In de ban van dwergenprenten
1 februari 2017 Sanne van Splunter Boekgeschiedenis

Oud-stagiaire Sanne van Splunter vertelt over haar speurwerk voor de identificatie van boeken in de STCN.

Daar steigt der jongen naar de koord,
Hoorde ik vaak aan de Kermis-spellen
Door Siele of Klaas-klomp vertellen,
Maar hier, hier past een ander woord

Hier steigt een Hansje, dat van onder
En boven uit zijn broekjen komt.
Langs eene ladder, onbeschroomd
Op’t moedig paard, is dat geen wonder

Ja ’t grootste wonder van het land.
Want als hij is te paard gezeten
zo word hij en met regt geheten,
Een mugjen op een olifant.

Zo luidt het gedichtje onder een prent, waarop te zien is hoe een dwergfiguur met behulp van een ladder op een paard klimt. Het is de eerste in een serie van vijftien.

In de daaropvolgende prenten halen dwergen met namen als Heer Dikkop Rommelpot en Hans Dikbast allerlei kunsten uit gezeten op hun vurige rossen. De paarden maken sprongen die doen denken aan de Spaanse rijschool, of worden ingezet bij het ringsteken, terwijl de dwergen zich ternauwernood vasthouden bij de capriolen en hun rijdieren voortjagen met keukengerei.

Alle prenten worden begeleid door satirische gedichtjes van drie keer vier regels. Een titelpagina ontbreekt, waardoor het speuren is naar de makers van dit satirische werkje. En dat is precies wat ik tijdens mijn stage bij de STCN in 2015 moest doen: complexe gevallen uitzoeken waar tijdens het reguliere werk geen tijd voor is.

Jacques Callot

Dit type dwergkarikaturen vinden hun oorsprong in de serie prenten Varie figure Gobbi van Jacques Callot gedrukt in Nancy in 1622. De populariteit van Callot’s prenten heeft voor veel navolging gezorgd in Italië, Frankrijk en Duitsland, maar ook in Nederland. In de eerste helft van de 18e eeuw verschenen verscheidene van dit soort prentenseries in Nederland, veelal naar Duitse voorbeelden gemaakt. De vroegst bekende Nederlandse druk met dwergenprenten is uit 1716 en betreft een Nederlandse bewerking van een in 1710 in Augsburg verschenen druk met de titel Callotto Resuscitato. De Duitse druk is voor de Nederlandse uitgave uitgebreid met nieuwe platen. Een latere druk uit de jaren 1720 heeft daarbij ook platen ontleend aan veel bekender werk: het Groot Toneel der Dwaasheid.

In de decennia hierna verschenen meer van dit soort series naar Duits voorbeeld. Ook de prenten in het boekje waar ik onderzoek naar deed blijken bewerkingen van eerder verschenen Duitse publicaties. Ons boekje blijkt prenten te bevatten uit twee verschillende series. De eerste twaalf zijn te vinden in de Neu Aufgerichte Zwergen-Reut-Schul, gepubliceerd door Johann Jacob Wolrab, werkzaam te Neurenberg, in of voor 1720. De laatste drie prenten uit ons boekje zijn een bewerking van een serie bekend onder de titel Curiöse Jägereyen, dat door dezelfde Wolrab uit Neurenberg gepubliceerd is rond 1725. Hoeveel prenten deze serie omvatte is niet bekend, omdat van zowel de Nederlandse als de Duitse uitgave geen complete reeks bewaard is gebleven. Ons boekje bevat drie prenten in deze serie: de herten-, hazen- en reigerjacht. Naast deze drie jachtprenten is slechts een andere prent uit deze serie bekent: van het “jonassen” van een vos. Die laatste ontbreekt dus in ons boekje. Opvallend is wel dat de nummering van de prenten in ons boekje doorloopt na de voorgaande serie over de rijschool, wat doet vermoeden dat de vijftien prenten in ons boekje toch één geheel vormen. Van de titelprent van de Duitse uitgave van de Curiöse Jägereyen is dan ook geen Nederlandse versie bekend.

Voor de Nederlandse bewerkingen zijn de prenten opnieuw gegraveerd en voorzien van Nederlandse versjes. Die lijken niet direct uit het Duits vertaald te zijn, aangezien de inhoud afwijkt van de Duitse gedichten bij de Curiöse Jägereyen, terwijl de Duitse Zwergen-Reut-Schul geen gedichten had.

Graveur

Zowel de dichter als de drukker van de Nederlandse bewerking zijn onbekend. Van de graveur weten we echter wel wat: beide series worden toegeschreven aan A. van der Laan. Hij was werkzaam als graveur in de eerste helft van de 18e eeuw, voornamelijk in Amsterdam. Deze toeschrijving geeft ons ook een periode waarin de prenten gemaakt moeten zijn. Van der Laan is in 1742 overleden. De prenten moeten dus in de twintig jaar tussen de verschijning van de Duitse drukken in 1720 en 1725 en zijn overlijden in 1742 gemaakt zijn. Op grond van deze naspeuringen kon het boek ondanks dat de titelpagina ontbrak op adequate wijze beschreven worden in de STCN.

Reageer op deze blog

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.