Nieuwe bloemlezing Nederlandse wielerliteratuur
19 juni 2015 Arno Kuipers Nederlandse literatuur en taal

Op 22 juni ziet een nieuwe bloemlezing gebaseerd op de collecties van de Koninklijke Bibliotheek het licht. Aan de vooravond van de Utrechtse Proloog van de Tour de France verschijnt dan De Nederlandse wielerliteratuur in 60 en enige verhalen, samengesteld door Arthur van den Boogaard en uitgegeven door Prometheus/Bert Bakker.

Arthur van den Boogaard in de Koninklijke Bibliotheek
Arthur van den Boogaard in de Koninklijke Bibliotheek
Frans Netscher, Uit mijn sportportefeuille, 1899. Aanvraagnummer: MDU 406
Frans Netscher, Uit mijn sportportefeuille, 1899. Aanvraagnummer: MDU 406
Frans Netscher, uit George J.M. Hogenkamp, Een halve eeuw wielersport, 1916. Aanvraagnummer: 901 B 10
Frans Netscher, uit George J.M. Hogenkamp, Een halve eeuw wielersport, 1916. Aanvraagnummer: 901 B 10

Frans Netscher in ere hersteld

Frans Netscher heeft in de nieuwe bloemlezing van Arthur van den Boogaard weer een prominente plaats gekregen. Eerder nam Van den Boogaard de naturalistische schrijver al op in zijn grote sportbloemlezing Sport, de 142 beste Nederlandse en Vlaamse sportverhalen van 1880 tot nu en hij beschreef de belangrijke rol van Frans Netscher voor de wielerjournalistiek ook in een special van De Muur, het literaire wielertijdschrift: Slipstroom. Een kleine geschiedenis van schrijven en wielrennen. Eigenlijk is het vooral aan Arthur van den Boogaard te danken dat de herinnering aan de schrijver Frans Netscher enigszins is bevrijd van de doem van Lodewijk van Deyssel. In 1886 publiceerde die beruchte criticus een dodelijke brochure over Frans Netscher (‘Ik houd niets van het proza des Heeren Netscher’) , waarna diens literaire carrière voorgoed geknakt leek. De hele 20e eeuw door is hij eigenlijk alleen herinnerd als slachtoffer van Van Deyssel, maar door het wieler-literatuurhistorische werk van Van den Boogaard staat hij nu ook te boek als één van de grondleggers van de moderne wielrenliteratuur.

De literairste sport

In Slipstroom beschreef Arthur van den Boogaard de symbiotische relatie tussen wielrennen en literatuur. In uitgebreide beschouwingen over wielrennen en het werk van schrijvers als Tim Krabbé, Curzio Malaparte, Henry Miller en Samuel Beckett toonde hij aan dat het wielrennen de literairste aller sporten is. Maar hij toonde dat ook aan aan de hand van het werk van beroemde sportjournalisten als Joris van den Bergh, Paul Kimmage én Frans Netscher. Want wielrennen is bij uitstek de sport die verhalen uitlokt, verhalen die de grenzen tussen wedstrijdverslag en literatuur doen verdampen. Toen tv en radio nog amper bestonden, was het geschreven verhaal ten slotte het enige medium om te kunnen doordringen in de wedstrijd. Maar ook na de introductie van de moderne massamedia en het internet bleef de wielersport schreeuwen om verhalen, ook van de renners zelf. In Slipstroom citeerde Van den Boogaard vijfvoudig Tourwinaar Jacques Anquetil, die het verslag van de befaamde wielerjournalist Pierre Chany nodig had om zijn eigen rit te begrijpen: ‘Zelfs ik wacht op het artikel morgen van Pierre Chany in L’Équipe om erachter te komen wat ik heb gedaan, waarom en hoe ik het deed.’

Voor De Nederlandse wielerliteratuur in 60 en enige verhalen heeft Van den Boogaard voortgewerkt in de geest en op het fundament van Slipstroom. Hij zocht naar de beste wielrenverhalen, zonder zich te bekommeren om de grenzen tussen sportbijlage en literair maandblad.

Van den Boogaard heeft geput uit recente afleveringen van De Muur, maar hij heeft ook vele oude tijdschriften doorgeploegd, zoals Het Rijwiel, geïllustreerd orgaan voor den Ned. wielersport en De Fiets, orgaan van den Nederlandsche wielerbond. Uiteraard werd ook het werk van schrijvende (ex-) renners als Peter Winnen en Thijs Zonneveld grondig doorgenomen.

Arthur van den Boogaard, Slipstroom, 2011
Arthur van den Boogaard, Slipstroom, 2011
Jan Siebelink, Pijn is genot, 2e dr., 1999. Aanvraagnummer: 2225754
Jan Siebelink, Pijn is genot, 2e dr., 1999. Aanvraagnummer: 2225754
Thijs Zonneveld, Koos, Kenny en Johnny en de rest van het peloton, 2010. Aanvraagnummer: 2296916
Thijs Zonneveld, Koos, Kenny en Johnny en de rest van het peloton, 2010. Aanvraagnummer: 2296916

