Inburgering door advertenties: sporen van migratiegeschiedenis in Delpher
17 december 2018 Kees Teszelszky Nederlandse geschiedenis en cultuur

Wat te doen als nieuwkomer in een stad als je iets of iemand nodig hebt? Zonder informeel netwerk ben je aangewezen op het plaatsen van advertenties via verschillende media. Het traditionele prikbord bij de plaatselijke supermarkt lijkt anno 2018 nog steeds in gebruik, maar nu staan vooral Marktplaats en Facebook vol met hulpvragen van migranten en expats die net in ons land zijn aangekomen. Voor de komst van sociale media en het web was het natuurlijk minder eenvoudig om als vreemdeling om hulp te vragen. De snelste weg was het plaatsen van een advertentie in een plaatselijke krant om zo datgene te krijgen wat je nodig had.

Delpher is natuurlijk een goudmijn voor dergelijke advertenties. Tot nu toe hebben de emotionele liefdesoproepen de meeste aandacht gekregen, maar vanuit het oogpunt van migratiegeschiedenis zijn de korte annonces een soort van doorlopende voorstelling op gedigitaliseerd papier van de bekende televisieserie “Ik vertrek”. Den Haag is wat micro-migratiegeschiedenis één van de meest interessante plaatsen in Nederland, omdat vanwege het grote aantal expats, diplomaten, buitenlandse spionnen, arbeidsmigranten, vluchtelingen en repatrianten uit de Oost de lokale kranten een bonte verzameling van al dan niet wanhopige oproepen laten zien. Het enige lastige van het in kaart brengen van dergelijke geschiedenissen is dat de advertenties meestal anoniem zijn en alleen voorzien van een adres.

In dit blog wil ik de lotgevallen van een jong Hongaars migrantengezin tijdens de oorlogsjaren laten zien aan de hand van dergelijke advertenties. Mijn werkwijze was als volgt: eerst heb ik de migratiegeschiedenis in kaart gebracht aan de hand van het bevolkingsregisters en de site wiewaswie.nl. Daarna heb ik de precieze adressen gelokaliseerd op basis van de gedigitaliseerde telefoonboeken. Vervolgens heb ik gezocht op adres en ook op het telefoonnummer. Beide vormden unieke “identifiers” die zo te verbinden waren aan een exacte naam van een familie.

Het desbetreffende gezin was rond 1937 verhuisd van Boedapest in Hongarije naar Rotterdam. De man des huizes was directeur van een Rotterdamse rubberonderneming, een dochteronderneming van een groot bedrijf in Hongarije. Hij vestigde zich met zijn familie in een rijtjeshuis aan de Krommelaan 3 in Overschie. Na het bombardement op Rotterdam tijdens de meidagen in 1940 wilde het gezin opnieuw verhuizen en plaatsten ze in september 1940 de volgende advertentie:

De zoektocht naar een “heerenhuis” was natuurlijk moeilijk in de oorlogsjaren en zeker in Rotterdam. Uiteindelijk kwam het gezin daarom waarschijnlijk terecht in een benedenwoning aan de rand van bebouwd Den Haag.

Het is niet duidelijk of het kantoor daarmee ook aan huis werd gehouden. Op basis van de gegevens van makelaarssite Funda van de straat lijkt het om een vierkamerwoning te gaan met twee slaapkamers. Uit (opnieuw een advertentie) van een recent verkocht appartement niet ver van het adres krijgen we een goed beeld wat de jaren ’30 sfeer moet zijn geweest van dit huis:

Al vermeldde de advertentie expliciet dat het gezin één kind had, toch kon het huishouden wel wat hulp gebruiken. Op 14 januari 1943 verscheen daarom de volgende oproep in Het Vaderland voor een “ervaren dagmeisje in klein gezin, volle kost en hoog loon”. (Voor een dienstje voor dag- en nacht was geen dienstbodenkamer beschikbaar.)

Waarschijnlijk had de oproep geen succes. Daarom verscheen op 23 januari 1943 een nieuwe advertentie, ditmaal in dagblad De Tijd:

Bij het bestuderen van micro-geschiedenis van een gezin komt de historicus meestal niet achter de deuren van intieme ruimtes als de badkamer of de slaapkamer (behalve dan in onze tijd via Funda). Toch kwam de deur op een kier van het slaapvertrek op de Carel Reinierszkade door een advertentie die op 26 januari 1943 ook werd afgedrukt in De Tijd. De Vrouw des Huizes vroeg hierin om een “compleet slaapkamerameublement, alleen goede kwaliteit, niet ouderwetsch”.

Uit de tekst “niet ouderwetsch” kunnen we opmaken dat de smaak van dit gezin niet moet zijn uitgegaan naar de degelijke en fraai ontworpen, maar ook wat ouderwets aandoende meubelen van de bekende Haagse firma Pander. Het is waarschijnlijker dat het gewenste bed van het merk Gispen kan zijn geweest, waarvan de meubelen meer eigentijds van vormgeving waren. Hoe een moderne slaapkamer van goede kwaliteit eruit moet hebben gezien kunnen we opmaken uit deze poppenslaapkamer uit 1940 afkomstig uit de collectie van het Museum Deventer.

