Het gat van de oorlog

25 september 2020 Huibert Crijns Nederlandse geschiedenis en cultuur

Op 28 september wordt weer een lijst met nieuw gedigitaliseerde kranten gepubliceerd op Delpher. Het zijn ditmaal allemaal kranten uit de eerste helft van 20e eeuw, en bij een aantal van die kranten zie je het gat van de oorlog.

Censuur

Al binnen een paar dagen na de Duitse inval in Nederland in mei 1940 werden er door de bezettingsautoriteiten richtlijnen uitgevaardigd voor de pers. Dat kwam in de praktijk neer op strenge censuur. Kranten mochten niet kritisch over Duitsland, het nationaal-socialisme of het Duitse leiderschap schrijven. Ze mochten niet te vriendelijk berichten over Engeland en de geallieerden, en speculeren over een uiteindelijke Duitse Nederlaag was helemaal uit den boze. Berichten van het Duitse staatspersbureau D.N.B., vaak vol oorlogspropaganda, moesten verplicht op de voorpagina geplaatst worden. Het Duitse persbeleid ging nog verder. Van de kranten werd eigenlijk gevraagd zich geheel ten dienste te stellen van ‘de volksgemeenschap’. In de praktijk betekende dat: het enthousiast en kritiekloos uitdragen van de nazi-ideologie.

De Nederlander, 1 juli 1940

De Nederlander, 1 juli 1940

Overnemen en opheffen

Kranten die zich niet aan de regels hielden kregen een tijdelijk publicatieverbod of werden helemaal verboden, bijvoorbeeld omdat de redactie weigerde antisemitische artikelen te plaatsen. Dat gebeurde bijvoorbeeld met De Nederlander in 1941. De krant werd pas na de bevrijding in 1945 weer voortgezet. Slechts één krant, het gereformeerde Friesch Dagblad, stopte uit eigen beweging omdat de redactie geen vrije journalistiek via de eigen beginselen meer kon uitoefenen. Ook deze krant wordt pas na de bevrijding weer opnieuw uitgegeven.
Bij andere kranten gaan de Duitsers nog verder. Zo wordt de sociaaldemocratische krant Het Volk direct onder NSB bewind gesteld. De bedoeling was om de Nederlandse arbeiders massaal tot het nationaalsocialisme te bekeren. Dat lukte niet en de krant wordt stopgezet. Inmiddels verscheen illegaal de voortzetting van de krant genaamd Het Vrije Volk, en onder die naam is de krant na de oorlog voortgezet.
Omdat een groot deel van lezers niet gediend is van de nationaalsocialistische propaganda loopt de verkoop van kranten sterk terug. Het gebruik van kranten als propagandamedium door de bezetter is mislukt. Als er vanaf 1941 door de oorlog ook nog papierschaarste ontstaat worden verschillende kranten op last van de bezetter opgeheven of samengevoegd. Van het pluriforme en sterk verzuilde vooroorlogse perslandschap is dan niets meer over.

Het Vrije Volk, No. 3, 1941

Het Vrije Volk, No. 3, 1941

Collaboratie en verschijningsverbod

Bij sommige kranten leeft ook sympathie voor het nationaalsocialisme, of weegt de continuïteit van het bedrijfsbelang zo zwaar dat de krant zich steeds verder op het hellend vlak van collaboratie begeeft. Het bekendste voorbeeld daarvan is De Telegraaf. Het werd deze krant na de oorlog zwaar aangerekend. De Telegraaf kreeg dan ook voor straf een verschijningverbod opgelegd van 1945 tot 1949. Bij de Telegraaf ligt het gat dus ná de oorlog.

Het gat van de oorlog

Zo zien we bij bijna alle kranten in deze periode het gat van de oorlog. Ofwel ze stoppen tussen 1940 en 1942 vrijwillig of onder dwang, of ze worden voortgezet en daar vaak na de oorlog voor gestraft met een tijdelijk verschijningverbod. Sommige kranten worden na de oorlog niet meer voortgezet. Maar na de oorlog ontstaan ook heel nieuwe kranten. Vaak kwamen die voort uit de illegale pers, zoals Vrij Nederland, Trouw en Het Parool. Ook ontstonden nieuwe kranten vanuit de politieke vernieuwingsgedachte die na de oorlog ontstond, zoals de Nieuwe Nederlander. Zo vormt de oorlog een belangrijke scheidslijn in de geschiedenis van de Nederlandse pers.