Haagsche romans, ook uit het buitenland
21 september 2016 Arno Kuipers Nederlandse literatuur en taal

In de Nederlandse prozaliteratuur bestaat een merkwaardig genre: De Haagsche roman. Het beroemdste voorbeeld is Eline Vere van Louis Couperus uit 1889. Romans die zich expliciet aandienen met de ondertitel ‘Amsterdamsche’ of ‘Rotterdamsche roman’ zijn vrij zeldzaam, maar ‘Haagsche romans’ lokten decennialang lezers die smulden van het wel en (vooral) het wee van de hogere Haagse kasten. Het genre was zo populair dat ook romans die niet zo heel veel met Den Haag te maken hadden als ‘Haagsche roman’ werden uitgebracht, zelfs buitenlandse pulpromans.

Titelpagina van Eline Vere
Titelpagina van Eline Vere, 1889

Titelpagina van Louis Coupuers, Eline Vere, 1889

Ten Brink over de Haagsche roman
Jan ten Brink over de Haagsche roman in Haagsche stemmen

Jan ten Brink over de Haagsche roman in Haagsche stemmen, 1889. N.a.v. Eline Vere

Feuilleton van Jan ten Brink in de Locomotief
Feuilleton van Jan ten Brink in de Locomotief. Samarangsch handels- en advertentie-blad, 1877

Feuilleton van Jan ten Brink in de Locomotief, 1877

Hoe Haagsch is de Haagsche roman?

De ‘Haagsche roman’ is een gek subgenre van de Nederlandse roman. Want wat is eigenlijk een ‘Haagsche roman’? Is dat elk boek dat in Den Haag speelt? Romans met de expliciete ondertitel ‘Amsterdamsche roman’ of ‘Rotterdamsche roman’ bestaan nauwelijks, maar van de ‘Haagsche roman’ zijn er vele. Jan ten Brink, auteur en leermeester van Louis Couperus, schreef in 1889 al over deze kwestie toen hij in het weekblad Haagsche stemmen de debuutroman Eline Vere van zijn beroemdste leerling besprak. Alleen een Haagse locatie was volgens hem niet voldoende om over een ‘Haagsche roman’ te kunnen spreken, want dan zou de schrijver van een boek van handelingen in Edam zijn roman een ‘Edamsche roman’ kunnen noemen: ‘En er zou hier eene dubbele moeilijkheid ontstaan, omdat de een of ander snaaksche vriend de verwantschap zou willen aantoonen tusschen Edamsche romans en Edamsche kaas.’ Volgens Ten Brink diende een Haagsche roman ‘dus niet alleen in Den Haag zijn drama te ontwikkelen, maar den lezer geheel eigenaardig Haagsche toestanden en Haagsche persoonlijkheden voor de verbeelding te roepen.’

Bordewijk Haagse mijmeringen 1954
F. Bordewijk, Haagse mijmeringen, 1954.

F. Bordewijk, Haagse mijmeringen, 1954.

J.R. van Stuwe, IJdelheid der IJdelheden, 1917
Jeanne Reyneke van Stuwe, IJdelheid der IJdelheden, 1917

Jeanne Reyneke van Stuwe, IJdelheid der IJdelheden, 1917.

Adolphe Engers en Ernst Winar, Peccavi???,  1920
Adolphe Engers en Ernst Winar, Peccavi???, 1920

Adolphe Engers en Ernst Winar, Peccavi???, 1920

De Haagse kaste

Die geheel eigenaardige Haagse personages van Couperus waren volgens Ten Brink uiteraard niet de gewone werklui, ook niet de Haagse ambtenaren of diplomaten, maar vooral de representanten van de Haagse kaste van vrijgestelden: ‘eene wereld van zeer fatsoenlijke, zeer rijke, zeer onafhankelijke menschen, die niets anders te doen hebben, dan hun leven aan uitspanningen en verstrooiingen te wijden.’ Schrijver F. Bordewijk (ook Hagenaar, hoewel geboren te Amsterdam) vond in een beschouwing over de Haagse roman in zijn boekje Haagse mijmeringen ook dat Couperus in zijn Haagse romans ‘nauwkeurig en boeiend een bepaalde Haagse kaste’ beschreef, ‘zich bewegend over bepaalde gedeelten van onze stad.’ Bordewijk merkte ook op dat de Haagse arbeiders of de Haagse arbeidersbuurten in Couperus’ romans praktisch niet bestonden: ‘Hij was niet iemand om sujetten te putten uit de Haagse stegen en hofjes, uit de Schildersbuurt, het Transvaalkwartier, of Spoorwijk’. Couperus-kenner Eugenie Boer-Dirks wees erop dat de recensenten rond 1900 zelfs strakke definities over de locaties van de Haagsche roman hanteerden. Op de plattegrond van Den Haag zou de plaats van handeling nauwgezet kunnen worden afgegrendeld: ‘het beperkte gebied rond het Voorhout, van het Huis ten Bosch tot aan het Scheveningsche strand.’

