Eerherstel voor Adriaan Koerbagh (1633-1669)

24 mei 2013 Elly Verzaal Nederlandse filosofie

Tot voor kort wist slechts een handjevol mensen wie Adriaan Koerbagh was. Spinoza-specialisten zoals de leraar Koenraad Oege Meinsma (1865-1929), de Rotterdamse socialist Bernard Damme, schrijver Pieter Hendrik van Moerkerken (1877-1951), voormalig hoofddocent Wim Klever en hoogleraar Wiep van Bunge, hielden de herinnering aan hem levend in diverse artikelen.

Hubert Vandenbossche publiceerde in 1974 te Brussel een eerste kritische uitgave van Koerbaghs Een ligt schijnende in Duystere Plaatsen, helaas in een kleine oplage. In 2001 wijdde Jonathan Israel in zijn magistrale Radical Enlightenment een hoofdstuk aan de gebroeders Koerbagh, als belangrijke volgelingen van Spinoza. Recent zijn daar twee belangrijke publicaties bijgekomen. In 2011 verscheen de eerste internationale uitgave van Een ligt schijnende in duystere plaatsen (1668) van Michiel Wielema, met de Nederlandse tekst en een Engelse vertaling. Bart Leeuwenburgh gaf onlangs zijn biografie Het noodlot van een ketter: Adriaan Koerbagh 1633-1669 uit. Op internet opende hij een petitie waarin hij de gemeente Amsterdam oproept Koerbagh postuum eerherstel te verlenen door bijvoorbeeld een straat naar hem te vernoemen.

Adriaan Koerbagh, A Light shining in dark places, Leiden: Brill, 2011
Adriaan Koerbagh, A Light shining in dark places, Leiden: Brill, 2011

Aanvraagnummer: NL 58 M 2069.

Bart Leeuwenburgh, Het noodlot van een ketter: Adriaan Koerbagh 1633-1669, Nijmegen: VanTilt, 2013
Bart Leeuwenburgh, Het noodlot van een ketter: Adriaan Koerbagh 1633-1669, Nijmegen: VanTilt, 2013

Aanvraagnummer: NL 58 M 2072

Wiep van Bunge, De Nederlandse Republiek, [Antwerpen], 2010
Wiep van Bunge, De Nederlandse Republiek, [Antwerpen], 2010

Aanvraagnummer: NL 58 M 2007

Jonathan Israel, Radicale verlichting, 2005
Jonathan Israel, Radicale verlichting, 2005

Aanvraagnummer: 7190 B 26

Wie was Adriaan Koerbagh?

Koerbagh was een zeventiende-eeuwse arts, jurist en filosoof, die zich tot taak had gesteld het gewone volk met zijn kennis te emanciperen en door met scherpe pen commentaar te leveren op wat hij als misstand ervoer. Adriaan was een geboren Amsterdammer die, afgezien van zijn studietijd te Utrecht en Leiden (1653-1661), het grootste gedeelte van zijn leven in Amsterdam woonde. Meestal wordt Adriaan in één adem genoemd met zijn twee jaar jongere broer Johannes, met wie hij vrijwel zijn gehele leven is opgetrokken en met wie hij in latere jaren samenwerkte. Zij bezochten de Latijnse school te Amsterdam en gingen in 1653 studeren, eerst drie jaar te Utrecht en daarna in Leiden. Johannes ontwikkelde zich tot predikant, terwijl Adriaan in twee jaar tijd promoveerde in de geneeskunde (1659) èn in de rechten (1661). Dit was in die tijd zeer uitzonderlijk.

