'Van de Niet kan geen Iet voortkomen.'
11 juni 2012 Elly Verzaal Nederlandse filosofie

'[..] van de Niet kan geen Iet voortkomen’, schrijft Spinoza (1632-1677) in zijn Korte Verhandeling (I, cap. 2, p.6). Hij wil er mee zeggen dat je niet iets uit niets kunt maken, want alles heeft een oorzaak. De natuur staat geen wonderen toe.

Toch is het een klein wonder dat de Korte Verhandeling van God, de mensch en deszelvs welstand (1660/61), zoals de volledige titel luidt, rond 1850/'60 is teruggevonden in de vorm van een zeventiende-eeuws afschrift dat onder kenners bekend staat als 'Handschrift A'. Het bevindt zich samen met een ander werk van Spinoza, de Godgeleerde staatkundige verhandelinge, onder signatuur 75 G 15 in de Koninklijke Bibliotheek. Beide handschriften zijn nu digitaal toegankelijk via de site 'Denker op het scherm' in het bladerboek Spinoza.

'want van de Niet kan geen Iet voortkomen' (Dl I, hoofdstuk 2, p. 6)

'want van de Niet kan geen Iet voortkomen' (Dl I, hoofdstuk 2, p. 6)

Spinoza heeft de beide manuscripten niet zelf in handen gehad. Wat is er dan zo speciaal aan 75 G 15 dat er een bladerboek van is gemaakt? De reden ligt in het feit dat de Korte verhandeling een voorloper is van de Ethica. Alhoewel Hs. A slechts een afschrift is van een afschrift van Spinoza's werkexemplaar van de Korte verhandeling, is het van groot belang omdat het ons een kijkje biedt op 'Spinoza in wording'. We zien hoe hij experimenteert met verschillende schrijfstijlen en waar hij verbeteringen en redactionele opmerkingen aanbrengt. Aanvankelijk is het zijn bedoeling de Korte verhandeling uit te geven, maar gaandeweg wordt hij ingehaald door de snelle ontwikkeling van zijn gedachten. Hij besluit een nieuw werk te schrijven, de Ethica, waarin hij nagenoeg dezelfde gedachten strakker en zelfverzekerder, in meetkundige trant uiteenzet.

Na de ontdekking van de Korte verhandeling bleef het werk lange tijd in de schaduw staan van de Ethica. Men dacht dat Spinoza de aantekeningen in Hs. A niet zelf had aangebracht. Maar toen de Filippo Mignini in 1986 vaststelde dat cijferreeksen in Hs. A corresponderen met de opbouw van de Ethica, was het duidelijk dat Spinoza ze zelf bedacht had. Sindsdien heeft de Korte verhandeling veel aandacht gekregen als zelfstandig werk van Spinoza. De tweetalige uitgave van Mignini in 1986 (Korte Verhandeling/ Breve Trattato) betekende een mijlpaal in het Spinoza-onderzoek. Het vormde de aanleiding tot een internationaal congres (Dio, l'uomo, la libertà : studi sul "Breve trattato" di Spinoza, 1990) en tot vele publicaties. Onlangs zijn twee Nederlandse hertalingen van het werk verschenen.

Dat God is (Dl I, Hoofdstuk I, p.1) Met cijferreeks 1-5
Dat God is (Dl I, Hoofdstuk I, p.1) Met cijferreeks 1-5
Van de Duijvelen (Dl II, Hoofdstuk XXV, p. 160).
Van de Duijvelen (Dl II, Hoofdstuk XXV, p. 160)
(Dl II, XI, p.103) Bespotting en Boerterije
(Dl II, XI, p.103) Bespotting en Boerterije

Afgezien van de tekstkritische betekenis van de Korte verhandeling als voorloper van de Ethica is de tekst van belang vanwege thema’s en charmante uitdrukkingen die wij niet kennen uit Spinoza’s latere werk. Zo vindt men er nog een passage over de duivel (KV2. 25), die in de Ethica ontbreekt, en hoofdstukken over Knaging en Berouw, Bespotting en Boerterije.