Ik zal handhaven
4 september 2013 Huibert Crijns Nederlandse geschiedenis en cultuur

Onlangs ontving de Koninklijke Bibliotheek, los van elkaar, twee tijdsdocumenten over de politionele acties in… ja, in welk land eigenlijk?

Vanuit het Nederlandse staatsrecht beschouwd vonden deze acties plaats in Nederlands-Indië. Maar daar hadden de Indonesische nationalisten onder leiding van Soekarno al in 1945 de Republiek Indonesië uitgeroepen. En hoewel de Republiek toen nog niet internationaal erkend werd was zij wel een politieke realiteit. Dit geeft maar weer aan hoe moeilijk het kan zijn om waardenvrij over politiek gevoelige onderwerpen te schrijven. Maar dat maakt geschiedenis nu juist zo fascinerend. En daar gaat dit blog over.

Fotoreportage van het optreden tegen de PKI uit: Herinneringsalbum (1947)

Fotoreportage van het optreden tegen de PKI uit: Herinneringsalbum (1947)

Machtsvacuüm

En zo werd het natuurlijk ook gezien. Toen Nederland in mei 1945 bevrijd was begon direct de rekrutering van militairen voor de strijd in de Stille Oceaan. De oorlog met Japan was immers nog in volle gang en heel Nederlands-Indië was nog door de Japanners bezet. Maar voordat het door oorlogsgeweld verwoeste en uitgeputte Nederland een flinke strijdmacht op de been had werd Japan door de Amerikaanse atoombommen tot de overgave gedwongen. Het Japanse leger in Nederlands-Indië had dan weliswaar gecapituleerd, er was niemand om de macht aan over te dragen. De geallieerden hadden niet voldoende troepen om in de Indonesische archipel (zo groot als heel Europa) orde en rust te handhaven. In dat machtsvacuüm grepen de Indonesische nationalisten hun kans en riepen de republiek uit. Zo ontstond de vreemde situatie dat de Nederlanders die door de Japanners in kampen waren opgesloten, nu in de kampen moesten blijven en door dezelfde Japanners tegen de nationalisten beschermd moesten worden. Nationalisten die zich, vanuit het Nederlandse perspectief gezien, onwettig en gewelddadig gedroegen, Indië in chaos stortten en die bovendien als collaborateurs met de Japanners werden beschouwd. Een soort NSB’ers dus. Daar moest direct en met harde hand tegen opgetreden worden.

Nederlandse dienstplichtigen werden massaal en met brede steun van de politiek en de bevolking naar Indië gestuurd. Alleen de Communistische Partij Nederland verzette zich hier tegen. Toen in de loop van 1946 en 1947 de troepenopbouw in Nederlands-Indië vorderde en Nederland het conflict militair in zijn voordeel leek te kunnen gaan beslechten begonnen de internationale verhoudingen te kantelen. De Verenigde Staten keerde zich tegen het herstel van de koloniale verhoudingen en dwong Nederland, zowel via de Verenigde Naties als middels de Marshall-hulp tot het staken van de strijd en het voeren van onderhandelingen met de Republiek.

Ik zal handhaven, 1947.

Ik zal handhaven, 1947. Aanvraagnummer: 5291901

Zwarte bladzijde

Ook in Nederland begon de publieke opinie te kantelen. Er kwam meer begrip voor het Indonesische onafhankelijkheidsstreven. Het guerrillakarakter van de strijd leidde tot gruwelijke excessen aan beide zijden, die weerzin en verontwaardiging opriepen. De dienstplichtige militairen, die in 1945 en 1946 als helden naar Indië werden gestuurd om tegen de Japanse agressor en zijn collaborateurs te strijden werden bij hun thuiskomst in 1949 en 1950 vaak met wantrouwen en onbegrip bejegend, en soms als oorlogsmisdadigers en onderdrukkers beschimpt. Ongewild waren zij deel gaan uitmaken van een zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis.

Voor veel Nederlandse militairen was dit een tragisch lot. De meesten hadden persoonlijk geen aandeel in gruweldaden, zij hadden braaf gedaan wat van hen verwacht werd en geen invloed gehad op besluit- en beleidsvorming. Zij konden hun verhalen en herinneringen niet kwijt. Op wat zij meegemaakt hadden lag een zwarte sluier van schuld en schaamte. Het was een bladzijde uit de geschiedenis die Nederland zo snel mogelijk weer wilde vergeten. Men ging snel weer over tot de orde van de dag.

Propaganda

De beide publicaties zijn nog van voor deze politieke en maatschappelijke omslag. Zij verkondigen het geluid dat kort daarna al niet meer gehoord mocht worden: de sfeer van militairen onder elkaar, trots op hun eigen militaire en logistieke prestaties, schimpend op de tegenstander. Op ons komen deze publicaties nu naïef, ongeloofwaardig en misleidend over. Maar we moeten ze wel in hun eigen tijd plaatsen, in 1947, toen het idee nog breed gedragen werd dat ‘onze jongens’ ten strijde trokken tegen bendes gewelddadige revolutionaire collaborateurs die er unfaire strijdmethoden op na hielden. Dat beeld is weliswaar niet vrij van propaganda, maar het is wel het beeld dat toen ook leefde en gedragen werd in de Nederlandse politiek en samenleving.

Fotoreportage van de gevechten uit: Ik zal handhaven (1947)

Fotoreportage van de gevechten uit: Ik zal handhaven (1947)