Joh. W. Broedelet, Het graf van de onbekende vrouw. Haagsche roman. 2e druk, 1933.
Joh. W. Broedelet, Het graf van de onbekende vrouw. Haagsche roman. 2e druk, 1933.

Joh. W. Broedelet, Het graf van de onbekende vrouw. Haagsche roman. 2e druk, 1933.

Eline van Stuwe, Een vader met zes dochters, 1931
Eline van Stuwe, Een vader met zes dochters, 1931

Eline van Stuwe, Een vader met zes dochters, 1931

Borel, Vlindertje
Henri Borel, Vlindertje, een Haagsche roman, 1901

Henri Borel, Vlindertje, een Haagsche roman, 1901

Van Ed. Swarth tot Bart Chabot

De verschillende opvattingen over de Haagsche roman sluiten dus niet helemaal op elkaar aan. Duidelijk is wel dat Eline Vere de maatstaf is, ook al was dat niet de eerste roman die expliciet met ondertitel Haagsche roman werd aangeboden. Dat was bij mijn weten V.R., Haagsche roman uit 1884 van Eduard Swarth (1819-1895), de vader van dichteres Hélène Swarth. Tegenwoordig een zeer zeldzaam werkje. Alleen de UB van de UvA bezit een exemplaar . Maar al in 1877 publiceerde Couperus’ leermeester Ten Brink zijn roman Jeannette en Juanito als feuilleton met de expliciete ondertitel Haagsche roman gelijktijdig in de Semarangse Locomotief en het Amsterdamse Nieuws van den dag. In de uiteindelijke boekuitgave werd de ondertitel niet gebruikt. Maar pas na Eline Vere begon de echte opgang van de Haagsche roman. Er was daarna ook wel enige variatie in de ondertitel. Een roman kon ook ‘Haagsch verhaal’ (Fransch Netscher, Egoïsme, 1893) of eenvoudig ‘Haags leven’ heten (Marcellus Emants, Inwijding, 1901). Henri Borel schreef Vlindertje en andere Haagse boeken. Jeanne Reyneke van Stuwe publiceerde tussen 1900 en 1920 meerdere Haagsche romans, van Hartstocht tot De onbluschbare vlam. Haar zuster Jacqueline schreef onder het pseudoniem Eline (let op de naam) van Stuwe onder andere Een vader met zes dochters. En zo zijn er nog veel meer. De Haagse roman verscheen zelfs nog na de Tweede Wereldoorlog, bijvoorbeeld Eveline(let op de naam) van Nine van der Schaaf uit 1948 of De dag van Constant van Johan van der Woude uit 1964. De expliciete ondertitel is sindsdien wel verdwenen, maar de Haagsche roman leeft stiekem nog steeds voort. Bijvoorbeeld in Jan Siebelinks Vera (let op de naam) uit 1997. Haags schrijver Bart Chabot kondigde vorig jaar nog zijn eigen Haagse roman aan.

