Adriaen Bogaers en Thoofkijn van devotien
27 maart 2018 Cornalijn Meinders Boekgeschiedenis

Als stagiaire bij de Koninklijke Bibliotheek heb ik mij de afgelopen maanden verdiept in de provenancegegevens van incunabelen (boeken gedrukt voor 1501). Samen met mijn medestagiaires en mijn stagebegeleidster Marieke van Delft zijn we begonnen om de herkomstgegevens van de ruim 2.200 incunabelen van de KB in te voeren in de Material Evidence in Incunabula-database.

Thoofkijn van devotien

Een van de eerste boeken die ik heb ingevoerd was ‘Thoofkijn van devotien’, gedrukt in Antwerpen door Gerard Leeu op 28 november 1478 (KW 150 B 70). Het bijzondere aan dit boek is dat de vijftien ontbrekende bladen in handschrift zijn aangevuld door de vorige eigenaar, zoals vermeld is op het schutblad:
‘thoofkijn van devotien, gedrukt te Antwerpen bij Gheraerdt leeu A° 1487. Naar het volledige exemplaar, te ’s Hage in de Koninklijke Boekerij voorhanden, zijn de bladen in mijn exemplaar ontbrekende, letterlijk en met inachtneming van de verdeeling der regels gekopiëerd. De bladen, die onbeschreven zijn gebleven, dragen in het oorspronkelijk houtsneê. plaatjes.’

Schutblad van Thoofkijn van devotien. Aanvraagnummer: KW 150 B 70

Schutblad van Thoofkijn van devotien

Aangevulde tekst en houtsnede
Aangevulde tekst en houtsnede
Aanvullingen in handschrift

Het Thoofkijn van devotien – een incunabel in het Middelnederlands - past natuurlijk uitstekend binnen deze interesses. De tekst in het boek is aangevuld met zestien houtsneden die in dit exemplaar ook nog zijn ingekleurd. De originele bladzijden zijn daarnaast ook gerubriceerd. Al deze elementen zijn nu beschreven in het record in MEI.

Aanvullingen

Dat Bogaers zorg en aandacht aan dit boek besteed heeft is wel te zien aan de manier waarop hij de ontbrekende pagina’s heeft aangevuld. Zoals beschreven voorin het boek heeft Bogaers zeer nauwgezet gewerkt om de aanvullingen overeen te laten komen met het originele werk. Dit heeft hij onder meer gedaan door de marges keurig uit te tekenen voor hij de tekst kopieerde. Daarbij heeft hij ook de originele regelverdeling aangehouden en waar nodig ruimte overgelaten voor houtsneden. Naast dat er complete bladzijden ontbraken, misten er ook gedeelten van bladzijden. Deze heeft Bogaers aangevuld, eveneens in handschrift, in hetzelfde lettertype als de gedrukte tekst, om zo het geheel zoveel mogelijk op het origineel te laten lijken. Ook heeft hij ook een nieuwe band van perkament en papier om het boek laten zetten. Overigens is het bijzonder te noemen dat er een tweede exemplaar in de KB was, op basis waarvan Bogaers zijn eigen exemplaar kon aanvullen: het is een zeldzaam boekje. Er zijn maar zes exemplaren bewaard gebleven, waarvan een ander ook incompleet is. De enige twee in Nederland bevinden zich dus allebei in de KB.

Het één voor één doornemen van de incunabelen om de herkomstgegevens in Material Evidence in Incunabula-database op te nemen kan er dus voor zorgen dat je zulke eigenaardigheden tegenkomt, wat dit werk natuurlijk alleen maar leuker maakt. Te meer omdat zulke informatie er ook voor zorgt dat we een beter beeld kunnen krijgen van de voormalige eigenaren van incunabelen.

Lees meer blogs over dit thema: