Is je passie je uitdaging?
24 oktober 2014 Arno Kuipers Nederlandse literatuur en taal

De boeiende blogs van onze nieuwe fellow Els Stronks over haar zoektochten in gedigitaliseerde historische teksten stimuleerden mij om ook eens een veelvoorkomende uitdrukking historisch te benaderen.

Vacature uit 1964
Vacature uit 1964
Passie voor parkeren, 2011
Passie voor parkeren, 2011
Passie voor mossen, 1998
Passie voor mossen, 1998

Bevlogen mensen

Bedrijven vragen niet alleen om passie in personeelsadvertenties, vaak maken ze van passie ook het meest belangrijke kenmerk van hun product: een resultaat van passie. Ook hiervan zijn via Google duizenden voorbeelden te vinden, zoals Passie voor vis, Passie voor licht, Passie voor gordijnen, Passie voor pensioen en Passie voor pellets. Kappers hebben een passie voor haar en pedicures een passie voor voeten. Steeds is de impliciete boodschap: ons product of onze dienst wordt met passie verzorgd door bevlogen mensen. Eigenlijk gaat het niet om het product, het gaat om de mensen. Vaak staan op deze bedrijfssites ook foto’s van medewerkers die je bevlogen aankijken. Opmerkelijk is ook het gegeven dat bij het woord ‘passie’ de grenzen tussen persoonlijk leven en bedrijfsleven vervagen. Bij de zoekresultaten van bijvoorbeeld ‘Passie voor borduren’ tref je bedrijven aan, maar ook bevlogen borduurders die iets over hun hobby willen delen. Op Deeljepassie.nl vind je vooral aanbieders van workshops.

Ondernemen met passie, 2013
Ondernemen met passie, 2013
Passie voor ondergronds bouwen, 2011
Passie voor ondergronds bouwen, 2011
Passie voor onderhoud, 2012
Passie voor onderhoud, 2012

Passiemoe

Veel mensen worden doodmoe van het modewoord passie. Op deze Pinterestpagina worden bijvoorbeeld ergerlijke passie-uitingen verzameld (de mooiste vondst: Passie voor nasi). Zelfs sommige leden van de kaste der loopbaancoaches, toch de grote aanjagers van de passie-manie, hebben zo hun twijfels over al die passie op de werkvloer. Coach Els Ackerman waagt in haar boek te stellen dat passie een mythe is en dat voor veel mensen gewoon je werk doen voldoende is – waarschijnlijk een bijna ketterse opvatting in personeelszakenland. Ackerman verzet zich tegen de tijdsgeest die lijkt te dwingen tot het hebben van een passie. Sommigen passie-aanhangers trachten daarom waarschijnlijk de passiemoeheid en de woordinflatie te omzeilen door de overtreffende trap te zoeken: Kantklossen is méér dan een passie.

Vijf passies

Van Dale onderscheidt vijf betekenissen van het woord passie. De eerste en oudste is het ‘lijden van Christus, lijdensgeschiedenis’. Deze betekenis van passie kun je in Google bijna alleen goed vinden als je ook ‘Christus’ of ‘lijdensverhaal’ of desnoods ‘J.S. Bach’ toevoegt aan je zoektermen, anders verzand je in hele andere passies. Sinds de introductie van succesvolle shows van de EO kan ook Engelstalig gezocht worden op The Passion. De volgende betekenissen zijn nauw aan elkaar verwant. De tweede stelt: ‘heftige aandoening, onstuimige drang van de ziel of het gemoed’ en ‘hartstochtelijkheid’. De derde luidt: ‘drang die men niet kan weerstaan, waaraan men moet voldoen: een passie voor iets hebben’. De vierde en de vijfde betekenis betreffen de liefde en de erotiek. 4: ‘hartstochtelijke genegenheid, zinnelijke liefde’. 5: ‘geval van hartstochtelijke liefde, verliefdheid’ en ook: ‘object van hartstochtelijke liefde’. In de vacature- en coachingsfeer lijkt vooral op de derde betekenis te worden gedoeld, maar er is overlap met de andere betekenissen. Bij passie voor het werk gaat het bijvoorbeeld ook steeds over ‘hartstocht’ voor dat werk. Personeelswervers (met een ‘passie voor recruitment’) slagen er niet altijd in om het woord passie in hun tekst af te grendelen van de meer erotische bijbetekenissen. Een vacature voor een ‘Kleuterleider met een passie voor kleine kinderen’ zul je gelukkig niet gauw aantreffen, maar iets als een ‘mondhygiëniste met een passie voor ouderen’ is wel een tikje dubbelzinnig. Waarom hangt die mondhygiëniste na werktijd altijd rond bij het bejaardentehuis?

