Jammerklachten

30 december 2010 Jo Tollebeek Nederlandse literatuur en taal

Eén van mijn voorgangers als fellow van de KB is Robert Darnton, een specialist in de geschiedenis van het boek in de Franse Verlichting. Darnton bracht het grootste deel van zijn carrière door in Princeton, maar is sinds 2007 hoogleraar in Harvard. Hij is er ook directeur van de Harvard University Library. Het is in die hoedanigheid dat hij in een recent nummer van The New York Review of Books (23 december 2010) een artikel heeft gepubliceerd onder de niets verhullende titel 'The Library: Three Jeremiads'.

De boodschap die Darnton brengt, is inderdaad onrustwekkend. Er zijn in de eerste plaats de woekerprijzen die (commerciële) uitgevers voor wetenschappelijke tijdschriften vragen. Die prijzen leiden ertoe dat bibliotheken een steeds kleiner deel van hun toch al krimpende budget aan monografieën kunnen besteden en dat academische uitgeverijen daarom ook minder monografieën willen publiceren. De wurgcontracten van de tijdschriftenuitgevers maken van de onderzoekers bovendien een merkwaardig soort slaven: de onderzoekers verrichten het onderzoek, schrijven de artikelen, doen de kwaliteitscontrole en de redactie - om vervolgens hun bibliotheken dat werk tegen torenhoge prijzen te laten terugkopen.

Daarnaast is er Google. Het bedrijf verleidt bibliotheken met lage instapprijzen zich een toegang tot zijn bestand van gedigitaliseerde boeken te verschaffen, om vervolgens deze prijzen de hoogte in te jagen ('cocaine pricing', heet dat). Zoals het principe van de open-access tijdschriften de meest efficiënte strategie lijkt om de tijdschriftenuitgevers de wind uit de zeilen te nemen, zo lijkt de opbouw van een eigen 'Digital Public Library' door de bibliotheken op dit vlak de beste oplossing: zelf uit alle macht digitaliseren, niet voor het private gewin, maar voor het publieke goed. Darnton verwijst hierbij onder meer naar het tienjarenplan van de KB.

Ook Harvard University Library heeft zijn eerste stappen in die richting gezet, niet door van start te gaan met de digitalisering van het hele bezit, maar door een 'Open Collections Program': de digitalisering van deelcollecties rond specifieke themata als immigratie en de bestrijding van epidemies. Het herinnert aan die ver in de tijd gelegen eerste stap van de KB, toen Byvanck besloot catalogi van specifieke deelcollecties - vaderlandse geschiedenis, kunst, Goethe, Franse letterkunde - te publiceren. Alleen op die manier kon de KB een open huis en dus een nationaal kennisinstituut worden, zo oordeelde hij.