Gevaarlijke liefde

4 januari 2021 Marieke van Delft Boekgeschiedenis

In de jaren 1730 tot 1733 vond in de Republiek opeens een groot aantal processen plaats tegen homoseksuele mannen. De veroordelingen werden gepubliceerd en er verschenen ook pamfletten en zelfs liedjes over deze kwestie. Recent kon de KB enkele van deze zeer zeldzame publicaties verwerven.

In het najaar van 2020 kon ik bij antiquariaat Arine van der Steur een drietal bijzondere plano’s – dat wil zeggen liedjes gedrukt op één zijde van een los vel – aanschaffen. Dit soort materiaal is vaak verloren gegaan omdat het weggegooid werd als het niet meer actueel was; ik heb tot nu toe dan ook geen andere exemplaren van deze liedjes gevonden. Ze zijn alle drie gedrukt door de Haagse drukker Cornelis van Zanten die tussen 1725 en 1771 ruim 200 publicaties op de markt bracht, waaronder dergelijke liedblaadjes. Dat zijn twee redenen om deze liedjes aan te schaffen voor de KB: ze zijn uniek én in Den Haag gedrukt. Bovendien gaan ze over een bijzonder onderwerp zoals we verderop zullen zien.

Drie liedbladen

De drie liedbladen zijn duidelijk onderling verwant. Bovenaan zijn twee of drie houtsneden geplaatst, daaronder een korte inleidende tekst en daaronder een lied waarbij aangegeven is op welke wijze dat gezongen moet worden. En in het Geheugen op Delpher vond ik van deze drukker nog zeven vergelijkbare liedblaadjes met soms dezelfde houtsneden. Op grond hiervan zou men kunnen denken dat dit onschuldige liedblaadjes zijn. Maar wie de plaatjes bekijkt en de inleidende tekst leest ziet meteen dat dit geen vrolijke liedjes zijn.

Een nieuw liedt van het regt of justitie dat [...] den 17 july 1730. binnen de stadt Rotterdam is gedaan. KW GW A118859.

Een nieuw liedt van het regt of justitie, dat op maandagh den 17 july 1730. binnen de stadt Rotterdam is gedaan, aan de volgende persoonen; met name N: de Haas een kaarsemaker, en Schroeder een brander, beyde gewurgt en geblakert; Hubert van Borselen een lyfknecht gewurgt, alle om het plegen van zeer grootgaande zonden […]. 's Gravenhage, Cornelis van Zanten, [1730]. KW GW A118859.

Een nieuw liedt van het regt of justitie dat [...] den 21. juli 1730. [...] in 's Gravenhage is gedaan. KW GW A118861.

Een nieuw liedt van het regt ofte justitie, dat op vrydag den 21. juli 1730. voor den ed: Hove van Hollandt in 's Gravenhage is gedaan, aan vyf persoonen; met naame Anthony Bywegen, alias Rooye Toon, Jacobus la Febre, Adriaan Cuylman, David Muntslager, en Pieter vander Hal, alias Pietje Pis […]. 's Gravenhage, Cornelis van Zanten, [1730]. KW GW A118861

Een nieuw liedt van het regt of justitie dat [...] den 24. july 1730. binnen de stadt Delft is gedaan. KW GW A118860.

Een nieuw liedt van het regt ofte justitie, dat op maandag den 24. july 1730. binnen de stadt Delft is gedaan, aan 3. persoonen, met naame Cornelis Krevel, Jan Moens, en Theys van der Meer, welke alle om het plegen van grouwelyke zonden, met den koorden zijn gestraft dat'er de doodt na volghden […]. 's Gravenhage, Cornelis van Zanten, [1730]. KW GW A118860

Bovenaan het eerste liedje staan drie houtsneden. Op de eerste is te zien dat een persoon op een schavot – het lijkt wel een vrouw – een strop om de nek krijgt; op het tweede plaatje hangt een man aan een galg; daaronder staat een brede houtsnede waarop je een menigte ziet die naar het tafereel kijkt. Diezelfde houtsnede is te zien op het tweede liedblad, met daarboven twee houtsneden met gehangenen; links twee heren met pruiken in rijke kleding met op de voorgrond een man (de beul?) op een ladder, rechts drie personen; de meest rechtse lijkt wel een kind. De linker houtsnede is ook te zien op het derde liedblaadje, met rechts daarvan een vergelijkbare afbeelding waarop één rijk geklede gehangene te zien is. Dat geeft al aan dat het hier geen gezellige gebeurtenissen betreft.

Gruwelijke zonden

De inleidende tekstjes laten niets over aan de verbeelding. Ik citeer er een:

Een nieuw liedt van het regt ofte justitie, dat op vrydag den 21. July 1730. voor den ed. Hove van Hollandt in ’s Gravenhage is gedaan, aan vyf persoonen; met naame Anthony Bywegen, alias Rooye Toon, Jacobus la Febre, Adriaan Cuylman, David Muntslager, en Pieter vander Hal, alias Pietje Pis, welke alle om het plegen van grouwelyke zonden, met den koorden zyn gestraft dat ’er de doodt na volgden, voorts is het lighaam van Anthony Bywegen, in een daar toe vervaardigt vuur tot asse verbrandt, en de lighamen van de vier laatste op een wage gelegt, naar de Zeestraat [=Scheveningse weg] gevoert, en met gewigt aan de beenen in zee geworpen, anderen te exempel, breder te lesen of zingen: op de wijs: O! Holland schoon, &c.

