Haaienleer of segrijn: luxe en mysterie
15 januari 2018 Herre de Vries Boekgeschiedenis

Vanaf de zeventiende tot in de twintigste eeuw werden sommige boeken gebonden in zwart ‘haaienleer’. Dat waren vooral psalmboekjes, bijbeltjes en almanakken. Het waren vrij luxe boekjes, vaak voorzien van sierlijk zilveren beslag.

Band in segrijn. Aanvraagnummer: KW 1769 A 116
Band in segrijn. Aanvraagnummer: KW 1769 A 116

Band in segrijn. Aanvraagnummer: KW 1769 A 116

Band in segrijn. Aanvraagnummer: KW 1769 D 15
Band in segrijn. Aanvraagnummer: KW 1769 D 15

Band in segrijn. Aanvraagnummer: KW 1769 D 15

Band in segrijn. Aanvraagnummer: KW 1769 G 15
Band in segrijn. Aanvraagnummer: KW 1769 G 15

Band in segrijn. Aanvraagnummer: KW 1769 G 15

Het bekledingsmateriaal heeft een korrelig oppervlak, maar is, in tegenstelling tot wat de naam suggereert, geen verduurzaamde haaienhuid. In het verleden werd dit materiaal meestal aangeduid met de toepasselijker term segrijn, een generieke term waar ook echt roggen- en haaienleer onder vallen. In 2016 schreef Herre de Vries zijn masterscriptie voor de studie Restauratie en Conservering aan de Universiteit van Amsterdam. Daartoe onderzocht hij de eigenschappen van het segrijn om 85 boekbanden uit de collecties van de Koninklijke Bibliotheek en de bibliotheek Ets Haim - Livraria Montezinos te Amsterdam.

De scriptie van Herre de Vries en het doosje met segrijnmonsters. Aanvraagnummer: KW 1796 A 125

De scriptie van Herre de Vries en het doosje met segrijnmonsters. Aanvraagnummer: KW 1796 A 125

Uit de historische literatuur leren we dat de herkomst van het segrijn om boekbanden tweeërlei is: enerzijds werd het in de regio rond de Kaspische Zee volgens een vernuftig proces gemaakt van de huiden van paardachtigen (paarden, ezels en muildieren). Dit proces werd in de achttiende eeuw tweemaal uitvoerig beschreven door Europese reizigers. En nog rond 1870 fotografeerden Russische onderzoekers segrijnmakers in Russisch Turkestan, het huidige Turkmenistan.

Segrijnmakers. Bron: Turkestan album, Library of Congress (https://www.loc.gov/rr/print/coll/287_turkestan.html)

Segrijnmakers. Bron: Turkestan album, Library of Congress (https://www.loc.gov/rr/print/coll/287_turkestan.html)

Anderzijds werd in Europa zelf al vanaf het einde van de zeventiende eeuw een korrelig oppervlak gecreëerd op geiten- en schapenleer, vermoedelijk om het ‘echte‘ segrijn te imiteren. Het proces hierachter wordt echter pas vanaf de negentiende eeuw beschreven. We lezen dan dat hiervoor persplaten en rollen werden gebruikt.

Verschillende restauratoren die met het materiaal hebben gewerkt, hadden al vastgesteld dat segrijn soms de soepelheid en open vezelstructuur van leer heeft, maar vaak ook de harde, stijvere eigenschappen van perkament. Omdat deze materialen verschillend reageren op een behandeling door de restaurator, is het van belang van tevoren te kunnen vaststellen om welk materiaal het gaat. Herre de Vries onderzocht daarom de relatie tussen de waarnemingen gedaan met het blote oog en de resultaten van microscopisch onderzoek van de dwarsdoorsnedes van kleine monsters van het segrijn. Onder de microscoop is de oriëntatie van de huidvezels namelijk te zien. De restaurator kan daar dan zijn behandeling op afstemmen.

Leer is dierenhuid die is verduurzaamd door toevoeging van looistoffen. Deze conserveren de huid in zijn natuurlijke toestand waarin de huidvezels in alle mogelijke richtingen zijn georiënteerd. Perkament is ook dierenhuid, maar daar is de huid verduurzaamd doordat die opgespannen gedroogd wordt. Hierdoor verandert de oriëntatie van de huidvezels en komen ze parallel aan elkaar te liggen. Leer en perkament zien er daardoor anders uit en gedragen zich ook anders. Het maken van dit onderscheid is bij segrijn moeilijker omdat ook de structuur van het oppervlak is gewijzigd.

Dwarsdoorsnede van segrijnleer
Dwarsdoorsnede van segrijnleer

Dwarsdoorsnede van segrijnleer

Dwarsdoorsnede van segrijnperkament
Dwarsdoorsnede van segrijnperkament

Dwarsdoorsnede van segrijnperkament

De relatie tussen de waarnemingen met het blote oog en de resultaten van het microscopisch onderzoek was niet in alle gevallen duidelijk. In ongeveer 60 procent van de gevallen bleken de waarnemingen die met het blote oog werden gedaan exact overeen te komen met de microscopische determinatie. Dit betekent dat de eigenschappen van segrijn zoals die worden waargenomen met de nodige voorzichtigheid ingezet kunnen worden om te bepalen of sprake is van leer- of van perkamentachtig segrijn. Verder onderzoek en uitwisseling van ervaring tussen restauratoren zal hopelijk meer licht laten schijnen op de 40 procent waarbij de relatie niet helemaal duidelijk bleek.

Als u vragen heeft aan Herre kunt u hem bereiken via of . Voorbeelden van segrijn zijn nu te zien in de vitrine bij de ingang van de Leeszaal Bijzondere Collecties.