (1553 en 1587), Arabische, Chinese en Japanse schaakwerken, Christie (1801), Cobarrubla (1562), Cozio (1766), Damiano (1512, benevens de vierde, vijfde en zesde ongedateerde druk), Divertissemens innocens (1696), zes verschillende Russische uitgaven van J. Dufresne's "Lehrbuch des Schachspiels", The elements of chess (Boston, 1805), M. Euwe: Uroki schachmatnoi igrij (Moskwa, 1935/36-5 delen in Brailleschrift), Fiske: Chess in lceland (1905), Forbes (1860), 17 edities van de werken van B. Franklin (de "Morals of chess" bevattende), Fréret (1792 en 1829), een Latijnse Stamma-editie uit Varadini (1784), Le genie et la philosophie des échecs (Hambourg, 1799), Gesta Romanorum (1508), Gianutio (1597), Greco (1669, 1689, 1707, 1713, 1714, 1741, 1742, 1757, 1774, 1843 en 1750), Hervey: A letter to the Craftsman (1733),Huarte (1590, 1603, [p. 78] 1640, 1633 en 1675), Hyde (1694 en 1767), Kochanowsky: Szachy (Krakow, 1884 - Facsimile-druk van de uitgave van 1585; oplage van 40 exemplaren), v. d. Lasa (Verzeichniss, 1887 en 1896), v. Lerchenthal. (1815), 12 schaakwerken van v. d. Linde, Lolli (1763 en, 1817), Lopez (1561, 1615 en 1674), Loyd: Chess strategy (1878"compliments of yours truly Samuel Loyd"), Madden (1832), Magee: Bonus Socius XIIIth century manuscript collection of chess problems (1910), Mirotworskij: Schachmatnije turniry po perepiske (Samara, 1907/1911 - oplage van 36 exemplaren), Murray (1913), een Grieks schaakboek van L. Olivier (1894), Palamedes redivivus (1739 en 1755), 6 edities van "Maxims and hints" door R. Penn, du Peyrat (1608), Philidor (1749 - de 3 drukken, 1752, 1777, 1792, 17501 1762, 1773, 1787, 1791, 1790, 1754, 1764, 1771, 1773 - Viborg), Piacenza (1683), Ponziani (1769, 1782, 1773 e.a.), Porto (1606 en 1607), Publicius (1482), een complete reeks van Ranneforths Schach-Kalender, Rica y Fergel (1718 en 1759), Ringhieri (155l), Ercole del Rio (1750, 1831 en 1860), Roccha (1616 en 1617), Rubinstein (Lemberg, 1809 - Hebreeuws), Salvio (1604, 1634 en 1723), Sarasin (8 verschillende drukken), Saul (1640 en 1672), Sawenkof (1905), Selenus (1616 en 1617), Severino (Dell'antica pettia en La filosofia - 1690), Seymour (1719, 1734 en 1739), Souterus (1622), Stamma (1737, 1741, 1750, 1777, 1745 e.a.), W. Steinitz: My advertisement to antisemites in Vienna and elsewhere (1900), Tarsia (= R. Lopez) (1584), du Tremblay (1685), Ducchi (1586 en 1607), Twiss (1787/89 en 1805), Uflacker (1799),Verci (1778), Vergilius ( 1528 en 1671), Wahl (1798), Weickhmann (1664), een complete reeks van A. C. White's "Christmas series", "Das spanische Schachzabelbuch" door J. G. White (1913), V. Zuylen van Nyevelt (de Franse en de Nederlandse druk - 1792), ongeveer 450 probleemboeken, tegen de 40 werken over schaakautomaten,  75 uitgaven van Vida's "Scacchia ludus", een [p. 79] Frans 15de de eeuws de Cessoles-manuscript, de Cessoles (1534), "Our Folder" compleet, Trevangadacharya Shastree (1814), alle drukken van de Bilguer, Caxton: The game of the chess (facsimile-uitgaven van 1855, 1860 en 1862). Ruim vertegenwoordigd is de moderne Russische schaakliteratuur en bijzondere aandacht is besteed aan schaakwerken met een autograaf van den schrijver of van een bekenden schaakspeler. In dit verband kunnen genoemd worden: Em. Lasker: Kampf (New York, 1907, met opdracht van L. aan Carl Schlechter), een exemplaar van Ph. Stamma's Essai sur le jeu des échecs (Paris, 1737) met een aantekening van S. in het Arabisch, "Die moderne Schachpartie" van Tarrasch (Nürnberg, 1912 - "Seinen lieben Kindern Grete und Hans gewidmet vom Verfasser") etc. Het aantal voor het jaar 1881 verschenen schaakwerken, dat zich in de boekerij bevindt en dat niet is vermeld door Dr. A. v. d. Linde in zijn bekende bibliographie van schaakliteratuur: "Das erste jahrtausend der Schachlitteratur" (Berlin, 1881) bedraagt meer dan 200.  

"Si horium cum bibliotheco habes, nihil deerit."
Cicer., ad Famil., lib. 9, opist. 4  

José Paluzíe y Lucena (Bibliotheca Central te Barcelona)

In Maart 1940 werd door Dofia Mercedes Borrell, weduwe van José Paluzíe y Lucena, en door de overige erven aan de "Bibliotheca Central" te Barcelona de schaakbibliotheek ten geschenke aangeboden, welke door den bekenden Spaansen schaakspeler, -probleemcomponist, -publicist en -historicus in zijn lange leven (1860-1935) bijeen was gebracht. Dit feit was voor de "Bibliotheca Central" aanleiding een tentoonstelling van schaakliteratuur te organiseren, bij welke gelegenheid ook de schaakboeken te voorschijn werden gehaald, die zich reeds in het bezit van [p. 80] de "Bibliotheca Central" bevonden, waaronder o.a. een zij het ook niet complete Lucena!
In totaal werden 476 nummers ten toon gesteld, geen overweldigend groot aantal dus, maar hierbij moet in aanmerking worden genomen, dat verschillende jaargangen van één bepaald tijdschrift onder één nummer werden gecatalogiseerd.
De meeste aandacht trekken de uiteraard talrijke Spaanse schaakwerken, die in andere collecties zelden worden aangetroffen, zoals:
3 drukken van J. Borao's "El ajedrez" (1858, 1881 en 1901), 2 Spaanse vertalingen van de la Bourdonnais' "Nouveau traité" (uit 1843 en 1853), "Primer ensayo de Bibliografia Española de Ajedrez" van de hand van Paluzie zelf uit het jaar 1912, "El juego de ajedrez" (Comedia en cuarto actos arreglada al Teatro español por Manuel García Muñoz, 1850), "El juego de Estratografía ó Ajedrez Militar" (1827), benevens de onder de titel "Collección de trabajos" in 1865 in één band gepubliceerde jaargangen 1862-1864 van het eerste Spaanse schaaktijdschrift: "El ajedrez".
Daarnaast vallen op:
Greco (1689), een incomplete ongedateerde 16de eeuwse Damiano, Lolli (1763), Lopez (1584), Ercole del Rio (1750), Amateurs (1775 en 1786), Loyds "Chess Strategy" (1878), talrijke boeken uit de White-serie, "El ajedrez" van J. Brunet y Bellet (1890 en 1891), Salvio (1634), de beide catalogussen van v. d. Lasa (1887 en 1896) en "Das spanische Schachzabelbuch" (Facsimiledruk uit 1913 van J. G. White).  


Volgende