Elfduizend elfhonderd en elf hooivorken
25 september 2017 Erik Geleijns Nederlandse literatuur en taal

Eén van de wonderlijkste reisverhalen in de grote collectie die de KB op dit gebied bezit, is de Naauwkeurige reize van Dordrecht naar Steenbergen, met een oorlogschip geladen met hoyvorken van Jan Beekhuizen uit 1749.

Klinkdicht

Beekhuizen bedient zich consequent van gezwollen taal: als het schip, dat is geladen met ‘elf duizent elf hondert en elf hoyvorken’, wegvaart, komt een ‘noordoosten wind ons zyne gunst aanbieden, om met de linde [= linnen] vleugelen van ons Waterkasteel te huwelyken’. Zelfs voor de achttiende eeuw is dat overdreven. Ook verwijst hij driftig naar echte reisverhalen: onderweg is het zo heet in het schip dat men ‘er alzoo wel Eenden, Ganzen en Hoendereyeren konden uitbroeden als in de Bak-ovens te Cairo’, en hoewel die stad en die ovens er met de haren bijgesleept worden, is de vermelding goed voor een verwijzing naar Cornelis de Bruyns ‘Reize door Turkye’ (eigenlijk Reizen door de vermaardste deelen van Klein Asia, Delft 1698).

Reageer op deze blog

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.