Een raadselachtige Kleine Johannes
16 maart 2017 Paul van Capelleveen Boekgeschiedenis

In 1939 verscheen een curieuze editie van De kleine Johannes van Frederik van Eeden. Dat werd via de radio bekend gemaakt.

Op 3 mei 1939 werd het volgende A.N.P.-bericht voorgelezen:

A.N.P. bericht van 3 mei 1939
A.N.P. bericht van 3 mei 1939

A.N.P. bericht van 3 mei 1939

Lijst van intekenaren in De kleine Johannes (1939)
Lijst van intekenaren in De kleine Johannes (1939)

Lijst van intekenaren in De kleine Johannes (1939)

Titelpagina van De kleine Johannes (1939)
Titelpagina van De kleine Johannes (1939)

Titelpagina van De kleine Johannes (1939)

Het duurde meer dan een halve eeuw voor de in 1939 aan Koning toegezegde editie in een openbare collectie opdook. In 2016 ontving de KB een exemplaar uit handen van Marjolijn Hof.

Een verjaardagscadeau in 1939

Eerder waren wel exemplaren te koop aangeboden. In 2012 beschreef antiquariaat Fokas Holthuis in Lijst 61 het exemplaar van J.C. Burgersdijk. Burgersdijk was een van de vrienden geweest die bijdroeg aan de onkosten van de uitgave. De subsidiërende groep bestond uit vijftig personen en bedrijven. Daaronder waren familieleden, kunstenaars, drukkers, uitgevers. Om enkele namen te noemen: de Verkade's, W.A. van Konijnenburg, Dirk Nijland en Simon Moulijn, Pulchri Studio en N.V. Boek- & Kunstdrukkerij v/h Mouton & Co uit Den Haag. Er zullen van deze editie dus minstens vijftig exemplaren zijn gemaakt.

(Terzijde: In 2008 meende Elizabeth Yates, in haar boek Konings kunst. Van Parijs tot de Veluwe dat Koning op zijn verjaardag het boek kreeg aangeboden, maar het werd dus alleen aangekondigd. Kennelijk was het idee te laat bedacht.)

Edzard Koning, eerste illustratie in De kleine Johannes (1898)
Edzard Koning, eerste illustratie in De kleine Johannes (1898)

Edzard Koning, eerste illustratie in De kleine Johannes (1898)

Edzard Koning, eerste illustratie in De kleine Johannes (1939)
Edzard Koning, eerste illustratie in De kleine Johannes (1939)

Edzard Koning, eerste illustratie in De kleine Johannes (1939)

Nieuwe platen

Bovendien is er een verschil en dat betreft de illustraties. De litho's zijn opnieuw gedrukt en in 1939 zijn de in hoogdruk gedrukte pagina-aanduidingen onder de illustraties weggelaten. In 1898 stond onder elke prent op welke pagina de geïllustreerde scène te vinden was: de illustratie tegenover pagina 16 vermeldde bijvoorbeeld": 'BLADZ. 15'. De illustratie verwijst naar de regel: 'Toen Johannes omzag, zat een grote blauwe waterjuffer op den rand der boot.' In 1939 ontbreken die paginaverwijzingen.

Bovendien zijn de prenten schraler afgedrukt. De illustratie tegenover pagina 178 toont dat nog het duidelijkst: de baard van de figuur die de dood voorstelt mist allerlei details, maar het geldt ook voor andere elementen in de litho. Ook de litho's tegenover pagina 80 bijvoorbeeld tonen zulke verschillen in zwarting en detail.

Voor de 'voortzetting' uit 1939 zijn dus in elk geval de prenten opnieuw gedrukt en hebben de vrienden dus niet alleen de bindkosten, maar ook drukkosten betaald. Het blijft intussen vreemd dat het zo lang heeft geduurd voordat deze speciale editie als bijzonder is opgevallen.

[In iets andere vorm ook verschenen op Ligatuur.]

Reacties

Geachte heer Van Capelleveen,

Zojuist viel mijn oog op een Twitter-bericht van de KB, met daarbij een afbeelding van o.a. een waterjuffer die mij onmiddellijk bekend voorkwam.

