Een nieuw geluid

20 oktober 2014 Els Stronks Nederlandse literatuur en taal

Tot nu toe bestond het digitale in mijn onderzoek er uit dat ik in digitale bestanden naar specifieke woorden en begrippen zoek. Maar inmiddels ben ik, met behulp van het vrij beschikbare softwarepakket Stylo dat gemaakt is door Maciej Eder, Mike Kestemont en Jan Rybicki, niet alleen meer aan het zoeken maar ook aan het digitaal analyseren.

Stylo richt zich op het vergelijken van stijlen van teksten. Ik ben ermee aan het uitzoeken wat er waar is van de claim van uitgevers dat zij jongeren iets geheel nieuws te bieden hadden met de vloed aan lied- en embleembundels die ze met groot succes vanaf het einde van de 16e eeuw op de Nederlandse boekenmarkt brachten. De publicatie van het Nieu Aemstelredams liedboeck van de Amsterdamse uitgever Barent Adriaensz in 1591 vormde het begin van die hype: in hoeverre is het succes van die bundels nu terug te voeren op veranderingen of aanpassingen in het bestaande aanbod aan liedboeken aan de specifieke smaak en voorkeuren van jongeren?

Barent Adriaensz. begon in 1588 in een pand aan de Warmoesstraat als boekhandelaar, aanvankelijk met een vrij traditioneel fonds dat geld moet hebben binnengebracht (met bijvoorbeeld rekenboeken). Maar ook de poëzie had zijn aandacht. In 1590 gaf hij al een verzameling rederijkerspoëzie uit onder de titel Een Nieu Refereyn boeck vol Amoureuse ende sotte ofte boertelicke Refereynen. Die bundel mocht ‘nieuw’ in de titel hebben, maar het ging slechts om nieuwe varianten van de traditionele rederijkerspoëzie. Was dat ‘nieuw’ in het Nieu Aemstelredams liedboeck uit 1591 ook weer zo’n wat loze term, het zoveelste 16e-eeuwse boek dat onder de noemer ‘nieuw’ een commercieel succes moest worden?

Nieuw was in ieder geval dat Barent Adriaensz. zich volledig en uitsluitend op de jeugd richtte. In vergelijkbare (want niet-religieuze) liedboeken die voor 1591 verschenen, zoals het Antwerps liedboek uit 1544 en het Aemstelredams Amoreus lietboeck uit 1589, zaten wel steeds meer liederen voor jongeren, maar een hele bundel met liederen alleen voor jongeren, dat was nieuw. In het voorwoord van het Nieu Aemstelredams liedboeck laat Adriaensz. jonge meisjes aan het woord. In de 'wij-vorm' richten die zich tot gelijkgestemden, met een oproep aan de oude garde om aan de kant te gaan en ruimte voor ze te maken:

Wech ghy oude clappeyen [=kletskousen], malloten, aelwaerdighe [=complete] sottinnen // al
Die op fabulen, droomen, en leugenen scherpt u sinnen// mal
Ruymt op, wijckt ons t’velt, en uyt die groene paden // spoet
Wy maechdekens zynt, die om den Laurier dringhen // nu,
Die vrolijck, en lieffelijck, ons liefs liedekens hier singhen // u
Huppelende, en springhen, fris, vrolick, sonder vert’saden // goet. (fol. 2)

Het is ferme taal, bedoeld om de jonge meisjes met hun fris, vrolijk en springerig gedrag te positioneren tegenover de oude, zotte roddeltantes. Maar tot nu toe konden we niet aantonen dat het meer dan ferme taal was, omdat we de nieuwheid en eigenheid van het Nieu Aemstelredams liedboeck alleen op melodiegebruik konden inspecteren via de Liederenbank. Het was in de 16e en 17e eeuw gewoonte om bestaande melodieën te hergebruiken voor nieuwe liederen, en op dat hergebruik is de database van de Liederenbank ingericht. Je kunt er precies in uitzoeken of in het Nieu Aemstelredams liedboeck nieuwe, dan wel bestaande melodieën gebruikt zijn. Bij inspectie blijkt dat in het Nieu Aemstelredams liedboeck melodieën voorkomen die al vrij oud waren, een enkele uitzondering daargelaten. Dat roept de vraag op of vroegmoderne jongeren in hun muziekkeuze afweken van hun ouders? Dat lijkt tegenwoordig wel het geval, hoewel recent onderzoek uitwees uit dat jongeren van nu in smaak toch ook weer niet zo rigoreus van hun ouders verschillen. Elke generatie creëert en apprecieert weliswaar zijn eigen muziek, maar wel binnen de stijlvoorkeuren van de ouders. Was er tussen jeugd en ouders in de vroegmoderne tijd ook sprake van smaakverschil? Dat suggereert uitgever Vincent Casteleyn in 1640 in het voorwoord van zijn Haerlems Oudt-Liedboeck wel, als hij optekent dat de jeugd altijd maar spiksplinternieuwe wijsjes wil:

Men siet de Ieught deurgaens begheerigh naer spick-speldernieuwe Deuntjes.

Maar dat betekent kennelijk niet dat de jeugd alleen met nieuwe melodieën te paaien is, zien we aan het Nieu Amstelredams liedboeck en de liedboeken voor jongeren die op die bundel volgen. Het in Frankrijk rond 1570 hip geworden genre van de airs de coeur gaat in die bundels bijvoorbeeld maar een kleine rol spelen, en landt met een vertraging van enkele decennia.

