Congres "The Circulation of Dutch Literature"
22 mei 2014 Arno Kuipers Nederlandse literatuur en taal

‘Aber wie werde ich al diesen Käse los. Das ist die Frage’. Aldus hoofdpersoon Frans Laarmans in de Duitse versie van het beroemde verhaal Kaas van de Vlaming Willem Elsschot.

Willem Elsschot, Käse, 2005

Willem Elsschot, Käse, 2005

Dit pan-Europese project wordt vanuit Nederland geleid door het Huygens ING, dat dit congres organiseert samen met de Koninklijke Bibliotheek. Onderzoekers uit heel Europa komen bijeen in de KB om hun resultaten te delen over het onderzoek naar de verspreiding van Nederlandse en Vlaamse literatuur in het buitenland.

Kaas-consumptie in het buitenland

In een uitgebreide sessie waarin onder anderen ook Elsschots uitgever en biograaf Vic van der Reijt optreedt, zal worden gesproken over de 'consumptie' van Elsschots Kaas in de Sovjet-Unie, Hongarije en Engeland. Het programma verklapt al dat Elsschot in de verschillende landen heel verschillend werd ontvangen. Michel de Dobbeleer van de Universiteit Gent zal vertellen hoe in Rusland aan het begin van de jaren zeventig Sovjet-Russische neerlandici hun best deden om Kaas zo marxistisch-leninistisch mogelijk te duiden. Cora-Lisa Sütő van de Károli Gáspár University of the Reformed Church in Boedapest zal de opeenvolgende Hongaarse vertalingen van Kaas bespreken. Het boek werd maar liefst drie keer vertaald in het Hongaars. In Engeland verscheen Cheese pas voor het eerst in 2002, maar Dorien de Man van de Universiteit Leuven zal spreken over eerdere Engelse vertalingen die nooit werden gepubliceerd.

F. Bordewijk, Büro Rechtsanwalt Stroomkoning, Duitse vertaling van Karakter, 1939
F. Bordewijk, Büro Rechtsanwalt Stroomkoning, Duitse vertaling van Karakter, 1939
Hendrik Tollens, Die Holländer auf Nova Zembla, 1850
Hendrik Tollens, Die Holländer auf Nova Zembla, 1850
Multatuli, Max Havelaar, Armeense vertaling, 1956
Multatuli, Max Havelaar, Armeense vertaling, 1956

Van Hadewijch tot Hermans

In andere sessies van het CODL-congres zal onder andere gesproken worden over recente vertalingen van de Middeleeuwse mystica Hadewijch, want niet alleen de moderne letterkunde staat centraal. De verspreiding van het laat-middeleeuwse Elckerlijc komt ook aan de orde. Hierbij wordt niet alleen gesproken over de verhoudingen tussen de middeleeuwse Nederlandse, Duitse (Jedermann) en Engelse (Everyman) versies van het verhaal over Elckerlijc en zijn louterende pelgrimsreis, maar ook over veel recentere bewerkingen. Nick Tomberge van de Universiteit Leiden zal bijvoorbeeld spreken over twintigste-eeuwse theatervoorstellingen over Elckerlijc. In een sessie over de ontvangst van De donkere kamer van Damokles van Willem Frederik Hermans in Duitsland, Scandinavië en Frankrijk gaat het weer over de twintigste eeuw en zal uitgebreid worden gediscussieerd over de vraag hoe die roman over de oorlog in de verschillende landen werd ingebed in de verwerking van het oorlogsverleden. Kinderboeken ontbreken ook niet, want er wordt een sessie volledig gewijd aan Minoes van Annie M.G. Schmidt en één van de keynote-sprekers is Deborah Cartmell van de Montfort University in Leicester, die zal komen te spreken over adaptaties (bewerkingen) van bekende werken voor kinderen.