Dat de vorige oproep succes had gehad, valt op te maken uit de advertentie die op 25 mei 1943 verscheen in Het Vaderland. De deur van de slaapkamer staat nu echt op een kier, want het gedroomde bed is een moderne lits-jumeaux geworden. De echtgenote is nu op zoek naar een sprei voor dit bed, het liefst in de kleur zacht groen of rose.

Een lits-jumeaux bestond uit twee éénpersoonsbedden die naast elkaar stonden. Wikipedia geeft vervolgens een mooi beeld van hoe die slaapkamer op de Carel Reinierszkade er dan uit kan hebben gezien:

Misschien mede dankzij de comfortabele lits-jumeaux bloeide het gezinsleven in den vreemde. De Hongaarse traditie is dat met Kerst cadeautjes worden uitgewisseld, die in gezinnen met kleine kinderen op Kerstavond door “Jézuska” (“kleine Jezus” of het Christuskind) onder de kerstboom worden gelegd. Uit een advertentie die op 29 november 1943 is geplaatst, kunnen we opmaken wat de bedoeling was dat met Kerst 1943 onder de Haagse kerstboom terecht zou komen:

Het is lastig om na te gaan wat de gewenste pick-up voor manlief is geweest, al kan op basis van de Hongaarse muzieksmaak uit die tijd ervan uit worden gegaan dat daar bakelieten langspeelplaten van Katalin Karády en Pál Jávor op hebben gedraaid. Een gangbaar merk electrische trein uit die tijd was het Duitse Märklin. Het gewenste “treintje” kan er dan zo uit hebben gezien:

Een van de moeilijke zaken bij onderzoek naar inburgering van migranten is de vraag hoe de mate van ingeburgerheid nu te meten is. Taalkennis is een belangrijke factor, maar dit blijkt natuurlijk niet uit de advertenties, want die bestaan meestal uit standaardteksten die door de telefoniste werden opgenomen en waar nodig verbeterd. (Daarom zitten er waarschijnlijk meer spelfouten in namen van geboorte- en overlijdensadvertenties dan in de gewone oproepen.) We krijgen wel een kijkje in de inburgeringskeuken door een advertentie die op 1 december 1943 is geplaatst. De vrouw des huizes is nu op zoek naar een eetkamerameublement en een “mooie antieke rankenkast”.

De eetkamertafel en stoelen zullen wel een eigentijdse set zijn geweest, misschien opnieuw van het merk Gispen. De keuze voor een antieke rankenkast in de huiskamer is opmerkelijk gezien de moderne smaak van de huisvrouw.

Zomer 1944 is waarschijnlijk de laatste rustige en relatief onbezorgde zomer voor dit gezin geweest: daarna verschijnen er geen advertenties meer met hun adres of telefoonnummer. Uit een nieuwsbericht in de illegale krant Het Parool die werd gedrukt op 11 december 1944 blijkt dat de verschrikkingen van de oorlog nu ook het chique Bezuidenhout hadden bereikt. Op 6 december 1944 kwamen bommen neer op huizen aan de Carel Reinierszkade:

Dit was niet de laatste schrik voor de straat: op 3 maart 1945 vond het bekende “Bombardement op het Bezuidenhout” plaats. Uit een kaart blijkt dat het huis aan de Carel Reinierszkade maar ternauwernood aan de verwoesting is ontsnapt.

Kortom: Delpher is niet alleen interessant om op zoek te gaan naar bekende personen of de eigen familiegeschiedenis, maar geeft door advertentieteksten ook een intiem beeld van het gezinsleven van relatief onbekende nieuwkomers in de Nederlandse samenleving.

Wat is uw verhaal over migratie in Europa?

Op 18 december, de internationale migrantendag, verzamelt de KB en Europeana verhalen als het bovenstaande. Al die verhalen samen vertellen het grote verhaal over de migratiegeschiedenis van Europa. Op migrantendag verzamelen wij deze verhalen. Al die verhalen samen vertellen het grote verhaal over de migratiegeschiedenis van Europa. De verhalen met foto’s van de voorwerpen komen op de website van Europeana en gaan deel uitmaken van Europa’s rijke culturele erfgoed. Heeft u een migratieverhaal en wilt u dat met ons delen? Kom dan langs bij de KB op dinsdagmiddag 18 december tussen twaalf en vijf. Neemt u die speciale foto, brief of ansichtkaart mee die bij uw verhaal hoort? We zijn benieuwd hoe u vanuit uw moederland naar Nederland bent gekomen. Was het de liefde, studie, werk of een andere reden waarom u bent geëmigreerd? Het verhaal dat u ons vertelt leggen we vast, het voorwerp dat u meeneemt fotograferen we én voegen we toe aan de Europese portal. Uw verhaal wordt een onderdeel van het grote Europese erfgoedverhaal over migratie binnen en naar Europa. Europeana en de KB nodigen u van harte uit om uw persoonlijke en/of familieverhaal te delen. Aanmelden kunt u hier.