De vernieuwingen in teksten waren veel spectaculairder. Hier helpt eerst de Liederenbank wat verder: van de 156 liederen uit het Nieu Aemstelredams liedboeck blijken er 48 eerder gedrukt. En van die 48 waren er 40 nog maar 2 jaar oud, want die komen uit het Aemstelredams Amoreus lietboeck uit 1589. Adriaensz. vulde het bestaande aanbod op met liederen die hij door Amsterdamse rederijkers speciaal voor de bundel liet maken. Als we nu de 8 oude (van voor 1589), de 40 iets minder oude (uit de bundel van 1589) en de 108 nieuwe liederen uit Nieu Aemstelredams liedboeck middels Stylo in clusteranalyses vergelijken op stilistische bijzonderheden, krijgen we dit beeld:

Clusteranalyse Nieu Aemstelredams liedboeck

Clusteranalyse Nieu Aemstelredams liedboeck

Elke afsplitsing in deze grafiek representeert stijlverschil. De horizontale schaalverdeling laat zien hoe groot het verschil is. Uit deze grafiek kunnen we afleiden dat het verschil tussen de liederen van voor 1589 en die uit het Nieu Aemstelredams liedboeck uit 1591 het grootst zijn, maar dat ook verschil bestaat tussen de bundel uit 1589 en 1591. Maken we geen clusteranalyse maar een consensus tree (waarbij elk deel met liederen eerst in kleine onderdelen wordt verdeeld voordat het vergelijken begint, om zo meerdere vergelijkingen met elkaar te kunnen combineren tot een totaalbeeld), zien we hetzelfde:

Consensus tree Nieu Aemstelredams liedboeck 1591

Consensus tree Nieu Aemstelredams liedboeck 1591

Met Stylo is zo inzichtelijk te maken dat Adriaensz.’s kreet ‘nieuw, nieuw, nieuw’ niet alleen uitgeverspraat was.

En dat nu blijkt geen toeval. Het Nieu Amstelredams liedboeck uit 1591 vormt het begin van een hele reeks liedbundels voor jongeren met het woord ‘nieuw’ in titel of ondertitel die in stilistisch opzicht ook echt iets nieuws brengen. De Nieuwe lust-hof uit 1602, Barent Adriaensz. Nieu groot Amstelredams liedtboeck uit 1605, het Princesse Liet-boec […]. Midtsgaders een nieu Amoreus Liet-boec (te voren niet gedruct geweest) van Hendrick Barentsz, en zo gaat het maar door. Een van de bundels uit die reeks, Amoureuse liedekens uit 1613, biedt opnieuw mooi analysemateriaal. Want de samensteller daarvan heeft de bundel opgedeeld in 3 fragmenten, met naar eigen zeggen ‘oude’, ‘iets minder oude’ en ‘splinternieuwe’ liederen. Als we die 3 fragmenten in Stylo vergelijken, zien we ook hier dat ‘nieuw’ inderdaad ‘nieuw’ en ‘anders’ betekent. De liederen van voor 1590 en van rond 1590 zitten relatief dicht bij elkaar, maar de nieuwe uit 1613 zijn beduidend anders:

Clusteranalyse Amoureuse liedekens 1613

Clusteranalyse Amoureuse liedekens 1613

Een volgende testcase voor het ontstaan van typische jongerenstijlen vinden we in de embleembundel Sinne- en minnebeelden van Jacob Cats, voor het eerst verschenen in 1618. In die bundel maakt Cats onderscheid tussen een afdeling met teksten voor jongeren, voor volwassenen en ouderen (die teksten passen bij afbeeldingen die voor alle 3 de groepen gelijk zijn; afbeelding en teksten vormen samen een embleem). De 3 afdelingen door Stylo gehaald, leveren de volgende consensus tree:

Clusteranalyse Sinne- en minnebeelden 1618/1627

Clusteranalyse Sinne- en minnebeelden 1618/1627

De teksten van jongeren bevinden zich het verst van het neutrale midden, en dus ook het verst van de eveneens goed stilistisch te onderscheiden teksten voor ouderen en volwassenen.

De embleembundels als die van Cats die kort na 1600 verschenen en net als de liedbundels speciaal voor jongeren bedoeld waren, vormen een verdere mogelijkheid tot vergelijken. Als we de eerste 3 uit die reeks embleembundels (de Emblemata amatoria van Daniel Heinsius, Otto Vaenius’ Amorum emblemata en Pieter C. Hoofts Emblemata amatoria) vergelijken met de eerste liedboeken voor jongeren van rond 1590 en die uit 1600-1611 (uit die embleembundels zijn eerst de delen verwijderd die in een andere taal dan het Nederlands geschreven zijn om de vergelijking zinniger te maken), blijken er stilistisch gezien 3 groepen te ontstaan:

Clusteranalyse liedboeken en embleembundels 1589-1611

Clusteranalyse liedboeken en embleembundels 1589-1611

Roemer Visschers Sinnepoppen uit 1614 is ter controle toegevoegd als een embleembundel die niet specifiek op de jeugd gericht was. Die blijkt op enige afstand te staan van bundels die wel voor jongeren bedoeld waren.

‘Nieuw’ was dus stilistisch gesproken inderdaad nieuw, als in 'anders dan voor volwassenen'. Er ontstond in de literatuur zoiets als een jongerenstem. Althans in stijl: nu is verschil in stijl nog niet hetzelfde als verschil in inhoud, daarover de volgende keer meer.