De koning en de kroonprins

13 augustus 2014 Arno Kuipers Nederlandse literatuur en taal

“Harry!” gilde ze en snelde naar voren. Handen hielden haar tegen. “Het spijt mij, madam!” zei Finch ernstig. “Uw echtgenoot staat onder arrest.” “Maar hij heeft toch niets gedaan!” Riep ze uit. “Dat zullen wij uitzoeken, mrs. Bringham. Om te beginnen gaat hij met ons mee. Wij moeten onze plicht doen – I’m very sorry, madam.” Mrs. Bringham zag met verwilderde ogen toe, hoe men haar man wegvoerde. Ze was het derde slachtoffer der ongelukkige vrouwen, die door de misdaad van een verdorven brein in het ongeluk werden gestort.’

Edward Multon, Moordenaars onder de grond, 1950
Edward Multon, Moordenaars onder de grond, 1950
Omslag van Maurice Granville (Herman van der Voort), Misdaad en begeerte, 1961
Omslag van Maurice Granville (Herman van der Voort), Misdaad en begeerte, 1961
Tsjang Wei Foe (Herman van der Voort), Lin Chang de wreker, circa 1963
Tsjang Wei Foe (Herman van der Voort), Lin Chang de wreker, circa 1963

De koning van de buurtbibliotheek

Herman van der Voort werd door schrijver Cor Docter in zijn standaardwerk Grossiers in moord en doodslag, over de Nederlandse veelschrijvers in het pulp- en misdaadgenre, gekroond tot ‘Koning van de buurtbibliotheek.’ In de tijd na de Tweede Wereldoorlog, vooral vóór de komst van de televisie, was de leeshonger in Nederland enorm. In die leeshonger werd voorzien door de leesbibliotheken en buurtbibliotheken. Die zijn niet helemaal vergelijkbaar met onze huidige Openbare Bibliotheken, want deze leesbibliotheken waren vaak commerciële instellingen, bijvoorbeeld gevestigd in een boekhandel of in een tabakszaakje. Cor Docter beschrijft in zijn boek hoe hij in zijn jonge jaren met de hele familie, een arbeidersgezin in Rotterdam, na de oorlog tot de beste klanten van zijn buurtbibliotheek behoorde, ‘die voor ons de nieuwste aanwinsten, zoals de Multons en de Morans, opzij legde.’ Volgens Docter bestelden deze leesbibliotheken van een nieuwe Edward Multon soms vele exemplaren tegelijk.

De kroonprins

Cor Docter (1925-2006) is een goede informant over de geschiedenis van het genre, want hij trad zelf in de voetsporen van Herman van der Voort als razende veelschrijver. Ook hij was Rotterdammer en ook hij zou een fabuleuze reeks boeken publiceren. Niet zoveel als Van der Voort, maar toch zeker minstens 130 titels. Zijn bekendste pseudoniem is Francis Hobart, maar hij publiceerde ook als Sidney Spring, Ted van Galen en Salem Pinto. Onlangs wist de KB ook de hand te leggen op een aantal zeldzame Francis Hobarts, zoals De rode spion en Eén minuut voor het einde. De flaptekst van De rode spion meldt: ‘een werk, waarin alle mogelijkheden die de modernste schrijftechniek u biedt, onder hoge druk zijn saamgeperst in een thriller die davert van geest en geladen actie…!’ Die ‘hoge druk’ moet inderdaad niet onderschat worden, want zowel Docter als Van der Voort schreven in een moordend tempo. Cor Docter werd door zijn bibliograaf en kenner van het genre Klaas de Krijger gehuldigd met de titel van ‘Kroonprins van de buurtbiliotheek’, want ook zijn boeken vonden zeer gretige aftrek bij het leeshongerige publiek.

Francis Hobart (Cor Docter), De rode spion, 1958
Francis Hobart (Cor Docter), De rode spion, 1958
Francis Hobart (Cor Docter), Hotelrat nummer één, 1955
Francis Hobart (Cor Docter), Hotelrat nummer één, 1955
Francis Hobart, Panik in New York, 1959
Francis Hobart, Panik in New York, 1959
Francis Hobart, Das schwarze Phantom, 1959
Francis Hobart, Das schwarze Phantom, 1959

Schauer des Grauens

Koning en kroonprins waren ook in het buitenland populair. Vooral in Duitsland werden de Krimi-knüller van Edward Multon en Francis Hobart vertaald. We verwierven recent ook enkele vertalingen van Francis Hobart: Panik in New York en Das schwarze Phantom, beide uit 1959. Zij werden opgenomen in de collectie ‘Het Nederlandse boek in vertaling’. Uit deze vertalingen blijkt dat Francis Hobart ook in Duitsland geliefd was in de leesbibliotheekjes. Onze Panik in New York is een geplastificeerd exemplaar dat ooit deel uitmaakte van de collectie van ‘Leibücherei Richard Ledig’ in Münchweiler a.d. Alsenz. ‘Leigebühr für je 3 tage: drei Pfennig’. Het boek werd aangeprezen vanwege de ‘mitreißende Darstellung des Kriminal-Schriftstellers Francis Hobart’ en zou ‘dem Leser Schauer des Grauens über den Rücken’ jagen.

De koning en de kroonprins in de KB

Terwijl de thrillers van Cor Docter en Herman van der Voort werden verslonden door het publiek, werden ze door de Koninklijke Bibliotheek indertijd nauwelijks opgemerkt, laat staan verzameld. Toen, in de jaren vijftig en zestig, was de KB nog vooral een sjieke wetenschappelijke bibliotheek en pulp en aanverwante gebieden van de boekproductie kregen weinig aandacht, zoals ook de literaire kritiek meestal neerkeek op de populaire boekjes. Dat veranderde voor de KB pas met de instelling van het Nationaal Depot in 1974. (Zie ook deze blog). Nu ziet de KB het als haar taak om thrillers als deze alsnog te verzamelen. Ze hebben tenslotte duizenden lezers in Nederland én in het buitenland begeesterd. Of zoals Cor Docter zelf schreef in Grossiers in moord & doodslag: ‘Invloed of niet, hoogstwaarschijnlijk hebben de veelschrijvers binnen hun beperkte mogelijkheden en tegen het blazen van een vijandige kritiek in een zwaar bezinksel van indrukken gedeponeerd.’