Een bijzondere doos
Ik werd gebeld, een paar weken geleden, door collega’s van de afdeling Collectiebehoud: "Huib, er staat hier in het magazijn een merkwaardige doos vol oude documenten. Het lijkt wel materiaal uit de oorlog. Kun je even komen kijken?" Ik heb spoorslags mijn witte stofjas aangetrokken en ben de trappen afgesneld naar een verre uithoek van het magazijn, diep onder de grond in het gebouw van de KB. Want ik was heel nieuwsgierig.
Verhuizing
Al een paar jaar wordt er in de KB gewerkt aan het voorbereiden van de verhuizing van de hele collectie naar een nieuw magazijn dat nu gebouwd wordt in de Harnaschpolder bij Delft. Ieder boek, iedere krant, ieder tijdschrift komt van de plank, wordt afgestoft, gecontroleerd, indien nodig gerepareerd, en van een nieuwe streepjescode voorzien. Een immense klus waarbij ook af en toe boeken en andere objecten opduiken die we al jaren kwijt waren. Dat kan gebeuren als een boek ooit verkeerd teruggezet is, of meer dan honderd jaar oude stickertjes eraf gevallen zijn.
De doos
En zo werd deze doos ontdekt. Hij stond jarenlang geduldig op een plank te wachten tot iemand er eens in zou kijken. Het is een doos afkomstig van het Centraal Boekhuis met een poststicker uit 2002 erop. In de KB is dat een volstrekt normale onopvallende doos, waar niemand zich snel een vraag bij stelt. Maar de inhoud van de doos heeft niets te maken met het Centraal Boekhuis, noch met het jaar 2002. Waarschijnlijk had iemand een doos nodig en was deze op dat moment voorhanden. Want in de doos zitten documenten en objecten uit de Tweede Wereldoorlog.
Een bijzondere inhoud
Bruin geworden papier, typemachineschrift, gestencilde documenten, zwart-wit foto’s, roestige paperclips: de inhoud van de doos ademt de Tweede Wereldoorlog. Met de hulp van een paar collega’s stallen we de inhoud van de doos uit op twee grote tafels. Die liggen helemaal vol als de doos leeg is. Voorzichtig bekijken we alles, want sommige objecten lijken kwetsbaar, bijvoorbeeld getypte documenten op flinterdun doorslagpapier, of dichtgevouwen brieven met handgeschreven tekst. Ook een donkerblauw fotoalbum slaan we heel behoedzaam open om te voorkomen dat de rug misschien breekt. Gelukkig valt het mee. Het omslag van het album is nog soepel en de foto’s zijn in goede staat.
Doorslag- en carbonpapier
Vervolgens komt er uit de doos een duimdikke map vol met flinterdunne vergeelde A4-tjes, helemaal volgetypt met tekst. Typisch doorslagpapier. Op een typemachine kon je zo, met velletjes carbonpapier ertussen, wel drie of vier exemplaren van dezelfde tekst tegelijk typen. Sinds de uitvinding van het kopieerapparaat in de jaren 1970 gebruikt niemand deze techniek meer. (En typemachines ook niet meer, en het kopieerapparaat heeft in het papierloze kantoor ook zijn beste tijd gehad.)
LO
Maar nog interessanter is de inhoud van deze teksten. "Mededelingen van het bestuur van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers" staat erboven. En de documenten zijn allemaal gedateerd in 1944, tijdens de oorlog dus. Fascinerend! De Landelijke Organisatie, afgekort LO, was één van de grote en belangrijke verzetsorganisaties tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij beschouwde het als haar kerntaak om mensen die moesten vluchten voor de Duitsers een veilige schuilplaats te bieden. Aan het eind van de oorlog was de LO een goed georganiseerde organisatie met een landelijk netwerk. De mededelingen, die uit veiligheidsoverwegingen alleen schuilnamen en vage plaatsaanduidingen bevatten, dienden als intern communicatiemiddel binnen de organisatie.
Catalogus
Als volgende komt er een dik boekwerk uit de doos. Althans, het lijkt een boek. Als we het voorzichtig openslaan blijkt het een album dat volgeplakt zit met blanco officiële Duitse en Nederlandse documenten: Rijbewijzen, politie-identificatiebewijzen, wapenvergunningen, transportvergunningen, vergunningen om ’s nachts op straat te mogen zijn (vanwege de avondklok), en nog veel meer. Het dikke boek blijkt een catalogus te zijn van de Falsificatiecentrale, met daarin voorbeelden van alle mogelijke documenten die vervalst konden worden ten dienste van het verzet. De LO had zo’n falsificatiecentrale waar ervaren grafici in het geheim werkten om het verzet van vervalste documenten te voorzien. Op het eind van de oorlog werden de vervalsingen soms zo goed dat ze niet meer van echt te onderscheiden waren.
Identificatieplicht
Het belangrijkste document dat vaak vervalst moest worden was het Persoonsbewijs. De Duitse bezetter voerde in de oorlog een identificatieplicht in om de Nederlandse bevolking onder controle te kunnen houden en verzetsmedewerkers makkelijker op te kunnen sporen. Daarvoor werd het Persoonsbewijs ingevoerd, te vergelijken met de huidige ID-kaart. Dat Persoonsbewijs, afgekort PB, was ontworpen door een ijverige Nederlandse ambtenaar en zo goed van kwaliteit dat het heel moeilijk te vervalsen was. Die misplaatste ijver heeft veel Nederlandse verzetsstrijders het leven gekost. Zij vielen bij controles door de mand omdat hun vervalste persoonsbewijzen te makkelijk van een echte te onderscheiden waren. Pas toen het verzet er aan het eind van de oorlog in slaagde grote hoeveelheden blanco PB’s te stelen, konden niet van echt te onderscheiden vervalsingen gemaakt worden.
Persoonsbewijs
Er zit ook een persoonsbewijs in de doos. Als leek kan ik niet zien of het echt of vervalst is, maar het draagt de foto van een jonge vrouw met de achternaam Oosenbrug. Die naam doet bij mij een belletje rinkelen. Niet alleen heb ik een oud-collega die Oosenbrug heet, Oosenbrug is ook de naam van een bekende Haagse verzetsstrijder die ternauwernood de oorlog overleefd heeft. Ik stuur mijn oud-collega een mailtje, en niet lang daarna hang ik met hem aan de telefoon.
Een goede plek
Mijn oud-collega, inmiddels met pensioen, blijkt een zoon van Wim Oosenbrug te zijn. Het persoonsbewijs in de doos is van zijn moeder. Na het overlijden van zijn ouders heeft hij met zijn broers en zussen het ouderlijk huis leeggeruimd. De oorlogsarchieven van zijn vader zijn toen ondergebracht bij diverse relevante erfgoedorganisaties. De KB heeft destijds als tussenstation gediend voor tijdelijke opslag. Blijkbaar is deze doos toen tussen wal en schip geraakt. Nu, bijna 25 jaar later, door de voorbereidingen voor de verhuizing, komt hij weer boven water. De KB zou deze doos natuurlijk kunnen opslaan en bewaren. Maar de KB verzamelt vooral boeken, kranten en tijdschriften. Geen archieven. Daarom is de KB geen uitgelezen plek voor dit materiaal. Beter is het de inhoud van de doos onder te brengen bij een specialistische instelling met archieffunctie zoals het NIOD, of één van de oorlogsmusea, zoals het Oranjehotel in Den Haag, waar Wim Oosenbrug zelf gevangen heeft gezeten. Samen met de familie gaat de KB daarvoor zorgen.