Boekgeschiedenis op de vierkante millimeter
23 april 2018 Erik Geleijns Boekgeschiedenis

In de jaren 1743-1745 gaf de Haagse boekverkoper Pierre Paupie drie delen uit van een commentaar op de bijbel geschreven door Charles Pierre Chais, dominee in de Waalse kerk in de Hofstad. De KB bezit een exemplaar van dit werk, dat in totaal elf delen telt, gebonden in goudgestempeld rode marokijnen (duur geitenleren) banden. Mooie boeken. En als je er goed naar kijkt - en het Haags Gemeentearchief induikt - blijkt er, net als bij de andere 150.000 oude drukken in de KB, een verhaal in te zitten.

Bijna het hele werk van Chais op een rijtje. Aanvraagnummer: 1759 C 101-113

Bijna het hele werk van Chais op een rijtje. Aanvraagnummer: 1759 C 101-113

Pierre Paupie

Om te beginnen die uitgever. De uit Frankrijk afkomstige Pierre Paupie begon zijn carrière in Den Haag in 1735 met een boekenkraam in de Grote Zaal op het Binnenhof (de huidige Ridderzaal). Hij trad in 1737 toe tot het gilde en had vanaf 1739 een winkel aan het Plein op de hoek van de Korte Houtstraat. Een paar jaar later raakte hij in financiële problemen. Hij moest in 1742 een deel zijn voorraden verkopen en in mei 1743 zelfs al zijn boeken ter veiling afstaan aan zijn crediteuren. Paupie hield het aan het Plein vol tot 1746, maar was toen gedwongen zijn huis te verlaten. Een grote erfenis ging ook aan zijn neus voorbij: zijn schoonvader gaf alles aan zijn dochter en kleindochters - onder aftrek van eerder aan Paupie verstrekt kapitaal. Uiteindelijk werd hij aangesteld tot 'concierge van het donjon van den huyse van Bueren', waar hij in 1755 overleed. Dat is, kort samengevat, wat de boekhistoricus E.F. Kossmann over Paupie schrijft in zijn grote bio-bibliografische woordenboek van de Haagse boekhandel tot 1800 uit 1937.

Valse drukvermelding met Paupies naam ('Poppy'). Leiden, UB, 386 G 8:2.
Valse drukvermelding met Paupies naam ('Poppy'). Leiden, UB, 386 G 8:2.
Valse drukvermelding met Paupies naam. UB Amsterdam, OK 75-63:2.
Valse drukvermelding met Paupies naam. UB Amsterdam, OK 75-63:2.

STCN

Uitgaven uit het laatste deel van Paupies carrière (1746-1755) die genoemd worden in de niet genoeg te prijzen STCN dienen met een korrel zout genomen te worden; hij was failliet en / of in Buren, maar zijn naam werd (ook voor 1746) nogal eens ingezet op de titelpagina's van Parijse drukken die niet door de beugel van de Franse censuur konden, soms in vormen als 'Pierre Poppy'. Titels met zijn naam op de titelpagina van na 1755 - een stuk of tien, volgens de STCN - zijn postuum en derhalve ook door anderen gedrukt. Maar ik dwaal af.

Titelpagina van deel 1. Aanvraagnummer: 1759 C 101
Titelpagina van deel 1. Aanvraagnummer: 1759 C 101
De naam van Anthony de Groot in het colofon van deel 1
De naam van Anthony de Groot in het colofon van deel 1
Ornament en initiaal aan het begin van het voorwerk van deel 1
Ornament en initiaal aan het begin van het voorwerk van deel 1

Ornamenten

Toen hij het boek van Chais uitgaf, zat Paupie al stevig in de nesten. Die weerhielden hem er niet van om in de jaren 1742-1746 nog een werk of tien uit te geven - de STCN noemt er twintig, maar zie de vorige alinea. Paupie had een winkel, maar geen drukpers; het boek van Chais werd aanvankelijk voor hem gedrukt door Anthony de Groot. Dat staat met zoveel woorden in het colofon van deel 1, over Genesis: ‘A La Haye, de l’imprimerie d’Antoine de Groot, 1742’ - kennelijk had De Groot het al in het voorgaande jaar gedrukt. In deel 2 (jawel, over Exodus) ontbreekt die mededeling, maar een vergelijking van de gebruikte ornamenten en initialen -allemaal identiek- levert het bewijs dat ook dat deel door De Groot werd gedrukt.

Titelpagina van deel het eerste stuk van deel 2. Aanvraagnummer: 1759 C 102
Titelpagina van deel het eerste stuk van deel 2. Aanvraagnummer: 1759 C 102
Ornament en initiaal aan het begin van het voorwerk van het eerste stuk van deel 2.
Ornament en initiaal aan het begin van het voorwerk van het eerste stuk van deel 2.

Pieter Servaas

Deel 3 (eigenlijk ‘Tome second, seconde partie’ - het tweede stuk van het tweede deel), over Leviticus, is een ander verhaal. Het verscheen twee jaar na de eerste delen en de gebruikte ornamenten zien er heel anders uit. Het is niet helemaal te bewijzen, en ja, het is boekgeschiedenis op de vierkante millimeter, maar volgens mij zit het zo:

Titelpagina van deel het tweede stuk van deel 2. Aanvraagnummer: 1759 C 103
Titelpagina van deel het tweede stuk van deel 2. Aanvraagnummer: 1759 C 103
Ornament en initiaal aan het begin van het tweede stuk van deel 2
Ornament en initiaal aan het begin van het tweede stuk van deel 2

in een notariële akte in het Haags Gemeentearchief (voor de liefhebbers: BNR 372 inv. nr. 2235 no. 14) staat dat notaris Samuel Favon op 26 augustus 1745 op verzoek van Paupie aan de Haagse drukker Pieter Servaas heeft gemeld dat Paupie een schuld van 77 gulden zou voldoen, op voorwaarde dat Servaas de vellen zou blijven leveren van de Franse bijbel in kwarto die hij voor Paupie aan het drukken was. Hoe het precies zat is niet meer te achterhalen, maar kennelijk had Servaas het drukken van die bijbel opgeschort zolang Paupie niet betaalde. Paupies voorwaarde om te betalen was een tikje brutaal: de schuld stond al sinds december 1744 open. Maar hoe het ook zij: Servaas was akkoord, mits de notaris of Paupie zich garant stelde.

Titelpagina van het eerste stuk van deel 3. Aanvraagnummer: 1759 C 104
Titelpagina van het eerste stuk van deel 3. Aanvraagnummer: 1759 C 104
Colofon van het eerste stuk van deel 3
Colofon van het eerste stuk van deel 3

De notariële akte moet gaan over dit boek; er is uit de jaren 1740 geen andere bijbeluitgave bekend van Paupie, in kwarto of welk formaat dan ook. Reden genoeg om in de beschrijving in de STCN een annotatie ‘Printed by Pieter Servaas?’ toe te voegen. Waarom dit deel niet door De Groot gedrukt kon worden, weten we niet - misschien had Paupie ook met hem betaalproblemen.

Na dit deel hield Paupie het voor gezien. De volgende delen werden in 1746-1748 uitgegeven respectievelijk gedrukt door de (ook Haagse) Johan Swart en Adriaan Blyvenburg. De tweede helft van het vierde deel tot en met het zesde deel werden in 1758-1777 in Amsterdam uitgegeven door Marc-Michel Rey, de delen 7 en 8 in 1790 in Utrecht door Bartholomeus Wild en Johannes Altheer.