Jeugdig elan
16 december 2014 Els Stronks Nederlandse literatuur en taal

‘Kinderen zijn hinderen’, schreef Jacob Cats rond 1630. Teksten als deze hebben het ideaal van ouderlijke controle, en het schrikbeeld van ontsporende jeugd in het collectieve geheugen van Nederland geprent. Tijdens dit fellowship vroeg ik me af of we met digitale middelen andere dynamiek tussen jong en oud in historische teksten kunnen blootleggen, en daarmee ook het jeugdig elan in het 16e, 17e en 18e-eeuwse Nederland kunnen belichten. Wat dachten jongeren zélf te kunnen, en zagen ouderen de jeugd wel uitsluitend als een leeftijdsgroep die geleid, gebogen of zelfs geknot moest worden?

Grote vragen, grootse middelen?

Dat zijn grote vragen, die zonder gedigitaliseerde teksten en digitale analyseinstrumenten misschien al helemaal niet aan te vatten zijn, maar ook mét digitale middelen is het lastig. De vragen zijn groot, maar ook abstract: ze gaan over ideeën en gedachten die in teksten lang niet altijd als idee of gedachte gemarkeerd zijn. Soms bieden titels uitkomsten: een titel als Pegasides pleyn, ende den lust-hof der maeghden (1608) geeft – na enig gepuzzel – goed zicht op de inhoud: 15 hoofdstukken lang geeft de rederijker Houwaert jonge vrouwen advies over hun omgang met mannen, in het 16e hoofdstuk doet hij uit de doeken hoe mannen zich ten aanzien van vrouwen moeten gedragen.

Op basis van dergelijke sprekende titels deed ik in het 17e en 18e-eeuwse liedrepertoire een proefje. Ik maakte twee groepen (één met liedboeken voor jonge meisjes, één met liedboeken die in het algemeen voor de jeugd bedoeld zijn), om te zien of er achter sprekende titels ook daadwerkelijk andere ideeën schuilgaan. Uit het Dutch Songs Online corpus maakte ik deze kleine selectie:

Een nieu liedt-boeck genaemt den druyven-tros der amoureusheyt, 1602 [jeugd_1602]
Jeugdige minne-spiegel, 1634 [jeugd_1634]
Floraa's bloemkorfje, of Bundeltje van nieuwe zangstukjes, voor Neerlandsch jeugd, 1790 [jeugd_1790]

Lusthoofien ofte Vermaecklykheyt der maechden, 1609 [meisjes_1609]
Klagende maeghden en raet voor de selve, 1634 [meisjes_1634]
Geschenk voor Nederlands jufferschap, 1795 [meisjes_1795]

In een stilistische analyse (met Stylo gemaakt) zien we die bundels onderling groeperen naar datum van publicatie. De periodegebonden stilistische kenmerken zijn kennelijk dominanter dan stilistische verschillen die mogelijk bestaan tussen bundels voor meisjes, en bundels voor de jeugd.

Stylo analyse proef-corpus

Stylo analyse proef-corpus

Over mogelijk inhoudelijke verschillen worden we met deze stilistische analyse nog niet veel wijzer. Twee andere digitale tools, Mallet en LIWC bieden meer zicht. Mallet is een topic modeler: een analysetool die op basis van de frequentie waarin bepaalde woorden bij elkaar voorkomen, bepaalt wat het topic (onderwerp) van een tekst is. LIWC is een tool die woorden telt: hoe vaak en waar worden er in een tekst bijvoorbeeld causale verbanden gelegd middels voegwoorden, hoe vaak wordt over bepaalde emoties geschreven, en met welke strekking? In het Embodied Emotions project van o.a. Inger Leemans is voor dergelijke ‘emotiewoorden’ een lexicon/lemmatisering gemaakt voor vroegmoderne teksten die in deze analyse is gebruikt. Er worden lemma’s (categorieën) gedefinieerd, en woorden benoemd die in die lemma’s thuishoren. Zo’n LIWC analyse levert dan per lemma een percentage op dat aangeeft hoe dominant dat lemma in een tekst aanwezig is.

Mallet analyse proef-corpus

Mallet analyse proef-corpus

Ik moet opmerken dat er natuurlijk een enorme interpretatieslag zit in het formuleren van een overkoepelende term voor die woordenreeks. Maar interessant is misschien toch vooral wel dit inzicht dat Mallet produceert: de 6 bundels die werden vergeleken, hadden onderling ieder een ander topic dat dominant was (in het hoogste percentage voorkwam):

Mallet analyse proef-corpus

Mallet analyse proef-corpus

Maar de jeugdbundel uit 1790, en de meisjesbundel uit 1609 delen de dominante van topic 3, dat je zou kunnen typeren als ‘directe toenadering tot de ander’, met woorden als ‘hij, zij, ik, haar, mij, gij, hart, liefde, lieve, oog, vol, mijne, wij’.

Op weg naar nieuwe inzichten…

Zo levert zo’n digitale analyse kleine inzichten op, die met veel mitsen en maren omgeven zijn. In de lezing die dit fellowship op 14 januari 2015 afsluit, hoop ik wat van die inzichten te groeperen om een antwoord te formuleren op de vraag welke denkbeelden er over de jeugd leefden in de wereld van vroegmoderne teksten.

... met nieuwe tools

En dit fellowship levert ook - door de inspanning van heel veel Koninklijke Bibliotheek-medewerkers, maar met name Marieke van Delft, Steven Claeyssens en Juliette Lonijn - twee nieuwe tools die voor onderzoekers van (vroeg)moderne Nederlandse teksten interessant zijn: een nGram viewer voor de DBNL teksten, en een RDF graph waarmee complexe zoekopdrachten in de Short Title Catalogue Netherlands uitgevoerd kunnen worden. Om alvast een voorproefje van de kracht van die laatste tool te geven, in grafiek de gemiddelde leeftijd waarop auteurs debuteerden in de periode 1540-1740:

Leeftijden van debuut van auteurs 1540-1740, gebaseerd op STCN

Leeftijden van debuut van auteurs 1540-1740, gebaseerd op STCN

Die leeftijd zakt met zo’n 8 jaar, wat aangeeft dat de stem van de jonge auteur - met daarin mogelijk het jeugdig elan dat ik probeer te traceren - in de loop van die periode steeds meer gehoord werd. Ook hier weer mitsen en maren: meegerekend zijn alleen auteurs waarvan in de STCN de geboortedatum + datering van hun eerste werk bekend is, en de berekening is gestopt bij 1740 omdat van het cohort dat daarna debuteert de oudere debutanten niet meer geheel meegenomen kunnen worden. Debuteren na je 60e kon in de gemeten periode namelijk ook!

Meer op 14 januari.