Johan Fabricus, Dívka v modrém klobouko, Tsjechische vertaling van Het meisje met de blauwe hoed, 1933
Johan Fabricus, Dívka v modrém klobouko, Tsjechische vertaling van Het meisje met de blauwe hoed, 1933
Jo van Ammers-Küller, La generazione ribelle, vertaling van De opstandigen, 1945
Jo van Ammers-Küller, La generazione ribelle, vertaling van De opstandigen, 1945
Theo Thijssen, Kees der Junge, 1935
Theo Thijssen, Kees der Junge, 1935

Vertalers en bemiddelaars

Een andere prominente gastspreekster op het CODL-congres is dichteres Joke van Leeuwen. Zij zal een lezing houden onder de titel 'Why I cause my translators headache'. Zij zal niet de enige zijn die het zal hebben over het veeleisende en moeizame proces van het literaire vertalen. En naast vertalers worden ook de bemiddelaars onder de aandacht gebracht, de literaire agenten en dergelijken, die door middel van grondig netwerken proberen de Nederlandse literatuur aan de buitenlandse man en vrouw te brengen. In een paneldiscussie zal een aantal vertegenwoordigers van hedendaagse literaire bemiddelaars een boekje open doen over hun inspanningen voor de Nederlandstalige literatuur in het buitenland: Duits literair agent Tino Köhler, het Vlaamse en het Nederlandse Letterenfonds, het Expertisecentrum Literair Vertalen en de Taalunie.

Vertalingen bij het Letterenfonds en de KB

Het Nederlandse Letterenfonds en de KB zullen bij monde van fondsbibliothecaris Marlies Hoff en schrijver dezes ook een gezamenlijke presentatie houden. Het Letterenfonds en de KB werken op het gebied van het verwerven van vertalingen uit het Nederlands nauw samen. Het Letterenfonds beheert de Vertalingendatabase, de primaire zoekbron voor vertalingen uit het Nederlands. Het fonds zorgt er ook voor dat zoveel mogelijk vertalingen die zij subsidiëren naar de KB komen, want voor de nationale bibliotheek van Nederland hoort het ‘Het Nederlands boek in Vertaling’ ook tot het verzamelgebied. De KB speurt zelf ook naar ontbrekende oudere vertalingen, vooral die van langer geleden, zoals de Kleine gedichten voor kinderen van Hiëronymus van Alphen in het Frans uit 1858 of Hendrik Tollens’ De overwintering der Hollanders op Nova Zembla in het Duits uit 1850. Deze titels zijn al gedigitaliseerd en dat zal op den duur met veel meer vertalingen gebeuren, zodat de KB ook steeds meer steentjes zal kunnen bijdragen aan de online-verspreiding van de Nederlandse literatuur over de wereld.

Exposities

Tijdens het CODL-congres zijn in de foyer van het KB-gebouw verschillende exposities te bezichtigen. Zo is voor de congresbezoekers de pas heropende tentoonstelling Topstukken van de KB toegankelijk, met daarin onder andere het beroemde Gruuthuuse-handschrift. In de wandvitrines is speciaal voor CODL bovendien een extra tentoonstelling ingericht, met topstukken uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Daar wordt onder andere een handschriftfragment van Karel ende Elegast uit de veertiende eeuw getoond en er zijn zeldzame drukken te zien van de Huwelijksgedichten van Bredero en de Sinnepoppen van Roemer Visscher. Ook is er een exemplaar te zien van de tweede druk, circa 1500, van Den spieghel der salicheit van Elckerlyc. Uit de negentiende en twintigste eeuw worden handschriften getoond van Couperus’ De komedianten en Herman Gorters gedicht ‘In de zwarten nacht is een mensch aangetreden’. In de centrale toegangshal van de KB is tijdens het congres bovendien nog een mini-expositie te aanschouwen met moderne vertalingen van het werk van Hadewych, Hendrik Conscience, Willem Elsschot, Willem Frederik Hermans en Annie M.G. Schmidt. Al deze exposities zijn voor iedereen vrij toegankelijk.