Helden vergelijken

29 september 2014 Els Stronks Nederlandse literatuur en taal

Als je op zoek bent naar denkbeelden over jeugd in historische teksten, kun je zoeken naar bepaalde woorden die op het bestaan van bepaalde opvattingen en abstractere begrippen als ‘mondigheid’ wijzen. Of op bestaande kennis en inzichten die in een bepaalde periode bestonden: wanneer werd in medische traktaten uit de periode 1500-1800 bijvoorbeeld voor het eerst aandacht besteed aan een typisch puberaal verschijnsel als ‘de baard in de keel’?

In al die gevallen zit je met het methodische probleem dat je al weet waar je naar gaat zoeken als je je zoekactie opzet. Dat is methodisch problematisch vanwege het gevaar van tunnelvisie, maar ook omdat dit type zoeken indruist tegen de grondslagen van het moderne letterkundig onderzoek dat teksten heel veel betekenissen in zich hebben en dat je dus nooit een zoektocht naar die éne betekenis op touw kunt zetten. Die grondslag is er niet altijd geweest: voor de 19e eeuw gingen letterkundig onderzoekers (of filologen, of humanisten, of theologen) er vanuit dat een tekst één betekenis in zich bergt die je met interpreteren en discussiëren over interpretaties kunt vinden.

Nu kunnen we niet terug naar die tijden van voor de 19e eeuw, dus zullen we een list moeten verzinnen om als letterkundigen toch ons interpretatieve werk te doen met een computer. Het alternatief is dat we wachten tot computers intelligent genoeg zijn om ons alle mogelijke interpretaties van teksten aan te reiken.

Een list

Een list is de route van het vergelijken. In het geval van mijn onderzoek kan ik - binnen een bepaald genre - titels die voor de jeugd geproduceerd werden vergelijken met titels die in hetzelfde genre voor volwassenen gemaakt werden. De biografie van beroemde mensen is zo’n genre. Het gaat in die vroegmoderne tijd vaak over ‘beroemde mannen’, maar dat is een probleem waar ik nog eens op terug moet komen.

R. de Goeje, De jeugd van beroemde mannen. Leiden 1864
R. de Goeje, De jeugd van beroemde mannen. Leiden 1864

Aanvraagnummer: KW Ki 999

Michiel de Ruyter. Museum Boijmans Van Beuningen, BdH 8354 (Geheugen van Nederland)
Michiel de Ruyter. Museum Boijmans Van Beuningen, BdH 8354 (Geheugen van Nederland)
Een testament of bekentenisse van Abigael Gerbrants: jonge dochter. Deventer, tweede helft 18de eeuw
Een testament of bekentenisse van Abigael Gerbrants: jonge dochter. Deventer, tweede helft 18de eeuw

Aanvraagnummer: KW 32 J 45

E. Franck, Wereldberoemde dwarsliggers, ettertjes en doordouwers. Antwerpen 2010
E. Franck, Wereldberoemde dwarsliggers, ettertjes en doordouwers. Antwerpen 2010

De jeugd van beroemdheden als voorbeeld

Omdat vergelijkbare verzamelingen met levensbeschrijvingen van beroemde mensen ook voor volwassenen bestonden, ligt hier een kans tot grootschaligere digitale vergelijking: was het ideaalbeeld van deugden en gedrag dat de jongeren werd voorgespiegeld gelijk aan dat wat de ouderen te lezen kregen? Als je naar deze twee illustraties kijkt uit biografieën van Michiel de Ruyter kijkt, lijkt het voor de hand te liggen dat we grote verschillen gaan vinden.