Het Twitter-bericht verwijst naar uw artikel over Edzard Koning, dat ik meteen heb opgezocht.

Ik ben blij met uw artikel, om een reden die u niet zult verwachten. Mijn moeder, Cornelia Brinkman (1916-1988), heeft in 1944 enkele bijdragen geleverd aan het clandestiene tijdschrift De Schone Zakdoek. Een van haar bijdragen was het surrealistische verhaal ‘Pim en Mien’. Zij heeft dit voorzien van eigen illustraties, nl. collages en tekeningen. Een van de collages is samengesteld uit o.a. een afbeelding van een waterjuffer in een cirkel… Exact de waterjuffer uit de afbeelding van Edzard Koning.
Een afbeelding van de collage kunt u hier zien: http://www.corneliabrinkman.nl/PimEnMienInhoud.htm (onderste afbeelding).

Sinds een paar jaar verdiep ik mij intensief in het werk van Cornelia Brinkman. Daarom ben ik ook nieuwsgierig naar de ‘bronnen’ van haar collages. Het fragment met de waterjuffer had ik nog niet kunnen thuisbrengen, maar dankzij uw artikel weet ik nu de herkomst. Vermoedelijk heeft de tekening van Edzard Koning ook in een tijdschrift gestaan en heeft ze daar de waterjuffer uitgeknipt (zij werkte in die tijd bij uitgeverij Sijthoff).

Ik dank u hartelijk dat u – onbewust – mij een klein stapje verder hebt geholpen met mijn onderzoek.

Antoinette Verburg

Van Nicolaas Reinhoud kreeg ik een reactie die kan suggereren dat de tekstvellen wel degelijk zo lang zijn bewaard, maar dat zeker een deel van de illustraties in 1939 opnieuw gedrukt is. Hij schreef dat zijn exemplaar van de 1939-uitgave onder de illustraties wél de verwijzingen naar de pagina's staan. Hij denkt er het volgende van: 'Dan nu de hypotheses. Ik kom tot een andere conclusie als Van Capelleveen. Ik volg Antiquariaat Holthuis, want ik kan mij slecht voorstellen dat voor een nieuwe druk hetzelfde 40 jaar oude papier is gebruikt. Mijn theorie is de volgende. De vrienden rond Edz. Koning kwamen juist op het idee van de "heruitgave" omdat Mouton & Co wist te melden dat er nog oude druksels op de plank lagen. Deze zouden eenvoudig gebruikt kunnen worden, waardoor de kosten van het cadeau een beetje binnen de perken bleven en de uitgever een mooie bestemming had voor het cultuurgoed dat al 40 jaar op de plank lag te verstoffen. Probleem was alleen dat er te weinig litho's waren. Daarvan moesten een aantal worden bijgedrukt. Deze theorie verklaart nog iets. Ik ben in de tijd dat ik werk van Edzard Koning verzamel in de handel losse litho's van de Kleine Johannes tegengekomen, die niet uit boeken afkomstig leken. Mogelijk heeft de uitgever in de 40 jaar na 1898 losse litho's verkocht, waardoor ze gedwongen werd om die in 1939 bij te drukken.'

Welnu, ik heb weliswaar gesuggereerd dat de uitgave in elk geval deels een herdruk was (de platen) en dat er een andere band is gekozen; over de identiek gedrukte teksten op het identieke papier heb ik mijn verbazing uitgesproken, vooral over de lange periode dat er kennelijk zeker vijftig volledige sets van vellen bewaard zijn gebleven (en in goede staat!). Welnu, als maar een deel van de platen is bijgedrukt - en het exemplaar van Reinhoud bevestigt dat - is aannemelijk dat de rest wel gewoon bewaard is, maar dan was de geïllustreerde editie uit 1898 kennelijk niet zo'n groot succes. Het werd in meer dan veertig jaar niet uitverkocht!

Hoe dan ook, het blijft interessant dat er van die vreemde 1939-editie ook nog meerdere versies bestaan: deels dus een herdruk, deels een restoplage. Dat komt zelden voor, maar verklaart wel de eigenaardige term 'voortzetting' die door de uitgever is gebruikt.

Reageer op deze blog

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.

Lees meer blogs over dit thema: