De eerste Duitse Bordewijk
31 juli 2015 Arno Kuipers Nederlandse literatuur en taal

Lange tijd werd verondersteld dat Büro Rechtsanwalt Stroomkoning de eerste Duitse vertaling van het werk van F. Bordewijk was. Die vertaling van de beroemde roman Karakter verscheen in 1939. In 1926 verscheen echter al een vertaling van één van Bordewijks ‘Fantastische vertellingen’ in een aflevering van een Duits tijdschrift.

Jubileumjaargang van de 'Bibliothek der Unterhaltung und des Wissens', 1926
Jubileumjaargang van de 'Bibliothek der Unterhaltung und des Wissens', 1926
Inhoudsopgave van nummer 11 van 1926, bovenaan Bordewijk
Inhoudsopgave van nummer 11 van 1926, bovenaan Bordewijk

Am Abgrund

Het verhaal van F. Bordewijk in vertaling was in ieder geval nieuw. In deel elf van de Bibliothek uit 1926 verscheen het als eerste bijdrage: ‘Am Abgrund von F. Bordewijk’. De vertaler was Willy Blochert (1886-1942). Hij slaagde erin het verhaal in de vertaling een betere titel te geven dan het origineel. Het origineel heet namelijk ‘De noordkant van de Näobühler’ en verscheen in 1919 in Bordewijks eerste bundel Fantastische vertellingen bij uitgever Brusse uit Rotterdam. Het verhaal gaat over een Nederlandse toerist in het Duitse Schwarzwald die een bergwandeling wil maken van Tanddark naar Hochmannsheim. Behalve het Schwarzwald zelf zul je deze geografische namen vergeefs zoeken in Googlemaps. Onderweg ontmoet de toerist een andere wandelaar die dezelfde kant opgaat: ‘Ik had al een hele tijd op de vrijwel verlaten weg gelopen, toen ik bij een kromming een arbeider in het oog kreeg, die ik langzaam inhaalde.’

De noordkant van de Näobühler

De arbeider wijst de wandelaar de weg. Hij adviseert de berg de ‘Näobühler’ op het traject via de noordzijde te passeren. Samen nemen ze deze route over een smal pad en onderweg onthult de arbeider dat hij de noordroute alleen in gezelschap durft te nemen: ‘“Het is er volstrekt niet gevaarlijk,” zei hij glimlachend, toen ik verwonderd keek, “het is er tenminste niet gevaarlijk méér, en toch zou ik die weg voor geen geld alleen durven gaan.”’ En al wandelend vertelt de arbeider vervolgens zijn lugubere verhaal over de noordkant, die hem bijna het leven had gekost. Uit het verhaal blijkt dat Willy Blochert met recht koos voor de titel ‘Am Abgrund’. De arbeider overleefde op zeer merkwaardige wijze een bijna-val in de diepe afgrond, waarbij de tijd een grote rol speelt. ‘Er lächelte sonderbar’, staat in de Duitse vertaling van Blochert als de arbeider zijn ontknoping nadert. De ontknoping schijnt de toerist tamelijk ongeloofwaardig toe, maar hij stelt toch: ‘Ich sah meinem Führer scharf in de Augen. Nichts in seinem Gesicht wies darauf hin, daß die Geschichte erdacht war.’ En de rest van de alinea die hier in de Nederlandse versie volgt, heeft Willy Blochert in zijn vertaling weggelaten. Mogelijk moest de vertaler wat indikken om ruimte te sparen.

Nagelaten documenten, 2007
Nagelaten documenten, 2007
Fantastische vertellingen, eerste bundel, 1919
Fantastische vertellingen, eerste bundel, 1919

Bordewijk en Duitsland

Het was waarschijnlijk geen toeval dat het verhaal ‘De noordkant van de Näobühler’ als eerste werd vertaald in het Duits en niet één van de andere ‘Fantastische vertellingen’ (Bordewijk publiceerde van 1919 tot 1924 drie bundels onder deze naam). Het verhaal speelt in Duitsland en in de eerste alinea’s laat de hoofdpersoon zich ook buitengewoon lovend uit over het Duitse volk: ‘ In de grote Duitse laagvlakte had ik een mensensoort aangetroffen, waarvan de enkeling weinig tot mij sprak – overdrachtelijk en ook letterlijk –, doch waarvan de massa mijn onbegrensde bewondering en eerbied afdwong.’ Een vergelijking tussen het Duitse en het Nederlandse volk valt ook in het voordeel van de Duitsers uit, want de Nederlander had veel meer dan de Duitser een ‘ sterk ontwikkeld individualiteitsbewustzijn’. Na de Tweede Wereldoorlog zouden personages van Bordewijk zich over de Duitsers soms veel onvriendelijker uitlaten, in de roman De doopvont uit 1952 zegt iemand: ‘de wereld heeft in 1945 de kans van haar leven gemist. Dit hadden ze moeten doen: de tachtig miljoen Moffen in één concentratiekamp; de seksen gescheiden, en na vijftig jaar was het Duitse vraagstuk opgelost zonder dat het een druppel bloed had gekost, en het kamp kon worden opgeheven.’ En Bordewijk sprak zich zelf in 1945 ook fel anti-Duits uit in een stuk dat pas in 2007 werd gepubliceerd in de Nagelaten documenten. Daarin schreef hij onder andere: ‘Het wereldprobleem Duitsland is op te lossen door al zijn kinderen van 0-10 jaar te doen opnemen in de omringende volkeren, en de bevolking van het overblijvende stuk Duits territoir op natuurlijke wijze te doen uitvaren.’

Reageer op deze blog

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.