Wim Bijmoer, een artistieke duizendpoot (1)

27 oktober 2014 Marcel Raadgeep Boekkunst en geïllustreerde boeken

Dit jaar wordt de honderdste geboortedag van de veelzijdige kunstenaar Wim Bijmoer gevierd. De meeste mensen kennen hem vooral van de illustraties, de prentverbeeldingen, zoals hij ze zelf noemde, die hij maakte bij het werk van Annie M.G. Schmidt.

Het is heel bijzonder dat eigenlijk bijna iedereen is opgegroeid met ‘Dikkertje Dap’, ‘de spin Sebastiaan’ of ‘Het schaap Veronica’. Met Annie heeft hij lang en intensief samengewerkt. In de periode 1947-1960 maakte hij alleen al bij haar werk een kleine duizend illustraties. Het bleef niet alleen bij het illustreren van Annies werk. Ook aan andere auteurs, zoals bijvoorbeeld Han. G. Hoekstra, Godfried Bomans en Rudyard Kipling, leverde hij tekeningen. Daarnaast was hij tientallen jaren werkzaam als decor- en kostuumontwerper in de theater- en televisiewereld. Voor het Scapino Ballet, voor Renee Sleeswijk ‘kleedde’ hij verschillende Snip-en Snap-revues aan en voor de succesvolle televisieserie ‘Ja zuster nee zuster’ van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink ontwierp hij naast de decors ook het gehele interieur.

Een artistieke duizendpoot

Willem Gerardus Bijmoer groeide op in het Amsterdamse Betondorp in een sociaal-democratisch gezin. Na de Mulo volgde hij lessen tekenen en kunstgeschiedenis op de Kunstnijverheidsschool, daarnaast werkte hij enkele jaren als reclame -en affichetekenaar. Hij werd lid van de socialistische jeugdbeweging, de AJC (Arbeiders Jeugd Centrale). Zijn eerste tekeningen verschenen in hun jeugdorgaan Het jonge volk. Later tekende hij voor de tijdschriften Vrijheid Arbeid Brood en Wij, uitgaven van respectievelijk de SDAP en de Arbeiderspers, waarin hij regelmatig stelling nam tegen het oprukkend fascisme.

Friso Endt; Weet je nog wel de jaren dertig, Amsterdam 1960
Friso Endt; Weet je nog wel de jaren dertig, Amsterdam 1960

Aanvraagnummer XSP 097

Uitnodigingskaart voor de AJC, 1937 (collectie: Marcel Raadgeep)
Uitnodigingskaart voor de AJC, 1937 (collectie: Marcel Raadgeep)

In Betondorp leerde hij Jet Bonn kennen, een onderwijzeres van de ‘Openbare Voorbereidende School’. Zij organiseerde al jarenlang kinderfeestmiddagen voor scholen en kleine verenigingen, waar ze meestal zelf ook optrad. Ze ontdekte Wims artistieke talent en betrok hem bij haar vele creatieve activiteiten. Ze vertelden verhalen, zongen, tekenden en voerden samen een, door Wim Bijmoer bedacht en ontworpen, schimmenspel op. In 1933 ontstond het idee voor een poppentheater. Bijmoer ontwierp de poppen, de decors en ook de poppenkast. Bovendien schreef hij zijn eerste spel Het betooverde paleis, een sprookje in zes bedrijven. Tijdens een feestmiddag in december 1933 voerde hij het stuk samen met Jet Bonn op, speciaal voor de SDAP-jeugd. ‘Wim Bijmoers Poppentheater’ was geboren. Het duo kreeg meer en meer succes. Samen trokken ze met hun theater door heel Nederland. Voor volwassenen werden politiek getinte stukken geschreven en opgevoerd. In 1941 moest de Joodse Jet Bonn stoppen met werken en Bijmoer ging alleen door met zijn poppentheater. Vanaf 1942 trad hij alleen nog op in Amsterdam, maar het werken met plezier was helemaal verdwenen. In deze moeilijke periode moest hij werken om zijn gezin te onderhouden. In 1944 kwam hij in contact met mensen van de verzetskrant Het Parool en speelde een rol in het verzet. Wat hij precies deed, is niet duidelijk en later wilde hij er niet veel over kwijt. Tegelijkertijd stond hij in de paas- en zomervakanties wekenlang met kindervoorstellingen als De gelaarsde kat en Hans en Grietje in het Concertgebouw. Op 14 januari 1945 nam Wim Bijmoers Poppentheater definitief afscheid van het publiek.

Tijdens zijn activiteiten voor het illegale Parool was hij in contact gekomen met Wim Hora Adema, die hem bij de krant haalde. Hij ging eerst aan de slag als journalist, maar al snel werd hij een van de vaste tekenaars. Op de documentatieafdeling ontmoette hij ene juffrouw Annie M.G. Schmidt.

De samenwerking met Annie M.G. Schmidt

In 1946 zagen Wim Bijmoer en Annie M.G. Schmidt elkaar voor het eerst op de redactionele bureaus van het Parool. Beiden konden zich volledig vinden in het motto van de krant: Vrij onverveerd. Ze voelden elkaar goed aan en kwamen samen in het journalistencabaret ‘De Inktvis’ terecht. Het gezelschap bestond verder uit Bob Steinmetz, Liesbeth en Otto Montagne, Piet Timmer, Jeanne Roos, Wim Hora Adema, Letje van der Horst, Willem Wittkampf, Han G. Hoekstra, J.J. van Mechelen en later ook nog Eli Asser en Jan Wiesing. Het cabaret trad aanvankelijk op in kleine theatertjes, maar later ook -onder auspiciën van uitgeverij De Bezige Bij- in onder andere het Concertgebouw.

Uitnodigingskaart voor Cabaret De Inktvis, 1948 (collectie: Marcel Raadgeep)
Uitnodigingskaart voor Cabaret De Inktvis, 1948 (collectie: Marcel Raadgeep)
Wim Bijmoer als Heer Halewijn in Cabaret De Inktvis (collectie: Marcel Raadgeep)
Wim Bijmoer als Heer Halewijn in Cabaret De Inktvis (collectie: Marcel Raadgeep)

De meeste teksten - en dat waren ook de beste! - werden door Annie Schmidt geschreven. Ook Han G. Hoekstra, Wim Hora Adema en Otto Montagne leverden tekstbijdragen. Vele daarvan waren vervuld van weemoed en verlangen naar vrijheid, zoals bijvoorbeeld het liedje ‘Pyjama’, waarvoor Annie niet alleen de tekst maar ook de muziek schreef:

‘In mijn pyjama trek ik heel de wereld rond,
Naar Paraquay en Mandaly en over de Hellespont.
En ik wandel door de straten van Madrid,
Terwijl ik op de rand van mijn ledikant zit.’

Bijmoer ontwierp de affiches, de decors (deze bestonden uit drie stellen kamerschermen, die hij aan beide kanten verschillend beschilderd had) en de programmaboekjes en speelde en zong zelf ook enthousiast mee. De uitvoering van zijn kapper ‘Monsieur Maurice’ maakte grote indruk op het publiek. Er is daarvan een opname bewaard gebleven, die te vinden is op de cd Ongehoord, oorspronkelijke opnamen uit de jaren 50 op teksten van Annie M.G. Schmidt:

‘Ik ben monsieur Maurice, coiffeur.
Dat staat met gouden letters op mijn deur.
Ik ben grand artiste in de haute coiffure.
Dat is gewoon kapper, maar een hele dure.
Ik ben verschrikkelijk en vogue.
U kunt bij mij terecht, als u maar dok.’