Tegen de stroom

De Nederlandse wielerliteratuur in 60 en enige verhalen geeft een nieuw beeld van meer dan honderd jaar schrijven over het wielrennen in Nederland. Het toont ook weer eens aan hoe het wielrennen in Nederland groeide ondanks grote maatschappelijke weerstand. Rond 1900 wekte de steeds populairder wordende sport namelijk steeds meer tegenkrachten op. De overheid ontpopte zich meer en meer als de grootste vijand van de wielersport, in 1905 werd zelfs het wielrennen op de weg verboden. De calvinistische Nederlandse overheid had bovendien grote bezwaren tegen de onzedelijke blote benen van de renners. De Nederlandse elite verzette zich ook lang tegen de volkssport, maar dissidenten zoals jonkheer Gerard Bosch van Drakesteyn namen onder pseudoniem toch deel aan wedstrijden. De oudste door Van den Boogaard verzamelde wielerschrijvers hebben deze intolerante geest vaak bestreden, Frans Netscher voorop. Die reageerde in 1899 op honende opmerkingen over de wielrijder: ‘Kan de wielrijder niet behooren tot edelstvoelende menschen en tot de braafste burgers?’ Anno 2015 klinkt dit als een zeer curieuze opmerking, maar rond 1900 moesten Netscher en zijn collega’s zich nog flink inspannen om hun tegenstanders te bekeren tot de ‘stalen Godin’: ‘Ze is de Wonderfee der kleine en de St. Nicolaas der groote menschen: - aan allen brengt zij onverwachte geschenken.’

Ron Couwenhoven, Vijftig jaar te midden der kampioenen, 2010. Aanvraagnummer: 6004451
Ron Couwenhoven, Vijftig jaar te midden der kampioenen, 2010. Aanvraagnummer: 6004451
Jan Derksen, Met banddikte, 1962. Aanvraagnummer: ADX 231
Jan Derksen, Met banddikte, 1962. Aanvraagnummer: ADX 231
De vier hoofdvormen van het wielrijden kritisch-hygiënisch toegelicht, 1898. Aanvraagnummer: Broch 26755
De vier hoofdvormen van het wielrijden kritisch-hygiënisch toegelicht, 1898. Aanvraagnummer: Broch 26755

Reacties

Heeft iemand ooit gewezen op de trekken en overeenkomsten die de (prof-) wielrenner vertoont met de Frankische Ridder uit de voorhoofse Karel-romans?
Weliswaar zeggen de Vlamingen 'coureur', de Nederlanders 'renner' (geen renner, dat is een 'runner'), maar etymologisch is 'rijder' onmiddellijk verwant aan 'ridder' en ruiter, stel ik tevreden vast.
En inderdaad, heeft de ridderlijke trouw aan leenheer niet de huidige vorm van onderworpenheid aan de 'Sponsor', de 'Ploeg' waavan men deeluitmaakt? Dat sommige daarin 'knecht' heten mag na het voorgaande nog slechts geringe verbazing wekken.
Kracht en strijd zijn per definitie elementen in bijna alle sporten; maar ridderlijke 'moed', dat is bij uitstek de ware aard van de wielrenner; overwinningen worden immers niet slechts op de tegenstander behaald, maar niet zelden met name op zichzelf. En waar de nederlagen zelfs /uitsluitend/ op zichzelf betrokken worden is ware moed een sine qua non. Daarenboven, waar is het allemaal om te doen? Een zoen -- links en rechts van een mooie jonge schone.
Na die spontane lyriek terug naar het heden.
Wat betreft de onzedelijke blote benen schrijft u te zeer in de verleden tijd. Curieuze opmerkingen ook nu nog.
Middeleeuws als boven, doch beduidend minder edel: vorige week nog namelijk -- net in het zadel, de bebouwde kom doorschietend, op weg naar de wijde ruimte, kon ik het weer horen:
'Homo!!'
Daartegen helpt geen verzet.
bjd

Frans Netscher in ere hersteld? 'Woorden tussen de wielen. Een eeuw wielrennen in de Nederlandse literatuur' wel eens doorgebladerd, beste Arno? Ik geef toe het is al een tijdje geleden verschenen, maar voor een KB-collectiespecialist kan en mag dat geen problem zijn.
Frans Netscher staat er heus in, met twee bijdragen (dus één meer dan in VdB's anthologie), plus een foto en bio- en bliografische aantekeningen. En wat stelt een wielerbloemlezing zonder Kees van Kooten en vooral zonder Tim Krabbé nou eigenlijk voor? Een contradictio in terminis? Gelukkig kan de lezer beide auteurs in 'Woorden tussen de wielen' wel aantreffen.

Wielersportboeken
Deze website 'WIELERSPORTBOEKEN' zette zijn eerste stappen op het internet in 2000. Sindsdien heeft deze website een enorme evolutie doorgemaakt. In mei 2010 werd een volledig nieuwe website gelanceerd.

Wielersportboeken is ook overal te raadplegen via SmartPhone of iPhone ...
http://www.m.wielersportboeken.be
http://www.m.wielersportboeken.nl

Je staat versteld van de grote hoeveelheid wielerliteratuur die er in drie eeuwen is verschenen. Frankrijk en Italië spannen de kroon op dit gebied. De hoeveelheid in België (Vlaanderen) en Nederland is ook niet gering. In navolging van een Franstalige bibliografie in boekvorm van Keizo Kobayashi, 'Pour Une Bibliografie du Cyclisme', verscheen er in 1990 in Nederland een bibliografie van de hand van Wim van Eyle en Jozef Hamels in boekvorm met als titel 'Nederlandse en Vlaamse Wielerliteratuur 1894 - 1990'. Dit boekwerk is nu nog steeds voor verzamelaars een onmisbaar hulpmiddel. In navolging van dit meesterwerk is er nu een gedigitaliseerde uitgebreidere vorm op internet.

Reageer op deze blog

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.