Maar dat zijn verschillen die mogelijk pas in de 19e eeuw ontstonden. In 1864 verschijnt voor het eerst een bundel die naar het model van de 20e-eeuwse Amerikaanse serie Childhood of Famous Americans inzoomt op de jeugd van beroemde mannen, in een poging de beroemdheden nog dichterbij de jonge lezer te brengen. Het gaat om De jeugd van beroemde mannen, geschreven door een Reinoudina de Goeje, die publiceerde onder de naam ‘Agatha’. In het voorwoord legt ze uit dat iedereen de namen van de beroemdheden die ze bespreekt wel kent:

Maar als we bedenken dat die mannen kinderen zijn geweest als wij, dat er eens een tijd was zij beginnen moesten het “a,b,c” te leeren, en dat de meesten van hen in hun jeugd volstrekt niet vermoedden dat hunne namen door het nageslacht zouden worden genoemd, dan voelen wij ons op geheel andere wijze tot hen aangetrokken. Dit komt mij ten minste zoo voor, en door de aanbieding van deze verhalen stel ik u in de gelegenheid om te oordeelen of ge het met mij eens zijt. [p. 1]

De Goeje schenkt als eerste ruime aandacht aan de conflicten tussen ouders en hun opgroeiende kinderen. Michiel de Ruyter bijvoorbeeld: zijn ouders zagen hem liever naar school gaan, maar hij wilde varen. Hij klom liever in de toren van Vlissingen om de schepen in de Schelde te bekijken. Zijn ouders knorren herhaaldelijk over zijn schoolgedrag:

‘Ja, ik vind alles goed als ge op school maar wat beter op wilt passen’, zeide de vader. ‘Ik schaam er mij over, want de meester is altijd vol klachten en iedereen weet het. Van daag nog zei de vrouw van mijn patroon: “en van je zoon Michiel heb je tot nu toe niet veel pleizier, Adriaan.” Jongen, ik wil je wel bekennen dat het een hard gevoel voor mij was dat ik er niet veel op kon antwoorden. Doe toch beter je best.’ (p. 10)

Michiel wordt uiteindelijk door zijn ouders aan een kapitein overgedragen die hem de kneepjes van het vak leert (p. 15-16). Ook Karel Linnaeus’ jeugd wordt beschreven. Zijn vader wil dat hij predikant wordt, maar de jonge Karel verzamelt en bestudeert zelf het liefst bloemen. Op een nacht droomt hij zelfs dat planten en bloemen hem aanmoedigen dit te blijven doen. Zijn moeder ziet de gelukzalige glimlach die deze droom op zijn gezicht brengt als zij hem wakker komt maken. Hij vertelt haar wat hij droomde, en zij constateert:

‘Het is de voorspelling van geluk en roem’, dacht de moeder en besloot hem zooveel mogelijk te helpen in wat zij meer en meer voor zijne roeping begon te houden. (p. 27)

Voortaan maakt ze hem eerder wakker, zodat hij bloemen kan bestuderen voor zijn vader wakker wordt. Maar de vader komt hier achter en stuurt Karel naar de Latijnse School in de stad. Daar constateert Karel zelf:

‘Neen, neen, ik kan niet bestemd zijn om predikant te worden. […] Ik gevoel het, ik moet Gods grootheid op een andere wijze verkondigen’. (p. 27).

Dan wordt hij ziek en uiteindelijk gered door een arts die ziet hoe bijzonder het werk van Karel is, en hem stimuleert en helpt daarmee door te gaan.

Moderne dwarsliggertjes en ettertjes als helden

Het genre van de biografie van beroemde helden voor kinderen bestaat nog steeds in het Nederlands taalgebied. In 2010 verscheen Wereldberoemde dwarsliggers, ettertjes en doordouwers van Ed Franck en Gitte Vancoillie. en dwarse jeugd lijkt nu bijna voorwaarde geworden voor latere grootheid. De uitgever schrijft ter aanprijzing: ‘… waren alle genieën als kind al geniaal? Deden alle wereldberoemde mannen en vrouwen in hun jeugd al opmerkelijke dingen? Of waren ze toen vaak ook maar luie leerlingen met slechte rapporten, of ettertjes die hun ouders tot wanhoop dreven, of dwarsliggers die alleen hun eigen zin deden? Dit boek verdiept zich in de kindertijd van wereldberoemde mensen. Het boek bevat verrassingen, kleurrijke anekdotes en grappige én droevige feiten.’ Anno 2010 kon een kind het zonder zo’n conflictueuze jeugd in de grote wereld kennelijk niet meer redden.