Licht en donker in Schiedam

1 mei 2012 Arno Kuipers Nederlandse literatuur en taal

Honderd jaar geleden, in 1912, verscheen het boek Om het bestaan. Roman van den nieuwen tijd van Daan van der Zee.

Titelpagina van Om het bestaan
Titelpagina van Om het bestaan
Hoofdstuk uit Om het bestaan met citaat van Willem Kloos
Hoofdstuk uit Om het bestaan met citaat van Willem Kloos

Dochter Mien doorziet ook de economische toestanden het scherpst. Langzamerhand wordt duidelijk dat ‘de nieuwe tijd’ de ondergang zal betekenen van de kurkfabriek Brakels. Er zijn nieuwe, grote fabrieken in opkomst, waartegen het kleine fabriekje van Brakels zich niet kan verweren. Mien ziet de achterliggende oorzaak van de harde economische strijd: de ‘ijzeren maatschappelijke wet der concurrentie’:

‘En die wet vernietigde met twijfellooze zekerheid al wat niet krachtig genoeg was, haar tot eigen voordeel aan te wenden. Die wet zou ook vernietigen de kurkenfabriek van Brakels, zou rooven het bestaan van een gezin, zou verpletteren de levensenergie van haar vader, zou, in de liefde voor haar vader, ook eischen hààr bloed.’

Door zijn kritiek op de concurrentiestrijd en de vrije markt is Om het bestaan een boek van evident socialistische strekking. Toch is Om het bestaan niet alleen een socialistische roman, het boek getuigt ook van een christelijke visie, die evenwel kritiek op de kerk niet schuwt. Auteur Daan van der Zee (1880-1969), geboren in Schiedam en zelf zoon van een kurkenfabrikant, was dan ook één van de grondleggers van het Nederlandse ‘christen-socialisme’ en oprichter van de ‘Bond van Christen-Socialisten’ in 1907.

Het idealisme van Daan van der Zee strekte zich ook uit naar de moderne kunst. Zijn ideaal was een maatschappij waarin de blote strijd om het bestaan was opgeheven en de arbeider zich in vrijheid kon richten op een waarachtig geloof en zich kon laven aan de kunst. Daarom speelt de poëzie zo’n belangrijke rol in Om het bestaan: elk hoofdstuk begint met een dichtregel van één van de moderne dichters uit die tijd.

Voor de familie Brakels is dat toekomstideaal in de roman echter niet weggelegd. Daan van der Zee stak zijn idealistische visie niet onder stoelen of banken, maar hij schetste in Om het bestaan toch vooral de ellende van het dagelijkse Schiedamse bestaan. Uiteindelijk gaat de familie Brakels ten onder. Mien overlijdt en vrijwel gelijktijdig gaat het fabriekje failliet:

‘Drie dagen later werd ze weggedragen door de mooie kerkhoflaan in de Overschiesche straat. Vader en Wim en Jan en Dikkens gingen met gebogen hoofd achter de baar. Thuis zaten moeder en Ida te schreien. En aan den avond van den begrafenisdag stond Brakels’ faillissement in de Schiedamsche Courant…’