Poelhekkes reis naar het licht

7 juli 2014 Arno Kuipers Nederlandse literatuur en taal

‘Het middelpunt der symmetrisch aangelegde stad vormde een groot plein op een heuvel, vanwaar het gezicht reikte over de gansche huizenzee. Op dat plein, omgeven door struiken en hooge boomen, stond een reuzige tempel van blank marmer, met hoogen koepel en torens, wier slanke spits eindige in een bol: het symbool der volmaaktheid.’

Feest in Fin de Siècle
Feest in Fin de Siècle
Maarten Poelhekke, uit De Telegraaf, 1925
Maarten Poelhekke, uit De Telegraaf, 1925

Egidius’ ontdekking

Hoofdpersoon van Het land der zon is de jongeman ‘Egidius’. Hij ontdekt dat de maatschappij van Fin-de-Siècle, ondanks al zijn welvaart, niet de ware wereld is. Hij probeert de grenzen van de stad te vinden en komt na dagen reizen eindelijk bij de rand. Uiteindelijk bereikt hij het open veld en beleeft dan voor het eerst het vallen van de nacht, want in de stad is alles permanent verlicht door fel elektrisch licht ‘dat overal schitterde in ver-stralende bollen’. Buiten de stad ontdekt Egidius voor het eerst de sterrenhemel: ‘Vreemd, vreemd! Wat zou dat zijn? Die puntjes gaven licht ook.’ Egidius beseft dat het licht van Fin-de-Siècle vals is: ‘’t Was er altijd nacht. Maar de bewoners wisten dat niet.’ Egidius wil aan die valsheid ontvluchten. Hij vindt gelijkgestemden in een geheim genootschap dat zich de ‘Zoekers naar het Land der Zon’ noemt, zij zullen proberen het ware licht te vinden in een ver gelegen land, waar zij een nieuwe maatschappij willen opbouwen.

Kritiek op de Verlichting

In Het land der zon ligt de strekking er nogal dik bovenop. Uit de naam ‘Fin de siècle’, de beschrijving van het zedeloze industrieproletariaat en de overheersende rol van wetenschap en (electro-) techniek, blijkt dat het hier duidelijk gaat om cultuurkritiek op de moderne, rationele massamaatschappij rond 1900. Nog duidelijker wordt dat als gesteld wordt dat de Struggle for life de officiële ideologie van Fin-de-Siècle is. Die these is direct ontleend aan Charles Darwin, die in de 19e eeuw met zijn evolutieleer sterk bijdroeg aan de onttovering van de wereld. Het land der zon is een kritiek op de spirituele leegte die de opkomst van industrie en wetenschap veroorzaakte. Het ‘valse’ licht van de stad Fin-de-Siècle is dan ook het licht van de Verlichting uit de 18e eeuw, die de basis legde voor de grote moderniseringen in de 19e eeuw. En het is volkomen duidelijk welk licht de katholiek Poelhekke dan wèl als het waarachtige licht van het ideale Land der Zon beschouwde: de katholieke leer. De ‘Zoekers naar het Land der Zon’ vormen samen de katholieke gemeenschap, hun leider is een priester. Als eindelijk het Land der Zon bereikt is, eindigt de roman dan ook met deze beschrijving van de hemel van het beloofde land: ‘Kruisen tegen het azuren gewelf, terwijl van de ontelbare torenspitsen al meer gouden Kruisbloemen oprankten naar het Licht.’

Poelhekke, Taalbloei, 5e druk, 1931
Poelhekke, Taalbloei, 5e druk, 1931
Mooie dingen in Woordkunst
Mooie dingen in Woordkunst
Woordkunst, 8e druk, 1920
Woordkunst, 8e druk, 1920

Woordkunst

Als voorbeeld van cultuurkritiek uit de tijd rond 1900 is Het land der zon interessant. Het eeuwenoude katholicisme wordt als hypernieuwe remedie tegen de kwalen van die tijd voorgesteld. Maar als roman is het boek eigenlijk een draak. Het is een volstrekt humorloos ideologisch betoog met bordkartonnen personages. In Het land der zon overheerst de ethische boodschap geheel. En dat is wel merkwaardig, want juist als leraar en schoolboekauteur heeft Maarten Poelhekke jarenlang gehamerd op het belang van de esthetiek. Hij is beroemd geworden door zijn schoolboek Woordkunst uit 1909, dat vele herdrukken beleefde en tot in de jaren zestig werd gebruikt op middelbare scholen. Hij stelde ook de bekende Platenatlas bij de Nederlandsche literatuurgeschiedenis samen. Poelhekkes aanpak was revolutionair omdat hij de dorre rijtjes feiten en de taalkundige analyses van bekende literaire werken terzijde schoof om de leerling te leren genieten van literaire schoonheid. Beroemd werd de eerste zin uit Woordkunst: ‘Kunst is het maken van mooie dingen’.

Schoonheid

Een dergelijke slogan, waarin het belang van schoonheid (‘mooie dingen’) wordt benadrukt, verraadt de invloed van de Tachtigers. Deze rebelse jonge schrijvers (Willem Kloos, Lodewijk van Deyssel, Albert Verwey e.v.a.) stelden rond 1885 de kunst zelf centraal, schoonheid hoefde geen heren buiten de kunst meer te dienen. Voor protestants-christelijk en katholiek Nederland was deze l’ art pour l’ art-visie een grote schok. Maarten Poelhekke was echter één van de eersten die in het katholieke kring voor de Tachtigers opnam. Zij waren weliswaar à- of zelfs anti-christelijk, maar hun vormschoonheid moest ook aan confessionele schrijvers ten voorbeeld worden gesteld. Het waren misschien allemaal decadente viespeuken uit Amsterdam, maar ze konden wel schrijven. (Lees over de relatie tussen de katholieken en de moderne literatuur rond 1900 vooral het boek van Mathijs Sanders.)

Kunst in het Land der Zon

Poelhekke laat in Het land der zon zijn hoofdpersonage Egidius ontdekken dat kunst altijd dienstbaar diende te zijn aan het geheel: ‘Toen begreep Egidius ook de zending der kunst, erkende hij haar hoogen oorsprong en ernstig doel, leerde hij ze zien in haar dubbele gedaante: afspiegeling van het leven en leidster naar het ideaal.’ Dat klinkt toch heel anders dan de theorie over ‘mooie dingen’ uit Woordkunst. Maar voor de overtuigde katholiek Poelhekke kon de zuiver esthetische kunst van de Tachtigers uiteindelijk geen sluitstuk zijn. Katholieke schrijvers moesten de vaardigheden van dichters als Willem Kloos slechts overnemen om een eigen waarachtige kunst te scheppen. Zo schreef hij in zijn boek Modernen uit 1898: ‘de dichter moet meer geven dan dat. Hij moet, getroffen door het hoogste, het ware goddelijke schoons, ons die verheven schoonheid openbaren.’ Helaas ontbrak het Poelhekke zelf aan de esthetische vermogens om de verheven schoonheid van zijn utopie aan te tonen. Met zijn pamflettistische roman schond Poelhekke eigenlijk alle esthetische criteria die hij zelf in Woordkunst opstelde. Zijn roman werd alleen in katholieke dagbladen als De Tijd geprezen en dan eigenlijk louter vanwege de katholieke boodschap. Maarten Poelhekke zou zich na Het land der zon wijselijk verre houden van het schrijven van romans, hij beperkte zich tot het schrijven over literatuur.