Hierna volgt de tekst van het lied. De andere inleidende teksten zijn vergelijkbaar. De ene gaat over een terechtstelling in Rotterdam op 17 juli 1730, de andere over een terechtstelling in Delft op 24 juli van datzelfde jaar. De straffen in Delft zijn hetzelfde, in Rotterdam werden de personen om het plegen van ‘grootgaande zonden’ gewurgd en soms ook nog geblakerd. Daar werden andere veroordeelden ook gegeseld en gebrandmerkt en werd bovendien een valsemunter opgehangen.

Kortom: er werden mensen terechtgesteld die ‘grouwelyke’ of ‘grootgaande’ zonden gepleegd hadden. Welke zonden dat waren wordt niet expliciet vermeld, zo gruwelijk vond men ze kennelijk – alleen bij de valsemunter wordt zijn misdrijf genoemd. De teksten van de liedjes geven wel een indicatie: het gaat over lust tot ontucht, over ondeugd, over lijf en ziel die baden in zonden, en over Gemorra. Dat laatste is wel een heel duidelijke aanwijzing: Gemorra verwijst naar Sodom en Gomorra, twee steden die in de bijbel worden genoemd (Genesis 18-19), en die berucht waren om de verregaande zedeloosheid van de inwoners. ‘Sodomie’ betekende in de vroegmoderne tijd homoseksualiteit. Deze liedjes zijn geschreven en gedrukt naar aanleiding van de terechtstelling van homoseksuele mannen. En die zonde werd zo ernstig geacht dat die niet eens met naam genoemd werd.

Sodomieprocessen

Inderdaad is bekend dat in de jaren 1730 tot 1733 een golf van sodomieprocessen door de Republiek trok. Het begon met Josua Wils, een Utrechtse bewaker van de Domtoren. Die betrapte geregeld mannen die in de Domtoren seks met elkaar hadden. Hij trad daar dermate agressief tegen op dat hij in januari 1730 voor de rechter moest verschijnen. Toen hij een boekje opendeed over alles wat hij in de Domtoren zag gebeuren en er vervolgens mensen werden opgepakt die bekenden, was dat het begin van een reeks arrestaties en bekentenissen. Al spoedig bleek dat in allerlei steden de homoseksuele liefde werd bedreven door mannen uit alle geledingen van de maatschappij, van hoog tot laag. Er werd zelfs gesproken over een sodomienetwerk in de Republiek. Honderden processen werden er gevoerd, honderden mannen werden veroordeeld en velen werden terechtgesteld. Sodomie werd het gesprek van de dag en terechtstellingen werden openbaar uitgevoerd om mensen af te schrikken. Ook de liedjes die ik voor de KB kon aanschaffen zijn bedoeld als ‘anderen te exempel, breder te lesen of zingen’. Daarnaast verschenen er pamfletten met juridische bepalingen tegen sodomie en verslagen van vonnissen en terechtstellingen. Wie bijvoorbeeld in de Catalogus van de KB zoekt met het woord ‘sodomie’ krijgt 35 treffers; 28 daarvan zijn uit de jaren 1730-1733. Al die losse stukken werden vervolgens weer in verzamelwerken gebundeld, zoals Alle de copyen van indagingen, als mede alle de gedichten op de tegenwoordige tyd toepasselyk; de inleidende tekst over het Haagse proces staat er – zonder liedje en zonder houtsnede – ook in.

Het is opvallend dat na de verklaring van de bewaker van de Utrechtse Dom sodomie zo’n issue werd. Daarvoor kwamen processen nauwelijks voor en de doodstraf al helemaal niet. Er wordt gedacht dat juist het idee van een sodomienetwerk, dat in alle lagen van de bevolking voorkwam, de vervolging aanwakkerde. Voorheen werd er nauwelijks over sodomie gesproken, maar nu bleken er zoveel mannen te zijn die met elkaar de liefde bedreven, dat het niet meer geheim te houden was. Bovendien was het een tijd dat het economisch slechter ging in de Republiek, waarvoor men zondebokken zocht; minderheidsgroepen als zigeuners, katholieken en sodomieten kregen de schuld. Het duurde een paar jaar, maar zo snel als de golf van processen opkwam, zo abrupt verdween die weer. In het najaar van 1733 werd het laatste proces afgehandeld.

Incidenteel waren er ook later nog processen, maar niet meer op deze schaal. In 1811 werd de strafbaarheid van homoseksuele afgeschaft – al gold in Nederland tussen 1911 en 1971 nog wel een hogere minimumleeftijd voor seksuele handelingen tussen mensen van hetzelfde geslacht. De emancipatie van de homobeweging zou pas in die jaren na de Tweede Wereldoorlog goed op gang komen. Dat leidde tot bredere acceptatie maar dat er tot op de dag van vandaag in de media bericht wordt over vormen van homo-gerelateerde agressie en geweld, duidt erop dat die emancipatie ook in Nederland nog altijd niet is voltooid.

Verder lezen:

Femke Deen, ‘Homoseksuelen en vervolging van sodomieten in de achttiende eeuw. Paniek over de stomme zonde’, in : Historisch nieuwsblad (2014), 2. Met verdere literatuurverwijzingen. Online versie