De geschonken Wolkenkrabber

23 mei 2014 Arno Kuipers Nederlandse literatuur en taal

‘Aan het einde van de laan stond de wolkenkrabber. De huizenrijen van de laan waren er als in een lus omheen gelegd. Geen enkel van zijn vensters blonk; ook niet zijn ruggestreng: het uitpuilende glazen trappenhuis.’

Observaties in De Wolkenkrabber nr 2
Observaties in De Wolkenkrabber nr 2
Observaties in De Wolkenkrabber nr 5
Observaties in De Wolkenkrabber nr 5

Observaties

Dit eerste nummer bood meteen ruime aandacht aan Willem Frederik Hermans, onder andere door het gedicht ‘De Wolkenkrabber’ op te nemen, uit Hermans’ bundel Horror coeli uit 1946. Verder gaf het debuutnummer uitvoerige ‘Observaties’ over het gebouw zelf. Zo is te lezen dat de geluidsinstallatie bij de bellen van de firma Ericsson is en de lift van ‘Stah-Lift’. De lift zelf werd ook getest: ‘Het duurt 50 seconden om met de lift van “Parterre” naar “11” (de bovenste verdieping) te komen.’

Het tijdschrift De Wolkenkrabber zou acht nummers volmaken en verschijnen tot en met maart 1972. De bijdragende scribenten waren vooral studenten van de Amsterdamse vakgroep Nederlands. Naast Piet Schreuders waren dat onder anderen Nico Royers, Rudie Kagie, Marian Melkert en Marijn Polak-van Lelyveld. Uit de bijdragen blijkt vooral de onbedaarlijke lol die de redactie had bij het samenstellen van het tijdschrift. Het blad bracht vele artikelen over de wolkenkrabber, prozafeuilletons, gedichten, (pseudo-) interviews, al dan niet gefingeerde ingezonden brieven van prominenten en zelfs een schaakrubriek (‘U wilt een spelletje schaak spelen, maar het schaakbord is zoek. Geen nood: er staat nog een dambord.’)

Roddelrubriek

De Wolkenkrabber nummer 4 bood een roddelrubriek over het Amsterdamse Neerlandistieke leventje door Marian Melkert: ‘De Koffiekamer: een blik in de beerput’. In die rubriek werden belangwekkende mededelingen gedaan: ‘Piet Grijs gebruikt suiker in zijn koffie’, 'In de koffiekamer fluistert men, dat de heer Klooster hoogleraar taalkunde wordt. Dat de heer Lenstra prof. Stuiveling gaat opvolgen is nog niet zeker', ‘Nico Royers heeft mij tijdens het college Latijn ingefluisterd, dat hij zijn baard weer zal laten staan. Ik ben benieuwd naar de kleur deze keer’. Enzovoorts.

Tijdschrift alleen voor medewerkers

Veel abonnees heeft De Wolkenkrabber nooit gehad. Vermoedelijk is het zelfs één van de weinige tijdschriften dat zelf zijn abonnees uitzocht. In het ‘Ten geleide’ van nummer 5 van 1 december 1971 wordt gemeld: ‘Er wordt door de abonnementen-administratie van De Wolkenkrabber naar gestreefd om in het vervolg De Wolkenkrabber alleen aan medewerkers toe te sturen. Wanneer men geen bijdrage levert, valt men dus – na een marge van ± een maand) automatisch buiten het abonneebestand.’ Het zelfde nummer vijf van De Wolkenkrabber (ondertitel in die maand: ‘tijdschrift voor electronica, praktische logisch-positivistische wijsbegeerte, schakelalgebra en tricesimoprimaire muziek’) gaat er dan ook toe over om een lijst van geroyeerde abonnees op te sommen. Daarop prijken bijvoorbeeld: R. Zwijsen, Dordrecht (‘beledigende taal’), R. Rubinstein, Amsterdam (‘laat niets horen’) en J. Roekensch, Uitgeest (‘dominee’).

Wolkenkrabber nr 3
Wolkenkrabber nr 3
Hermans-nummer (nr 7)
Hermans-nummer (nr 7)

Special issues

Eén abonnee werd wel hartelijk verwelkomd in het zevende nummer: Willem Frederik Hermans. Deze ‘tweeëntwintigste abonnee’ liet zich blijkens de opgenomen correspondentie graag noteren als lid. In het laatste nummer werd Hermans zelfs gepromoveerd tot erelid. Het zevende nummer was een special issue, helemaal gewijd aan Willem Frederik Hermans. Daarvoor had Wolkenkrabber met nummer zes al een speciaalnummer gewijd aan de architectuur. ‘Ir. R. van Retouw O.F.M.’ suggereerde in zijn beeldbijdrage ‘Transformaties’ in dat nummer bijvoorbeeld mogelijke moderne aanpassingen van de Wolkenkrabber.

Het achtste en laatste nummer was een ‘Annotated Skyscraper’, daarin wordt een complete medewerkerslijst gegeven en worden diverse pseudoniemen onthuld. Zo blijken ‘Oom Donald’ (van de brievenrubriek), ‘Renate Rubinstein’ en ‘De directrice’ pseudoniemen van veelschrijver Piet Schreuders. Achter ‘Enno Endt’ stak zeker niet de bekende neerlandicus maar ook niet Piet Schreuders, want dit blijkt een pseudoniem te zijn van Marijn Polak. ‘Pater Frater B.I.M. Boefjes’ is dan weer niemand minder dan Willem Frederik Hermans. De Wolkenkrabber werd in het voorjaar van 1972 uitgeleid met een heuse vierdelige radiodocumentaire van de VPRO. Deze documentaire is bewaard gebleven en kan online worden beluisterd, in de vierde aflevering wordt Willem Frederik Hermans telefonisch geïnterviewd over het tijdschrift.

De Wolkenkrabber geschonken

In 2013 schonk voormalig hoofdredacteur Piet Schreuders een complete reeks van de acht nummers van De Wolkenkrabber aan de Koninklijke Bibliotheek. Maar helaas was die set nog niet geheel origineel: enkele nummers bestonden alleen in kopie. Niet dat het verschil tussen origineel en kopie direct sterk in het oog springt, want de gehele oplage van De Wolkenkrabber werd vervaardigd op Ranx-xerox-apparaten, die rond 1970 hun intrede deden in Nederland. In een terugblik op het ontstaan van De Wolkenkrabber schreef Piet Schreuders in het tijdschrift De God van Nederland (jrg 2, nummer 6, ook aanwezig in de KB): ‘Het blad werd afgewerkt met een strook half doorschijnend plakband over nietjes en rug. Dat plakband kon je toen kopen bij kantoorvakboekhandel Van der Heijde (sinds 1893)’. De recentere kopieën bleken wel duidelijk een tikje te wit. Dit jaar schonk Piet Schreuders alsnog de ontbrekende originelen, hij had ze bemachtigd via één van de andere oud-redacteuren. Met dank aan de oud-hoofdredacteur zijn de nummers van De Wolkenkrabber, het ‘Maandschrift voor medewerkers’, dan wel ‘Maandschrift voor metafysica’ of zo u wil ‘de vicieuze kettingbrief voor de xeroxgeneratie’ nu dus integraal te bestuderen in de Koninklijke Bibliotheek.