Passie in Delpher

De oudste vermeldingen van het woord passie in Delpher stammen uit de vroege achttiende eeuw en handelen vrijwel allemaal over de Passie van Christus, zoals dit boek van Judocus Andreas uit 1721. De recentste passie-vermelding in Delpher (bevat geen materiaal uit de jaren na 1995) is een krantenberichtje uit 1995 in de Antilliaanse krant Amigoe over fans en hun ‘passie’ voor Bon Jovi of Michael Jackson. ‘Als Gloria Estefan doodgaat, ga ik ook dood.’ Hier is dus zeker de hartstochtelijke passie uit betekenis twee tot en met (waarschijnlijk) vijf van Van Dale in het geding. Vóór 1800 zijn weinig voorbeelden te vinden van deze hartstochtelijkheid (disclaimer t.a.v. lezers met een passie voor statistiek: dit is maar een klein willekeurig steekproefje, géén uitputtend onderzoek). De eerste die ik vind is wel meteen een hele interessante, van admiraal Jan Hendrik van Kinsbergen. Hij schreef in 1800 in zijn boek Myne droomen ‘over de kunst om de troepen passiën in te boezemen.’ Van Kinsbergen stelt dat het algemeen belang het enige doel mag zijn van een legermacht en dat moet als een passie beleefd worden: ‘Doe u best om 'er eene Passie van te maaken in de ziel van uwe Militairen, en wees als dan verzekerd, gerust en ferm zullen zy den dood onder de ogen zien.’

Negatieve passie

In de negentiende eeuw duikt ‘passie’ regelmatiger op in hartstochtelijke zin, maar opvallend vaak vooral met een negatieve betekenis.

Van Kinsbergen, Myne droomen, 1800
Van Kinsbergen, Myne droomen, 1800
Noodlottige passie, 1905
Noodlottige passie, 1905

In een verslag van een Tweede-Kamerzitting in 1833 in De staatscourant spreekt een afgevaardigde over een ‘uitspraak van een buitengewoon man, die daarin door geene passie van heerschzucht of bijoogmerken gedreven wierd.’ Afwezigheid van passie geldt hier dus als een kracht. De Java-bode bericht in 1867 over een verhit debat, waarin ‘de passie nog belet helder te zien’. In de Nederland-Indische couranten komt het woord passie sowieso regelmatig in negatieve zin voor als het gaat om gedrag van Javanen of Chinezen. Het Bataviaasch handelsblad publiceert in 1887 een artikel waarin wordt gesteld dat de overheid de Javaan zou moeten beschermen tegen het ‘ellendig Wha Whoispel, dat door Javanen met nog meer passie dan door Chineezen gespeeld wordt.’ Passie in Indië was vaak passie voor gokken of opium. De Nederlandse bewindvoerders waren door hun Europese beschaving voorzien van zelfbeheersing en weerstand tegen de passies waaraan de Javaan ten onder ging, zo is meestal de impliciete boodschap.

Maar ook in Nederlandse kranten werd negatief gesproken over passie. Het katholieke dagblad De tijd schrijft in 1850 over het werk van de protestant Isaac da Costa: ‘dat is het werk der blinde passie, die zich van hare uitspattingen niet bewust is!’ De gereformeerde krant De standaard spreekt in 1881 waarschuwend over openbare muziekvoorstellingen: ‘Indien de dorst naar muzikaal genot een passie werd, zou de harmonie der ziel niet getroffen, maar gestoord worden.’ Ook interessant: in 1890 meldt het Nieuws van den dag dat onderwijzers waarschuwden dat het met de nieuwe mode van het postzegelverzamelen uit de hand dreigde te lopen: ‘Het komt ons voor, dat wat vroeger bij de jeugd eene onschuldige en niet onnuttige liefhebberij was thans in eene passie dreigt te ontaarden, die de aandacht van ouders en opvoeders vereischt’. De schoolkinderen werden helemaal geabsorbeerd door hun postzegelmanie, ten koste van de concentratie voor het huiswerk. In 1905 leidde deze ‘noodlottige passie’ bij een verzamelaar zelfs tot gevangenisstraf.