Robert Saudek, Diplomaten, Haagsche roman. Derde druk, 1922
Robert Saudek, Diplomaten, Haagsche roman. Derde druk, 1922

Robert Saudek, Diplomaten, Haagsche roman. Nederlandse editie. Derde druk, 1922

Robert Saudek, Diplomaten. Duitse editie, 1921
Robert Saudek, Diplomaten. Duitse editie, 1921

Robert Saudek, Diplomaten. Duitse editie, 1921

Robert Saudek

Inderdaad werden er Haagsche romans uitgegeven waarbij de ondertitel wel op z’n minst enigszins vergezocht lijkt. Zo publiceerde uitgeverij Brusse in 1921 de Haagsche roman Diplomaten van Robert Saudek, die in één jaar maar liefst drie drukken beleefde. Curieus is wel dat dit eigenlijk een buitenlandse roman is, want Saudek was een Oostenrijks schrijver. Dat wil zeggen: in 1914 was hij nog Oostenrijker, in 1918 een Tsjech. Hij was goed bekend in Den Haag, want hij was er officieel journalist tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar feitelijk was hij agent van Wenen en Berlijn en hij probeerde in die hoedanigheid de Nederlandse pers gunstig te stemmen over de centrale mogendheden (lees hierover Hemels). Later was hij diplomaat van Tsjechoslowakije in Den Haag. De roman speelt dan ook wel in Den Haag, maar de kaste, de thematiek en de locaties van Couperus’ Haagsche romans zijn hier ver weg. De roman verscheen naast het Nederlands ook in het Duits, Tsjechisch en Italiaans, maar werd in die landen uiteraard niet als ‘Haagsche roman’ aangeprezen. Saudek zal in Den Haag wel het verkoop-verhogende concept ‘Haagsche roman’ hebben opgepikt. Of de uitgever zat erachter.

Gravin en Bedelares, nr 9
Gravin en Bedelares, nr 9

Gravin en Bedelares, roman uit het Haagsche leven, nr 9, 1911/1912

Titelpagina Gravin en Bedelares
Titelpagina van Gravin en Bedelares, met ondertitel "Haagsche roman"

Titelpagina van Gravin en bedelares met ondertitel "Haagsche roman"

*Gravin en bedelares*, nr 12
Gravin en bedelares, nr 12

Gravin en bedelares, nr 12

Gravin en bedelares

Nog gekker is de pulpreeks Gravin en bedelares die vanaf 1912 verscheen bij ‘Roman-boekhandel vh. A. Eichler’. Deze stuiversroman verscheen in afleveringen van 64 pagina’s, elk deeltje kostte 10 cent. De KB bezat enkele deeltjes op microfilm, maar kon recent gelukkig nog een aantal originele nummers van deze reeks bemachtigen. Ook deze serie werd als ‘Haagsche roman’ en als ‘roman van het Haagsche leven’ gepresenteerd. In deze reeks komt Gravin Clothilde tot diepe val door een bedriegende echtgenoot en belandt ze in een aaneenschakeling van avonturen met onechte kinderen, onbetrouwbare acteurs, achtervolgingen in New York, diefstal, oplichters, casino’s, duels, gevangenis-scènes, enzovoorts. Een doldrieste soapopera dus, waarbij elke aflevering zelfstandig kon worden gelezen. Elk deeltje bevat een voorwoord met een samenvatting van het voorafgaande. Daarin wordt gemeld dat hoofdpersoon gravin Clothilde uit Den Haag afkomstig is: ‘Clothilde Limburgh is de dochter uit een oud adellijk Hollandsch geslacht, dat zijn kasteel sinds vele eeuwen heeft in de nabijheid van ’s-Gravenhage’.

Gravin en bedelares, nr 15
Gravin en bedelares, nr 15

Gravin en bedelares, nr. 15

Dat komt er van Nieuwe Haagsche roman. Feuilleton, 1888
Anoniem feuilleton in het Soerabaijasch handelsblad, 1888

Dat komt er van. Nieuwe Haagsche roman. Anoniem feuilleton in het Soerabaijasch handelsblad, 1888*, 1888

Overzicht van de vorige afleveringen van "Gravin en Bedelares"
"Overzicht van de vorige afleveringen". In elk nummer van Gravin en Bedelares

"Overzicht van de vorige afleveringen" in Gravin en Bedelares

Reacties

Toevallig aan het lezen: Homme Eernstma, Roman Hagois (Bolsward 1998). Hagois in de zin van het Franse patois dat in het Den Haag van voor de oorlog gesproken werd. Laat voorbeeld van het genre, alhoewel geen roman maar (auto)biografie van de douairière Cornelis Schelto baron van Heemstra.

Reageer op deze blog

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.

Lees meer blogs over dit thema: