KB verwerft Middelnederlandse handschriften
20 juni 2012 Ed van der Vlist Middeleeuwen

Het gebeurt niet iedere dag, maar toch wel een paar keer per jaar: dat er ‘onbekende’ middeleeuwse handschriften opduiken uit de Noordelijke Nederlanden. Meestal is dat op veilingen en vrijwel altijd gaat het dan om boeken uit particulier bezit. En soms is de Koninklijke Bibliotheek in de gelegenheid om zo’n boek te verwerven.

Onlangs kocht de KB met hulp van de Vereniging van Vrienden van de Koninklijke Bibliotheek twee Middelnederlandse boeken uit de privébibliotheek van zakenman Joost Ritman.

Het ene is een vijftiende-eeuws getijden- en gebedenboek dat op grond van het penwerk moet zijn geschreven in Zuid-Holland of Utrecht. Het bevat (nog) twee volbladminiaturen in ‘Delfts naïeve stijl’: een Madonna met Christuskind voor de Mariagetijden en een Christus die het Kruis draagt voor de Kruisgetijden. Van dezelfde miniaturist is elders werk overgeleverd, wat kunsthistorisch interessant is. Boekhistorisch opzienbarend is dat vrijwel identieke versies van de tweede miniatuur voorkomen in drie andere getijdenboeken, waarvan een al in bezit is van de KB. Dat laat mooi zien dat miniaturisten elkaars werk kopieerden, of dat zij werkten naar gemeenschappelijke voorbeelden.

79 K 23, fol. 10v-11r

79 K 23, fol. 10v-11r

Het andere handschrift bevat een Middelnederlandse vertaling van een commentaar op het Hooglied. Hoewel niet heel zeldzaam – er zijn meer dan dertig getuigen van bekend – is deze vertaling nog niet goed bestudeerd. Wat het handschrift bijzonder maakt, is dat het expliciet is gedateerd in 1415 en dat het kort nadien door een zekere meester Gerrit Willemsz. is geschonken aan het Margrietenconvent in Amsterdam. Uit archiefonderzoek blijkt dat de boeken van deze Amsterdamse chirurgijn in 1420 zijn geschonken aan de rector van genoemd convent. Het is het enige bekende boek uit deze schenking en de oudste waarvan bekend is dat het in bezit is geweest van de Amsterdamse zusters. Maar het is geen Amsterdams product: de taalvormen erin zijn oostelijk Nederlands en de penwerkversiering van het handschrift wijst op een ontstaan ervan in Windesheim bij Zwolle, waar ook een ‘zustercodex’ uit 1418 met dezelfde tekst is gemaakt. De verspreiding van handschriften met deze tekst vanuit Windesheim werpt nieuw licht op de ontstaansgeschiedenis van dit Hoogliedcommentaar in de volkstaal.

De twee kostbare aanwinsten zijn in de catalogus te vinden als 79 K 23 en 79 K 24.

Reageer op deze blog

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.