Passiepiek na 1990?
Passiepiek na 1990?
Werken vanuit je hart, 2000
Werken vanuit je hart, 2000

Hiermee kun je grafiekjes maken voor de frequentie van woorden in de Nederlandse kranten in Delpher, dus ook van passie. Het lijkt erop dat vanaf 1985-1990 een flinke passie-toename is te zien. Des te sterker geldt dat als je zoekt op ‘passie voor’. Een vergelijkbaar beeld geeft de KB-catalogus. Zoek op publicaties met het woord ‘passie’ in de titel en je vindt rond de 1150 resultaten (beperkt tot: in het Nederlands & in Nederland gepubliceerd). Daarvan verschenen er circa 1050 in of na 1990, oftewel: meer dan negentig procent is niet ouder dan 25 jaar. Onder deze titels na 1990 zijn er enkele over passie in de christelijke zin, zoals het 101-dagen boek en heel veel Bouqetreeksachtige erotische titels als Zinderende passie en Stormachtige passie. Het eerste passie-voor-het-werk-boek is volgens mij Organiseren, een grensoverschrijdende passie uit 1994. Vlak daarvoor duiken de titels op vanuit de meer hobbyistische/culinaire hoek, a là Passie voor chocolade, Een passie voor Londen, e.d.

En inderdaad verschijnen tegen 1990 in Delpher ook de eerste personeelsvacatures waarin gevraagd wordt naar medewerkers ‘met passie’. Hotel Inntel vraagt in 1989 om ‘vaklieden met een passie voor verzorgd koken’, maar dat staat nog in de kleine lettertjes. Het hotel verontschuldigt zich wel dat de functietitels (‘Obers A’ en ‘Restaurantkelners A’) zo ‘zakelijk’ zijn. Bandenfabrikant Michelin vraagt in 1990 droog om een ‘Hoofd boekhouding’, maar meldt ook dat bij het bedrijf mensen werken ‘met een passie voor vooruitgang’. In 1994 is het woord ‘passie’ al in de vette letters van de functiebeschrijving te vinden in een vacature van Paulusma reizen. De eisen rond vakbekwaamheid zijn hier afgezakt naar de kleine lettertjes.

Romantiek

Een mogelijke verklaring voor deze erupties van passie sinds ongeveer 1990 biedt Hans Kennepohl in zijn recente boek We zijn nog nooit zo romantisch geweest. De eigenlijke Romantiek als kunst- en filosofische stroming begon rond 1800, maar volgens Kennepohl leven wij nu meer dan ooit in een romantisch tijdperk omdat het romantische denken nu zou zijn doorgesijpeld naar alle geledingen van ons dagelijks bestaan.

Kennepohl, We zijn nog nooit zo romantisch geweest, 2014
Kennepohl, We zijn nog nooit zo romantisch geweest, 2014
Kennepohl 2014, achteromslag
Kennepohl 2014, achteromslag

Essentieel in de romantiek is de rol van het irrationele, van hartstocht en emotie en vooral van de drang naar authenticiteit. Kennepohl wijst erop dat romantische filosofen als Herder, Schiller, Schlegel en vooral Jean Jacques Rousseau de basis legden voor onze hedendaagse opvattingen over ‘zelfontplooiing’, ‘jezelf zijn’ en ‘je eigen ding doen’. De romantische denkers introduceerden de idee (of het geloof) dat elk mens in wezen goed is en een unieke en authentieke kern in zich heeft die bevrijd moet worden en vooral ruime baan moet krijgen. Authenticiteit is het sleutelwoord, maar die raakt aan de mystiek: ‘Authenticiteit is in essentie een soort mystiek vertrouwen in de natuur die een onuitgesproken waarheid bevat’. En deze unieke kern staat ook centraal in de hedendaagse spiritualiteit en new age, volgens Kennepohl ook producten van de romantiek. Diep in ons zit ‘een spirituele kern’, ons ‘inner self.’

Passie komt van binnenuit

Als Kennepohl gelijk heeft, dan heeft de recente romantische opleving het woord passie ontdaan van zijn slechte kanten, terwijl het dus heel lang als iets negatiefs werd beschouwd. 'Je passie volgen' is nu synoniem geworden met het uitleven van je eigen unieke ikje. Misschien is passie zelfs wel hetzelfde als die unieke kern. Elke passie-coach zal verklaren dat passie van binnenuit komt. Maar die unieke kern kan diep weggestopt zijn. Duizenden bureautjes, coaches en loopbaanadviseurs staan daarom klaar om te helpen met het vinden van je passie. De meeste definities die je daar vindt komen overeen met Kennepohls omschrijving van het romantische, spirituele inner self: ‘Contact maken met je binnenste is het beste in jezelf naar boven halen.’ Eigenlijk is die unieke kern niet iets wat je hebt, maar wat je bent. Je bent je passie. Het is dus raadzaam snel te ontdekken wie je echt bent, ook al is het moeilijk om authentiek te zijn.