Cartesianisme

De academische opleiding van de broers stond in het teken van het cartesianisme, een wetenschappelijke methode waarin werd uitgegaan van de rede en waarin ‘weten’ neerkwam op ‘meten’. Het cartesianisme werd als eerste in Utrecht gedoceerd. Maar de universiteit Leiden combineerde de methode met praktisch onderzoek in de natuurkunde en de anatomie. De medische faculteit te Leiden stond dan ook in Europa zeer hoog aangeschreven. Om die reden zullen de broers in 1656 de voorkeur hebben gegeven aan Leiden. Daar raakten zij bevriend met medestudenten Lodewijk Meyer, Johannes Bouwmeester en Abraham van Berkel, mannen die later bekend zouden worden als volgelingen van Spinoza. Wellicht heeft Adriaan ook Baruch de Spinoza te Leiden leren kennen, die er in de jaren 1657 en 1658 ‘losse colleges’ volgde.

Amsterdamse vriendenkring: Collegianten en Socinianen

Tot de Amsterdamse vriendenkring van de Koerbaghs behoorden de Amsterdamse vrijdenkers Jan Knol en Frans Kuyper, vrijzinnige volgelingen van de Italiaanse humanist Fausto Sozzini (Socinus, 1539-1604). De socinianen stonden een rationalistische interpretatie van de bijbel voor en verwierpen centrale leerstellingen als die van de Heilige Drie-eenheid en de goddelijkheid van Jezus. Daarnaast bezochten de gebroeders de ‘colleges’ van de ‘collegianten’, die iedere eerste zondag van de maand bijeen kwamen om gezamenlijk, op basis van gelijkheid, de bijbel te bespreken. Waarschijnlijk heeft Spinoza de gebroeders Koerbagh met hen in contact gebracht.

Adriaan Koerbagh verlichter van het volk

Adriaan Koerbagh doorzag hoe de maatschappelijke en kerkelijke elite het volk dom hield door onduidelijk en onnodig geleerd taalgebruik in stand te houden, alsof de aangeboren rede alleen aan deze elite was voorbehouden. Na zijn promoties toog hij aan het werk om de gewone mens te emanciperen. In de manier waarop hij dit deed, werd hij geïnspireerd door Lodewijk Meyer, die zich– in navolging van zijn vroeg overleden halfbroer Alhardt Lodewijk Kók, - gespecialiseerd had in lexicografie. Zij hadden waarschijnlijk het plan om systematisch, vak voor vak, de beschikbare wetenschappelijke kennis uit het Latijn in de Nederlandse taal toegankelijk te maken. Dàt zij intensief samenwerkten blijkt uit het het onderzoek van taalkundige J.J. Salverda de Grave, die in zijn De Franse woorden in het Nederlands (1906) op veel overeenkomst stuitte tussen de Nederlandtsche Woordenschat (1654) van Meyer en de Bloemhof (1668) van Koerbagh.

't Nieuw woorden-boek der regten en Bloemhof van allerley lieflykheyd

In 1664 publiceerde Adriaan Koerbagh het 't Nieuw woorden-boek der regten, met vertalingen en verklaringen van duizenden Latijnse juridische vaktermen. Hiermee kon de leek zich op de hoogte stellen van zijn rechten in de Republiek. In 1668 rolden twee versies van het woordenboek Bloemhof van allerley lieflijkheyd van de pers, één onder de naam Adriaan Koerbagh (waarschijnlijk voor vrienden) en één onder het pseudoniem van Vreederijk Waarmond, ‘ondersoeker der waarheyd’. Volgens de titel bevat dit boek ‘een vertaaling en uytlegging van al de Hebreeusche, Grieksche, Latijnse, Franse, en andere vreemde bastaart-woorden [..]. In feite was het een blasfemisch woordenboek waarin ondermeer de goddelijkheid van Jezus en het dogma van de Heilige Drie-eenheid op de korrel werden genomen. Zodra het boek ontdekt werd, vroeg de Amsterdamse kerkenraad de burgemeesters de zaak te vervolgen. Zij droegen het over aan de schout, die alle exemplaren van Bloemhof in beslag liet nemen. Adriaan vluchtte naar de vrijplaats Culemborg, waar hij een derde boek schreef, Een ligt schijnende in Duystere Plaatsen.

