Ontpluiken
1 juli 2013 Erik Geleijns Nederlandse literatuur en taal

Onbereikbare geliefden, we hebben er allemaal wel eens last van. De dichter Jacques Perk schreef er in 1881 het prachtige gedicht Iris over. De KB bezit het kladhandschrift van dat gedicht; het is een van onze topstukken.

Het kladhandschrift van Iris. Aanvraagnummer: 69 F 6

Het kladhandschrift van Iris. Aanvraagnummer: 69 F 6

De tekst van het gedicht is te vinden in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. Het gedicht gaat over Iris - de regenboog - wier geliefde, Zefier - de westenwind - steeds verdwijnt als zij hem wil kussen. Maar daarover wilde ik het niet hebben. Een paar weken geleden bekeek ik het handschrift weer eens, toen mijn oog bleef haken aan de laatste regels van de eerste strofe. Daar staan een paar probeersels door elkaar, waarvan het laatste luidt 'Wen de dag zich baadt met schaamrood gelaat | En heur waaier van vlammen ontplook'. In de uiteindelijke versie werd dat ' Wen de Dagbruid zich baadt en voor 't schuchter gelaat | Een waaier van vlammen ontplook'.

Woordenboek der Nederlandsche Taal

Ontplook. Het woord bestaat echt; het is de derde persoon enkelvoud van de onvoltooid verleden tijd van het werkwoord ontpluiken. Niet dat u dat woord kent, natuurlijk, maar het staat in het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Het WNT schrijft bedr[ijvend] en wederk[erig] st[erk] w[erk]w[oord]. Mnl. ontpluken, ontstaan uit ont-beluken [...]. In de 16de en 17de eeuw zeer gebruikelijk; thans alleen bij dichters, en gewoonlijk in figuurlijke of overdrachtelijke opvatting.
1. Van stoffelijke zaken. Openen, doen opengaan, ontplooien, al naar het verband.
2. Van onstoffelijke zaken. Ontvouwen, ten toon stellen, toonen.
Een 'bedrijvend' werkwoord is een overgankelijk werkwoord, een werkwoord dat een lijdend voorwerp bij zich kan hebben. Dat 'thans alleen bij dichters' betekent: in 1892, toen dit lemma van het WNT geschreven werd. Het woord was in gewonemensentaal vermoedelijk al ernstig in onbruik toen Perk het opschreef, en daarna is het snel helemaal verdwenen.

Historische kranten

Naar hoe snel is een slag te slaan in de historische kranten-website van de KB: daarin komt 'ontpluiken' drie keer voor, de laatste keer in Het Centrum van 11 juni 1926 ('Alles spreekt u daar van willen en kunnen [...] van leven wekken en leven spreiden, van lenig ontpluiken en gouden openwaaieren', zie plaatje).

Het Centrum, 11 juni 1926

Het Centrum, 11 juni 1926

'Ontplook' komt voor het laatst voor in 1940 (een treffer uit 1970 berust op een leesfout van de OCR-software (er staat 'ontplooit') en een uit 1954 is een citaat uit Iris) in een verhaal in het nationaal-socialistische blad De weg, geschreven in een van alle vreemde smetten vrij, archaïsch Nederlands dat hilarisch zou zijn als de context niet zo fout was: 'En waar de boorden van den bestikten mantel over elkaar kwamen ontplook het kindeken'. De treffer daarvoor is uit 1925 en komt uit Het volk, dagblad voor de arbeiderspartij. In een gedicht met de titel 'Wassende jaren' staat 'Wij zagen de wereld tusschen donk're zeilen | waarachter het vlak van den hemel ontplook'. Ook geen alledaags Nederlands. In de genoemde gevallen wordt ontpluiken bovendien onovergankelijk - zonder lijdend voorwerp - gebruikt.

Voor 'ontpluikt' geldt een soortgelijke datum (1923); het voltooid deelwoord 'ontploken' komt nog een keer voor in 1931 in een recensie van een schilderijententoonstelling. Latere treffers zijn zonder uitzondering ofwel nationaal-socialistisch ofwel citaten uit middeleeuwse en zestiende- of zeventiende-eeuwse gedichten. Ik denk dat het rond 1925 voor bijna iedereen een raar woord geworden was. Maar van mij mag u uw paraplu ontpluiken als het weer eens regent.