De Koerbaghs en de autoriteiten

Reeds in 1666 werden Adriaan en Johannes voor de kerkenraad gedaagd, omdat bij een kerkelijk huisbezoek was gebleken dat de proponent Johannes zeer ketters was geworden en dat Adriaan ongehuwd samenwoonde met een vrouw en hun buitenechtelijk kind. De broers verschenen pas bij de derde oproep en betuigden met tegenzin spijt.Het werd Johannes verboden als proponent (kandidaat-predikant) te Sloten te preken, maar naderhand werd dit telkens toch weer oogluikend toegestaan. In die tijd werd een klacht pas een juridische zaak als er schriftelijk bewijsmateriaal was, en Johannes schreef geen boeken. Adriaan daarentegen had verschillende boeken op zijn naam staan.

Een ligt schijnende in duystere plaatsen

In Culemborg schreef Adriaan een systematische verantwoording van het humanistische mens- en wereldbeeld dat in de voorgaande woordenboeken niet expliciet werd gemaakt. Dit boek, Een ligt schijnende in Duystere Plaatsen, zou hem fataal worden. Onomwonden werd er in beweerd dat een beroep op Gods almacht niet ter zake deed , dat weten beter is dan geloven en dat er geen algemene theorie is van goed en kwaad. ‘De rede is ons grootste geschenk’ (‘O gaaf dan! O groote gaaf!’(A Light shining in dark places, p. 202) en het ‘ligt‘van de rede moest eens ter dege gaan schijnen in de ‘duystere plaatsen’ van het kerkelijke geloof. De drukker, Johannes Van Eede te Utrecht, werd bij pagina 176 bang van de inhoud en gaf het manuscript aan de autoriteiten. Die vroegen om Koerbaghs uitlevering. Die vluchtte naar Leiden, maar werd verraden en gearresteerd. In het daarop volgende ketterproces werd hij veroordeeld tot 10 jaar Rasphuis aan de Heiligeweg, verbanning uit Amsterdam en 6000 gulden boete. Een jaar later overleed hij in het Willige Rasphuis aan de Prins Hendrikkade. Over zijn begrafenis op 15 oktober 1669 is nog lang nagepraat. Toen de kist het huis uit werd getild, verscheen er plotseling een pikzwarte kip die erop ging zitten en er slechts met moeite van verjaagd kon worden. Het was voor de opgepakte menigte duidelijk dat hier de duivel in het spel was.

Koerbagh en Spinoza

Adriaans werk blijkt in vele inhoudelijke opzichten beïnvloed te zijn door Spinoza, maar op tal van beslissende punten geeft hij een eigen interpretatie. De intentie van waaruit beide mannen schreven, verschilde enorm. Koerbagh was bezield door de missie het gewone volk te verheffen. Spinoza daarentegen is altijd beducht geweest voor de publieke opinie. Zijn zegelring droeg het motto ‘Caute’ (‘Wees op je hoede’), en het ketterproces van Adriaan Koerbagh zal hem hierin alleen gesterkt hebben. Want toen hij zijn Tractatus Theologico-Politicus een jaar na diens dood in het Latijn publiceerde (1670), ried hij in het voorwoord het gewone volk af zijn werk te lezen. Volgens Wielema was Koerbagh weliswaar een analytisch ingestelde criticus, maar geen atheïst. Hij stelde de rede gelijk aan God en kon er niet over uit, hoe geweldig hij deze gave vond. Daarom is Koerbagh volgens Wielema het best te omschrijven als een radicale religieuze hervormer.

Het Ligt in Museum Meermanno

Twee exemplaren van het Ligt worden bewaard in Museum Meermanno. Zij bevatten de gedrukte tekst tot bladzijde 176 en de rest – tot bladzijde 454 – in handschrift. Hubert Vandenbossche beschouwt Een Ligt als 'de Max Havelaar van zijn tijd’. Hij stelt een beurs beschikbaar voor wie de taak op zich wil nemen de tekst in modern Nederlands te hertalen.